Skip to content
Case Law · Rechtbank Noord-Holland ·ECLI:NL:RBNHO:2026:10609 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Noord-Holland, 06-08-2026 (15/045382-25 (strafzaak en ontnemingsvordering))

Regie CAT-zaak. Onderzoekswensen.

Judgment

Summary

Wijst gedeeltelijk toe het verzoek van de verdediging om via een rechtshulpverzoek Zwitserland vragen te stellen ten behoeve van identificatie Sky-ID MMD4NH. Wijst af de overige verzoeken van de verdediging.

Full text 5 paragraphs

Paragraphs carrying a topic or an applied provision show those connections inline

Inleidende opmerkingen

¶1

De rechtbank benadrukt dat het onderzoek ter terechtzitting zich in de regiefase bevindt. Dat betekent dat de rechtbank beslissingen zal nemen vanuit het perspectief van de kwaliteit en de volledigheid van het onderzoek en dat waar zij rechtsoordelen geeft, deze een voorlopig karakter hebben. De rechtbank heeft, in aanvulling op het procesdossier, bij het beoordelen van alle verzoeken acht geslagen op de volgende stukken: - het proces-verbaal van de in het openbaar gehouden zitting op 22 december 2025; - de onderzoekswensen van de verdediging van 30 januari 2026; - de reactie van het Openbaar Ministerie op de onderzoekswensen van 20 februari 2026; - de onderzoekswensen van de verdediging van 27 februari 2026; - de reactie van het Openbaar Ministerie van 2 maart 2026; - de beslissing van de rechter-commissaris van 15 april 2026; - de herstelbeslissing van de rechter-commissaris van 23 april 2026; - het aanvullend proces-verbaal van 29 april 2026; - de onderzoekswensen van de verdediging van 11 mei 2026; - de reactie van het Openbaar Ministerie op de onderzoekswensen van 20 mei 2026; - de beslissing van de rechter-commissaris van 28 mei 2026; - de herhaalde onderzoekswensen van de verdediging van 25 juni 2026; - de reactie van het Openbaar Ministerie op de onderzoekswensen van 10 juli 2026.

Toetsingskader onderzoekswensen

¶2

Tussen partijen staat niet ter discussie aan welk criterium moet worden getoetst. Ook de rechtbank zal toetsen aan het noodzakelijkheidscriterium. Soms doen zich echter omstandigheden voor waardoor de rechter bij de concrete toepassing van het noodzakelijkheidscriterium de verdedigingsbelangen moet betrekken (ECLI:NL:HR:2014:1496 en ECLI:NL:HR:2007:AZ1702). Aan de verzoeken van de verdediging worden, mede ter voorkoming van het uitvoeren van zogeheten “fishing expeditions”, eisen gesteld wat betreft de toelichting daarop en de onderbouwing daarvan. De verdediging dient concreet en gemotiveerd duidelijk te maken wat de relevantie is van het door haar verzochte in het licht van de vragen die de rechtbank volgens de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering moet beantwoorden.

De beoordeling van de onderzoekswensen

¶3

Rechtshulpverzoek Zwitserland ten behoeve van identificatie Sky-ID [account A] en [account B] De verdediging heeft – zowel in de strafzaak als in de ontnemingszaak – primair verzocht de volgende vragen te stellen aan Zwitserland: 1. Is bij uw autoriteiten de identiteit bekend van de gebruiker(s) van de volgende SkyECC-accounts: - Sky-ID [account B] - Sky-ID [account A] 2. Indien de identiteit van de gebruiker(s) van een of beide voornoemde Sky-ID's bij uw autoriteiten reeds bekend is, verzoeken wij u ons de persoonsgegevens van deze gebruiker(s) te verstrekken, waaronder in ieder geval naam, geboortedatum, adresgegevens en enige contactgegevens voor zover beschikbaar. 3. Indien de identiteit van de gebruiker(s) van een of beide voornoemde Sky-ID's bij uw autoriteiten nog niet bekend is, verzoeken wij u na te gaan of deze identiteit kan worden achterhaald middels onderzoek en ons de resultaten van dat onderzoek te doen toekomen. Subsidiair heeft de verdediging verzocht alleen de eerste twee vragen te stellen. De rechtbank zal het subsidiaire verzoek van de verdediging toewijzen met betrekking tot account [account B] en overweegt daartoe als volgt. De rechter-commissaris heeft op 15 april 2026 beslist, gelet op het verdedigingsbelang, tot het horen van de gebruiker van het account [account B]. Bij herstelbeslissing van 23 april 2026 heeft de rechter-commissaris aan de officier van justitie opdracht gegeven om na te (laten) gaan of de gebruiker van het account [account B] is geïdentificeerd. Het verzoek tot het horen van de gebruiker van het account [account B] is toegewezen, indien en voor zover de officier van justitie de personalia van deze gebruiker aan de rechter-commissaris opgeeft. De officier van justitie heeft vervolgens aan de rechter-commissaris laten weten dat er (vanuit onderzoek Argus) geen personalia van deze gebruiker te delen zijn. Uit het nadien uitgebrachte proces-verbaal van 29 april 2026 is af te leiden dat de accounts [account A] en [account B] (hierna: de accounts) in gebruik waren bij dezelfde persoon. De chats bevatten aanwijzingen dat het account [account A] in Nederland werd gebruikt en het account [account B] in Zwitserland. De rechtbank stelt vast dat de opdracht aan de officier van justitie in de beslissing van de rechter-commissaris van 23 april 2026 niet beperkt is tot het in Nederland na te (laten) gaan of de gebruiker van het betreffende account geïdentificeerd is. Verder stelt de rechtbank vast dat de officier van justitie zich niet heeft verzet tegen het horen van de gebruiker van het account [account B], mits deze geïdentificeerd kan worden, en dat het verzoek tot het horen van deze gebruiker is toegewezen gelet op het verdedigingsbelang. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het – teneinde de verdediging in de gelegenheid te stellen het ondervragingsrecht uit te oefenen – noodzakelijk is om de officier van justitie de opdracht te geven middels een rechtshulpverzoek bij de Zwitserse (opsporings)autoriteiten te informeren of zij bekend zijn met de identiteit van de gebruiker van Sky-ID [account B] en na te laten gaan: a. a) of deze gebruiker in een strafzaak of strafrechtelijk onderzoek heeft erkend dat hij/zij de gebruiker was van dat account, dan wel b) of bij onherroepelijk vonnis is vastgesteld wie de gebruiker was van dat account. Als de persoon die is geïdentificeerd voldoet aan de voorwaarden die hiervoor onder a) en/of b) zijn genoemd, dient de officier van justitie een opgave van de personalia van die persoon te doen aan de rechter-commissaris onder verstrekking van een afschrift aan de verdediging. Vervolgens zal deze persoon door de rechter-commissaris worden gehoord. De rechtbank zal het verzoek voor het overige afwijzen. De rechtbank overweegt hiertoe dat het dossier geen aanwijzingen bevat dat het account [account A] in Zwitserland werd gebruikt. Verder bestaat er naar het oordeel van de rechtbank geen noodzaak om het primaire verzoek van de verdediging toe te wijzen, omdat dit verzoek tot het uitvoeren van een zelfstandig identiteitsonderzoek het bestek van een rechtshulpverzoek te buiten gaat. Het horen van tegencontacten ‘[contact X]’ en ‘[contact Y] en inzage in de integrale chatgesprekken met betrekking tot feit 7 De rechtbank zal deze twee verzoeken afwijzen en overweegt daartoe als volgt. Uit het dossier blijkt dat de Google Pixel 9 bij de verdachte op zijn bed is aangetroffen. De verdachte heeft ook verklaard dat hij de gebruiker is geweest van de telefoon en daarmee berichten heeft verzonden. Hoewel de verdachte hiernaast heeft verklaard dat hij de telefoon op betekenisvolle momenten heeft meegegeven aan een derde persoon, is de rechtbank van oordeel dat het enkel meegeven van een telefoon aan een derde niks zegt over het gebruik daarvan door een ander. De verdachte heeft ook niet willen verklaren over wanneer hij de telefoon heeft afgegeven aan een ander. Het dossier, noch de verklaring van de verdachte, biedt een concreet aanknopingspunt dat ‘[contact X]’ en ‘[contact Y] op de hoogte waren van een daadwerkelijk gedeeld gebruik van de telefoon. De rechtbank is op basis hiervan van oordeel dat er geen noodzaak bestaat tot het horen van de tegencontacten. De rechtbank begrijpt dat de verdediging het verzoek tot inzage in de integrale chatgesprekken mede baseert op het recht op een eerlijk proces, waaronder begrepen het beginsel van ‘equality of arms’ en waaruit voortvloeit dat de verdediging kan kennisnemen van de informatie die door het Openbaar Ministerie is gebruikt bij de selectie en waardering van de in het dossier opgenomen informatie. De enkele omstandigheid dat in één chat door de gebruiker van de Google Pixel telefoon wordt gezegd dat hij zijn telefoon straks aan iemand meegeeft, is onvoldoende om aan te nemen dat het Openbaar Ministerie bij het samenstellen van het procesdossier niet heeft voldaan aan zijn verplichting om alle relevante informatie – zowel in belastende als ontlastende zin – te doen opnemen. Daar komt bij dat uit de betreffende chat ook niet blijkt dat de telefoon daadwerkelijk door een ander in gebruik is genomen. De rechtbank ziet dan ook geen noodzaak om alle integrale gesprekken aan de verdediging te verstrekken. Gelet op het betoog van de verdediging dat de integrale chats (ook) moeten worden overlegd omdat zij kwalificeren als processtukken, overweegt de rechtbank dat dit niet het geval is, aangezien niet is gebleken van enige relevantie van de niet opgenomen delen van de chats. Het horen van de tegencontacten [account A] en [account D] met betrekking tot feit 6 De rechtbank zal dit verzoek afwijzen. De verdediging heeft aangevoerd dat zij deze tegencontacten wenst te bevragen over de identiteit van de gebruiker van Sky-ID [account E] en over de inhoud van het contact (zoals de vraag of dit op verdovende middelen zag, welke rollen verschillende personen hebben gehad, of sprake is geweest van winsten of verliezen en de verdeling daarvan en, in geval van [account D], waarom een borgsom is betaald en of een tegenprestatie moest worden verricht). Voor zover het verzoek tot horen van de tegencontacten ziet op het kunnen stellen van vragen over de identiteit van de gebruiker van Sky-ID [account E] verwijst de rechtbank naar de motivering van de rechter-commissaris bij beslissing van 15 april 2026. Ook met toepassing van het noodzakelijkheidscriterium komt de rechtbank tot de conclusie dat er geen noodzaak bestaat tot het stellen van deze vragen. De omstandigheid dat [account D] mogelijk de gebruiker van Sky-ID [account E] op enig moment heeft ontmoet, maakt dit niet anders. De verdachte heeft immers (inmiddels) verklaard dat hij wel op enig moment de gebruiker is geweest van Sky-ID [account E] en de verdediging heeft geen aanknopingspunten kunnen geven waaruit zou blijken dat het Sky-ID ten tijde van de ontmoeting met [account D] bij een ander in gebruik zou zijn geweest. Evenmin blijkt dit uit het dossier. Voor zover de verdediging de tegencontacten wenst te bevragen over de inhoud van het contact dat zij met Sky-ID [account E] zouden hebben gehad, geldt dat zij niet kunnen verklaren over met welke intentie de gebruiker van Sky-ID [account E] de berichten heeft gestuurd. Gelet op de verdenking van voorbereidingshandelingen is de intentie van doorslaggevende betekenis. Ook als de gebruikers van de tegenaccounts geïdentificeerd zouden zijn, zou hun verklaring daarom geen ander licht kunnen werpen op de door de verdachte zelf gestuurde berichten en zijn bedoeling daarmee. Ook ten aanzien van het kunnen stellen van deze vragen bestaat dus naar het oordeel van de rechtbank geen noodzaak. Dit leidt ertoe dat de rechtbank het verzoek tot het horen van beide tegencontacten zal afwijzen.

Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte

¶4

De verdediging heeft ten aanzien van de gronden waarvoor de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt verzocht niet langer de 12-jaarsgrond aan te nemen. Verder heeft de verdediging verzocht de voorlopige hechtenis te schorsen. De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte geschorst met ingang van 29 juli 2026 om 10:00 uur tot aan het moment van de einduitspraak in eerste aanleg, onder de algemene en bijzondere voorwaarden. Deze beslissing is los op schrift gesteld en vermeldt ook de voorwaarden die aan de schorsing zijn verbonden. De motivering van de rechtbank luidt als volgt. De verdachte wordt verdacht van het zich (samen met anderen) schuldig maken aan meerdere misdrijven op grond van de Opiumwet, waaronder het binnen het grondgebied van Nederland brengen van een grote hoeveelheid (180 kilogram) cocaïne en voorbereidingshandelingen ten behoeve van de invoer, dan wel de handel in verdovende middelen. Daarnaast wordt de verdachte verdacht van het onderhandelen over de aankoop, verkoop of levering van meerdere vuurwapens. Het gaat daarbij om een verdenking van een combinatie van ernstige delicten waaraan slechts door ingrijpen van politie en justitie een einde is gekomen. In verband met deze feiten bevindt de verdachte zich sinds 16 september 2025 in voorlopige hechtenis. Er is sprake van ernstige bezwaren voor onder andere een feit waarop een gevangenisstraf van 12 jaar of meer is gesteld en waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt. De rechtbank is van oordeel dat deze grond nog onverkort aanwezig is, gelet op de aanzienlijke hoeveelheid harddrugs die de verdachte samen met anderen zou hebben ingevoerd. Ook heeft de rechtbank acht geslagen op de omstandigheid dat deze verdenking gepaard gaat met verdenkingen van andere drugsfeiten (waaronder daterend van vlak voor de aanhouding) en het onderhandelen over wapens, waardoor er aanwijzingen zijn dat de verdachte is ingebed in een crimineel milieu. Er valt dan ook redelijkerwijs te verwachten dat invrijheidstelling van de verdachte door een schorsing van de voorlopige hechtenis tot publiek onbehagen zal leiden. Onder deze omstandigheid kan van een schorsing alleen sprake zijn als zich zeer bijzondere omstandigheden, al dan niet van persoonlijke aard, voordoen. De rechtbank is van oordeel dat hiervan op dit moment sprake is. De verdachte heeft drie jonge kinderen waar hij voor zijn detentie (mede) de zorg voor droeg en zijn betrokkenheid als ouder wordt momenteel verlangd, in het bijzonder voor zijn jongste en oudste kind. Daarnaast heeft de verdachte het belang om zijn strafzaak in vrijheid af te wachten en heeft hij reeds geruime tijd in voorlopige hechtenis doorgebracht. Er is bovendien voorlopig nog geen zicht op een inhoudelijke behandeling. Hoewel de reclassering in maart 2026 geen prangende redenen zag voor een schorsing, schatte zij het recidiverisico in op gemiddeld en zijn bijzondere voorwaarden geadviseerd indien de rechtbank tot een schorsing zou overgaan, omdat zij voldoende aanknopingspunten voor een toezicht zag. De rechtbank is van oordeel dat onder deze omstandigheden, ondanks de ernst van de feiten, nu ruimte is voor schorsing van de voorlopige hechtenis en het persoonlijk belang van de verdachte zwaarder weegt dan het strafvorderlijk belang. De doelen die met de voorlopige hechtenis worden nagestreefd, waaronder het beperken van het risico op recidive, kunnen ook worden bereikt door het stellen van voorwaarden aan een schorsing. De rechtbank zal de door de reclassering geformuleerde voorwaarden, met uitzondering van het locatiegebod. overnemen. Voor het locatieverbod ziet de rechtbank, gelet op de aard van de verdenkingen, onvoldoende aanleiding. De verdachte heeft zich bereid verklaard tot nakoming van de schorsingsvoorwaarden. De rechtbank benadrukt met deze schorsing van de voorlopige hechtenis geenszins vooruit te lopen op een later eventueel op te leggen straf. De rechtbank verwijst naar die beslissing.

Beslissingen van de rechtbank

¶5

De rechtbank: Wijst gedeeltelijk toe het verzoek van de verdediging om via een rechtshulpverzoek Zwitserland vragen te stellen ten behoeve van identificatie Sky-ID [account B]. Stelt de stukken in handen van de officier van justitie met de opdracht om, voor zover door hem in het kader van zijn eigen bevoegdheden mogelijk, middels een rechtshulpverzoek bij de Zwitserse (opsporings)autoriteiten te informeren of zij bekend zijn met de identiteit van de gebruiker van Sky-ID [account B] en na te laten gaan: a. a) of deze gebruiker in een strafzaak of strafrechtelijk onderzoek heeft erkend dat hij/zij de gebruiker was van dat account, dan wel b) of bij onherroepelijk vonnis is vastgesteld wie de gebruiker was van dat account. Als de persoon die is geïdentificeerd voldoet aan de voorwaarden die hiervoor onder a) en/of b) zijn genoemd, dient de officier van justitie een opgave van de personalia van die persoon te doen aan de rechter-commissaris onder verstrekking van een afschrift aan de verdediging. Vervolgens zal deze persoon, gelet op het eerder door de rechter-commissaris toegewezen verzoek daartoe, door de rechter-commissaris worden gehoord. Wijst af de overige verzoeken van de verdediging. Stelt de stukken in handen van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, ter bewaking van de voortgang van het onderzoek, en verder dat te doen wat de rechter-commissaris in overleg met de officier van justitie en de verdediging nog wenselijk of noodzakelijk acht. Schorst het onderzoek op de zitting, in het belang daarvan, voor onbepaalde tijd. Beveelt de oproeping van de verdachte en de onmiddellijke kennisgeving daarvan aan zijn raadsman tegen de datum en tijd waarop het onderzoek op de zitting wordt hervat.

How it connects

4 of 5 paragraphs apply legislation or carry a topic — see them in the full text ↓
2022 EDPB Annual Report 2021 Enhancing the depth and breadth of data protection 2 EDPB Annual Report 2021 2 ENHANCING THE DEPTH AND BREADTH OF DATA PROTECTION An Executive Summary of this report, which… May 12, 2022 Privacy Shield Processing Agreement International Transfer
2023 EDPB Annual Report 2022 EDPB Annual Report 2022 1 2022 ANNUAL REPORT STREAMLINING ENFORCEMENT THROUGH COOPERATION An Executive Summary of this report, which provides an overview of key EDPB activities in… Apr 17, 2023 Supervision Supervisory Authorities Privacy Shield
€20,000 AEPD fines El Español for publishing video of minor assailant without anonymization El León de El Español Publicaciones, S.A., the controller, operates the Spanish digital newspaper „El Español“. It published an article concerning an assault and embedded a video… Spain ·Art. 5, 25, 58 Sep 16, 2026 Anonymization Privacy by Design & Default Privacy by Default