Rectificatie politiegegevens. Rb. gaat uitgebreid in op temporele dimensie rectificatieverzoek en inhoudelijke bespreking van het verzoek zelf.
Rechtbank
Case Summary
R.o. 7.1 : "De rechtbank stelt voorop dat eiseressen hun rectificatieverzoek op 17 februari 2021 hebben ingediend en dat het verzoek gaat over verstrekkingen die over hen “zijn gedaan”. Nog los van de vraag of dat mogelijk zou zijn, ziet het verzoek daarmee niet op verstrekkingen die de korpschef na de indiening van het rectificatieverzoek nog zou doen. Dat betekent dat het rectificatieverzoek in elk geval niet ziet op de telefonische verstrekking van 18 februari 2021 en dat de korpschef ten aanzien van die verstrekking niet heeft hoeven beoordelen of die voor rectificatie in aanmerking komt." Zie verder r.o. 9.1. : "De rechtbank stelt voorop dat hiervoor reeds is geoordeeld dat de korpschef zich in het bestreden besluit terecht heeft beperkt tot een beoordeling van de juistheid van de verstrekkingen van 16 augustus 2020 en 8 oktober 2020. De korpschef moet daarbij nagaan of de verstrekte politiegegevens op het moment van verstrekking juist waren. Of de politie in latere verstrekkingen de verstrekkingen van 16 augustus 2020 en 8 oktober 2020 al dan niet kon onderschrijven valt buiten het bestek van deze procedure."