Skip to content
Case Law · Rechtbank Midden-Nederland ·ECLI:NL:RBMNE:2026:6427 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Midden-Nederland, 08-09-2026 (C/16/614451 / KG ZA 26-426)

Burenzaak. Eisers vorderen in kort geding verwijdering dan wel aanpassing van de vaste camera's die hun buren (permanent) op hun tuin en op de gemeenschappelijke delen van het appartementencomplex hebben gericht.

Judgment

Decision

De voorzieningenrechter in conventie 5.1. veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk om binnen zeven dagen na betekening alle camera’s in het penthouse te verwijderen en desgewenst te vervangen door één vaste camera, die door een professioneel beveiligingsbedrijf zo moet zijn afgesteld dat privé gedeelten van [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] (zoals hun tuin) daarmee niet in beeld kunnen worden gebracht, althans ervoor te zorgen dat de bestaande camera in het penthouse op die wijze door een professioneel beveiligingsbedrijf zo wordt afgesteld, 5.2. veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk om ervoor te zorgen dat dit beveiligingsbedrijf binnen 14 dagen na plaatsing of aanpassing aan [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] toont wat die camera in beeld kan brengen en schriftelijk verklaart hoe (fysiek en/of softwaretechnisch) is gewaarborgd dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] die privégedeelten niet alsnog in beeld kunnen (laten) brengen, 5.3. veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk om aan [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de hoofdveroordelingen onder 5.1 en 5.2 voldoen, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt, 5.4. verbiedt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk verder nog camera’s te plaatsen die beelden maken van de woning of de privé-buitenruimte van [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] , 5.5. veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk om aan [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] een dwangsom te betalen van € 1.000,00 voor iedere overtreding van het verbod onder 5.4, vermeerderd met € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat die overtreding voortduurt, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt, 5.6. compenseert de kosten van de procedure in conventie, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt, in reconventie 5.7. verbiedt [eiser sub 2] om eigendommen van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te beschadigen, vernielen, bekladden, bekrassen, verwijderen, verplaatsen, onbruikbaar te maken of anderszins aan te tasten, 5.8. veroordeelt [eiser sub 2] om aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] een dwangsom te betalen van € 5.000,00 per overtreding van het verbod onder 5.7, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt, 5.9. verbiedt [eiser sub 2] om gedurende twaalf maanden na betekening van dit vonnis schriftelijk, telefonisch of anderszins contact op te nemen met [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] , tenzij dat noodzakelijk is ter voorkoming van een acute noodsituatie of ter voldoening aan een wettelijke verplichting, 5.10. veroordeelt [eiser sub 2] om aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] een dwangsom te betalen van € 500,00 per overtreding van het verbod onder 5.9, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt, 5.11. verbiedt [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] hoofdelijk om de doorgang tussen de openbare weg naar de parkeerplaatsen van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te (laten) blokkeren, 5.12. veroordeelt [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] hoofdelijk om aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] een dwangsom te betalen van € 500,00 per overtreding van het verbod onder 5.11, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt, 5.13. veroordeelt [eiser sub 2] in de proceskosten van € 1.814,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser sub 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.14. veroordeelt [eiser sub 2] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten onder 5.13 als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, zowel in conventie als in reconventie 5.15. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van de beslissingen onder 5.6 en 5.16, 5.16. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. van Rens, ondertekend door mr. N.A.J. Purcell, en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026. JO/4972 Het complex is gelegen aan de [adres] te ( [postcode] ) [plaats] . Artikel 2 lid 2 onder c AVG bepaalt dat de AVG niet van toepassing is op gegevensverwerking door natuurlijk persoon bij de uitoefening van zuiver persoonlijke of huishoudelijke activiteiten. Die uitzondering is echter niet van toepassing als opnames van de openbare weg worden opgeslagen, Hof van Justitie EU 11 december 2014, C - 212/13, ECLI:EU:C:2014:2428. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] beroepen zich op de onder artikel 6 lid 1 onder f AVG bedoelde grondslag. Volgens hen is de verwerking noodzakelijk is voor de behartiging van hun gerechtvaardigde belang om zichzelf en hun eigendommen te beschermen. Dat belang weegt volgens hen zwaarder dan de belangen of de grondrechten en de fundamentele vrijheden van [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] . [eiser sub 2] schrijft: ‘Wij wachten het faillissement van je slinkende bedrijfje wel [bedrijfsnaam] af en het onvermogen om je schulden te betalen.’ Productie 2 bij dagvaarding p. 15 en 16.

Verbatim, from the decision of the court. Read it in the text ↓

Summary

Gedaagden vorderen in reconventie een nabijheids- en contactverbod. Gedeeltelijke toewijzing, zowel in conventie (aanpassingen aan slechts één, mogelijk twee camera's) als in reconventie (slechts voor één van de twee een contactverbod).

Full text

RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: C/16/614451 / KG ZA 26-426 Vonnis in kort geding van 8 september 2026 in de zaak van 1 [eiseres sub 1] , te [plaats] , 2. [eiser sub 2] , te [plaats] , eisende partijen, hierna te noemen: [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] , advocaat: mr. J.R.M. Schravenmade te Maarssen, tegen 1 [gedaagde sub 1] , te [plaats] , 2. [gedaagde sub 2] , te [plaats] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] , advocaat: mr. C. van der Mark te Geldermalsen. 1 De procedure 1.1. De voorzieningenrechter beschikt over de volgende stukken: - de dagvaarding van 17 augustus 2026 met producties 1 tot en met 15 - de door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] op 21 augustus 2026 ingediende producties 1 tot en met 35 - de door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] op 22 augustus 2026 ingediende producties 36 tot en met 42 - de conclusie van eis in reconventie - de door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] op 23 augustus 2026 ingediende producties 43 en 44 - de door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] op 24 augustus 2026 ingediende producties 45 tot en met 47. 1.2. Op 25 augustus 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. Namens eisers zijn verschenen [eiseres sub 1] , [eiser sub 2] en mr. Schravemade en namens gedaagden [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en mr. Van der Mark. Daarnaast waren er vier andere belangstellenden aanwezig, waaronder de dochter van [gedaagde sub 1] . Beide advocaten hebben spreekaantekeningen voorgedragen. Deze spreekaantekeningen zijn aan het dossier toegevoegd. Aan het einde van de zitting heeft de voorzieningenrechter bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen. 2 Waar de zaak over gaat 2.1. Partijen wonen in hetzelfde appartementencomplex (hierna: het complex). [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben camera’s geplaatst, die volgens [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] inbreuk maken op hun persoonlijke levenssfeer. In dit kort geding vorderen zij primair verwijdering van die camera’s en subsidiair verplaatsing, fysieke afscherming dan wel technische begrenzing zodat deze geen inbreuk meer maken en de mogelijkheid om te controleren wat de camera’s kunnen filmen. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben in reconventie een verbod gevorderd om komende anderhalf jaar: minder dan 3 meter in de buurt te komen van hen en van bezoekende familieleden; de privégedeelten van het appartementencomplex te betreden die exclusief tot het appartement van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] behoren; de eigendommen van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] anderszins aan te tasten; [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] lastig te vallen, te intimideren, te bedreigen of anderszins hinderlijk te benaderen; contact met [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te zoeken, anders dan via hun advocaat (tenzij dat noodzakelijk is ter voorkoming vaneen acute noodsituatie of ter voldoening aan een wettelijke verplichting); en de doorgang van en naar de openbare weg naar de parkeerplaatsen van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te (laten) blokkeren; Beide partijen vorderen verder dwangsommen, kosten rente en dat de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. 2.2. De voorzieningenrechter oordeelt in conventie dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] het bereik van hun camera’s in het penthouse moet begrenzen. In reconventie verbiedt de voorzieningenrechter [eiser sub 2] onder andere om het komende jaar contact te zoeken met [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] . 3 De achtergrond van het geschil 3.1. Het appartement van [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] is op de begane grond. In de daaronder gelegen souterrainwoning wonen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] , die ook eigenaar zijn van het leegstaande appartement op de eerste en tweede verdieping (hierna: het penthouse) en van een bijgebouw naast de parkeerplaatsen (hierna: het bijgebouw, ook genoemd de [naam] ). 3.2. De camera’s waar het in deze zaak om gaat, bevinden zich: op de eerste verdieping van het penthouse aan de schutting die de tuin van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] scheidt van de tuin van [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] op de buitenmuur van het bijgebouw. 3.3. In de onderstaande afbeelding zijn de relevante camera’s aangegeven. 4 De beoordeling 4.1. Het gaat hier om in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen. Voor toewijzing is nodig dat eisers daarbij een spoedeisend belang hebben. Omdat partijen over en weer meerdere vorderingen hebben ingesteld zal de voorzieningenrechter per vordering beoordelen of zij een spoedeisend belang heeft bij die vordering. Daarnaast geldt dat de voorzieningenrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering. Het gaat om een spoedeisende zaak, zowel in conventie als in reconventie 4.2. [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] hebben een spoedeisend belang bij het gevorderde cameraverbod. Zij hebben onderbouwd gesteld dat de camera’s niet alleen de woning van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zelf – en bijbehorende gedeelten van het complex in beeld brengen maar ook die gedeelten die alle appartementeigenaren mogen gebruiken (hierna: de gezamenlijke gedeelten), en zelfs de tuin van [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] . Als dat zo is, is sprake van een voortdurende situatie die mogelijk onrechtmatig is. In die situatie niet van hen worden gevergd dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwachten. Dat geldt ook voor de vorderingen die [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in reconventie hebben ingesteld. Zij stellen te vrezen voor onrechtmatige gedragingen en vorderen om die te verbieden. Dergelijke vorderingen zijn naar hun aard spoedeisend. in conventie De maatstaf voor de rechtmatigheid van cameratoezicht 4.3. Uitgangspunt is dat de eigenaar van een perceel in beginsel camera’s mag plaatsen ter beveiliging van zijn woning en perceel. Dit recht is echter niet onbegrensd. Camera’s die uitsluitend de eigen woning en bijbehorende privégedeelten in beeld brengen, zijn niet problematisch. Als die camera’s echter ook zicht kunnen verschaffen op andermans woning, de openbare weg of – zoals in dit geval – gezamenlijke gedeelten van een appartementencomplex, is dat in beginsel een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van anderen. Die is onrechtmatig, tenzij er een rechtvaardigingsgrond is, zoals het belang van een appartementseigenaar om zichzelf en zijn eigendommen te beschermen. Dat belang moet dan wel voldoende zwaarwegend zijn om de camera’s te rechtvaardigen. Dat moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval en onder afweging van de ernst van de inbreuk enerzijds en de belangen die met de inbreuk makende handelingen redelijkerwijs kunnen worden gediend anderzijds. 4.4. Het opslaan van camerabeelden van andermans woning, openbare weg of gezamenlijke gedeelten van een appartementencomplex is een verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: de AVG). Die is alleen rechtmatig als daarbij de regels in de AVG in acht zijn genomen. De AVG vereist onder meer dat een van de in artikel 6 AVG genoemde verwerkingsgrondslagen van toepassing is en dat is voldaan aan de in artikel 5 AVG genoemde beginselen, zoals doelbinding, minimale gegevensbescherming, proportionaliteit en subsidiariteit. Daarnaast moeten de beelden behoorlijk worden beveiligd en mogen ze niet langer worden bewaard dan noodzakelijk. Het beveiligingsbelang rechtvaardigt cameratoezicht op de gemeenschappelijke gedeelten 4.5. Het belang van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] om hun eigendommen en zichzelf te beschermen is voldoende zwaarwegend om permanent cameratoezicht te rechtvaardigen op de gemeenschappelijke gedeelten van het complex (zoals de toegangsweg naar de parkeerplaatsen achter de woningen en de ruimte voor die parkeerplaatsen). Immers uit de stellingen van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] blijkt: [eiser sub 2] heeft erkend dat hij een schutting van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] groen heeft geverfd. Hij rechtvaardigt dat omdat op een vergadering van de Vereniging van Eigenaren (VvE) van het complex een besluit is genomen dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] die schutting groen moesten verven. Omdat dat niet gebeurde, heeft [eiser sub 2] dat zelf gedaan. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ontkennen dat dat besluit is genomen. Daarover loopt een procedure bij deze rechtbank. Het staat dus niet vast dat die schutting inderdaad groen moest worden geverfd door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] . Ook al zou dat vast (komen te) staan, dan is het een ongeoorloofde vorm van eigenrichting dat [eiser sub 2] de schutting groen verft. Slangen van de beregeningsinstallatie van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn op diverse plaatsen doorgesneden. Uit een opname blijkt volgens het proces verbaal van de politie over die opname dat [eiser sub 2] zich kort daarvoor op die plekken bukte. De lamp bij de schuur van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] is zwart geverfd. Uit een opname is op basis van het proces verbaal van de politie over die opname, af te leiden dat [eiser sub 2] dat waarschijnlijk heeft gedaan. De dochter van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] heeft aangifte gedaan van aanrijding door [eiser sub 2] . Daarin heeft zij verklaard dat dat zij liep aan de rechterkant van de gezamenlijke toegangsweg naar de parkeerplaatsen en garages en dat [eiser sub 2] toen met zijn rechterspiegel van zijn auto tegen haar is aangereden. Dat ging zo hard dat die spiegel omklapte en zij hevige pijn en haar elleboog en zij had. Volgens de dochter is [eiser sub 2] daarna uit zijn auto gekomen, waarop zij de camera op haar telefoon heeft aangezet en is gaan roepen. [eiser sub 2] heeft volgens de aangifte haar linker arm vast gepakt en haar met kracht weggeduwd. Op opnames is te zien dat [eiser sub 2] naar een van de camera’s van [eiser sub 2] en [gedaagde sub 2] gebaren maakt die zijn te interpreteren als een schietgebaar, een opgestoken middelvinger en een fascistische groet. In een WhatsApp bericht aan [gedaagde sub 1] schrijft [eiser sub 2] dat [gedaagde sub 2] stinkt. Op een schutting van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn de letters [bedrijfsnaam] geschilderd. Dat bedrijf is een concurrent van het bedrijf van [gedaagde sub 1] . In een email van dezelfde dag dat [gedaagde sub 1] [bedrijfsnaam] op de schutting vaststelde, noemt [eiser sub 2] [bedrijfsnaam] in relatie tot het bedrijf van [gedaagde sub 1] . In diezelfde email stelt [eiser sub 2] dat er sprake is van een NSB verleden van de familie van [gedaagde sub 1] . Er zijn veel foto’s van de auto van [eiser sub 2] en sporadisch ook van die van [eiseres sub 1] die zo geparkeerd zijn dat zij de toegang tot de parkeerplaatsen van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] belemmeren. De warmtepomp van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] is stuk gegaan. Volgens de reparateur heeft iemand de pomp onklaar heeft gemaakt door de ontluchter aan de installatie buiten open te draaien. Een band van de auto van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] is lek gestoken. Het naamplaatje bij de voordeur van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] is verdwenen. De Ziggo kabel naar het appartement van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] is doorgeknipt. 4.6. Gelet op deze incidenten hebben [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] een zwaarwegend belang bij permanent cameratoezicht, ook als daarbij gezamenlijke gedeelten van het complex in beeld komen. Dat beveiligingsbelang levert dan ook een rechtvaardigingsgrond op en ook een verwerkingsgrondslag als bedoeld in artikel 6 lid 1 sub f AVG. Het is niet in strijd met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit dat [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] in beeld komen als zij van en naar hun parkeerplaatsen gaan. Het is immers voldoende aannemelijk is dat [eiser sub 2] betrokken was is geweest bij een aantal incidenten. Bovendien kunnen [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] hun woning bereiken zonder gefilmd te worden als zij te voet via de voordeur naar binnen gaan. Alleen de camera(s) in het penthouse maken deels onrechtmatig inbreuk op de privacy 4.7. Het beveiligingsbelang is echter niet zo zwaarwegend dat het ook rechtvaardigt om de woning van [eiseres sub 1] van [gedaagde sub 1] en bijbehorende gedeelten in beeld worden gebracht. De camera’s in het penthouse, op de eerste verdieping (volgens [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] zijn het er twee, volgens [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] is het er altijd slechts één geweest), zijn op dit moment gericht op de achterzijde van het perceel. Het is voldoende aannemelijk dat daarmee ook de tuin van [eiseres sub 1] van [eiser sub 2] in beeld kan worden gebracht. Dat blijkt de overgelegde stills van beelden die met die camera(’s) zijn gemaakt. Hierop is [eiser sub 2] te zien terwijl hij in zijn eigen tuin staat (in het gedeelte dat grenst aan de tuin van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ). Dat betekent dat de camera(’s) inbreuk maken op de privacy van [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] . Hiervoor is onvoldoende rechtvaardigingsgrond. Het is immers niet gebleken dat incidenten hebben plaatsgevonden via de tuin van [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] of dat daarop een risico bestaat. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zullen daarom worden veroordeeld om ofwel de camera’s uit het penthouse te verwijderen, ofwel de camera’s te laten vervangen door één vaste camera. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] heeft ook maatregelen gevorderd die hen in staat moeten stellen om het bereik van die nieuw te installeren vaste camera te controleren, en die de waarborgen dat zij het bereik vervolgens niet zelf weer verruimen. Dat zal in gewijzigde vorm ook worden toegewezen. 4.8. Voor de overige camera’s is onvoldoende aannemelijk dat zij inbreuk maken op de privacy van [eiseres sub 1] van [eiser sub 2] . Met de camera aan de schutting in de tuin van hun woning kunnen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] die tuin, de carports en geparkeerde auto’s en personen op de gemeenschappelijke toegangsweg daarnaartoe in beeld brengen. Gelet op de overgelegde foto’s is niet aannemelijk dat vanaf deze positie beelden kunnen worden gemaakt van de tuin of de woning van [eiseres sub 1] van [eiser sub 2] . Hetzelfde geldt voor de camera op de muur van het bijgebouw van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] . De vorderingen over die camera’s zullen dan ook worden afgewezen. 4.9. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zal ook worden verboden om verwijderde camera’s terug te plaatsen en om – naast een vaste camera op de eerste verdieping – nog andere camera’s te plaatsen. 4.10. De gevorderde dwangsommen zullen zal worden beperkt als onder beslissing is vermeld. Geen proceskostenveroordeling in conventie 4.11. Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. in reconventie 4.12. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] vragen om [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] te beperken in hun bewegingsvrijheid. Dat is een ernstige inbreuk op een grondrecht van [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] . Daarvoor moet voldoende aanleiding zijn. 4.13. Als het gaat om [eiseres sub 1] hebben [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] niet met feiten onderbouwd waarom zij zou kunnen worden beperkt in haar bewegingsvrijheid. De vorderingen zullen dus worden afgewezen voor zover het gaat om [eiseres sub 1] , met uitzondering van de verbod om de doorgang naar de garages van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te beperken. Dat zal verder worden gemotiveerd bij dat specifieke verbod 4.14. Op grond van de feiten en omstandigheden zoals die zijn opgenomen onder 4.5 is er voldoende reden om [eiser sub 2] te beperken in zijn contact met [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] . Dat geldt echter niet voor alle verzoeken die [eiser sub 2] en [gedaagde sub 2] hebben gedaan. Het gevraagde verbod om binnen drie meter van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] of hun familieleden te komen is te verstrekkend. [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] wonen boven [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] , in hetzelfde kleinschalige appartementencomplex. De deuren van hun appartementen liggen direct naar elkaar en komen uit op een gezamenlijke hal met een gezamenlijke buitendeur. Dat partijen op momenten dichter dan drie meter van elkaar komen, is dan ook nauwelijks te voorkomen. Het gevraagde verbod is dan ook een te grote inbreuk op het leven van [eiser sub 2] . Daar komt bij dat het ook een nauwelijks te handhaven verbod is. De vordering om [eiser sub 2] te verbieden om [gedaagde sub 1] ’s en [gedaagde sub 2] gedeelten van het complex te betreden¸ zal eveneens worden afgewezen. Het spreekt voor zich dat [eiser sub 2] dat niet mag, maar het is onvoldoende gebleken dat hij dat heeft gedaan en dat een verbod noodzakelijk is. De vordering om [eiser sub 2] te verbieden de eigendommen van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te beschadigen wordt wel toegewezen. Hier spreekt eveneens voor zich dat [eiser sub 2] dat niet mag. In dit geval is ook voldoende aannemelijk [eiser sub 2] dat wel heeft gedaan, onder meer door de schutting groen te spuiten. De vordering om [eiser sub 2] te verbieden [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] lastig te vallen, is te algemeen en breed geformuleerd om te kunnen worden toegewezen. Het daarmee samenhangende verbod voor [eiser sub 2] om contact te zoeken met [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zal wel worden toegewezen op de wijze die hierna is bepaald. De communicatie van [eiser sub 2] en zijn verdere gedrag zijn zodanig onder de maat dat zo’n verbod gerechtvaardigd is. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben recht om niet op die manier te worden benaderd. Ook het gevraagde verbod om de vrije doorgang naar de garages te belemmeren, zal worden toegewezen zoals hierna vermeld. Dat verbod zal zowel voor [eiser sub 2] als voor [eiseres sub 1] gelden, omdat ook [eiseres sub 1] die toegang sporadisch heeft belemmerd in het verleden. Verder is dit van belang om de naleving van het verbod te bevorderen. Anders zouden [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] voor overtreding van dit verbod niet alleen moeten aantonen dat een auto van of voor [eiser sub 2] of [eiseres sub 1] de toegang belemmert, maar ook dat die door [eiser sub 2] daar is neergezet. 4.15. Aan de opgelegde verboden worden ook dwangsommen worden verbonden zoals hierna vermeld. [eiser sub 2] krijgt in reconventie ongelijk en moet een proceskostenvergoeding betalen 4.16. [eiser sub 2] is in deze reconventie grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in reconventie worden begroot op: - griffierecht € 341,00 - salaris advocaat € 1.177,00 - nakosten € 296,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.814,00 zowel in conventie als in reconventie 4.17. De veroordelingen worden deels hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan de wederpartij. 5 De beslissing De voorzieningenrechter in conventie 5.1. veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk om binnen zeven dagen na betekening alle camera’s in het penthouse te verwijderen en desgewenst te vervangen door één vaste camera, die door een professioneel beveiligingsbedrijf zo moet zijn afgesteld dat privé gedeelten van [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] (zoals hun tuin) daarmee niet in beeld kunnen worden gebracht, althans ervoor te zorgen dat de bestaande camera in het penthouse op die wijze door een professioneel beveiligingsbedrijf zo wordt afgesteld, 5.2. veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk om ervoor te zorgen dat dit beveiligingsbedrijf binnen 14 dagen na plaatsing of aanpassing aan [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] toont wat die camera in beeld kan brengen en schriftelijk verklaart hoe (fysiek en/of softwaretechnisch) is gewaarborgd dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] die privégedeelten niet alsnog in beeld kunnen (laten) brengen, 5.3. veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk om aan [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de hoofdveroordelingen onder 5.1 en 5.2 voldoen, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt, 5.4. verbiedt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk verder nog camera’s te plaatsen die beelden maken van de woning of de privé-buitenruimte van [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] , 5.5. veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk om aan [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] een dwangsom te betalen van € 1.000,00 voor iedere overtreding van het verbod onder 5.4, vermeerderd met € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat die overtreding voortduurt, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt, 5.6. compenseert de kosten van de procedure in conventie, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt, in reconventie 5.7. verbiedt [eiser sub 2] om eigendommen van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te beschadigen, vernielen, bekladden, bekrassen, verwijderen, verplaatsen, onbruikbaar te maken of anderszins aan te tasten, 5.8. veroordeelt [eiser sub 2] om aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] een dwangsom te betalen van € 5.000,00 per overtreding van het verbod onder 5.7, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt, 5.9. verbiedt [eiser sub 2] om gedurende twaalf maanden na betekening van dit vonnis schriftelijk, telefonisch of anderszins contact op te nemen met [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] , tenzij dat noodzakelijk is ter voorkoming van een acute noodsituatie of ter voldoening aan een wettelijke verplichting, 5.10. veroordeelt [eiser sub 2] om aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] een dwangsom te betalen van € 500,00 per overtreding van het verbod onder 5.9, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt, 5.11. verbiedt [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] hoofdelijk om de doorgang tussen de openbare weg naar de parkeerplaatsen van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te (laten) blokkeren, 5.12. veroordeelt [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] hoofdelijk om aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] een dwangsom te betalen van € 500,00 per overtreding van het verbod onder 5.11, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt, 5.13. veroordeelt [eiser sub 2] in de proceskosten van € 1.814,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser sub 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.14. veroordeelt [eiser sub 2] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten onder 5.13 als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, zowel in conventie als in reconventie 5.15. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van de beslissingen onder 5.6 en 5.16, 5.16. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. van Rens, ondertekend door mr. N.A.J. Purcell, en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026. JO/4972 Het complex is gelegen aan de [adres] te ( [postcode] ) [plaats] . Artikel 2 lid 2 onder c AVG bepaalt dat de AVG niet van toepassing is op gegevensverwerking door natuurlijk persoon bij de uitoefening van zuiver persoonlijke of huishoudelijke activiteiten. Die uitzondering is echter niet van toepassing als opnames van de openbare weg worden opgeslagen, Hof van Justitie EU 11 december 2014, C - 212/13, ECLI:EU:C:2014:2428. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] beroepen zich op de onder artikel 6 lid 1 onder f AVG bedoelde grondslag. Volgens hen is de verwerking noodzakelijk is voor de behartiging van hun gerechtvaardigde belang om zichzelf en hun eigendommen te beschermen. Dat belang weegt volgens hen zwaarder dan de belangen of de grondrechten en de fundamentele vrijheden van [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] . [eiser sub 2] schrijft: ‘Wij wachten het faillissement van je slinkende bedrijfje wel [bedrijfsnaam] af en het onvermogen om je schulden te betalen.’ Productie 2 bij dagvaarding p. 15 en 16.

How it connects