Recital 9
Content
De lidstaten moeten de noodzakelijke maatregelen kunnen nemen ter bescherming van de wezenlijke belangen van nationale veiligheid, ter vrijwaring van de openbare orde en de openbare veiligheid en om de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten mogelijk te maken. Daartoe moeten de lidstaten specifieke entiteiten die activiteiten verrichten op het gebied van nationale veiligheid, openbare veiligheid, defensie of rechtshandhaving, met inbegrip van het voorkomen, onderzoeken, opsporen en vervolgen van strafbare feiten, kunnen vrijstellen van bepaalde in deze richtlijn vastgelegde verplichtingen met betrekking tot die activiteiten. Wanneer een entiteit uitsluitend diensten verleent aan een overheidsinstantie die is uitgesloten van het toepassingsgebied van deze richtlijn, moeten de lidstaten die entiteit kunnen vrijstellen van bepaalde in deze richtlijn vastgelegde verplichtingen met betrekking tot die diensten. Voorts mag geen enkele lidstaat worden verplicht inlichtingen te verstrekken waarvan de openbaarmaking in strijd zou zijn met de wezenlijke belangen van zijn nationale veiligheid, openbare veiligheid of defensie. Er moet in die context rekening worden gehouden met Unieregels of nationale regels voor de bescherming van gerubriceerde informatie, geheimhoudingsovereenkomsten en informele geheimhoudingsovereenkomsten, zoals het verkeerslichtprotocol. Het verkeerslichtprotocol moet worden opgevat als een middel om informatie te verstrekken over eventuele beperkingen met betrekking tot de verdere verspreiding van informatie. Het wordt gebruikt in bijna alle CSIRT’s en in sommige centra voor informatie-uitwisseling en -analyse.