Rechtbank Amsterdam, 16-07-2026 (13-054558-26)
EAB Polen; overlevering geweigerd op grond van artikel 12 OLW
Full text
RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-054558-26 Datum uitspraak: 16 juli 2026 UITSPRAAK op de vordering van 23 april 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 25 augustus 2025 door the Warsaw Regional Court, VIII Penal Division, Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] (Polen), zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in [detentieplaats] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang Zitting 18 juni 2026 De raadsman heeft per e-mail bericht van 17 juni 2026 verzocht om aanhouding van de zaak, omdat hij ziek was en geen vervanging kon regelen. De rechtbank heeft de zaak voor onbepaalde tijd aangehouden om de raadsman in de gelegenheid te stellen de opgeëiste persoon ter zitting bij te staan bij de behandeling van haarzaak. Zitting 8 juli 2026 De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 8 juli 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door haar raadsman, mr. S. de Goede, advocaat in Breda en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank de gevangenhouding bevolen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting voor bepaalde tijd geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de in het proces-verbaal opgenomen vragen voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. Zitting van 16 juli 2026 Op de zitting van 16 juli 2026 heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. E.M. Meppelink, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door haar raadsman, mr. R.F.M. Gerritsen, die waarneemt voor zijn kantoorgenoot mr. S. de Goede, beiden advocaat in Breda, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en direct uitspraak gedaan. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Poolse nationaliteit heeft. 3 Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een vonnis, namelijk a judgment by the District Court for the Capital City of Warsaw in Warsaw van 4 oktober 2022, met referentie: V K 1246/22. De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog zes maanden en 20 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. 4 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW De raadsman heeft op de zitting van 8 juli 2026 stukken overgelegd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat er tegen de beslissing in eerste aanleg hoger beroep is ingesteld en dat dit hoger beroep in behandeling is genomen. Naar aanleiding hiervan is door de officier van justitie aan de uitvaardigende justitiële autoriteit gevraagd of sprake is geweest van een hoger beroep en, voor zover daarvan sprake is geweest, zijn er vragen gesteld over de uitoefening van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon in het hoger beroep. Een medewerker van de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft op 15 juli 2026 bericht dat (en waarom) het niet mogelijk is om tijdig de benodigde informatie over het hoger beroep toe te zenden. De raadsman en de officier van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd op grond van artikel 12 OLW vanwege het ontbreken van informatie over het uitoefenen van de verdedigingsrechten in het proces in hoger beroep. De rechtbank is van oordeel dat de overlevering moet worden geweigerd op grond van artikel 12 OLW. Gelet op het bovenstaande beschikt te rechtbank over onvoldoende informatie om te oordelen over de weigeringsgrond van artikel 12 OLW. Nu de beslistermijn op 19 juli 2026 verloopt kunnen de antwoorden van de uitvaardigende justitiële autoriteit op de gestelde vragen over het (uitoefenen van de verdedigingsrechten tijdens het) proces in hoger beroep niet meer worden afgewacht. De Poolse autoriteiten zijn ruimschoots in de gelegenheid gesteld om de benodigde informatie in verband met de weigeringsgrond van artikel 12 OLW te verschaffen. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen sprake van uitzonderlijke omstandigheden die een verdere verlenging van de beslistermijn als bedoeld in artikel 22, vierde lid, OLW rechtvaardigen. 5 Slotsom De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond. Om die reden wordt de overlevering geweigerd. 6 Toepasselijke wetsbepalingen De artikelen 2, 5, 7 en 12 OLW. 7 Beslissing WEIGERT de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the Warsaw Regional Court, VIII Penal Division (Polen) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. HEFT OP de overleveringsdetentie van [de opgeëiste persoon] . Deze uitspraak is gedaan door mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter, mrs. L. Sanders en A.B.M. Wijnveldt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 16 juli 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB.