Skip to content
Case Law
NL

Woo-zaak. Op bepaalde documenten is Wpg van toepassing en daarom niet Woo-regime.

Rechtbank

Rechtbank

Case Summary

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 23/1305 uitspraak van de meervoudige kamer van 3 december 2024 in de zaak tussen [eiser], te Amsterdam, eiser (gemachtigde: H. van Drunen), en de minister van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigden: mr. M.P. Ketting en mr. J.A. Groenendijk). Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: N.N., belanghebbende. (gemachtigde: mr. C.N. van der Sluis). Procesverloop Bij brief van 27 maart 2020 is door eiser een informatieverzoek ingediend op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Met de besluiten van 28 april 2022 (de primaire besluiten I en II) heeft verweerder een beslissing genomen op het verzoek. Met het besluit van 26 januari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser gedeeltelijk gegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 november 2024. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Belanghebbende en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Overwegingen Wat aan deze procedure voorafging 1. Met de brieven van 27 maart 2020 heeft eiser bij verweerder een verzoek om inzage gedaan op grond van de Wob. Eiser heeft gevraagd om openbaarmaking van informatie: - met betrekking tot correspondentie, contacten en contracten met woningcorporatie Woonstad Rotterdam ten aanzien van de Rotterdamse wijk de Wielewaal in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2020; - met betrekking tot correspondentie, contacten en contracten met woningcorporatie Vestia ten aanzien van de Tweebosbuurt (ofwel de Tweebosstraat, Hilledijk, Riebeekstraat, De la Reystraat, Martinus Steijnstraat, en de Putselaan) in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2020; - over verschillende vormen van vervolging en/of dwangmiddelen en/of optreden in het kader van openbare veiligheid in deze wijken of met betrekking tot bepaalde adressen in Rotterdam. 2. Met de primaire besluiten I en II heeft verweerder het Wob-verzoek gedeeltelijk ingewilligd. Verweerder heeft binnen de reikwijdte van het informatieverzoek over het dossier Wielewaal in totaal 45 documenten aangetroffen. Binnen de reikwijdte van het informatieverzoek over het dossier Tweebosbuurt heeft verweerder in totaal 171 documenten aangetroffen. Verweerder heeft besloten een deel van de geïnventariseerde documenten gedeeltelijk te openbaren. Deze documenten zijn in gelakte vorm als bijlage bij de primaire besluiten aan eiser verstrekt. Daarnaast heeft verweerder besloten de openbaarmaking van een deel van de geïnventariseerde documenten geheel te weigeren. Voor zover documenten reeds openbaar zijn, worden deze niet nogmaals openbaar gemaakt. En voor zover passages uit documenten betrekking hebben op andere informatie dan waar eiser in de Wob-verzoeken om heeft gevraagd, worden deze niet openbaar gemaakt door verweerder omdat ze buiten de reikwijdte van het verzoek vallen. Verder meent verweerder dat de Wob niet van toepassing is op bepaalde documenten, omdat die onder het regime van artikel 29 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) of de Wet politiegegevens (Wpg) vallen. 3. Met het bestreden besluit heeft verweerder de dossiers over de wijken Tweebosbuurt en Wielewaal samengevoegd en het bezwaar van eiser gedeeltelijk gegrond verklaard. Verweerder gaat over tot gedeeltelijke openbaarmaking van een aantal documenten die aanvankelijk geheel waren geweigerd. Bovendien gaat verweerder over tot openbaarmaking van meer passages in documenten die al gedeeltelijk openbaar waren gemaakt. De namen van wethouders en de namen van wijkagenten worden openbaar gemaakt. De taakomschrijvingen van personen zijn openbaar gemaakt, mits die personen daardoor niet direct herleidbaar zijn. Straatnamen zonder huisnummers en de namen van verhurende instanties zijn door verweerder openbaar gemaakt. Voor zover eiser heeft aangevoerd dat bijlagen bij documenten ontbreken, meent verweerder dat een aantal bijlagen reeds openbaar is en de andere bijlagen geheel zijn geweigerd. Van de documenten die reeds openbaar zijn, heeft verweerder de vindplaatsen in de inventarislijst vermeld. Verder handhaaft verweerder de weigering tot openbaarmaking van alle overige geweigerde passages en documenten. Wat moet de rechtbank beoordelen? 4. De rechtbank beoordeelt of verweerder terecht en op juiste gronden het verzoek van eiser om openbaarmaking van informatie (deels) heeft geweigerd. De rechtbank zal hieronder de beroepsgronden van eiser beoordelen. Bij de beoordeling van het beroep heeft de rechtbank kennis genomen van de met toepassing van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht overgelegde stukken. Toetsingskader 5. Op 1 mei 2022 is de Woo in werking getreden en is de Wob ingetrokken. Er is niet voorzien in overgangsrecht. Dat betekent dat de Woo onmiddellijke werking heeft en dat met ingang van 1 mei 2022 de Woo van toepassing is op besluiten over Wob-verzoeken die vóór de inwerkingtreding van de Woo zijn ingediend. Het bestreden besluit dateert van ná de inwerkingtreding van de Woo en daarom is de Woo van toepassing. Stukken die alsnog openbaar worden gemaakt 6. In de brief van 19 november 2024 heeft verweerder onderkend dat de naam van de wijkregisseur in document 31a (Wielewaal) onterecht niet openbaar is gemaakt. Verweerder heeft om die reden alsnog deze naam openbaar gemaakt. Nadat de bijlage is opgevraagd bij de politie heeft verweerder ook in de brief van 19 november 2024 de bijlage bij document 3 (Wielewaal) openbaar gemaakt. Nu verweerder in beroep wel bereid is om de kolomnamen van document 24a (Wielewaal), de naam van een wijkregisseur en de bijlage bij document 3 (Wielewaal) alsnog openbaar te maken, is het beroep gegrond. Artikel 29 Rv 7. Volgens eiser worden documenten die niet uitsluitend zijn opgesteld ten behoeve van een civiele procedure geweigerd, zoals documenten 56.1 en 57.1 (Tweebosbuurt). Verweerder stelt dat de betreffende officier van justitie heeft aangegeven dat alle documenten die zijn geweigerd op grond van artikel 29 Rv verband houden met een kort geding in krakerszaken. Ter zitting heeft verweerder nog toegelicht dat een kraker begint met het vestigen van huisrecht in een pand door middel van een huisvestingsbrief. Vervolgens wordt een ontruimingsbevel naar het pand gestuurd, waarop de kraker kan reageren door een kort geding te starten. Volgens verweerder vallen deze stukken allemaal onder de civiele procedure, namelijk het kort geding. 8. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) is op de processtukken in een civiele procedure artikel 29 Rv van toepassing. Dit artikel bevat een bijzondere openbaarheidsregeling met een uitputtend karakter, die voorgaat op de Woo. Dus op de processtukken in een civiele procedure is de Woo niet van toepassing. 9. Na kennisneming van de documenten 56.1 en 57.1 (Tweebosbuurt) is de rechtbank van oordeel dat verweerder onterecht de bijzondere openbaarmakingsregeling van artikel 29 Rv heeft toegepast. Deze documenten betreffen huisvestingsbrieven. De rechtbank oordeelt dat uit het dossier niet volgt dat deze huisvestingsbrieven processtukken zijn in een civiele procedure. Deze huisvestingsbrieven zijn ontvangen voordat een eventuele civiele procedure is gestart. Dit zijn geen stukken die uitsluitend met het oog op de civiele procedure zijn vervaardigd, zoals een dagvaarding of conclusie van antwoord. Het enkele feit dat deze brieven in een later stadium al dan niet zijn ingebracht in een civiele procedure maakt ze nog geen processtuk als bedoeld in artikel 29 Rv. De beroepsgrond slaagt. De rechtbank kan zich echter wel voorstellen dat de namen en de adressen in deze brieven worden gelakt door verweerder. Wpg 10. Eiser bestrijdt dat documenten 33.1 tot en met 33.4 (Tweebosbuurt) geheel en uitsluitend bestaan uit politiegegevens. Bovendien meent hij dat namen van rechtspersonen niet op deze grond geweigerd mogen worden. Verweerder stelt dat in documenten 33.1 tot en met 33.4 (Tweebosbuurt) enkel gegevens zijn geweigerd in rapporten van de politie waarin foto's, persoonsgegevens en ander herleidbare informatie van krakers zijn te vinden. Ook algemene gegevens, waarmee op zichzelf beschouwd niet de identiteit van een persoon is te achterhalen, kunnen als politiegegevens worden aangemerkt als deze gegevens alleen of in combinatie met andere gegevens zo kenmerkend zijn voor een natuurlijke persoon dat deze daarmee kan worden geïdentificeerd. Er zijn geen gegevens van rechtspersonen op deze grond geweigerd. 11. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bevat de Wpg een uitputtende regeling voor de verstrekking van politiegegevens als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van die wet. Voor zover gegevens als politiegegevens in de zin van die bepaling moeten worden aangemerkt, is er geen plaats voor toepassing van de Woo op een verzoek om verstrekking van die gegevens. 12. De rechtbank is, na kennis te hebben genomen van documenten 33.1 tot en met 33.4 (Tweebosbuurt), van oordeel dat verweerder alle passages in de documenten terecht heeft geweigerd openbaar te maken op grond van de Wpg. Ook staan er geen namen van rechtspersonen in deze documenten. Dit betekent dat eisers gronden op dit punt niet slagen. Namen van advocaten 13. Eiser stelt dat de Afdeling op 21 juni 2017 heeft geoordeeld dat namen van advocaten in strafzaken niet geweigerd mogen worden. Eiser wijst op de documenten 2 (Wielewaal), 38 en 43 (Tweebosbuurt). Volgens verweerder worden geen namen van advocaten genoemd in document 2 (Wielewaal). In documenten 38 en 48 (Tweebosbuurt) is sprake van beroepsmatig functioneren van advocaten, maar betrokken partijen zullen een onevenredig nadeel ondervinden als de namen van de advocaten, alsmede de communicatie tussen overheidsorganen en advocaten alsook communicatie binnen overheidsorganen over advocaten openbaar gemaakt zou worden. Bovendien is dat onwenselijk, gelet op de toename van geweld tegen advocaten. Verweerder merkt nog op dat de uitspraak van de Afdeling van 21 juni 2017 op een andere context ziet dan waarvan sprake is in de betreffende documenten. 14. De rechtbank overweegt als volgt. Namen van personen zijn persoonsgegevens. Het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer kan zich tegen openbaarmaking daarvan verzetten. Indien advocaten uit hoofde van hun functie in de openbaarheid zijn getreden, komt aan hen een verminderde aanspraak op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer toe. 15. De rechtbank stelt allereerst vast dat in document 2 (Wielewaal) geen namen van advocaten worden genoemd. Ten aanzien van documenten 38 en 43 (Tweebosbuurt) oordeelt de rechtbank dat het gaat om namen van advocaten die hebben opgetreden in strafzaken die betrekking hebben op aangehouden krakers. Zij zijn uit hoofde van hun functie daarmee in zekere mate in de openbaarheid getreden. Onder deze omstandigheden kunnen zij een verminderde aanspraak op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer toekomen. Het is echter aan verweerder om hierin een belangenafweging te maken. Deze belangenafweging ontbreekt. De beroepsgrond slaagt. Indien voor verweerder redenen bestaan om aan te nemen dat de advocaten tegen het verstrekken van de informatie mogelijk bezwaar zullen hebben, zullen zij eerst moeten worden gehoord. Namen van gebiedsofficieren 16. Eiser voert aan dat officieren van justitie een publieke functie vervullen, waardoor hun namen niet geweigerd mogen worden. Dat geldt ook voor gebiedsofficieren. Uit publicaties van het Openbaar Ministerie (OM) blijkt namelijk dat gebiedsofficieren optreden in de openbaarheid van hun functie. Verweerder meent dat het in het onderhavige geval niet gaat om een beslissing van een zaaksofficier in het kader van de opsporing en vervolging, maar om een beslissing van een gebiedsofficier ten behoeve van het veiligstellen van een bepaald gebied. Dat het OM interviews met twee gebiedsofficieren heeft geplaatst op de website, rechtvaardigt niet dat namen van alle gebiedsofficieren geopenbaard moeten worden. 17. De rechtbank overweegt als volgt. Het gaat hier om een gebiedsofficier die - anders dan een zaaksofficier - niet (altijd) in de openbaarheid treedt. Zaaksofficieren moeten in beginsel aanvaarden dat hun naam die in de stukken ten behoeve van opsporing en vervolging is opgenomen bekend wordt. Verweerder heeft met verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 6 december 2023 er terecht op gewezen dat dit voor officieren van justitie die niet zaaksofficieren zijn anders kan liggen. Het gaat hier om een gebiedsofficier van justitie die aangesteld is om contacten te onderhouden met politie en burgemeesters over een bepaald gebied. Uit de door verweerder aangehaalde uitspraak volgt wel dat gecontroleerd dient te worden of een gebiedsofficier geen beslissingen heeft genomen in het kader van opsporing en vervolging. Ook een officier van justitie die geen zaaksofficier is, kan, gezien het publieke karakter van zijn magistratelijke functie, slechts in beperkte mate een beroep doen op het belang van eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer. Voor iemand die niet als zaaksofficier functioneert, kan wel, mede afhankelijk van de concrete werkzaamheden, eerder het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zich tegen openbaarmaking van zijn naam verzetten, zeker als veiligheidsaspecten een rol spelen. Echter dient er in alle gevallen steeds een kenbare belangenafweging op basis van de concrete feiten en omstandigheden plaats te vinden door verweerder. Dat is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende concreet gedaan. Het enkele verwijzen naar veiligheidsrisico’s in het algemeen is onvoldoende om een uitzondering op het uitgangspunt van openbaarheid te rechtvaardigen. De beroepsgrond slaagt. Naam persvoorlichter 18. Volgens eiser wordt de naam van een persvoorlichter onterecht geweigerd in document 35 (Tweebosbuurt). Verweerder licht toe dat dat alleen de naam van de persvoorlichter openbaar wordt gemaakt als de persvoorlichter daadwerkelijk naar buiten treedt uit hoofde van zijn functie. In dit geval komt de persvoorlichter enkel voor in het kader van intern beraad, waardoor het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zwaarder weegt dan het publieke belang van openbaarmaking. 19. De rechtbank volgt het standpunt van verweerder niet. De rechtbank is van oordeel dat persvoorlichters worden geacht vanwege hun functie in de openbaarheid te treden. De rechtbank ziet dan ook niet in dat het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer in dit geval zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking van de naam van deze persvoorlichter. De beroepsgrond slaagt. Namen van wijkregisseurs, wijkmanagers en wijkbeheerders 20. Eiser meent dat de weigering van namen van wijkregisseurs, wijkmanagers en wijkbeheerders (bijvoorbeeld document 6.1.1 (Tweebosbuurt)) onterecht is. Deze personen treden vanuit hun functie in de openbaarheid en de namen worden op een website van de gemeente Rotterdam openbaar gemaakt. Verweerder stelt dat de naam van de wijkbeheerder in document 6.1.1 (Tweebosbuurt) niet reeds openbaar is gemaakt op een website van de gemeente Rotterdam. Dit betekent dat deze persoon niet reeds uit hoofde van de functie in de openbaarheid is getreden. De overige namen of functies, die voorkomen in de documenten en die gerelateerd zijn aan werkzaamheden in een bepaalde wijk, worden niet zelfstandig door de gemeente Rotterdam openbaar gemaakt. Voor zover er op de website namen dan wel functies openbaar worden gemaakt, komen deze ook niet overeen met de namen in de deels openbaar gemaakte documenten. Deze namen blijven dan ook van openbaarmaking uitgezonderd. 21. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft geweigerd de naam van de wijkbeheerder openbaar te maken. Anders dan de wijkregisseur, betreft het hier een persoon die niet reeds uit hoofde van zijn functie in de openbaarheid is getreden. Hetzelfde geldt voor de overige namen en functies die niet reeds openbaar zijn. Deze beroepsgrond slaagt niet. Straatnamen 22. Eiser bepleit dat de weigering om straatnamen openbaar te maken onrechtmatig is, want zonder huisnummer zijn straatnamen niet te herleiden tot personen. Verweerder stelt dat in sommige gevallen straatnamen zijn geweigerd, omdat de inhoud die uit het document volgt, maakt dat de informatie herleidbaar is naar de betreffende woning en dus de betrokken personen. Het enkel weglaten van het huisnummer zou niet voldoende zijn, omdat het zeer waarschijnlijk is dat de overige inhoud van het document de straatnaam en het huisnummer prijsgeeft. Hierbij wordt verwezen naar document 58 (Tweebosbuurt). 23. Na kennisneming van document 58 (Tweebosbuurt) is de rechtbank van oordeel dat gelet op de andere informatie in het document, de straatnaam niet herleidbaar is tot persoonsgegevens. Bovendien is het aan verweerder om dit concreet te motiveren. Ook gezien het tijdsverloop tussen het bestreden besluit en document 58 (Tweebosbuurt). Dat heeft verweerder nagelaten. De beroepsgrond slaagt. Intern beraad 24. Eiser stelt dat verweerder in strijd met de bedoeling van de wetgever heeft gehandeld ten aanzien van documenten die zijn geweigerd omdat deze persoonlijke beleidsopvattingen zouden bevatten. De wetgever heeft bij de totstandkoming van de Woo uitdrukkelijk overwogen dat de bepaling niet is bedoeld om persoonlijke beleidsopvattingen af te schermen maar om deelnemers aan intern beraad te beschermen. Daarnaast heeft verweerder niet gekeken of de geweigerde opvattingen openbaar gemaakt kunnen worden in geanonimiseerde vorm, hetgeen ook een vereiste is. Eiser verwijst naar documenten 1a (Wielewaal) en 27 (Tweebosbuurt). Ten aanzien van document 1a (Wielewaal) meent eiser dat weigering onterecht is op de grond dat het om een concept zou gaan. Met betrekking tot document 27 (Tweebosbuurt) meent eiser dat het gaat om een mail afkomstig van een gemeenteraadslid, welke geen deel uitmaakt van het bestuursorgaan. Daarmee is geen sprake van intern beraad. Verweerder licht toe dat document 27 (Tweebosbuurt) is opgesteld met het oog op een door de overheid te nemen besluit en dus is bestemd voor intern beraad. 25. De rechtbank stelt vast, na kennis te hebben genomen van de documenten, dat document 1a (Wielewaal) een brochure betreft over een andere wijk dan de wijken Wielewaal of Tweebosbuurt. Daarmee heeft verweerder terecht openbaarmaking geweigerd, omdat het document buiten de reikwijdte van eisers verzoek valt. Document 27 (Tweebosbuurt) is een e-mail met vragen van een gemeenteraadslid aan de burgermeester. Uit de wetsgeschiedenis en de jurisprudentie van de Afdeling volgt dat het interne karakter van een document wordt bepaald door het oogmerk waarmee het stuk is opgesteld. De opstellers van het document moeten de bedoeling hebben gehad dat het zou dienen voor gebruik binnen de overheid. Niet alleen is het stuk afkomstig van een externe partij, maar ook uit de vorm van het stuk – het gaat om een e-mail waarin niets staat over vertrouwelijkheid – en de inhoud van de vragen volgt niet dat sprake is van een document ten behoeve van intern beraad. De beroepsgrond slaagt. Opsporing en vervolging van strafbare feiten 26. Ten aanzien van documenten die zijn geweigerd omdat deze methodieken bevatten die toekomstige opsporing en vervolging of handhaving openbare orde kunnen bemoeilijken, bepleit eiser dat niet aannemelijk is gemaakt dat sprake kan zijn van calculerend handelen van personen in een zaak die reeds is afgedaan. Bovendien is de geweigerde informatie zeer algemeen, waardoor er geen aantasting is van belangen bij openbaarmaking. Volgens verweerder worden alleen delen van documenten geweigerd die inzichtelijk maken op welke wijze er bij kraakincidenten wordt opgetreden. Openbaarmaking van deze informatie zou vergaand inzicht geven in de informatie die bij de politie bekend is over kraakincidenten, alsmede in de wijze waarop de politie deze informatie heeft verkregen. 27. De rechtbank overweegt als volgt. Deze weigeringsgrond beoogt te voorkomen dat de opsporing en vervolging van strafbare feiten zou kunnen worden gefrustreerd door openbaarmaking van gegevens die opsporingsambtenaren of het OM inmiddels hebben vergaard. Zoals de Afdeling heeft overwogen, heeft deze bepaling niet alleen betrekking op de daarin vermelde belangen in een individueel geval, maar ook op de bescherming van de opsporingsstrategie van de politie in het algemeen. 28. De rechtbank stelt vast dat verweerder deze weigeringsgrond heeft toegepast in de documenten 31a (Wielewaal) en 4.1, 34.1, 55, 55.1, 59.1, 59.1.1, 72, 88, 89 (Tweebosbuurt). De Afdeling heeft eerder overwogen dat het enkele feit dat een document inzicht geeft in de werkwijze van de politie onvoldoende is om openbaarmaking te weigeren wegens het belang van opsporing en vervolging van strafbare feiten. De rechtbank is, na kennisneming van de geweigerde passages in de documenten 31a (Wielewaal) en 4.1, 34.1, 55, 55.1, 59.1, 59.1.1 en 72 (Tweebosbuurt), van oordeel dat zonder nadere toelichting niet duidelijk is hoe de opsporing en vervolging van strafbare feiten gefrustreerd zou kunnen worden en hoe krakers calculerend zouden kunnen handelen met openbaarmaking van deze geweigerde passages. Dat heeft verweerder onvoldoende concreet gemotiveerd. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder de weigeringsgrond terecht heeft toegepast op de geweigerde passages in documenten 88 en 89 (Tweebosbuurt). Gezien het voorgaande slaagt deze beroepsgrond deels. Buiten de reikwijdte van het verzoek 29. Eiser voert aan dat de term ‘buiten reikwijdte van het verzoek’ geen weigeringsgrond is van de Woo. Bovendien is deze informatie eerder wel beoordeeld en op inhoudelijke gronden geweigerd. Hij wijst op documenten 4 - 4.b (Wielewaal) en 34.1 (Tweebosbuurt). Verweerder is van mening dat het op grond van artikel 4.1, vierde lid, van de Woo aan eiser is om te vermelden welke informatie hij wenst te ontvangen. Verweerder is niet verplicht om meer openbaar te maken dan de gevraagde informatie. Documenten 4 t/m 4b (Wielewaal) en 34.1 (Tweebosbuurt) bevatten passages die zien op andere bestuurlijke aangelegenheid dan de ingediende Wob-verzoeken. 30. De rechtbank heeft de geheime stukken in raadkamer ingezien en geconstateerd dat de passage uit documenten 4 - 4.b (Wielewaal) niet buiten de reikwijdte van het verzoek van eiser valt. Deze documenten zien op nieuwe cameragebieden in de wijk Wielewaal. Gezien het verzoek van eiser valt dit onder het optreden in het kader van openbare veiligheid in de wijk Wielewaal, aldus de rechtbank. Met betrekking tot document 34.1 (Tweebosbuurt) oordeelt de rechtbank dat verweerder een passage terecht heeft geweigerd openbaar te maken, omdat het buiten de reikwijdte van het verzoek van eiser valt nu deze passage gaat over een andere bestuurlijke aangelegenheid. Gezien het voorgaande slaagt deze beroepsgrond deels. Ontbrekende stukken 31. Volgens eiser ontbreekt er nog informatie, zoals de bijlage bij het e-mailbericht in document 52.2 (Tweebosbuurt). Ook ontbreekt in document 7 (Tweebosbuurt) feitelijke informatie over het afdoeningsvoorstel. Ten aanzien van document 7 (Tweebosbuurt) vermeldt verweerder dat het afdoeningsvoorstel niet ontbreekt, maar dat de betreffende passage niet openbaar is gemaakt op grond van intern beraad. Met betrekking tot document 52.2 (Tweebosbuurt) is de bijlage waarnaar verwezen wordt, terug te vinden in document 36.1.1 (Tweebosbuurt), welke beoordeeld is als 'reeds openbaar'. In de inventarislijst heeft verweerder de vindplaats vermeld. 32. De rechtbank oordeelt ten aanzien van document 52.2 (Tweebosbuurt) dat het vonnis openbaar is. Voor zover eiser wijst op document 7 (Tweebosbuurt) stelt de rechtbank vast dat informatie over het afdoeningsvoorstel niet ontbreekt, maar gedeeltelijk is geweigerd. Deze beroepsgrond slaagt niet. Proceskosten bezwaar 33. Ten slotte stelt eiser dart hij in bezwaar 2 punten proceskostenvergoeding toegekend had moeten krijgen voor de hoorzitting. Volgens verweerder is er terecht 1 punt toegekend voor een gezamenlijke hoorzitting, nu het gaat om samenhangende zaken die gelijktijdig zijn behandeld. Verder is de rechtsbijstand verleend door dezelfde persoon van wie de werkzaamheden in deze zaken nagenoeg identiek konden zijn. Verweerder verwijst naar de uitspraak van de Afdeling van 25 november 2015. De rechtbank volgt het standpunt van verweerder. Deze beroepsgrond slaagt niet. Conclusie 34. Het beroep is (deels) gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, voor zover de beroepsgronden slagen. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van acht weken. 35. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht van € 184,- vergoedt. 36. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.750,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1). Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit, voor zover de beroepsgronden slagen; - draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak; - draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 184,- aan eiser te vergoeden; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.750,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, voorzitter, mr. L.Z. Achouak El Idrissi en mr. R. van de Water, leden, in aanwezigheid van mr. H.M. Dost, griffier . De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 december 2024. griffier voorzitter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De indiener van het hoger beroep kan de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening te treffen. ECLI:NL:RVS:2017:1665. ECLI:NL:RVS:2023:4525. Zie de uitspraak van 28 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:715, onder 9.2. ECLI:NL:RVS:2015:3590.