Skip to content
Case Law
NL

Opzegging bankrelatie en IVR registratie niet houdbaar.

Rechtbank

Rechtbank

Case Summary

IVR. "De voorzieningenrechter stelt vast dat eisers zich coöperatief hebben opgesteld en steeds snel, onder overlegging van stukken, hebben gereageerd op de vele vragen van ING. Ter zitting heeft ING dat ook erkend. Dat zij er weinig oog voor lijkt te hebben dat het onderzoek in, volgens ING zelf, maar liefst zes rondes een grote belasting moet zijn voor het kleine familiebedrijf dat eisers runnen en dat ING niet heeft willen ingaan op de herhaalde uitnodiging om in het bedrijf en de administratie te komen kijken (hetgeen mogelijk misverstanden en stukken had kunnen besparen) is jammer. Echt merkwaardig is dat ING zich (in haar akte) beklaagt over de “stortvloed” aan stukken van de zijde van eisers, terwijl ING zelf voortdurend om documentatie heeft gevraagd. Eisers kan niet worden verweten dat zij niet goed hebben meegewerkt aan het onderzoek. Naar de voorzieningenrechter begrijpt is de stelling van ING dat de uitkomsten ervan haar niet gerust stelden, met name vanwege onvoldoende inzicht in herkomst en bestemming van geldstromen." (r.o. 4.4) Ook de andere gronden worden van tafel geveegd door de Rb. het blijvende wantrouwen van ING kan niet worden gerechtvaardigd op andere gronden. Opzeggen van bankrelaties is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Dus ook geen grond voor IVR registratie.