Art. 47 AWR biedt voldoende grondslag voor opvragen emailverkeer, sms, notities etc. door inspecteur van de belasting.
Informatiebeschikking, territoriale begrenzing op grond van artikel 47 en 52a AWR, schending met artikel 8 EVRM en/of de artikelen 5, 9 en 17 BUPO, schending met Tax Information Exchange Agreement (TIEA). Belanghebbende emigreert eind september 2013 tezamen met haar partner naar Jersey. De partner houdt aandelen in het aandelenkapitaal van [B ltd]., welke vennootschap via dochterondernemingen 100% van de aandelen in [G Ltd] houdt. Belanghebbende verricht haar werkzaamheden als IT-consultant vanaf 2008 via [G Ltd]. Na de liquidatie van [G Ltd] worden de werkzaamheden verricht via [L Ltd]. Belanghebbende en haar partner houden de aandelen in deze vennootschap. De inspecteur geeft informatiebeschikkingen voor de jaren 2008 – 2014. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank de informatiebeschikking over de jaren 2008, 2009, 2011 en 2012 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, en of de informatiebeschikkingen over de jaren 2010, 2013 en 2014 terecht aan belanghebbende gegeven. Het hof oordeelt dat de rechtbank de beroepen van belanghebbende over de jaren 2008, 2009, 2011 en 2012 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en verklaart het hoger beroep hiertegen ongegrond. Het hof oordeelt voorts dat de inspecteur zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de door hem gevraagde gegevens, inlichtingen, boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers van belang kunnen zijn om opheldering te krijgen over de vraag of de belanghebbende in Nederland belastingplichtig is. Het hoger beroep van belanghebbende over de jaren 2010. 2013 en 2014 is eveneens ongegrond.
How it connects
Related across sources
Full text 61 paragraphs
De inspecteur heeft aan belanghebbende informatiebeschikkingen zoals bedoeld in artikel 52a, lid 1, Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) gegeven over de jaren 2008 tot en met 2014.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De inspecteur heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar gedaan en de bezwaren ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraken op bezwaar beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep met betrekking tot de informatiebeschikkingen voor de jaren 2008, 2009, 2011 en 2012 niet-ontvankelijk verklaard en heeft het beroep met betrekking tot de jaren 2010, 2013 en 2014 gegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn doorgestuurd naar de inspecteur.
De zitting heeft plaatsgevonden op 25 juli 2024 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen belanghebbende, tot bijstand vergezeld van haar partner, en haar gemachtigde, [gemachtigde] , en, namens de inspecteur, [inspecteur] . Belanghebbende, haar partner en haar gemachtigde hebben aan de zitting deelgenomen door middel van een directe beeld- en geluidsverbinding via Microsoft Teams. Op deze zitting zijn gelijktijdig behandeld de onderhavige zaken en de zaken met nummers 22/2292 t/m 22/2297 en de zaken met nummers 22/2298 t/m 22/2305.
Belanghebbende heeft tijdens de zitting een pleitnota voorgelezen en exemplaren daarvan overgelegd aan het hof en aan de andere partij.
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.
Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat gelijktijdig met de uitspraak in Mijn Rechtspraak wordt geplaatst dan wel aan partijen wordt verzonden.
Belanghebbende en haar partner woonden tot eind september 2013 in [plaats 2] , Nederland. Vanaf 1 september 2013 hebben zij een woning gehuurd op [woonplaats] . Op 14 oktober 2013 hebben zij zich met hun twee kinderen uitgeschreven in Nederland en zich ingeschreven op [woonplaats] .
De partner heeft ook na september 2013 de woning te [plaats 2] in eigendom gehouden. De partner verhuurde deze woning van 1 november 2013 tot 31 oktober 2014 aan een derde. Gedurende de periode van 1 augustus 2015 tot en met 31 juli 2016 verhuurde de partner de woning te [plaats 2] aan de heer en mevrouw [persoon 2] (eveneens derden). In de beide huurcontracten is een diplomatenclausule opgenomen, welke inhoudt dat de partner verklaart dat hij de vorige bewoner van het woonhuis is en dat hij de woning, na afloop van de overeengekomen huurperiode, zelf weer zal betrekken.
De partner hield in de onderhavige jaren 5 van de 225 aandelen in het aandelenkapitaal van [B Ltd] . [B Ltd] hield via [C Ltd] , [E Ltd] en [F Ltd] , 100% van de aandelen in het aandelenkapitaal in [G Ltd] .
Belanghebbende en de partner voerden gezamenlijk de directie over [G Ltd] . De partner is in de jaren 2011 en 2012 twee leningen van ieder € 200.000 bij [G Ltd] aangegaan.
Belanghebbende was in de onderhavige jaren werkzaam als IT-consultant. Tot begin 2008 verrichtte belanghebbende haar werkzaamheden als IT-consultant zelfstandig en deed daarvoor jaarlijks aangifte IB/PVV ter zake van haar in het betreffende jaar genoten winst uit onderneming.
Belanghebbende heeft haar IT-werkzaamheden tot en met het jaar 2012 verricht voor [bank] . Vanaf het jaar 2013 verrichtte zij haar werkzaamheden uitsluitend voor [H BV] . Voormelde werkzaamheden heeft zij verricht via tussenkomst van een bemiddelaar. Tot eind 2008 was dit [I] en daarna achtereenvolgens [J] en [K] .
Op 31 maart 2008 heeft belanghebbende een arbeidsovereenkomst gesloten met [G Ltd] . Vanaf dat moment heeft [G Ltd] klanten gefactureerd voor de door belanghebbende verrichte werkzaamheden. [G Ltd] is eind 2013 geliquideerd. Vanaf het jaar 2013 heeft belanghebbende voormelde werkzaamheden via [L Ltd] verricht. Belanghebbende en de partner houden gezamenlijk 100% van de aandelen in [L Ltd] .
Belanghebbende heeft voor de jaren 2008 tot en met 2014 aangiften IB/PVV gedaan.
De inspecteur heeft bij brief van 5 april 2016 belanghebbende verzocht om informatie voor de behandeling van de aangiften IB/PVV 2010 tot en met 2014. De brief luidt, voor zover van belang, als volgt: ‘Voor de behandeling van uw aangifte inkomstenbelasting over de jaren 2010, 2011, 2012, 2013 en 2014 heb ik additionele informatie nodig. Middels deze brief wil ik u verzoeken mij onderstaand genoemde informatie toe te zenden. - Kopie samenlevingscontract of vergelijkbaar indien opgemaakt; - Overzicht van aandelenbelangen, inclusief aan- en verkochte belangen; - Opgave van de waardering van de door u, niet als aanmerkelijk belang gehouden, aandelen (inclusief een kopie van onderliggende stukken); - Overzicht van kapitaalstortingen en/of terugbetalingen in de periode 2010 tot en met 2014; - Overzichten ontvangen dividenden, welke betrekking hebben op de periode 2010 tot en met 2014 (inclusief de datum van ontvangst en opgave op welke bankrekening); - Overzicht van ontvangen en/of toegezegde schenkingen in de periode 2010 tot en met 2014 (inclusief de datum van ontvangst en opgave op welke bankrekening); - Bent u in de periode 2010 tot en met 2014 -in welke vorm dan ook- betrokken bij een afgezonderd particulier vermogen? Zo ja, dan graag een toelichting op de betreffende APV's en uw betrokkenheid bij deze(n), alsmede kopieën van de onderliggende stukken); - Kopie directie- en managementovereenkomsten welke door u zijn afgesloten en/of welke van kracht waren over de periode 2010 tot en met 2014; - Overzicht ontvangen directie en/of managementvergoedingen welke betrekking hebben op door u uitgevoerde werkzaamheden in de periode 2010 tot en met 2014; - Kopie van uw arbeidscontracten welke door u zijn aangegaan en/of welke van kracht waren in de periode 2010 tot en met 2014; - Overzicht ontvangen inkomsten (voordelen) op basis van voornoemde arbeidscontracten, welke betrekking hebben op door u uitgevoerde werkzaamheden in de periode 2010 tot en met 2014; - Overzicht van eventueel overige bezoldigde en onbezoldigde functies die u in de periode 2010 tot en met 2014 hebt bekleed; - Kopie verkoopcontracten welke zijn gesloten en/of van kracht waren in de periode 2010 tot en met 2014 welke door u zijn gesloten in een andere hoedanigheid dan als directeur, bestuurder en/of medewerker van een rechtspersoon; - Documentatie waaruit uw verhuizing naar [woonplaats] , alsmede het moment van uw verhuizing naar [woonplaats] blijkt; - Leningenovereenkomsten (ontvangen en verstrekte gelden) met verbonden entiteiten zoals werkgevers of deelnemingen, welke zijn afgesloten en/of van kracht waren in de periode 2010 tot en met 2014; - Verloopstaten van de rekening-couranten en leningen (ontvangen en verstrekte gelden) over de periode 2010 tot en met 2014; - Overzicht binnenlandse- en buitenlandse rekeningen, inclusief PayPal-, bitcointaccounts en dergelijke op eigen naam gehouden in de periode 2010 tot en met 2014; - Overzicht binnenlandse- en buitenlandse rekeningen, inclusief PayPal-, bitcointaccounts niet op eigen naam, waarover u wel kunt beschikken in de periode 2010 tot en met 2014; - Overzicht binnenland en buitenlands onroerend goed (mede) op uw naam in de periode 2010 tot en met 2014; - Overzicht van hypotheken en leningen (akten en jaaropgaves) welke zijn afgesloten of van kracht waren in de periode 2010 tot en met 2014; - Overzicht credit-, debit en overige paycards waarover u kon beschikken in de periode 2010 tot en met 2014; - Overzicht pensioenproducten, lijfrentes etc; - Verhuurcontracten van onroerend goed (mede) op uw naam in Nederland aangegaan of van kracht in de periode 2010 tot en met 2015 ; - Overzicht ontvangen huren in Nederland aangegaan of van kracht in de periode 2010 tot en met 2015 : - Kopie van uw aangifte(n) inkomstenbelasting in [woonplaats] over de periode 2010 tot en met 2015 . Graag ontvang ik bovenstaande informatie vóór 2 mei 2016 . Ik verzoek u bovenstaande informatie ook te verstrekken indien u van mening zou zijn dat deze informatie niet relevant is voor de Nederlandse belastingheffing. Ik wil dan tevens verzoeken uw standpunt nader te onderbouwen. Wellicht ten overvloede wil ik u erop wijzen dat ingevolge artikel 47, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) een ieder verplicht is desgevraagd aan de inspecteur de gegevens en inlichtingen te verschaffen en bescheiden over te leggen die voor de belastingheffing ten zijnen aanzien van belang kan zijn en de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers waarvan de raadpleging van belang kan zijn voor de vaststelling van de feiten welke invloed kunnen uitoefenen op de belastingheffing te zijnen aanzien, voor dit doel beschikbaar te stellen. Ingevolge artikel 49 van de AWR dient het verstrekken van de inlichtingen en gegevens duidelijk, stellig en zonder voorbehoud te geschieden.’
Belanghebbende heeft bij brief van 17 mei 2016 op de onder 2.9 vermelde vragenbrief van de inspecteur, als volgt gereageerd: ‘Hieronder vindt u puntsgewijs antwoord op uw verzoek om informatie for de aangifte inkomstenbelastingen 2010, 2011, 2012, 2013 & 2014. Het volgende is daarbij in beschouwing genomen. A. In de genoemde jaren heeft de heer [persoon 5] van het kantoor [kantoornaam] te [plaats 2] de jaarlijkse inkomstenbelasting aangiftes opgesteld en ingediend bij de belastingdienst. B. Aangenomen wordt dat u beschikking heeft over de jaaraangiftes, aanslagen & definitieve aanslagen. C. Vanaf 21/10/2013 is [belanghebbende] en kinderen ((…) & (…)) woonachtig in [woonplaats] (Channel Islands). D. De heer [persoon 5] heeft voor het jaar 2013 de eerste negen maanden (1/1/2013 - 30/09/2013) meegenomen in de aangifte inkomstenbelasting. De [woonplaats] accountant is de inkomsten vanaf 1/10/2013 gaan administreren. E. Gelet op C & D, is [belanghebbende] niet belastingplichtig in Nederland voor inkomen uit werk & woning vanaf 1/10/2013. i.v.m. onroerend goed in Nederland ( [adres 1] , [postcode] [plaats 2] ) is aangifte ingediend voor 2014 en zal aangifte plaatsvinden voor 2015. F. Derhalve is inkomens gegevens toegevoegd voor de jaren 2010, 2011, 2012 en tot 30/09/2013 voor 2013. Puntsgewijs antwoordt op uw verzoek om informatie
Kopie verkoopcontracten. Niet van toepassing geweest.
Leningenovereenkomsten. a. Leningen overeenkomst 1st December 2011, welke is gewijzigd op 10th October 2012. Zie kopien toegevoegd. b. Leningen overeenkomst
Verloopstaten van rekening-couranten. Zie overzichten per jaar aan eind van deze brief.
Overzicht binnenlandse- en buitenlandse rekeningen op eigen naam. Rekening Rekening nummer Bankcards nummer ING Betaalrekening [belanghebbende] Creditcard [rekeningnummer 1] [nummer] ING Betaalrekening [de partner] en/of [belanghebbende] [rekeningnummer 2] ?? Rekening is opgeheven in 2013 ING Betaalrekening [belanghebbende] [rekeningnummer 3] ?? Rekening is opgeheven in 2013 Cotes-D'Armor Frankrijk [belanghebbende] en/of [de partner] [rekeningnummer 4] Momenteel is nieuwe pas aangevraagd. ING Beleggings Hypotheek [rekeningnummer 5] NVT Westland Utrecht Garantie Fonds [rekeningnummer 6] NVT
Overzicht binnenlandse- en buitenlandse rekeningen niet op eigen naam. Rekening Rekening nummer Bankcards numme r Rabo rekening courant zonder krediet - [G Ltd] Credit card [rekeningnummer 7] ?? opgeheven 2013 ?? Opgeheven 2013 Rabo bedrijfstelerekening - [G Ltd] [rekeningnummer 8] NVT Rabo rekeningen bedrijfstelerekening - [F Ltd] [rekeningnummer 9] NVT Rabo rekening courant - [F Ltd] [rekeningnummer 10] ?? Opgeheven 2013
Overzicht binnenland en buitenlands onroerend goed. a. Zie kopie hypotheekakte voor huis [adres 1] , [postcode] [plaats 2] op naam van [belanghebbende], 19/10/2001. b. ING Beleggershypotheek: [Bel. hypotheek nummer 1] was voorheen [Bel. hypotheek nummer 2] . ING heeft nummers gewijzigd in 2012. c. ING Aflossingsvrije Hypotheek [Afl. hypotheeknummer 1] was voorheen [Afl. hypotheeknummer 2] . ING heeft nummers gewijzigd in 2012. d. ING Aflossingsvrije Hypotheek [Afl. hypotheeknummer 3] was voorheen [Afl. hypotheeknummer 4] . ING heeft nummers gewijzigd in 2012. e. Zie tevens leenovereenkomsten bij punt 15.
Overzicht credit-, debit & overage paycards. Zie tabelen bij 17 & 18.
Overzicht pensioen, lijfrentes etc; f. AEGON lijfrente (polisnummer: [polisnummer 1] ) g. Nationale Nederlanden – pensioen beleggingsverzekering ( [werkgever] werkgever) (polis: [polisnummer 2] )
Verhuurcontracten van onroerend. h. Huis [adres 1] , [postcode] [plaats 2] staat op naam [belanghebbende] i. Zie huurovereenkomst mevr. [persoon 1] periode 1/11/2013 – 1/07/2015 opgesteld door [makelaar] . j. Zie huurovereenkomst mevr. [persoon 2] periode 1/8/2015 – heden, opgesteld door [makelaar] .
Overzicht ontvangen huren in Nederland periode 2010 t/m 2015. k. Huurcontract mevr. [persoon 1] - periode 1/11/2013 – 1/07/2015. Huur ontvangen 2013 – € 4.350, 2014 – €17.400, 2015 – €5.852. Schuld achterstand/vordering bestaat nog van €6.292 voor periode 2015 zoals bepaald door gerechtelijk uitspraak. Deurwaarder procedure loopt. I. Huurcontract [persoon 2] – periode 1/8/2015 – 31/12/2015. Huur ontvangen € 6.750
Kopie van aangiften inkomstenbelasting in [woonplaats] 2010 – 2015. m. [belanghebbende] was niet belastingplichting in periode 01/01/2010 – 30/09/2013 in [woonplaats] maar in Nederland. n. Aangezien [belanghebbende] niet woonachtig is Nederland vanaf 01/10/2013 maar in [woonplaats] , zijn de inkomsten gegevens uit werk vanaf 01/10/2013 niet relevant voor de Nederlandse belastingdienst.’
De inspecteur heeft bij brief van 8 september 2016, voor zover van belang, als volgt gereageerd: ‘Per brief van 5 april 2016 heb ik u informatie gevraagd over de door u ingediende aangiften inkomstenbelasting 2010, 2011, 2012, 2013 en 2014. U hebt hierop gereageerd per brief van 17 mei 2016. Naar aanleiding van deze brief en de informatie verkregen uit een boekenonderzoek bij de vennootschappen waar u tot datum liquidatie benoemd was als directeur, vraag ik uw aandacht voor het volgende. In mijn brief van 5 april 2016 heb ik u gevraagd om kopieën te verstrekken van de ingediende aangiften inkomstenbelasting in [woonplaats] . In uw brief van 17 mei reageert u op mijn verzoek als volgt: " Aangezien [belanghebbende] niet woonachtig is Nederland vanaf 01/10/2013 maar in [woonplaats] , zijn de inkomsten gegevens uit werk vanaf 01/10/2013 niet relevant voor de Nederlandse belastingdienst ." In deze brief wil ik nader in gaan op het Nederlandse heffingsbelang ten aanzien van de periode vanaf 1 oktober 2013 en u om aanvullende inlichtingen en bescheiden verzoeken. Het Nederlandse heffingsbelang Theoretisch kader – heffingsbelang Er bestaat een wettelijke grondslag voor de opvraag van de informatie, welke (onder andere) is neergelegd artikel
Het Hof heeft bij zijn beoordeling van het geschil in onderdeel 4.2 van zijn uitspraak terecht als uitgangspunt genomen het arrest BNB 2003/268. Evenwel heeft het Hof in onderdeel 4.5, na te hebben geoordeeld dat op zijn minst twijfels bestaan over het antwoord op de vraag of de werkelijke leiding van belanghebbende bij het statutaire bestuur berustte, overwogen dat het erom gaat dat de Inspecteur een begin van bewijs levert op grond waarvan een vermoeden bestaat dat de werkelijke leiding in Nederland ligt. Vervolgens heeft het in onderdeel 4.6 van zijn uitspraak geoordeeld dat het in de stukken van het geding waarop de Inspecteur zich beroept ter staving van zijn vermoeden nog geen begin van bewijs heeft gezien dat de feitelijke leiding mogelijk aanwezig is in Nederland. Hetgeen het Hof in onderdeel 4.5 van zijn uitspraak heeft overwogen strookt niet met het in onderdeel 4.2 ervan verwoorde uitgangspunt, aangezien het in dat onderdeel 4.5 overwogene een verdergaande eis aan het door de Inspecteur te leveren bewijs behelst dan uit het in onderdeel 4.2 neergelegde uitgangspunt voortvloeit. Doordat onderdeel 4.5 van zijn uitspraak in dit opzicht niet overeenstemt met onderdeel 4.2 ervan kan uit 's Hofs uitspraak niet worden opgemaakt of het Hof een juiste rechtsopvatting ten grondslag heeft gelegd aan zijn oordeel in onderdeel 4.6 van zijn uitspraak. In het bijzonder kan uit 's Hofs uitspraak niet worden opgemaakt wat het Hof van de Inspecteur heeft verlangd voor het voeden van de veronderstelling dat belanghebbende belastingplichtig is in Nederland. Derhalve heeft het Hof onvoldoende inzicht gegeven in zijn gedachtegang. Het middel slaagt in zoverre. Theoretisch kader toegepast op uw situatie. Uit het arrest van de Hoge Raad van 18 december 2015 kan worden afgeleid, dat de informatie verstrekt moet worden door belastingplichtige als de inspecteur op basis van de hem ter beschikking staande gegevens in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen, dat de gevraagde inlichtingen en gegevens van belang zouden kunnen zijn voor de belastingheffing van belanghebbende. Op grond van de navolgende gegevens ben ik van mening dat ik aan u informatie kan op vragen op grond van artikel
Belanghebbende heeft bij brief van 27 september 2016 op de onder 2.11 vermelde brief, voor zover van belang, als volgt gereageerd: A. U geeft aan op pagina 3: "Mogelijk hebt u na liquidatie de van [E Ltd] en/of haar in Nederland gevestigde deelnemingen, voordelen ontvangen die, voortkomen uit de (voormalig) dienstbetrekking.
De inspecteur heeft bij brief van 13 oktober 2016, voor zover van belang, als volgt gereageerd: ‘ A . In mijn brief van 8 september 2016 heb ik aangegeven dat het mogelijk is dat u na liquidatie van [E Ltd] en/of haar in Nederland gevestigde deelnemingen, voordelen heeft ontvangen die voortkomen uit de (voormalig) dienstbetrekking. U reageert daar als volgt op. 1. "Ik heb begrepen dat [E Ltd] is opgeheven na 30/9/2013. Derhalve is uw standpunt niet relevant, gelet op het feit dat ik niet meer in Nederland woon (niet binnenlands belastingplichtig) per 1/10/2013." Ik wil u erop attenderen dat ook voordelen uit een voormalige dienstbetrekking eveneens leiden tot fiscaal belast inkomen. Het opheffen van een entiteit leidt niet automatisch tot beëindiging van voordelen voorkomend uit (een dienstbetrekking bij) deze entiteit. 2. "In uw brief heb ik niet kunnen achterhalen op basis van welk informatie u tot uw standpunt komt. Hierdoor geeft u mij geen mogelijkheid (bewust of onbewust) om u standpunt op gerichte wijze te weerleggen voorafgaand aan u verzoek te moeten voldoe om zeer persoonlijke gegevens te verstrekken over de periode dat ik niet in Nederland woonachtig ben (niet binnenlands belastingplichtig). Dit is mijn inziens onredelijk." 3. "U vraagt specifieke informatie (zie vraag 6) in dezelfde brief waarin u al een standpunt daarover heeft geformuleerd en waarbij u tevens geen aannemelijke onderbouwing geeft bij u ingenomen standpunt. Dit zou kunnen betekenen dat u weinig of geen aannemelijk onderbouwing heeft voor u ingenomen standpunt. Dit zou derhalve mijn inziens onredelijk zijn mede gelet op de zeer persoonlijke informatie (privacy) die u daarbij opvraagt (bijv. vraag 3- alle bankrekening mutaties na 3019/2013) over de periode dat ik niet meer in Nederland woonachtig ben." 4. “Gelet B. 1., B2. & B3., ben ik derhalve (principieel) van mening dat ik u geen informatie hoef te verstrekken m.b.t. de periode na 30/9/2013 voor standpund A. Hierdoor ben ik van oordeel dat u op een 'fishing expedition' uit bent m.b.t dit standpunt." Ik merk op dat op basis van artikel
AWR u gehouden bent desgevraagd aan de inspecteur de gegevens en inlichten te verstrekken welke voor de belastingheffing te zijnen aanzien van belang kunnen zijn. De onderbouwing van het mogelijk fiscaal belang heb ik reeds in mijn brief van 8 september 2016 aan u medegedeeld. Ik verwijs u dan ook naar mijn brief van 8 september 2016 en adviseer u, bij onduidelijkheid over uw juridische positie, advies in te winnen van een fiscaal adviseur. Onder B en C merk ik samengevat op, dat u stelt dat ik u onvoldoende informatie heb verstrekt om mijn standpunt te onderbouwen. Hierop herhaal ik dat ik het fiscaal belang in mijn brief van 8 september 2016 afdoende heb onderbouwd. De in mijn brief opgenomen jurisprudentie kunt u integraal op internet terugvinden onder de door mij opgenomen uitspraaknummers. Ik herhaal mijn advies dat u, bij onduidelijkheid over uw juridische positie, advies kan inwinnen bij een fiscaal adviseur. Voor de vragen die toezien op de periode van voor 2011, is het volgende van toepassing. De aandeelhouder van [F Ltd] Is een in Cyprus gevestigde entiteit. Indien de aandeelhouder u een beloning heeft verstrekt op basis van uw werkzaamheden voor [G Ltd] , dan is er mogelijk sprake van in het buitenland opgekomen inkomen, waarop de verlengde navorderingstermijn van 12 jaar van toepassing is. Ten aanzien van de door mij in mijn brief van 8 september 2016 gestelde vragen, merk ik op dat u geen van de vragen heeft beantwoord, met uitzondering van vraag 10, 11 en
Een overzicht van alle voordelen welke u direct of indirect hebt verkregen uit [F Ltd] tussen 19 maart 2008 en heden. Behoudens uw direct verloonde salaris.
Kopieën van alle communicatie vanuit prive met [E Ltd] (Cyprus) en vice versa.
Opgave van alle voordelen die u hebt genoten na aanleiding van liquidatie van [E Ltd] en/of haar in Nederland gevestigde deelnemingen met kopieën van alle onderliggende stukken.
Deze vraag acht ik afdoende beantwoord.
Hebt u in de periode 2008 tot en met heden een schenking ontvangen van [E Ltd] en/of haar bovenliggende moedermaatschappijen en/of haar in Nederland gevestigde deelnemingen? Zo ja graag kopieën van alle onderliggende stukken en stortingsbewijs.
Bent u en/of uw partner (…) op enig wijze de Ultimate Beneficiary Owner(s) (geweest) van [G Ltd] tussen 19 maart 2008 en opheffingsdatum. Graag met overzicht van de periode(n) waarin u de UBO bent geweest, alsmede de wijze waarop u UBO bent geweest. Informatie verplichting Gewezen wordt op de toepassing van artikel 47, lid 1, onderdeel a en b van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR). Op grond van dit artikel bent u verplicht de gevraagde gegevens en inlichtingen te verstrekken. In artikel
AWR is bepaald dat deze gegevens duidelijk, stellig en zonder voorbehoud moeten worden verstrekt op de aangegeven wijze en binnen een door de inspecteur te stellen termijn. Indien u de gevraagde gegevens en inlichtingen, onjuist of onvolledig verstrekt pleegt u een strafbaar feit als omschreven in artikel 68 en
AWR. Verder wil ik u er graag op wijzen dat, indien u de gevraagde informatie niet (volledig) verstrekt, ik een informatiebeschikking ex art. 52a AWR op kan leggen.’
Belanghebbende heeft bij e-mail van 2 november 2016 de inspecteur om uitstel van vier weken verzocht voor het beantwoorden van de onder 2.13 vermelde brief.
De inspecteur heeft bij e-mail van 7 november 2016, voor zover van belang, als volgt gereageerd: “Helaas moet ik u berichten dat ik heb moeten constateren dat [de partner] en [belanghebbende] al geruime tijd niet aan hun informatieverplichting hebben voldaan. Ook de reactietermijn van mijn laatste brief, waarin ik [de partner] en [belanghebbende] heb opgeroepen voor een gesprek, is reeds ruimschoots verstreken zonder enige reactie van [de partner] en/of [belanghebbende]. Hoewel ik begrip heb voor uw behoefte om het dossier te kunnen bestuderen, ben ik van mening dat [de partner] en [belanghebbende] u dan hiervoor eerder de gelegenheid hadden moeten bieden. Dit risico komt mijns inziens voor rekening van [de partner] en [belanghebbende]. Gezien de reeds aan uw cliënten geboden termijnen, alsmede de gezien de aanslagtermijnen kan ik uw cliënten helaas geen uitstel meer verlenen.’
De inspecteur heeft met dagtekening 20 november 2016 de onderhavige informatiebeschikkingen gegeven. De inspecteur heeft de in de brief van 13 oktober 2016 vermelde vragen in de informatiebeschikkingen opgenomen (zie 2.13).
Op 14 maart 2017 heeft de inspecteur via de Central Liaison Office te Almelo ( CLO ) aan de bevoegde autoriteiten van [woonplaats] op de voet van artikel 4 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Staten van [woonplaats] inzake de uitwisseling van informatie betreffende belastingzaken (de Tax Information Exchange Agreement; hierna: TIEA) informatie gevraagd over belanghebbende, de partner en [L Ltd] . In het verzoek is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen: ‘On
October 2013. These activities may be subject to Dutch taxation. It is not clear if [belanghebbende] and [de partner] declare the income from these activities in their income tax returns in [woonplaats] . Perhaps they perform these activities via one of their companies. In that case there may be a permanent establishment in the Netherlands or perhaps the fiscal residence of the company is actually the Netherlands. During the audit by the NTCA it emerged that [de partner] at least has/had a bank account with HSBC Bank Plc. Information requested (…) [Belanghebbende] To gain insight into the assets and interests of [belanghebbende] in 2013, and to gain insight into the income that [belanghebbende] declared in [woonplaats] , I would like to receive the following information from you:
Copies of income tax returns and income tax assessments of [belanghebbende] regarding the period 2013 - 2015.
Overview regarding the period 2013 - 2016 of interests held by [belanghebbende] in companies with start date and end date of the interest held.’
Na verdere correspondentie gedurende 2018 heeft het CLO van de bevoegde autoriteiten van [woonplaats] op 7 januari 2019 de ‘income tax returns’ van belanghebbende voor de jaren 2013 tot en met 2015 ontvangen. Verder heeft het CLO van de bevoegde autoriteiten van [woonplaats] op 22 februari 2019 informatie ontvangen afkomstig van HSBC Bank Plc [woonplaats] Branch, PKF BBA Limited en het Companies Registry at the [woonplaats] Financial Services Commission.
Op 21 februari 2018 heeft een hoorgesprek plaatsgevonden.
Op 19 juni 2020 respectievelijk 20 oktober 2020 heeft de inspecteur de navorderingsaanslagen opgelegd voor 2008, 2009, 2011 en 2012.
De rechtbank heeft het beroep met betrekking tot de informatiebeschikkingen voor de jaren 2008, 2009, 2011 en 2012 niet-ontvankelijk verklaard, het beroep met betrekking tot de informatiebeschikkingen voor de jaren 2010, 2013 en 2014 gegrond verklaard, de uitspraken op bezwaar met betrekking tot de informatiebeschikkingen voor de jaren 2010, 2013 en 2014 vernietigd en de informatiebeschikkingen voor de jaren 2010, 2013 en 2014 gewijzigd in die zin dat alleen de vragen 1 tot en met 9 in stand blijven. Voorts heeft de rechtbank belanghebbende tot vier weken na verzending van deze uitspraak in de gelegenheid gesteld alsnog de gevraagde informatie aan de inspecteur te verstrekken. De rechtbank heeft de inspecteur in de voor bezwaar en beroep gemaakte proceskosten aan de zijde van belanghebbende veroordeeld tot het bedrag van € 2.430 en heeft gelast dat de inspecteur aan belanghebbende het door deze ter zake van de behandeling van het beroep bij de rechtbank betaalde griffierecht ten bedrage van € 46 vergoedt.
Geschil en conclusies van partijen
Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen: Is belanghebbende terecht niet-ontvankelijk verklaard met betrekking tot haar beroep tegen de informatiebeschikkingen over de jaren 2008, 2009, 2011 en 2012? Indien deze vraag ontkennend moet worden beantwoord (dat wil zeggen: belanghebbende is ontvankelijk met betrekking tot haar beroep tegen de informatiebeschikkingen over de jaren 2008, 2009, 2011 en 2012), zijn deze informatiebeschikkingen dan terecht aan belanghebbende gegeven? Staat artikel
Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) toepassing van de artikelen 47 en 52a AWR voor de jaren 2010, 2013 en 2014 in de weg? Zijn de bevoegdheden uit hoofde van artikelen 47 en 52a AWR territoriaal begrensd? Heeft de inspecteur de informatiebeschikkingen voor de jaren 2010, 2013 en 2014 terecht aan belanghebbende gegeven? Heeft de inspecteur de algemene beginselen van behoorlijk bestuur geschonden? Heeft de inspecteur artikel
EVRM geschonden en/of de artikelen 5, 9 en 17 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (hierna: BUPO), dan wel enig ander internationaal voorschrift geschonden? Heeft de inspecteur de informatiebeschikkingen voor de jaren 2010, 2013 en 2014 gegeven in strijd met de TIEA?
Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van haar hoger beroep en vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, tot ontvankelijkverklaring van haar beroep voor de jaren 2008, 2009, 2011 en 2012, tot vernietiging van alle ten aanzien van haar genomen informatiebeschikkingen, tot veroordeling van de inspecteur in de werkelijke kosten van het geding bij dit hof en tot vergoeding van schade. De inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.
De inspecteur heeft ter zitting bij het hof zijn standpunt met betrekking tot de ontvankelijkheid van het hoger beroep van belanghebbende uitdrukkelijk en zonder voorbehoud ingetrokken.
Gronden Ten aanzien van het geschil a) Ontvankelijkheid beroep met betrekking tot jaren 2008, 2009, 2011 en 2012 4.1.