Skip to content
Case Law
EN

Bij aankomst in België, werd er getwijfeld aan de leeftijd van de persoon die stelde 16 te zijn, waarna zij direct werd...

ECHR

ECHR

Case Summary

Bij aankomst in België, werd er getwijfeld aan de leeftijd van de persoon die stelde 16 te zijn, waarna zij direct werd onderworpen aan een bottest. Het Hof oordeelt dat er sprake was van inmenging in het privéleven van de verzoekster aangezien de beslissing haar heeft beroofd van alle rechten die voortvloeien uit haar status als minderjarige (r.o. 76). Deze inmenging had weliswaar een wettelijke basis (r.o. 77) en diende een legitiem doel, namelijk het onderscheiden van minderjarige en meerderjarige migranten voor de bescherming van minderjarigen (r.o. 78-80). Bij de beoordeling van de noodzakelijkheid van de inmenging merkt het Hof op dat de verzoekster correct in een centrum voor minderjarigen werd geplaatst gedurende de procedure (r.o. 81). Na twijfel over haar minderjarigheid werd zij echter onmiddellijk doorverwezen voor bottesten (r.o. 82) en pas daarna gehoord door de voogdijdienst (r.o. 83). Het Hof benadrukt het belang van geïnformeerde toestemming voor medische handelingen (r.o. 90) en stelt vast dat, zelfs als de informatiebrochure was verstrekt, deze niet duidelijk vermeldde dat toestemming noodzakelijk was (r.o. 89). Het Hof oordeelt dat medische onderzoeken vanwege hun invasieve karakter alleen als laatste redmiddel moeten worden gebruikt (r.o. 92). In deze zaak had het gesprek met een speciaal opgeleide medewerker van de voogdijdienst vóór de bottesten moeten plaatsvinden, wat mogelijk had kunnen leiden tot het gebruik van minder ingrijpende methoden om de twijfel over de leeftijd weg te nemen (r.o. 93). Zonder zich uit te spreken over de betrouwbaarheid van bottesten of over de werkelijke leeftijd van de verzoekster, concludeert het Hof dat het besluitvormingsproces met onvoldoende waarborgen was omgeven (r.o. 94). Het Hof oordeelt derhalve dat er sprake is van schending van