Skip to content
Case Law · Rechtbank Amsterdam ·ECLI:NL:RBAMS:2026:8273 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Amsterdam, 18-08-2026 (13-126966-26)

Executie-EAB uit Polen. Artikel 12 OLW: de opgeëiste persoon is in persoon verschenen bij alle inhoudelijke behandelingen van de procedure die tot de beslissing heeft geleid.

Judgment

Summary

Artikel 7 OLW: kennelijke vergissing bij het aankruisen van het lijstfeit. Overlevering toegestaan.

Full text 8 paragraphs

Paragraphs carrying a topic or an applied provision show those connections inline

Procesgang

¶1

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 4 augustus 2026, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.A.A. Maat, advocaat in Goes, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

Identiteit van de opgeëiste persoon

¶2

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

Grondslag en inhoud van het EAB

¶3

Het EAB vermeldt een vonnis van the Krakow-Krowodrza Regional Court in Krakow Second Criminal Division van 12 november 2020, met kenmerk II K 729/18/K, en gewijzigd bij arrest van the District Court in Krakow, Fo[u]rth Division of Criminal Appeals van 21 februari 2023, met kenmerk IV Ka 580/21. De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van vier jaren, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog drie jaren en 22 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest. Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.

Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

¶4

Standpunt van de raadsman en de officier van justitie De raadsman heeft geen standpunt ingenomen over de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing is, omdat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat heeft geleid tot de beslissing van the District Court in Krakow, Fo[u]rth Division of Criminal Appeals van 21 februari 2023, met kenmerk IV Ka 580/21. Oordeel van de rechtbank Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een procedure in eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. De rechtbank zal daarom de beslissing van the District Court in Krakow, Fo[u]rth Division of Criminal Appeals van 21 februari 2023, met kenmerk IV Ka 580/21, toetsen aan artikel 12 OLW. Uit het EAB en de aanvullende informatie van The Kraków-Krowodrza Regional Court in Krakow, Second Criminal Division, Enforcement Section van 14 juli 2026 blijkt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij alle inhoudelijke behandelingen van de procedure die tot de beslissing heeft geleid. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is daarom niet van toepassing.

Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

¶5

Standpunt van de raadsman en de officier van justitie De raadsman heeft geen standpunt ingenomen over de strafbaarheid van de feiten. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de lijstfeiten in redelijkheid zijn aangekruist. Oordeel van de rechtbank De rechtbank begrijpt het EAB aldus, dat de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten aanwijst als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten: georganiseerde of gewapende diefstal. Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. Ten aanzien van het eveneens aangekruiste lijstfeit vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten overweegt de rechtbank dat sprake is van een kennelijke vergissing. Uit de in het EAB opgenomen feitomschrijving blijkt namelijk in het geheel niet dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan feiten die zien op het vervalsen van documenten of van handel daarin. De rechtbank zal geen gevolgen verbinden aan deze kennelijke vergissing. 6. Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed hebben gehad op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.

Slotsom

¶7

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

Toepasselijke wetsbepalingen

¶8

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

Beslissing

¶9

STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the District Court in Krakow, Third Criminal Division (Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. D.L.S. Ceulen, voorzitter, mrs. L. Sanders en A.B.M. Wijnveldt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G. Riedijk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 18 augustus 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

How it connects

3 of 8 paragraphs apply legislation or carry a topic — see them in the full text ↓
Opinion 12/2024 “Code of Conduct for Service Providers in Clinical Research” submitted by EUCROF 1 Adopted Opinion 12 /202 4 on the draft decision of the French Supervisory Authority regarding the “ Code of Conduct for Service Providers in Clinical Research” submitted by… French SA ·Opinion ·EDPB Jun 18, 2024 Codes of Conduct Supervision Supervisory Authorities
Opinion 07/2025 Opinion 07/2025 regarding the European Commission Draft Implementing Decision pursuant to Regulation (EU) 2016/679 on the adequate protection of personal data by the European Patent Organisation EDPB, Opinion 07/2025 regarding the European Commission Draft Implementing Decision pursuant to Regulation (EU) 2016/679 on the adequate protection of personal data by the… Opinion ·EDPB May 6, 2025 Personal Data Privacy Shield Supervision
2026 Contribution of the EDPB to the European Commission’s evaluation of the Data Protection Law Enforcement Directive (‘‘LED’’) under Article 62 LED EDPB, Contribution of the EDPB to the European Commission’s evaluation of the Data Protection Law Enforcement Directive (‘‘LED’’) under Article 62 LED Jan 19, 2026 Supervision Material scope (GDPR) Access Controls
Opinion 01/2025 EDPB- EDPS Joint Opinion 01/2025 on the Proposal for a Regulation on simplification measures for SMEs and SMCs, in particular the record-keeping obligation under Art. 30(5) GDPR De EDPB en EDPS steunen het doel om de administratieve lasten voor SMCs en MKB te verminderen, mits dit de bescherming van fundamentele rechten niet verlaagt. Ze benadrukken de… Opinion Jul 9, 2025 Accountability Criminal Data Processing
2020 EDPB Annual Report 2019 EDPB Annual Report 2019 1 EDPB Annual Report 2019 1 European Data Protection Board 2019 Annual Report WORKING TOGETHER FOR STRONGER RIGHTS An Executive Summary of this report,… May 18, 2020 Privacy by Design & Default Privacy by Default Supervision