Rechtbank Den Haag
Rechtbank Den Haag
Case Summary
Rechtbank DEN HAAG Meervoudige kamer Rekestnummer: HA RK 23-445 Zaaknummer: C/09/656717 Datum beschikking: 3 december 2025 Beschikking op het op 13 november 2023 ingekomen verzoekschrift van: [verzoeker] en [verzoekster] , verzoekers, dan wel verzoeker en verzoekster; in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van de minderjarige: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 te [geboorteplaats] , [land] , wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. C.H.M. Koster te Amsterdam. Als belanghebbende wordt aangemerkt: DE STAAT DER NEDERLANDEN, (Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst, verder te noemen “de IND”), zetelende te ’s-Gravenhage, vertegenwoordigd door: mr. [naam 1] . Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: - het verzoekschrift; - de brief van 24 november 2023, met bijlagen, van verzoekers; - de brief van 18 december 2023 van de IND; - - de bief van 2 februari 2024 van verzoekers; - de brief van 25 maart 2024, met bijlagen, van verzoekers; - de brief van 6 mei 2024 van de IND; - de brief van 13 mei 2024, met bijlage, van verzoekers; - een e-mailbericht van 12 juli 2024, met bijlagen, van verzoekers; - de brief van 30 juli 2024 van de IND; - de brief van 8 januari 2025, met bijlage, van verzoekers; - de brief van 25 februari 2025 van de IND; - een uitspraak van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 2 juli 2025 waarin aan verzoekers machtiging wordt verleend voor de minderjarigen een procedure te voeren om vaststelling van het Nederlanderschap. Op 5 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de advocaat van verzoekers en [naam 2] , waarnemend voor mr. [naam 1] . Verzoekers zijn niet verschenen. Feiten De volgende feiten blijken uit het dossier dan wel zijn door de IND vastgesteld, zodat de rechtbank deze als vaststaand aanneemt. Bij Koninklijk Besluit van 16 april 2012 heeft verzoeker door naturalisatie de Nederlandse nationaliteit verkregen. Verzoekers zijn volgens de gegevens in de Basisregistratie personen (BRP) gehuwd op [datum] 2013 te [geboorteplaats] , [land] . Dit huwelijk is in de persoonslijst van verzoeker geregistreerd op basis van een op 24 december 2019 bij de gemeente Purmerend afgelegde Verklaring onder ede ingevolge artikel 2.8 van de Wet BRP Uit een rapport van DNA-onderzoek van 25 oktober 2023 uitgevoerd door Verilabs blijkt dat met een waarschijnlijkheid van meer dan 99,9% is aangetoond dat verzoeker de biologische vader is van [minderjarige] ; Uit een rapport van DNA onderzoek van 31 december 2024 blijkt dat met een waarschijnlijkheid van meer dan 99,9% is aangetoond dat verzoekster de biologische moeder is van [minderjarige] . Verzoek en het standpunt van de IND Het verzoekschrift strekt – na wijziging op de zitting –, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, tot: primair: - verklaring voor recht dat de Somalische geboorteakte van [minderjarige] overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een Nederlands register van de burgerlijke stand; subsidiair: - de geboortegegevens van [minderjarige] vast te stellen en de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage te gelasten een geboorteakte van [minderjarige] op te maken en in te schrijven in het register van geboorten van de gemeente ’s-Gravenhage, met vaststelling van zijn namen en geboortedatum als: - [minderjarige] , geboren [geboortedatum 1] 2018; Met daarin de volgende persoonsgegevens van de verzoeker als vadergegevens: - Naam vader : [verzoeker] ; - Plaats van geboorte vader : [geboorteplaats] , [land] ; - Dag van geboorte vader : [geboortedatum 2] 1992; Met daarin opgenomen de volgende persoonsgegevens van verzoekster als moedergegevens: - Naam moeder : [verzoekster] ; - Plaats van geboorte moeder : [geboorteplaats] , [land] ; - Dag van geboorte moeder : [geboortedatum 3] 1996; De overige verzoeken zijn tijdens de zitting ingetrokken. De IND stelt zich op het standpunt dat de identiteit, afstamming en nationaliteit van [minderjarige] zijn bewezen en dat [minderjarige] in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit. Beoordeling Het biologisch ouderschap van verzoekers over [minderjarige] is vastgesteld door middel van DNA-onderzoek. Daarnaast zijn de volgende door verzoekers overgelegde documenten echt bevonden door Bureau Documenten van de IND: - de geboorteakte van verzoekster, nr. [geboorteakte 1] , afgegeven door de Municipality of [geboorteplaats] op 12 mei 2024; - Certificate of Identity Confirmation van verzoekster, nr. [certificaat 1] , afgegeven door de Municipality of [geboorteplaats] op 12 mei 2024, voorzien van een foto; - de geboorteakte van [minderjarige] , nr. [geboorteakte 2] , afgegeven door de Municipality of [geboorteplaats] op 13 mei 2024; - Certificate of Identity Confirmation van [minderjarige] , nr. [certificaat 2] , afgegeven door de Municipality of [geboorteplaats] op 13 mei 2024, voorzien van een foto; Van verzoeker staat vast dat aan hem bij beschikking van 17 november 2006 en verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd is verleend met ingang van 8 augustus 2006. Bij Koninklijk Besluit van 16 april 2012 heeft verzoeker door naturalisatie de Nederlandse nationaliteit verkregen. Volgens de gegevens van de BRP zijn verzoekers gehuwd op 16 december 2016 in [geboorteplaats] , Somalië. De identiteit, afstamming en nationaliteit van [minderjarige] zijn volgens de IND voldoende bewezen. Uit de stukken en het standpunt van de IND volgt de conclusie dat [minderjarige] in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit. Op de zitting is besproken dat de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage belanghebbende is met betrekking tot de verzoeken die nu nog voorliggen. Deze is echter niet verzocht een standpunt in te nemen of opgeroepen voor de zitting. De rechtbank zal daarom een afschrift van de processtukken naar de ambtenaar van de burgerlijke stand sturen. De ambtenaar wordt verzocht schriftelijk te reageren op de verzoeken. De behandeling van de zaak wordt daarom aangehouden voor de een periode van drie maanden. Beslissing De rechtbank: * merkt als belanghebbende aan: de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage, afdeling landelijke taken, Postbus 12620 2500 DL ’s-Gravenhage; * gelast de griffier een afschrift van de processtukken te sturen naar de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage; * bepaalt dat de behandeling van het verzoek wordt aangehouden tot 1 maart 2026 pro forma teneinde de ambtenaar van de burgerlijke stand in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de voorliggende verzoeken; * bepaalt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage uiterlijk vier weken voor de genoemde proformadatum zijn standpunt schriftelijk kenbaar maakt; * bepaalt dat verzoekers uiterlijk twee weken voor de genoemde proformadatum voor zover daarop wordt prijs gesteld, zullen reageren; houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mrs. H.M. Boone, A.C. Olland en A.P. de Klerk, rechters, bijgestaan door mr. P. Hillebrand als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 december 2025.