Skip to content
Case Law · Rechtbank Amsterdam ·ECLI:NL:RBAMS:2026:8217 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Amsterdam, 28-07-2026 (13-138556-26)

Rechtbank Amsterdam
Summary

Vervolgings-EAB uit Duitsland. Beroep op terugkeergarantie. Artikel 13 OLW niet van toepassing. Overlevering toegestaan.

How it connects

Full text

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-138556-26 Datum uitspraak: 28 juli 2026 UITSPRAAK op de vordering van 19 mei 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 13 mei 2026 door het Kantongerecht ( Amtsgericht) Kleve, Duitsland, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [BRP-adres] , gedetineerd in de [P.I.] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 14 juli 2026, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door een advocaat, mr. M.A.J. van Dam, advocaat in Gouda. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3 Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel uitgevaardigd door het Kantongerecht ( Amtsgericht) Kleve op 13 mei 2026. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. 4 Strafbaarheid 4.1 Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het strafbare feit aangewezen als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten: georganiseerde of gewapende diefstal. Uit het EAB volgt dat voor dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf van minstens drie jaren kan worden opgelegd. Dit betekent dat de rechtbank geen onderzoek doet naar de vraag of het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is. 5 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt verder vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland dat hij uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie een eventuele straf beter in Nederland kan ondergaan dan in Duitsland. De opgeëiste persoon heeft immers het centrum van zijn gezinsleven en zijn belangen in Nederland. De overlevering kan daarom worden toegestaan als is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon in Nederland de straf mag ondergaan wanneer hij na overlevering Duitsland wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De Staatsanwältin bij Staatsanwaltschaft Kleve heeft op 16 juni 2026 de volgende garantie gegeven: “Er wordt verzekerd dat de vervolgde persoon, [opgeëiste persoon] , in geval van een rechtsgeldige veroordeling in de Bondsrepubliek Duitsland in aansluiting aan de Kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad van 27 november 2008 voor de verdere tenuitvoerlegging van de straaf [ de rechtbank begrijpt: straf ] naar de Nederlanden terug zal worden gebracht.” Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende. 6 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW Het standpunt van de raadsvrouw De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit gedeeltelijk op Nederlands grondgebied is gepleegd, nu de opgeëiste persoon naar Nederland is gevlucht en in Nederland is aangehouden. De overlevering moet daarom op grond van artikel 13 OLW worden geweigerd. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond van artikel 13 OLW niet van toepassing is nu de pleegplaats van het feit in Duitsland ligt. Indien de rechtbank hierover anders oordeelt, heeft de officier van justitie subsidiair verzocht van deze weigeringsgrond af te zien omdat het onderzoek in Duitsland is aangevangen, het slachtoffer en de bewijsmiddelen zich in Duitsland bevinden en het Nederlandse Openbaar Ministerie niet voornemens is om de opgeëiste persoon voor het feit te vervolgen. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat de weigeringsgrond van artikel 13 OLW niet van toepassing is. Op grond van het EAB wordt de overlevering van de opgeëiste persoon verzocht voor betrokkenheid bij een gewapende diefstal in vereniging op 12 mei 2026 in Kerken, Duitsland. De rechtbank stelt vast dat hierbij Nederland niet als pleegplaats is vermeld. De omstandigheid dat de opgeëiste persoon, nadat hij het strafbare feit zou hebben gepleegd, vervolgens naar Nederland is gevlucht en in Nederland is aangehouden, maakt dit niet anders omdat deze omstandigheden niet zien op het strafbare feit zelf. De rechtbank verwerpt daarom het verweer van de raadsvrouw. 7 Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe. 8 Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW. 9 Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Kantongerecht ( Amtsgericht) Kleve, Duitsland, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C.M. Hamer, voorzitter, mrs. D.L.S. Ceulen en C.M.S. Loven, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 28 juli 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB. HvJ EU 6 juni 2023, C-700/21, ECLI:EU:C:2023:444 ( O. G. (Europees aanhoudingsbevel tegen een onderdaan van een derde land) ), punt 64.

Similar Content