Misbruik van identificerende persoonsgegevens. Bewezenverklaring onvoldoende.
Hoge Raad
Case Summary
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/00255 Datum 18 maart 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 13 januari 2023, nummer 20-001292-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.J.P.M. Mooren, advocaat in Tilburg, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De plaatsvervangend advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan. 2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring niet uit de gebruikte bewijsmiddelen kan worden afgeleid. 2.2 Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de plaatsvervangend advocaat-generaal onder 4 tot en met 6. 3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig. 4 Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof; - wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 maart 2025 .