Skip to content
Case Law · Rechtbank Gelderland ·ECLI:NL:RBGEL:2026:6315 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Gelderland, 06-08-2026 (C/05/466472 / KG ZA 26-173 / 635 / 876)

Rechtbank Gelderland
Summary

Menzis beëindigt zorgovereenkomst. Er zou sprake zijn van fraude. Na onderzoek is volgens Menzis komen vast te staan dat er een overlap is in uren van zorg die op twee verschillende locaties zou zijn verleend. Zorgverlener vindt dat het fraudeonderzoek niet zorgvuldig is geweest, maar daarvoor zijn geen aanwijzingen. Zorgverlener vindt ook dat de conclusies uit het fraudeonderzoek niet kloppen. Dat kan in deze procedure echter niet worden vastgesteld. Bovendien heeft Menzis nog een reden aangevoerd om de zorgovereenkomst te beëindigen. Zorgverlener heeft ten onrechte verklaard dat zij geen belastingschulden had. De voorzieningenrechter stelt vast dat Menzis op dit punt gelijk heeft. Dat kan ook als fraude worden gedefinieerd. De door Menzis te nemen fraudemaatregelen zijn dan niet onrechtmatig.

How it connects

Full text

RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: C/05/466472 / KG ZA 26-173 / 635 / 876 Vonnis in kort geding van 6 augustus 2026 in de zaak van ZORG EN RESEARCH ENSCHEDE V.O.F. , te Enschede, [eiser 1], te [woonplaats], [eiser 2], te [woonplaats], eisende partijen in conventie, gedaagde partijen in voorwaardelijke reconventie, hierna samen te noemen: Zorg en Research, en afzonderlijk: Zorg en Research en haar vennoten, advocaat: mr. C. Velink, tegen STICHTING ZORGKANTOOR MENZIS , te Wageningen, gedaagde partij in conventie, eisende partij in voorwaardelijke reconventie, hierna te noemen: Menzis, advocaten: mrs. A.B.B. Gelderman, J.E. Veenstra en Y.M. Nijhuis. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding (na herstel) - de producties 1 tot en met 57 van Zorg en Research - de conclusie van antwoord - de producties 1 tot en met 36 van Menzis - de mondelinge behandeling van 16 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt - de pleitnota van Zorg en Research - de pleitnota van Menzis. 2 De feiten 2.1. Zorg en Research is een zorginstelling, opgericht door haar vennoten, [eiser 2] en [eiser 1]. Sinds 2019 verleent zij in Enschede geestelijke gezondheidszorg aan cliënten op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Deze cliënten, voorheen ongeveer dertig thans nog negen, wonen zelfstandig in een eigen woning of in een woning van Zorg en Research. Het betreft mpt-zorg (zorg thuis), bestaande uit huishoudelijke hulp en ambulante begeleiding voor cliënten met complexe problematiek, zoals psychiatrische problematiek en/of verslavingsproblematiek. 2.2. Nadat Zorg en Research jarenlang zorg heeft verleend in het kader van een overeenkomst met de Dienst Justitiële Inrichtingen, zijn onder meer de vennoten van Zorg en Research in oktober 2023 (deels) in loondienst gegaan bij De Zorg van Toen B.V., locatie Zorglandgoed Donderen. Daarnaast bleven zij zorg verlenen voor Zorg en Research in Enschede. Deze situatie heeft geduurd tot aan 7 augustus 2024, het moment dat De Zorg van Toen na haar faillissement is overgenomen door Zorggroep Boat B.V. 2.3. Menzis is belast met de uitvoering van de Wlz in de regio Enschede en verantwoordelijk voor de inkoop van voldoende verantwoorde zorg voor verzekerden in de regio (art. 4.2.1 Wlz). Hiervoor sluit Menzis zorgovereenkomsten met zorgaanbieders die de zorg in de regio kunnen verlenen. 2.4. Sinds 2019 heeft Zorg en Research steeds weer opnieuw een zorgovereenkomst gesloten met Menzis. De zorgovereenkomst voor de periode 2024-2026 bestaat uit drie delen: deel I het Zorgaanbiedergebonden deel, deel II het Regiogebonden deel en deel III het Algemeen deel. In deze zorgovereenkomst staat, voor zover hier van belang: “ Deel II: Regiogebonden deel (…) Hoofdstuk 5: Niet-nakoming, fraude Artikel 11: Fraude: aanvulling op artikel 17 van deel III 1. In aanvulling op het bepaalde in artikel 17 deel III van de overeenkomst geldt dat indien gedurende de looptijd van de overeenkomst blijkt dat een zorgaanbieder bewust een onjuiste verklaring heeft afgelegd in de bestuursverklaring, dit beschouwd wordt als fraude zoals gedefinieerd in deel III van de overeenkomst. Artikel 12: Niet nakoming: aanvulling op artikel 18 van deel III 1. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 aanhef en onder a. Deel II van de overeenkomst, dient de zorgaanbieder gedurende de looptijd van de overeenkomst te blijven voldoen aan hetgeen de zorgaanbieder in de bestuursverklaring ten behoeve van de zorginkoop langdurige zorg 2024-2026 heeft verklaard. Menzis Zorgkantoor behoudt zich het recht voor om, zonder gehouden te zijn tot vergoeding van geleden schade en/of gemaakte kosten van welke aard dan ook, de overeenkomst met onmiddellijke ingang schriftelijk op te zeggen op moment dat een uitsluitingsgrond op de zorgaanbieder van toepassing is, dan wel als de zorgaanbieder niet meer voldoet aan een geschiktheidseis. Bij de niet-nakoming van de overige onderdelen van de bestuursverklaring is artikel 18 van deel III van de overeenkomst van toepassing. (…) Deel III: Algemeen deel (…) Begrippen 6. Fraude: Onder fraude wordt verstaan het opzettelijk plegen of trachten te plegen van valsheid in geschrifte, bedrog, benadeling van schuldeisers of rechthebbenden en/of verduistering bij de uitvoering van de Wlz door de zorgaanbieder, met het doel een prestatie, vergoeding, betaling of ander voordeel te krijgen waarop de zorgaanbieder geen recht heeft of recht kan hebben. (…) Hoofdstuk 1: Levering van zorg Artikel 1: Zorglevering (…) Lid 2 De zorgaanbieder verplicht zich om klantgerichte, kwalitatief verantwoorde, doelmatige en doeltreffende zorg te leveren. Hieronder wordt verstaan: De zorgaanbieder biedt goede zorg en neemt bij het verlenen van zorg de eisen in acht die volgens de algemeen aanvaarde professionele standaard redelijkerwijs aan de te leveren zorg mogen worden gesteld en handelt in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving waaronder de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) en de Wet zorg en dwang (Wzd). Deze zorg voldoet aan de definitie van gepast gebruik. Teneinde aan deze verplichtingen te kunnen voldoen, beschikt de zorgaanbieder over voldoende gekwalificeerd personeel. Het personeel kan de (potentiële) klanten en het Zorgkantoor in tenminste de Nederlandse taal te woord staan. (…) Hoofdstuk 6: Fraude en niet nakoming Artikel 17: Fraude (…) Lid 2 De zorgaanbieder verliest bij fraude het recht op vergoeding uit hoofde van deze overeenkomst, onverminderd zijn verplichting zorg te blijven leveren. (…) Artikel 18: Niet nakoming (…) Lid 3 In geval van niet nakoming van de verplichtingen uit deze overeenkomst, behoudt het Zorgkantoor zich het recht voor de overeenkomst (gedeeltelijk) te ontbinden. (…) Hoofdstuk 7: Duur en einde overeenkomst Artikel 19: Duur en einde van deze overeenkomst (…) Lid 3 Deze overeenkomst kan met onmiddellijke ingang, zonder gerechtelijke tussenkomst, geheel of gedeeltelijk worden beëindigd: a. Indien de Wlz-uitvoerder dan wel Zorgkantoor niet meer voldoet aan de desbetreffende definities genoemd in de begrippenlijst van deze overeenkomst en/of indien de zorgaanbieder niet meer voldoet aan de voorwaarden die gesteld zijn om in aanmerking te komen voor deze overeenkomst; (…) m. Door het Zorgkantoor, indien een uitsluitingsgrond zoals opgenomen in bijlage 3A Bestuursverklaring Wlz op de zorgaanbieder van toepassing is of wordt. (…) Lid 5 In geval van beëindiging van deze overeenkomst of beëindiging van de bedrijfsvoering van de zorgaanbieder werkt de zorgaanbieder mee aan de continuïteit van de zorgverlening aan de klanten. De zorgaanbieder werkt mee aan een zorgvuldige overdracht van klanten aan een andere, gecontracteerde, zorgaanbieder naar keuze van de klant en doet dit in overleg en na akkoord van het Zorgkantoor. De zorgaanbieder stelt op verzoek van het Zorgkantoor onverwijld een lijst ter beschikking met daarop de klantgegevens van de klanten die bij hem in zorg zijn. Tevens treedt de zorgaanbieder in overleg met het Zorgkantoor inzake de overdracht van de klanten. Indien geen overdracht kan plaatsvinden, blijft voor wat betreft de tarieven maximaal het overeengekomen tariefpercentage van het desbetreffende jaar van toepassing. (…)” 2.5. In de zorgovereenkomst staat onder I.F. dat de contractuele relatie tussen partijen mede wordt beheerst door de bijgevoegde bijlages, waaronder bijlage 3: Bestuursverklaring Wlz. Hierin staat op pagina 6: “B. Gronden die verband houden met de betaling van belastingen of sociale premies De zorgaanbieder verklaart door aan te vinken dat hij zijn verplichtingen zoals bedoeld in de hieronder staande uitsluitingsgrond niet heeft geschonden:  De zorgaanbieder heeft voldaan aan al zijn verplichtingen met betrekking tot de betaling van belastingen of sociale premies, zowel in het land waar hij is gevestigd als in de lidstaat van het inkopend zorgkantoor indien dit een ander land is dan het land van vestiging.” ZR heeft dit vakje aangekruist in de door haar op 24 juli 2023 voor akkoord ondertekende bestuursverklaring. 2.6. Op grond van de Wlz heeft Menzis de verplichting om maatregelen te treffen ter voorkoming van onnodige zorg en onnodige uitgaven. Hiervoor heeft zij verschillende controlebevoegdheden, waaronder materiële controle, detailcontrole en fraudeonderzoek (art. 9.1.2. Wlz). In de Regeling langdurige zorg (Rlz) zijn hiervoor nadere regels gegeven (art. 7.1 t/m 7.11 Rlz). 2.7. In een brief van 18 september 2024 brengt Menzis Zorg en Research op de hoogte van een onderzoek dat zij wil uitvoeren naar de rechtmatigheid van de declaraties van Zorg en Research en nodigt zij [eiser 1] als vennoot van Zorg en Research uit voor een gesprek. 2.8. In een brief van 14 november 2024 schrijft Menzis aan Zorg en Research, voor zover hier van belang: “Op donderdag 26 september 2024 hebben wij met [eiser 1] en [eiser 2] gesproken naar aanleiding van signalen die we hadden verkregen. Met deze brief delen wij u mede dat we, ten behoeve van Stichting Zorgkantoor Menzis, hebben besloten over te gaan tot een nader onderzoek naar de rechtmatigheid van declaraties in het kader van de Wet langdurige zorg (Wlz). Aanleiding onderzoek Naar aanleiding van de signalen en het gesprek zijn we overeengekomen dat u ons een deel van de administratie zou doen toekomen, namelijk urenregistraties. Hiervan is door u aangegeven dat dit de werkelijk geleverde zorguren per medewerker en per cliënt betroffen. De verkregen administratieve stukken in combinatie met het gesprek en de signalen zijn voor ons aanleiding een nader onderzoek in te stellen naar de rechtmatigheid van de geleverde en gedeclareerde zorg door Zorg en Research Enschede (…) Juridisch kader onderzoek Wij baseren het onderzoek op artikel 7.8 en 7.10 van de Regeling langdurige zorg (Rlz), alsmede op artikel 9.1.2 lid 1 onder i van de Wlz. Doel van het onderzoek Met behulp van het onderzoek willen wij vaststellen in hoeverre de gedeclareerde zorg ook daadwerkelijk is geleverd aan de verzekerden uit de Wlz. (…) Opvragen documenten Wij zijn van mening dat wij enkel onderzoek kunnen uitvoeren naar de rechtmatigheid van declaraties en daarmee de persoonsgebonden budgetten van de betreffende cliënten door het beoordelen van documenten uit uw administratie en door middel van een dossiercontrole omdat uitsluitend uit het dossier van een verzekerde blijkt welke zorg er daadwerkelijk op welk moment aan de verzekerde is geleverd. De grondslag voor deze dossiercontrole is te vinden in artikel 9.1.2. lid 1 onder i en lid 6 van de Wlz. (…)” 2.9. Na deze brief levert Zorg en Research extra stukken aan en nodigt Menzis haar uit voor een gesprek op 20 februari 2025. Voorafgaand aan dat gesprek stuurt Menzis op 17 februari 2025 Zorg en Research haar voorlopige inzichten van het onderzoek, waarin onder meer staat dat Zorg en Research volgens Menzis meer uren declareert dan de geleverde zorg, dat onduidelijk is of Zorg en Research reistijd declareert en dat Zorg en Research zorg declareert terwijl de betreffende zorgverleners van Zorg en Research op die momenten ook zorg leveren in Donderen bij De Zorg van Toen. In een samenvatting van het gesprek van 20 februari 2025 staat dat partijen onder meer spreken over de overlapping in zorg in Enschede en Donderen. Zorg en Research geeft daarin onder andere de verklaring dat zij ook telefonische zorg aan cliënten in Enschede levert terwijl zij in Donderen aanwezig zijn. In een e-mailbericht van 28 februari 2025 stuurt Menzis een werkstaat van De Zorg van Toen mee. 2.10. Op 19 juni 2025 stuurt Menzis Zorg en Research haar voorlopige conclusies toe en stelt Zorg en Research in de gelegenheid om te komen met een schriftelijke reactie. Op 16 september 2025 stuurt Zorg en Research haar inhoudelijke reactie. 2.11. In een e-mailbericht van 3 december 2025 bericht Menzis Zorg en Research dat de inhoudelijke reactie niet tot een andere conclusie leidt en dat zij het onderzoek wenst af te ronden. In dit bericht neemt Menzis op dat de kern van het verwijt is dat op twee verschillende locaties op hetzelfde moment zorg is geregistreerd en gedeclareerd. 2.12. In een onderzoeksrapport Zorg en Research Enschede van 9 januari 2026 staat, voor zover hier van belang: “ 1. Samenvatting Dit rapport is opgesteld ten behoeve van het fraudeonderzoek naar declaraties van Zorg en Research VOF (hierna: Z&R). De onderzoeksperiode betreft oktober 2023 tot en met augustus 2024. Het onderzoeksresultaat is dat Zorgkantoor Menzis fraude bewezen acht. In augustus 2024 krijgt het zorgkantoor een melding van een externe bron. Deze bron is uitvoerig gesproken en al snel wordt duidelijk dat deze bron niet de enige is die zeer expliciete informatie wil verstrekken. In de weken erna meldt zich een tweede persoon met expliciete en concrete aanwijzingen, voorzien van documenten, om aan te duiden dat mogelijk sprake is van misbruik van zorggelden door Z&R. (…) Het onderzoek Voorafgaand aan het onderzoek zijn onderzoeksvragen geformuleerd. Eén van die vragen is of de door Z&R gedeclareerde zorg in de periode december 2023 tot en met augustus 2024 overeenkomt met de zorg die zij geleverd hebben? Op basis van de administratieve documenten van Z&R, de administratieve documenten van De Zorg van Toen, locatie Donderen en de gesprekken met de vennoten, bronnen en (ex)- cliënten is een totaalbeeld ontstaan. De bevindingen zijn dat gedurende de periode oktober 2023 tot en met mei 2024 de zorg in Enschede aan cliënten van Z&R slechts gedeeltelijk kan hebben plaatsgevonden. Feit is dat een aantal medewerkers van Z&R alsmede ook de [eisers] tijdelijk in dienst waren van De Zorg van Toen. Feit is ook dat de enkele reisafstand tussen Enschede en Donderen zo’n 1 uur en 45 minuten behelst. Feit is ook dat ten tijde van de werkzaamheden op de locatie Donderen medewerkers alleen werkzaam waren en dat men en niet de mogelijkheid had de groep te verlaten. Er was dan geen ander personeelslid om de werkzaamheden over te nemen. Door het onderzoek is komen vast te staan dat Z&R bij Menzis getracht heeft de indruk te wekken dat er fysiek zorg in Enschede is geleverd, zoals overeenkomstig de urenregistraties en de dagrapportage ’s, gedurende de periode dat men ook voor De Zorg van Toen op de locatie in Donderen werkzaam was. Hiermee stelt Menzis dat sprake is van valsheid in geschrifte en oplichting/ bedrog jegens Menzis, ten behoeve van eigen financieel gewin. (…) 6. Conclusie (…) Conclusie Op meerdere dagen in de maand december 2023 kan de zorg op de Z&R locatie Enschede niet geleverd zijn, dit omdat de eerdergenoemde administratieve stukken en de verklaringen van [eiser 2] en [eiser 1] aantonen dat de zorgverlener(s) feitelijk op de locatie Donderen heeft/ hebben gewerkt. Hoewel de zorgverlener(s) zowel voor de werkzaamheden bij Z&R Enschede als voor de werkzaamheden op locatie Donderen is/zijn verloond tonen de gefiatteerde uren in Donderen en de verklaring, betreffende het “alleen” draaien van de diensten op locatie Donderen, van [eiser 2] en [eiser 1] aan dat de diensten op de locatie Donderen feitelijk zijn gewerkt en niet bij Z&R Enschede. De informatie rondom de feitelijk gewerkte diensten op de locatie Donderen staan haaks op de van Z&R Enschede ontvangen dagrapportages en urenregistraties over de geleverde zorg in Enschede. Dagrapportages welke op basis van de inhoud de indruk geven dat de betreffende medewerker fysiek in Enschede aanwezig zou zijn geweest, echter waarvan we nu kunnen concluderen dat deze niet correct kunnen zijn daar deze medewerker op dat moment aan het werk was op de locatie Donderen. Het geconstateerde patroon van de maand december 2023 is ook zichtbaar in de maanden erna tot aan medio 2024. Niet alleen de administratieve stukken benadrukken de constateringen welke zijn gedaan in het onderzoek. Het feitelijk geconstateerde, dat er op bepaalde momenten geen zorglevering bij Z&R Enschede heeft plaats gevonden, onderschrijven de inhoud van de signalen. Ook de verklaringen van meerdere direct betrokkenen geven eenzelfde beeld. Er is gesproken met (ex)zorgverleners en zorginstanties, (ex)cliënten, bewindvoerders en familieleden van cliënten. Zij schetsen allen het beeld dat er niet tot nauwelijks zorg door Z&R is geleverd en door de cliënten van Z&R Enschede is ontvangen. Daarnaast heeft het Zorgkantoor van meerdere omwonenden van woonlocaties van Z&R Enschede de afgelopen jaren meerdere signalen op schrift ontvangen die eveneens een beeld schetsen van het niet leveren van zorg, zorgverwaarlozing en overlast van bewoners van de diverse panden van Z&R Enschede. Ook recentelijk heeft het zorgkantoor nog een melding van omwonenden ontvangen waarbij ook nu nog steeds de rode draad van de melding het niet leveren van zorg, zorgverwaarlozing en overlast is. Willens en wetens heeft Z&R bij het zorgkantoor de indruk gewekt, en met de door hen aangeleverde administratieve onderbouwing getracht aan te tonen, dat de zorg in Enschede zou zijn geleverd. Gelet op al het bovenstaande, verwerkt in het rapport, is dit beeld diffuus en niet correct en toont het onderzoek hiermee aan dat Z&R valsheid in geschrifte heeft gepleegd en sprake is van oplichting en bedrog. Door het niet leveren maar wel declareren van de zorg heeft Z&R de cliënten hun recht op goede zorg ontnomen en tevens het zorgstelsel ondermijnt waardoor het vertrouwen in de zorgsector in gevaar wordt gebracht. (…) 6.1 Aanbevelingen aan Menzis zorgkantoor - Ontbinden contract tussen Zorgkantoor Menzis en Z&R - Vorderen van onterechte uitbetaalde declaraties van Z&R waar vaststaat dat sprake is van het feit dat deze zorg niet geleverd kan zijn. 6.2 Opbouw financieel nadeel Bij de vaststelling van de bewezenverklaarde fraude, zijn we uitgegaan van de feitelijk te bewijzen onrechtmatige/ frauduleuze declaraties. De berekening is gemaakt op basis van een vergelijk tussen de urenregistraties Donderen en Enschede en daarbij meegenomen de uren die [eiser 2] heeft berekend vanuit zijn JWHH Holding ten aanzien van de maand december 2023. Waarom uitgegaan van deze registraties? Welnu om het feit dat meerdere bronnen en documenten aantonen dat de zorg in Donderen heeft plaatsgevonden. Vergelijk je de uren die zouden zijn geleverd in Enschede door Z&R, dan wordt bevestigd dat de uren zorg in Enschede niet geleverd kunnen zijn. Menzis is in haar oordeel nog voorzichtig gebleven en alleen uitgegaan van de feitelijke constateringen. Een ander uitgangspunt zou kunnen zijn dat Menzis alle declaraties van Z&R over genoemde periode afkeurt. De reden hiervoor is dat uit meerdere verklaringen (ex cliënten en ex-medewerkers) blijkt dat cliënten nagenoeg geen zorg ontvangen, maar dat de zorg bestaat uit ‘bed, bad en brood’. De feitelijk geconstateerde frauduleuze declaraties bevat een bedrag van €43.627,45. Hierbij gaat het om een constatering over de periode november 2023 tot en met augustus 2024. 6.3 Opleggen maatregelen - EVR Registraties vennoot [eiser 1] [eiser 2] (sinds 1-1-2025 tevens vennoot van Z&R) en rechtspersoon Zorg en Research VOF (…) en voormalig vennoot [naam] (vennoot over de periode waarop het onderzoek betrekking had). - Aangifte van oplichting en bedrog en valsheid in geschrifte door Z&R VOF, vennoten [eiser 1], [eiser 2] en voormalig vennoot [naam] - Melden bij Informatieknooppunt Zorgfraude (IKZ). - SODA schadeberekening van €1421,25,- op Zorg en Research VOF, voor indirecte schade door interne werkzaamheden. (…)” 2.13. In een brief van 12 januari 2026 schrijft Menzis aan de advocaat van Zorg en Research, voor zover hier van belang: “Uw schriftelijke zienswijze heeft bij Menzis echter niet geleid tot andere inzichten ten aanzien van de voorlopige bevindingen. (…) De door Menzis gedane constateringen, welke met bewijsstukken zijn onderbouwd, zijn voor Menzis bepalend ten aanzien van de oordeelsvorming over de administratie van Zorg & Research. Menzis houdt zich aan de eerder gestelde bevindingen en laat u weten dat Menzis de voorlopige bevindingen hiermee formaliseert en definitieve conclusies verbindt aan het onderzoek. Menzis acht een deel van de declaraties door Z&R als bewezen fraude. (…) Gevolgen Menzis stelt u, in uw hoedanigheid van advocaat van Zorg & Research VOF, hierbij formeel in kennis van het besluit van Menzis om de hiervoor genoemde overeenkomst tussen Menzis en Zorg & Research VOF met onmiddellijke ingang te beëindigen. De door Menzis geconstateerde feiten en omstandigheden hebben aangetoond dat sprake is van fraude waardoor het nemen van deze beslissing onvermijdelijk is gebleken. Verdere gevolgen Naast het feit dat de tussen Zorg & Research VOF en Menzis gesloten overeenkomst per direct eindigt zullen de cliënten die met hun Wlz indicatie en op basis van de voorgenoemde overeenkomst zorg kunnen krijgen bij Zorg & Research, actief worden begeleid naar een andere zorgaanbieder. Gezien de aard en ernst van de bevindingen die tot dit besluit hebben geleid, heeft Menzis daarnaast besloten om aangifte te doen van oplichting/ bedrog en valsheid in geschrifte tegen de rechtspersoon Zorg & Research VOF, vennoot [eiser 1] en vennoot [eiser 2] en voormalig vennoot [naam]. Valsheid in geschrifte is gepleegd door het opstellen van valse urenregistraties, rapportages en declaraties, welke zijn bedoeld om tot bewijs te dienen van geleverde zorg. Ook is sprake van oplichting/bedrog door middels van valse urenregistraties, rapportages en declaraties het zorgkantoor willens en wetens de indruk te geven dat sprake is van geleverde zorg, terwijl de zorg niet is geleverd. Daarnaast neemt Menzis de persoonsgegevens van [eiser 1], [eiser 2] en [naam] en de rechtspersoon Zorg & Research VOF gedurende de periode van acht jaar op in het Extern Verwijzingsregister (EVR) van de Stichting CIS. (…)” 2.14. Menzis bericht vervolgens de (contactpersonen van) de cliënten van Zorg en Research en stuurt een mediabericht uit over de beëindiging van de zorgovereenkomst met Zorg en Research wegens fraude. 2.15. Tussen de advocaten van partijen vindt daarna overleg plaats en worden stukken uitgewisseld. 2.16. In een e-mailbericht van 27 februari 2026 schrijft de advocaat van Menzis: “Menzis Zorgkantoor ziet echter geen heil in het door laten lopen van de overeenkomst, terwijl partijen de fraude nader verifiëren. Zoals ik u al telefonisch vertelde, is wat Menzis Zorgkantoor betreft de tussen partijen gesloten overeenkomst beëindigd, op grond van fraude dan wel op grond van de sindsdien ontdekte maar reeds lange tijd bestaande belastingschuld. Ook bestaat bij Menzis Zorgkantoor grote twijfel over de kwaliteit van de geleverde zorg. Volgens Menzis Zorgkantoor is aanvulling van de grondslag van de beëindiging achteraf juridisch mogelijk. Maar voor zover noodzakelijk beëindigt Menzis Zorgkantoor de overeenkomst hierbij alsnog met onmiddellijke ingang. Menzis Zorgkantoor doet dit op grond van artikel 19 lid 3 onder m van deel III de overeenkomst. Er is namelijk een uitsluitingsgrond uit de bestuursverklaring van toepassing, zijnde het (al ruime tijd) niet voldoen aan de belastingverplichtingen. Daarnaast ontbindt Menzis Zorgkantoor de overeenkomst op grond van artikel 18 lid 3 van deel III van de overeenkomst, omdat de gedeclareerde zorg niet beantwoordt aan de gesloten overeenkomst.” 2.17. In een brief van 2 maart 2026 sommeert (de advocaat van) Zorg en Research Menzis om, kort gezegd, alle maatregelen terug te draaien en betwist Zorg en Research dat sprake is van nieuwe beëindigingsgronden, zijnde een belastingschuld en zorgen over de kwaliteit van zorg. 2.18. In een e-mailbericht van 6 maart 2026 schrijft Menzis aan Zorg en Research, voor zover hier van belang: “ De fraude Het fraudeonderzoek naar Zorg en Research Enschede (Z&R) heeft aardig wat voeten in de aarde gehad. Zoals het Zorgkantoor al eerder schreef, had dat mede als oorzaak dat Z&R veel ontkende, maar haar tegenwerpingen nauwelijks verifieerbaar onderbouwde. Dat had tot gevolg dat, gezien het bewijsmateriaal op dat moment, Menzis niet anders kon dan tot de conclusie komen dat sprake was van fraude. In de afgelopen periode heeft Z&R toch een aantal stukken opgestuurd. Deze stukken heeft Menzis, binnen de haar gegunde tijd, geanalyseerd en zij is tot de conclusie gekomen dat er op dit moment onvoldoende vast staat dat sprake is van fraude. Ik schrijf met nadruk op dit moment, want er zijn nog dermate veel open eindjes dat het fraudeonderzoek zal worden voortgezet. De hiervoor genoemde conclusie maakt dat Menzis vooralsnog de fraude classificatie zal intrekken. Volgende week zal een bericht op de website van Menzis worden geplaatst om dit openbaar te maken en eveneens zal een bericht van die strekking worden verstuurd aan iedereen die destijds door Menzis over de fraude classificatie was geïnformeerd. (…) De overeenkomst Menzis blijft van mening dat de overeenkomst tussen Menzis en Z&R op per 12 januari 2026, dan wel per 27 februari 2026, is geëindigd. Artikel 19 lid 3 onder m van deel 3 van de Overeenkomst 2024-2026 Menzis Zorgkantoor – Zorgaanbieder Wlz stelt dat de overeenkomst door Menzis met onmiddellijke ingang kan worden beëindigd wanneer een uitsluitingsgrond in bijlage 3A Bestuursverklaring Wlz op de zorgaanbieder van toepassing is of wordt (ik onderstreep). Een uitsluitingsgrond in de door Z&R getekende bestuursverklaring is dat er geen sprake mag zijn van een belastingschuld. Deze uitsluitingsgrond was ten tijde van de beëindiging van toepassing en dus had Menzis het recht om de overeenkomst te beëindigen. Namens Z&R is betoogd dat geen sprake was van een opeisbare belastingschuld wegens een uitstel van betaling, maar dat is onjuist. Bijgevoegd vindt u een verklaring van de Belastingdienst waaruit blijkt dat een op 28 april 2023 verleend uitstel op 22 februari 2024 is ingetrokken en niet opnieuw is verleend. Per 22 februari 2024 was de hiervoor genoemde uitsluitingsgrond dus op Z&R van toepassing en sindsdien heeft Menzis het recht om de overeenkomst te beëindigen. (…)” 2.19. In een e-mailbericht van 13 maart 2026 schrijft Menzis aan Zorg en Research, voor zover hier van belang: “Menzis heeft in de afgelopen week de zorginhoudelijke rapportages van de zorg in Donderen en in Enschede vergeleken met elkaar en de urenregistraties. Uit de eerste resultaten van die vergelijking blijkt dat, op momenten van samenloop, in Donderen wel degelijk werd gewerkt volgens de roosters. Ook blijkt uit de rapportages dat door dezelfde medewerker werd gesteld op hetzelfde moment zowel in Donderen als in Enschede te zijn. Bijgevoegd vindt u de eerste resultaten van het vergelijk. Aan het verstrekken van de onderliggende stukken wordt gewerkt, ik verwacht deze begin of halverwege volgende week op te kunnen sturen. Deze informatie staaft de fraudeclassificatie en Menzis zal deze op dit moment dan ook niet intrekken. Tegelijkertijd wil Menzis graag de reactie van Z&R weten als wederhoor voordat zij definitieve conclusies trekt. (…)” 2.20. De (advocaten van) partijen blijven met elkaar in gesprek, maar dit leidt niet tot een oplossing. 2.21. In een brief van 29 juni 2026 heeft de Belastingdienst aan Zorg en Research een schuldoverzicht gestuurd. In dit schuldoverzicht zijn de schulden van Zorg en Research opgenomen vanaf 7 december 2022 tot en met 2026. In totaal staat op 29 juni 2026 een bedrag open van € 55.903,00. 3 Het geschil in conventie 3.1. Zorg en Research vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis - samengevat - uitvoerbaar bij voorraad: primair: Menzis beveelt om per direct de beëindiging zorgovereenkomst met Zorg en Research per 12 januari 2026, althans per 27 februari 2026 althans per 13 maart 2026 ongedaan te maken en de overeenkomst te blijven nakomen, totdat er een uitspraak is in de bodemprocedure, op straffe van verbeurte van een dwangsom, Menzis verbiedt de in het besluit van 12 januari 2026 genoemde (fraude)maatregelen uit te voeren en Menzis verbiedt om cliënten van Zorg en Research, het personeel van Zorg en Research, de media en/of andere derden te berichten of te benaderen over het besluit van 12 januari 2026 en/of het besluit van 27 februari 2026 en/of het besluit van 13 maart 2026 en de beëindiging van de overeenkomst met Zorg en Research totdat er een uitspraak is in de bodemprocedure, op straffe van verbeurte van een dwangsom, Menzis verbiedt de zorg aan cliënten van Zorg en Research toe te wijzen aan een andere zorgaanbieder zonder opdracht of toestemming van hen en Menzis gebiedt reeds ten onrechte toegewezen zorg aan een andere zorgaanbieder te herstellen, op straffe van verbeurte van een dwangsom, Menzis veroordeelt om de door Zorg en Research verleende en nog te verlenen zorg aan cliënten van Menzis vanaf 12 januari 2026 te vergoeden, Menzis gebiedt om binnen een week met een bericht op haar website en een (pers)bericht aan alle door haar over de beëindiging wegens fraude geïnformeerde partijen en media haar eerdere berichtgeving volledig in te trekken onder verwijzing naar dit vonnis, subsidiair: Menzis beveelt om per direct de beëindiging zorgovereenkomst met Zorg en Research per 12 januari 2026 ongedaan te maken en de overeenkomst te blijven nakomen tot in ieder geval 27 september 2026 (27 februari 2026 + een half jaar overgangstermijn), op straffe van verbeurte van een dwangsom, Menzis verbiedt de in het besluit van 12 januari 2026 genoemde (fraude)maatregelen uit te voeren en Menzis verbiedt om cliënten van Zorg en Research, het personeel van Zorg en Research, de media en/of andere derden te berichten of te benaderen over het besluit van 12 januari 2026 en/of het besluit van 27 februari 2026 en/of het besluit van 13 maart 2026 en de beëindiging van de overeenkomst met Zorg en Research tot in ieder geval 27 september 2026 (27 februari 2026 + een half jaar overgangstermijn), op straffe van verbeurte van een dwangsom, Menzis verbiedt de zorg aan cliënten van Zorg en Research toe te wijzen aan een andere zorgaanbieder zonder opdracht of toestemming van hen en Menzis gebiedt reeds ten onrechte toegewezen zorg aan een andere zorgaanbieder te herstellen, op straffe van verbeurte van een dwangsom, Menzis veroordeelt om de door Zorg en Research verleende en nog te verlenen zorg aan cliënten van Menzis vanaf 12 januari 2026 tot in ieder geval 27 september 2026 te vergoeden, Menzis gebiedt om binnen een week met een bericht op haar website en een (pers)bericht aan alle door haar over de beëindiging wegens fraude geïnformeerde partijen en media haar eerdere berichtgeving volledig in te trekken onder verwijzing naar dit vonnis, meer subsidiair: Menzis beveelt om per direct de beëindiging zorgovereenkomst met Zorg en Research per 12 januari 2026 ongedaan te maken en de overeenkomst te blijven nakomen tot in ieder geval 27 februari 2026, op straffe van verbeurte van een dwangsom, Menzis verbiedt de in het besluit van 12 januari 2026 genoemde (fraude)maatregelen uit te voeren en Menzis verbiedt om cliënten van Zorg en Research, het personeel van Zorg en Research, de media en/of andere derden te berichten of te benaderen over het besluit van 12 januari 2026 en/of het besluit van 27 februari 2026 en/of het besluit van 13 maart 2026 en de beëindiging van de overeenkomst met Zorg en Research tot in ieder geval 27 februari 2026, op straffe van verbeurte van een dwangsom, Menzis veroordeelt om de door Zorg en Research verleende en nog te verlenen zorg aan cliënten van Menzis vanaf 12 januari 2026 tot in ieder geval 27 februari 2026 te vergoeden, meer meer subsidiair: Menzis verbiedt de in het besluit van 12 januari 2026 genoemde (fraude)maatregelen waaronder aangifte en opname in het EVR-register van de persoonsgegevens van de vennoten wegens fraude, uit te voeren totdat er een uitspraak is in de bodemprocedure, op straffe van verbeurte van een dwangsom, Menzis gebiedt om binnen een week met een bericht op haar website en een (pers)bericht aan alle door haar over de beëindiging wegens fraude geïnformeerde partijen en media haar eerdere berichtgeving volledig in te trekken onder verwijzing naar dit vonnis, meer meer meer subsidiair: 1. Menzis verbiedt de in het besluit van 12 januari 2026 genoemde (fraude)maatregelen waaronder aangifte en opname in het EVR-register van de persoonsgegevens van de vennoten wegens fraude, uit te voeren totdat er een uitspraak is in de bodemprocedure, op straffe van verbeurte van een dwangsom, meer meer meer meer subsidiair: de voorzieningen te treffen die uw voorzieningenrechter noodzakelijk dan wel geschikt acht, in alle gevallen: Menzis veroordeelt in de proceskosten en de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente. 3.2. Zorg en Research legt aan haar vorderingen, kort samengevat, ten grondslag dat Menzis de zorgovereenkomst ten onrechte heeft beëindigd. Daartoe stelt Zorg en Research dat het fraudeonderzoek niet alleen onrechtmatig, maar ook, vanwege het ontbreken van hoor- en wederhoor, onzorgvuldig is uitgevoerd en dat het onderzoek niet kan leiden tot de conclusie dat zij heeft gefraudeerd. Zorg en Research stelt ook dat de later door Menzis toegevoegde gronden voor beëindiging niet kunnen leiden tot een rechtmatige beëindiging van de zorgovereenkomst. Het zonder deugdelijke grond tot het besluit komen om de zorgovereenkomst per direct te beëindigen heeft grote gevolgen voor haar en haar cliënten, aldus Zorg en Research. Naast dat het besluit is genomen zonder deugdelijke grond, is het volgens Zorg en Research ook onevenredig, buitenproportioneel en in strijd met de redelijkheid en billijkheid die Menzis als contractspartij in acht dient te nemen. Zorg en Research stelt dat Menzis na het besluit ook onrechtmatig heeft gehandeld door de pers op de hoogte te stellen van de fraude, terwijl van fraude aantoonbaar geen sprake is. Deze berichtgeving moet worden ingetrokken, aldus Zorg en Research. Tot slot stelt Zorg en Research dat, nu van vastgestelde fraude geen sprake is, er geen grond bestaat voor de aangekondigde fraudemaatregelen, die voor haar en haar vennoten grote gevolgen kunnen hebben. 3.3. Menzis voert verweer. Menzis concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Zorg en Research, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Zorg en Research, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Zorg en Research in de kosten van deze procedure, vermeerderd met wettelijke rente. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 Het geschil in (voorwaardelijke) reconventie 4.1. Menzis vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis - samengevat - uitvoerbaar bij voorraad: Zorg en Research en haar vennoten, hoofdelijk, gebiedt om binnen drie dagen na het in deze te wijzen vonnis (i) Menzis een lijst ter beschikking te stellen met daarop de cliëntgegevens van de cliënten die (nog) bij Zorg en Research in zorg zijn, (ii) in overleg te treden met Menzis ter zake de overdracht van deze cliënten en (iii) onvoorwaardelijk mee te werken aan de zorgvuldige overdracht van cliënten en clientgegevens aan een andere gecontracteerde zorgaanbieder naar keuze van de client, Zorg en Research en haar vennoten, hoofdelijk, verbiedt cliënten op welke wijze dan ook te benaderen met het doel hen te bewegen een persoonsgebonden budget aan te vragen met Zorg en Research als partij die de zorg verleent, één en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom. 4.2. Menzis legt aan haar vordering ten grondslag dat Zorg en Research haar contractuele verplichting tot het meewerken aan een zorgvuldige overdracht van haar cliënten naar een andere gecontracteerde zorgaanbieder naar keuze van de cliënt niet nakomt. Verder probeert Zorg en Research haar cliënten te bewegen om door middel van het aanvragen van een persoonsgebonden budget zorg van haar te blijven afnemen. 4.3. Zorg en Research voert verweer. 4.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 5 De beoordeling in conventie 5.1. Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat Zorg en Research daarbij een spoedeisend belang heeft. Een vordering in kort geding is verder alleen toewijsbaar als aannemelijk is dat dezelfde of een vergelijkbare vordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vorderingen aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Voor nadere bewijslevering is in kort geding, vanwege de aard van de procedure, geen plaats. Of de gevraagde voorzieningen worden verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen. 5.2. Uit de stellingen van Zorg en Research volgt dat zij een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen, wat op zichzelf ook niet door Menzis is betwist. De rechtmatigheid van het fraude onderzoek 5.3. Zorg en Research stelt dat het fraudeonderzoek niet aan de wet- en regelgeving voldoet, omdat volgens haar een specifiek controleplan ontbreekt, Menzis aan haar geen uitleg en toelichting heeft gegeven en niet duidelijk heeft gemaakt welke signalen precies aanleiding hebben gegeven tot het fraudeonderzoek, zodat het maar de vraag is of deze signalen voldoende basis bieden voor het starten van een fraudeonderzoek. 5.4. Menzis voert aan dat het fraudeonderzoek voldoet aan de voorwaarden en vereisten uit de Wlz en de Rlz en dat zij dit fraudeonderzoek is gestart na concrete signalen en indicaties die redelijkerwijs aanleiding gaven tot het onderzoek. Met de brief van 14 november 2024 heeft zij voldaan aan de eis van het vaststellen en naar Zorg en Research communiceren van het specifieke controledoel, aldus Menzis. 5.5. Uit de door Menzis aangehaalde toelichting bij de Rlz -die door Zorg en Research verder niet ter discussie is gesteld- volgt dat de op grond van artikel 7.8, eerste lid, geldende voorwaarden voor de uitvoering van een detailcontrole in het kader van een materiële controle niet onverkort gelden voor een fraudeonderzoek. Er behoeft aldus niet een specifieke risicoanalyse of een specifiek controleplan te worden opgesteld. Voldoende is dat een Wlz uitvoerder uit de uitgevoerde algemene controle of uit andere bron indicaties bereiken dat mogelijk sprake is van fraude. Dan zal de verzekeraar een detailcontrole uitvoeren op basis van de concrete omstandigheden. Daarvoor is wel vereist dat de Wlz-uitvoerder een specifiek controledoel moet vaststellen en moet aangeven welke gegevens hij wil inzien met welk doel. Menzis heeft voldoende toegelicht wat voor haar de concrete indicaties waren dat er mogelijk sprake was van fraude. Dit heeft Zorg en Research niet (meer) betwist. Verder heeft te gelden dat Menzis met de brief van 14 november 2024 (zie 2.8) het specifieke controledoel heeft opgesteld en met Zorg en Research heeft gedeeld. Dit betekent dat vooralsnog niet aannemelijk is geworden dat het fraudeonderzoek is gestart zonder dat het aan de toepasselijke wet- en regelgeving voldoet. De zorgvuldigheid van het fraudeonderzoek; de eisen van hoor- en wederhoor 5.6. Een ander verwijt van Zorg en Research is dat het fraudeonderzoek niet zorgvuldig is geweest, dat het onderzoek niet objectief is uitgevoerd en dat geen hoor- en wederhoor is toegepast. Ter onderbouwing stelt Zorg en Research onder meer dat zij pas na het beëindigingsbesluit van 12 januari 2026 is geïnformeerd over de vermeende samenloop tussen de zorgverlening in Donderen en de zorgverlening in Enschede. Hierin kan zij niet worden gevolgd. Wat dit laatste betreft volgt uit de stukken dat Zorg en Research in ieder geval vanaf 17 februari 2025 bekend was met het feit dat Menzis ook onderzoek deed naar overlap in zorgmomenten tussen Donderen en Enschede. Dat Menzis pas op 23 januari 2026 (dat wil zeggen na haar besluit tot beëindiging) de volledige onderliggende informatie aan Zorg en Research heeft verstrekt, kan er niet toe leiden dat het fraudeonderzoek als onzorgvuldig moet worden aangemerkt. Immers was dit verwijt niet alleen al vanaf februari 2025 bekend bij Zorg en Research, maar heeft Menzis ook in haar e-mailbericht van 3 december 2025 expliciet opgenomen dat het grootste verwijt erop ziet dat op twee verschillende locaties op hetzelfde moment zorg is geregistreerd en gedeclareerd. En na het verstrekken van de onderliggende stukken op 23 januari 2026 heeft Zorg en Research nog de mogelijkheid gehad om daarop te reageren. Menzis heeft zelfs haar fraudeconclusie ‘on hold’ gezet in afwachting van een inhoudelijke verklaring van Zorg en Research omtrent de overlap. Volgens Menzis is een afdoende verklaring vervolgens uitgebleven. Dit betekent dat niet gezegd kan worden dat er geen zorgvuldig onderzoek met hoor- en wederhoor heeft plaatsgevonden. Ook ten aanzien van de in het e-mailbericht van 27 februari 2026 opgenomen nieuwe beëindigingsgronden (1. de belastingschuld en 2. de kwaliteit van de zorg) heeft te gelden dat uit de stukken blijkt dat er genoeg mogelijkheid aan Zorg en Research is geboden om haar visie naar voren te brengen. Dat Menzis direct een fraudeonderzoek is gestart is, gelet op de door Menzis aangedragen signalen die hebben geleid tot de beslissing voor dit onderzoek, vooralsnog ook niet als onzorgvuldig aan te merken. Dit betekent dat er in dit kort geding vooralsnog geen aanwijzingen zijn dat het fraudeonderzoek onzorgvuldig is uitgevoerd. De juistheid van de conclusies uit het fraudeonderzoek 5.7. Voor de beoordeling van de stellingen op dit punt stelt de voorzieningenrechter voorop dat de vordering van Zorg en Research ziet op het ongedaan maken van de beëindiging van de zorgovereenkomst tot het moment dat daarop in de reeds aanhangig gemaakte bodemprocedure is beslist. Voor toewijzing daarvan in kort geding is slechts plaats, indien kan worden aangenomen dat ook in de bodemprocedure toewijzing van de vordering tot ongedaanmaking te verwachten is, zoals ook hiervoor is overwogen. 5.8. Zorg en Research verwijt Menzis dat haar conclusies uit het fraudeonderzoek onjuist en onvolledig zijn en feitelijke onderbouwing missen. Van belang is dat Menzis drie verwijten aan haar besluit tot beëindiging van de zorgovereenkomst ten grondslag heeft gelegd. Dit zijn 1) er is sprake van fraude, 2) er zijn belastingschulden en 3) er zijn (ernstige) tekortkomingen in de kwaliteit van zorg. Menzis baseert haar fraudeconclusie op het onderzoeksrapport van 9 januari 2026 (opgenomen onder 2.12.) en heeft op basis van dat rapport op 12 januari 2026 de beslissing genomen om de zorgovereenkomst per direct te beëindigen. Later, op 27 februari 2026, heeft zij daar nog aan toegevoegd het verwijt dat Zorg en Research in strijd met de bestuursverklaring behorende bij de zorgovereenkomst een belastingschuld heeft en dat de zorg van Zorg en Research niet de vereiste kwaliteit heeft. 5.9. De voorzieningenrechter merkt eerst op dat partijen in dit kort geding een veelvoud aan producties hebben ingediend met een overvloed aan informatie, zonder in de processtukken concreet aan te geven wat zij met al die producties in het kader van dit kort geding willen bereiken. 5.10. Ondanks de onoverzichtelijkheid van de aldus ingediende producties is wel duidelijk geworden dat er een overlap is in de uren die Zorg en Research bij Menzis heeft gedeclareerd voor zorg verleend aan haar cliënten in Enschede en uren die dezelfde zorgverleners aan de cliënten van De Zorg van Toen in Donderen aan zorg hebben verleend. Deze conclusie is, anders dan Zorg en Research herhaaldelijk stelt, niet enkel gebaseerd op (dienst)roosters van De Zorg van Toen. Menzis heeft zich bij haar onderzoek ook gericht op cliëntrapportages, die door de medewerkers die zorg hebben verleend in Donderen zelf zijn opgesteld. Die cliëntrapportages heeft Menzis naast de (dienst)roosters gelegd en haar conclusies op de overlap daartussen gebaseerd. Daarnaast heeft Menzis nog zogenaamde logbestanden geraadpleegd, waaruit zij afleidt dat bepaalde medewerkers op bepaalde momenten de administratie in Donderen aan het bijwerken zijn. Zoals zij zelf naar voren brengt kan er op die tijdstippen geen zorg zijn verleend in Enschede. 5.11. Volgens Zorg en Research volgt uit het rapport van 9 januari 2026 dat het gaat om zorguren voor een totaal gedeclareerd bedrag van (slechts) € 43.627,45, waarbij zij in haar berekening in productie 55 al een bedrag van € 29.546,90 heeft verklaard, zodat slechts een bedrag van € 14.080,55 resteert waar tot nu toe nog geen verklaring voor is gevonden. Daargelaten dat de betreffende productie een omvangrijk bestand betreft waarbij Zorg en Research per declaratie kennelijk heeft getracht een verklaring te geven, heeft te gelden dat op zichzelf ook een (nog) onverklaarbaar bedrag van € 14.080,55 aan ontvangen zorggelden in beginsel voldoende kan zijn om zorgfraude aan te nemen. Immers kan niet gezegd worden dat voor die conclusie een minimum bedrag dient te gelden. Menzis betwist verder in het algemeen de juistheid van deze daags voor de zitting door Zorg en Research ingediende productie. Deze productie 55 kan, mede gelet op die betwisting van Menzis, op zichzelf er niet toe leiden dat de conclusie moet zijn dat aannemelijk is dat in een bodemprocedure zal blijken dat de conclusie van Menzis ten aanzien van de fraude onjuist is. 5.12. Daarbij helpt ook niet dat Zorg en Research de reden voor de overlap in uren steeds aanpast. De ene keer is de verklaring dat er telefonische zorg wordt verleend vanuit een andere zorglocatie en de andere keer dat een ander de gegevens in de cliëntrapportages op een bepaald tijdstip op naam van de betreffende zorgverlener heeft ingevuld, zodat die zorgverlener op diezelfde tijd ergens anders zorg heeft kunnen verlenen. Vervolgens is een verklaring gegeven dat er onderling geruild wordt en dat dit niet wordt bijgehouden en, tot slot, ter zitting nog, dat bijvoorbeeld vennoot [eiser 1] in de ochtend zorg in Enschede verleent en dat er iemand in Donderen in de middag voor haar waarneemt totdat ze van Enschede naar Donderen (ruim 1,5 uur reistijd) is gegaan om daar vervolgens een middag- en avonddienst te draaien. Deze laatste verklaring is op geen enkele wijze nader onderbouwd. Het indienen van whatsapp-berichten of bankafschrijvingen om aan te tonen dat de zorgverlener op een bepaald moment daadwerkelijk in Donderen dan wel Enschede is geweest, is onvoldoende om aannemelijk te maken dat het gehele fraudeonderzoek van Menzis niet kan kloppen. Op die manier wordt er slechts een enkele datum uit gehaald, terwijl Menzis gemotiveerd en met stukken onderbouwd heeft aangegeven dat het gaat om een veelheid aan data waarop sprake is van een overlap. Nader feitelijk onderzoek is nodig om meer duidelijkheid te krijgen over al die data en daarvoor moet een bodemprocedure worden gevolgd. De huidige procedure leent zich daar niet voor. 5.13. Met deze stand van zaken kan nu niet worden geconcludeerd dat Menzis ten onrechte de zorgovereenkomst heeft beëindigd en fraudemaatregelen heeft getroffen. De belastingschuld als grond voor beëindiging 5.14. Daar komt nog het volgende bij. Zorg en Research betwist niet dat zij ten tijde van het invullen van de bestuursverklaring (24 juli 2023) een belastingschuld had noch dat er in de jaren daarna nieuwe schulden bij de Belastingdienst zijn ontstaan. Vast staat dat zij op de bestuursverklaring heeft aangevinkt dat zij heeft voldaan aan al haar verplichtingen met betrekking tot het betalen van belastingen of sociale premies. Zorg en Research stelt dat zij dit heeft aangevinkt en ook heeft mogen aanvinken omdat zij een betalingsregeling met de Belastingdienst had getroffen en daarmee voldeed aan haar verplichtingen. Zij verwijst in dit verband naar een brief van haar boekhouder aan de Belastingdienst van 2 januari 2023 waarin om een betalingsregeling wordt verzocht voor belastingschulden tot een bedrag van € 121.036. Menzis betwist dat het betreffende hokje kon worden aangevinkt als er een betalingsregeling voor belastingschulden is getroffen. Verder betwist zij dat Zorg en Research een betalingsregeling had. Volgens Menzis is die op enig moment door de Belastingdienst ingetrokken. Wat er verder ook zij van de stelling van Zorg en Research dat zij ten tijde van het ondertekenen van de bestuursverklaring in de veronderstelling was dat zij een betalingsregeling had getroffen en/of dat haar uitstel van betaling was verleend, dit kan er in ieder geval niet toe leiden dat Zorg en Research mocht verklaren dat zij heeft voldaan aan al haar verplichtingen met betrekking tot het betalen van belastingen. Een zodanige uitleg van deze bepaling uit de bestuursverklaring komt de voorzieningenrechter vooralsnog niet als juist voor. De tekst van de verklaring is op zichzelf helder. Zorg en Research heeft ook niet toegelicht waarom zij ten tijde van de ondertekening van een andere dan de meest voor de hand liggende uitleg is uitgegaan. De stelling van Zorg en Research dat in de nieuwe bestuursverklaring bij het inkoopbeleid van 2027 is opgenomen dat het hebben van een betalingsregeling ook voldoet, maakt dit niet anders. Het gaat hier immers om het eerdere beleid dat van toepassing is. Uit niets blijkt dat het inkoopbeleid van 2027 een weergave vormt van een bestaande praktijk. Dat is ook niet gesteld door Zorg en Research. 5.15. Daarnaast heeft te gelden dat in deel II van de overeenkomst in artikel 12 is opgenomen dat de zorgaanbieder gedurende de looptijd van de overeenkomst moet blijven voldoen aan wat de zorgaanbieder in de bestuursverklaring heeft verklaard. Dit betekent in dit geval dat Zorg en Research gedurende de looptijd van de zorgovereenkomst moet blijven voldoen aan al haar verplichtingen met betrekking tot het betalen van belastingen en sociale premies. Als onweersproken kan worden aangenomen dat er na ondertekening van de bestuursverklaring nieuwe schulden zijn ontstaan. Menzis heeft in dat verband meerdere producties overgelegd, afkomstig van de Belastingdienst, waaruit volgt dat belastingaanslagen uit 2024, 2025 en 2026 (ook) geheel of gedeeltelijk onbetaald zijn gebleven. Hoewel Zorg en Research betwist dat zij of haar accountant de brieven van de Belastingdienst over het toekennen van de betalingsregeling en het later weer intrekken van de betalingsregeling (producties 30 en 31 van Menzis) heeft ontvangen, doet dat niet af aan het feit dat Zorg en Research zich toch had moeten realiseren dat zij niet voldeed aan de betalingsregeling doordat zij niet aan haar nieuwe betalingsverplichtingen heeft voldaan. Zij stelt in dit verband nog dat Menzis via jaarrekeningen van Zorg en Research op de hoogte was van het bestaan van de belastingschuld maar dat vormt op zichzelf nog geen rechtvaardiging voor het onjuist invullen van de bestuursverklaring dan wel het niet in lijn met die bestuursverklaring (blijven) handelen. Zorg en Research heeft door de (nieuwe) belastingschulden niet (tijdig) te betalen en vervolgens ook niet actief te melden bij Menzisin ieder geval niet voldaan aan artikel 12 van deel II van de zorgovereenkomst, zodat Menzis op grond daarvan hoe dan ook gerechtigd is om de zorgovereenkomst met onmiddellijke ingang te beëindigen. Fraude 5.16. De vraag of het handelen/nalaten van Zorg en Research met betrekking tot de belastingschuld(en) ook fraude oplevert, zoals Menzis aanvoert en Zorg en Research c.s. betwist, wordt positief beantwoord. Uit artikel 11 lid 1 van deel II van de zorgovereenkomst volgt dat het als fraude wordt beschouwd als een zorgaanbieder bewust een onjuiste verklaring heeft afgelegd in de bestuursverklaring. Uit het voorgaande volgt dat de tekst van de uitsluitingsgrond in de bestuursverklaring helder was. Door desalniettemin in te vullen dat aan alle betalingsverplichtingen voor de belastingen en sociale premies is voldaan terwijl Zorg en Research wist dat er een belastingschuld bestond, is er sprake geweest van een bewuste keuze. Zoals hiervoor is overwogen doet hier niet aan af dat Zorg en Research zelf kennelijk in de veronderstelling verkeerde dat zij een betalingsregeling had met de Belastingdienst. In het kader van dit kort geding is dan ook het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dat Zorg en Research op dit punt heeft gefraudeerd, zodat dit ook het opleggen van fraudemaatregelen rechtvaardigt. Beëindiging per 12 januari 2026 5.17. Resteert de vraag of het feit dat Menzis de belastingschuld pas op 27 februari 2026 aan haar besluit tot beëindiging van de zorgovereenkomst ten grondslag heeft gelegd nog gevolgen moet hebben voor de ingangsdatum van de beëindiging op deze grond. Deze vraag beantwoordt de voorzieningenrechter ontkennend. Niet in geschil is dat de belastingschuld op 12 januari 2026 al bestond. Zorg en Research voldeed dus op dat moment niet en zelfs al enkele jaren niet aan de bestuursverklaring die zij had afgelegd om een gecontracteerde zorgaanbieder bij Menzis te kunnen worden. Dat Menzis daar pas na het besluit tot beëindiging van 12 januari 2026 van op de hoogte is geraakt, kan er niet toe leiden dat dit niet als grondslag voor die beëindiging kan dienen. Het gaat er immers om of de situatie die tot een contractuele beëindiging van de zorgovereenkomst kan leiden bestond op het moment van beëindiging. Dat is hier het geval. Derde grond: kwaliteit van zorg 5.18. Het voorgaande leidt ertoe dat de vraag of Menzis de zorgovereenkomst mocht beëindigingen op de grond dat Zorg en Research niet voldoet aan de kwaliteitseisen geen bespreking meer behoeft. In het midden kan dan ook blijven de vraag of Zorg en Research voldoende tijd heeft gehad om verweer te kunnen voeren tegen (de inhoud van) het zogenaamde CEFA-rapport dat Menzis vlak voor zitting heeft overgelegd en dat zij (mede) ten grondslag heeft gelegd aan haar conclusie op dit punt. De stellingen daaromtrent kunnen niet tot een andere uitkomst leiden. Belangenafweging 5.19. Een belangenafweging kan (ook) niet tot een andere uitkomst leiden. Dat de fraudemaatregelen die Menzis voornemens is om te nemen (met name de EVR-registratie van de vennoten) mogelijk voor de vennoten tot problemen kan leiden bij toekomstig werk in de zorgverlening weegt, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, niet op tegen het belang van Menzis om de frauderegisters te gebruiken daar waar ze voor bedoeld zijn. Het behoort immers tot de wettelijke taak van Menzis als Wlz-uitvoerder om maatregelen te treffen tegen onder meer onnodige zorgkosten. De voorzieningenrechter weegt ook mee dat de vennoten van Zorg en Research zich als professioneel zorgaanbieder bewust moeten zijn van de wet en regelgeving waar zij zich als zorgaanbieder aan hebben te houden. Van Zorg en Research mag als professionele zorgaanbieder dan ook worden verwacht dat zij zorgvuldig haar administratie doet (zodat die als zodanig niet al die vragen oproept die in deze procedure aan de orde zijn gesteld en die hebben geleid tot ernstige vermoedens van fraude bij Menzis) en dat zij verklaringen naar juistheid (en niet naar eigen inzicht) invult. Zij moet zich er verder van bewust zijn dat er vergaande fraudemaatregelen kunnen worden getroffen wanneer wordt gefraudeerd met de gemeenschappelijke zorggelden. De zorgovereenkomst is op dit punt ook duidelijk. Conclusie in conventie 5.20. Het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter leidt ertoe dat het in het kader van dit kort geding niet aannemelijk is geworden dat in de bodemprocedure de beëindiging van de zorgovereenkomst per 12 januari 2026 geen stand zal houden noch dat de (te treffen) fraudemaatregelen (waaronder de berichtgeving naar de buitenwereld) onrechtmatig zijn (geweest). Dit betekent dat er grond bestaat om de cliënten van Zorg en Research vanaf 12 januari 2026 over te dragen naar een andere zorgaanbieder en dat er uit de zorgovereenkomst geen betalingsverplichting meer volgt van Menzis voor na 12 januari 2026 door Zorg en Research geleverde zorg. Dit betekent dat de vorderingen in conventie zullen worden afgewezen. Ten overvloede merkt de voorzieningenrechter op dat wat Zorg en Research heeft gesteld ten aanzien van de betalingen van Menzis voor de zorg over de periode december 2025 tot en met 12 januari 2026 geen bespreking behoeft, nu dit geen onderdeel is van het in de dagvaarding opgenomen petitum. 5.21. Zorg en Research is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Menzis worden begroot op: - griffierecht € 735,00 - salaris advocaat € 1.766,00 - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 2.690,00 5.22. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 6 De beoordeling in (voorwaardelijke) reconventie 6.1. De afwijzing van de vordering in conventie leidt ertoe dat de voorzieningenrechter toekomt aan de beoordeling van de vorderingen in reconventie. 6.2. Ook ten aanzien van de reconventie heeft te gelden dat sprake is van een spoedeisend belang. Menzis heeft immers toegelicht dat er sinds de beëindiging van de zorgovereenkomst nog steeds een aantal cliënten van Zorg en Research niet is overgedragen aan andere zorgaanbieders. Ter zitting is gebleken dat het gaat om negen personen. Voor deze personen is het belangrijk dat zij zo snel mogelijk adequate zorg verkrijgen, hetgeen Zorg en Research ook niet heeft weersproken. Dit leidt tot een spoedeisend belang van Menzis bij haar vordering. 6.3. Tussen partijen is niet in geschil dat de zorgovereenkomst een verplichting inhoudt voor Zorg en Research om na beëindiging van deze zorgovereenkomst mee te werken aan de overdracht van haar cliënten. Zie daarvoor artikel 19 lid 5 van Deel III van de zorgovereenkomst (zie onder 2.4). Met het oog daarop is het nodig dat er overleg plaatsvindt tussen zorgaanbieder en het zorgkantoor over de overdracht van de cliënten en dat de zorgaanbieder een lijst opstelt met de gegevens van de cliënten die bij haar in zorg zijn. 6.4. Hoewel Menzis ter zitting heeft toegelicht dat zij een plan had opgesteld om de cliënten van Zorg en Research over te dragen aan andere zorgaanbieders, heeft zij niet gesteld of in ieder geval niet onderbouwd dat en op welke wijze zij daarover in contact is getreden met Zorg en Research. Zorg en Research betwist dat Menzis daarover contact met haar heeft gezocht en voert aan dat zij niet weet wat Menzis op dit punt van haar verwacht. Dit leidt ertoe dat onduidelijk is waaraan Zorg en Research volgens Menzis niet voldoet. Het had op de weg van Menzis gelegen om concreet te onderbouwen wanneer en op welke wijze zij omtrent de overdracht met Zorg en Research in contact is getreden en hoe zij tot de conclusie is gekomen dat Zorg en Research niet aan haar verplichtingen op dit punt voldoet. Ter zitting heeft Zorg en Research verklaard dat zij de benodigde lijst met gegevens van de negen resterende cliënten heeft meegenomen en dat zij deze aan Menzis zal geven. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat dit is gebeurd. Dat het initiatief voor het benodigde overleg voor de overdracht alleen bij Zorg en Research ligt en dat het enkele feit dat Zorg en Research daaromtrent geen initiatief zou hebben genomen moet leiden tot een toewijzing van het gevorderde, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter een te beperkte lezing van artikel 19 lid 5 van de overeenkomst. Zorg en Research kan niet verweten worden dat zij tot nu toe niet heeft meegewerkt aan de overdracht als Menzis haar niet duidelijk heeft gemaakt wat zij van Zorg en Research in concreto verwacht. Dit betekent dat dit deel van de vorderingen in reconventie moet worden afgewezen. 6.5. Voor het gevorderde verbod voor Zorg en Research om cliënten te bewegen om zorg van Zorg en Research af te nemen door middel van een persoonsgebonden budget geldt dat Menzis daarvoor in het geheel geen grondslag heeft gesteld, zodat deze vordering ook wordt afgewezen. 6.6. Uit het voorgaande volgt dat de reconventionele vordering in het geheel zal worden afgewezen. 6.7. Menzis is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Zorg en Research worden begroot op: - salaris advocaat € 883,00 (factor 0,5 × € 1.766,00) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.072,00 7 De beslissing De voorzieningenrechter in conventie 7.1. wijst de vorderingen van Zorg en Research af, 7.2. veroordeelt Zorg en Research in de proceskosten van € 2.690,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Zorg en Research niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 7.3. veroordeelt Zorg en Research tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 7.4. verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. in reconventie 7.5. wijst de vorderingen van Menzis af, 7.6. veroordeelt Menzis in de proceskosten van € 1.072,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Menzis niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 7.7. verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. D.T. Boks en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2026. !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS! !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER! !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS! Toelichting bij de Rlz van 11 december 2014, Stcrt. 2014, 36917, p. 82

Similar Content