Rechtbank Amsterdam, 06-08-2026 (13-155793-26)
Vervolgings-EAB uit Tsjechië.
Judgment
De raadsman en de officier van justitie hebben zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Overlevering toegestaan.
Full text 8 paragraphs
Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 23 juli 2026, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door een advocaat, mr. M.A.C. de Vilder-van Overmeire, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Tsjechische taal. De rechtbank heeft voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Tsjechische nationaliteit heeft.
Referte
De raadsman en de officier van justitie hebben zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een arrest warrant van the District Court in Karlovy Vary van 18 mei 2026 met kenmerk 6 T 32/2026-146. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Tsjechisch recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.
Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het strafbare feit niet aangeduid als lijstfeit. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, als – kort gezegd – voldaan is aan de vereisten dat op het feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. Het feit levert naar Nederlands recht op: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen; diefstal door twee of meer verenigde personen.
Slotsom
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.
Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 45 en 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.
Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de District court in Karlovy Vary, Tsjechië voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. de Bie, voorzitter, mrs. E. van den Brink en L. Baroud, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.S. Haas, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 6 augustus 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.