Skip to content
Case Law · Rechtbank Amsterdam ·ECLI:NL:RBAMS:2026:8107 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Amsterdam, 11-08-2026 (13-023519-26)

Rechtbank Amsterdam
Summary

Vervolgings-EAB Luxemburg. Lijstfeiten. Onschuldverweer. Evenredigheid en artikel 7 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (family life). Overlevering toegestaan.

How it connects

Full text

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-023519-26 Datum uitspraak: 11 augustus 2026 UITSPRAAK op de vordering van 21 mei 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd 15 januari 2026 door de Office of the investigation judge of the District court of Luxembourg, Luxemburg, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats] (Roemenië), ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [BRP adres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 28 juli 2026, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door een advocaat, mr. M. De Klerk, advocaat in Haarlem. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft. 3 Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een Warrant of arrest issued by the investigation judge van 14 januari 2026. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Luxemburgs recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. 4 Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de strafbare feiten aangewezen als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten: - deelname aan criminele organisatie; - witwassen van opbrengsten van misdrijven; - georganiseerde of gewapende diefstal. Uit het EAB volgt dat voor deze feiten naar het recht van Luxemburg maximaal een vrijheidsstraf van minstens drie jaren kan worden opgelegd. Dit betekent dat de rechtbank geen onderzoek doet naar de vraag of de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn. 4 Onschuldverweer De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon een onschuldverweer heeft gevoerd, omdat hij heeft aangegeven nooit in Luxemburg te zijn geweest. De rechtbank is van oordeel dat dit feitelijk een bewijsverweer betreft. Een dergelijk verweer staat ter beoordeling aan de Luxemburgse strafrechter en kan niet tot weigering van de overlevering leiden. De rechtbank verwerpt het verweer. 5. Evenredigheid en artikel 7 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie ( family life ) Standpunt van de raadsman De raadsman stelt zich op het standpunt dat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Luxemburg dient te worden geweigerd. De overlevering is in strijd met het evenredigheidsbeginsel en levert, zo begrijpt de rechtbank, gelet op zijn persoonlijke omstandigheden, een ongerechtvaardigde inbreuk op het recht op family life zoals bedoeld in artikel 7 Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest) op. De opgeëiste persoon onderhoudt zijn gezin. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt dat het vaste jurisprudentie is dat een overlevering een gerechtvaardigde inbreuk op het recht op family life in de zin van artikel 7 Handvest oplevert. Oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat overlevering, gelet op artikel 52, eerste lid, Handvest, een toegestane beperking is van de uitoefening van het hiervoor genoemde recht. Vanwege de tijdelijke aard van de beperking is de verhouding tussen de belangen die overlevering beoogt te dienen en de beperking in de uitoefening van het recht op familie- en gezinsleven van de opgeëiste persoon, niet onevenredig. Alleen in uitzonderlijke omstandigheden zal het familie- en gezinsleven van een opgeëiste persoon zwaarder wegen dan het legitieme doel dat met de overlevering wordt nagestreefd. Hoewel de rechtbank oog heeft voor de persoonlijke belangen van de opgeëiste persoon is naar het oordeel van de rechtbank van zulke bijzondere omstandigheden in het onderhavige geval niet gebleken. Het verweer wordt dan ook verworpen. 6 Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe. 7 Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5 en 7 OLW. 8 Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Office of the investigation judge of the District court of Luxembourg, Luxemburg, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Klomp, voorzitter, mrs. E. van den Brink en A. Pahladsingh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.C.M. Burger, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 11 augustus 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 OLW. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB. Vergelijk Rechtbank Amsterdam, 20 november 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:8972.

Similar Content