Skip to content
Case Law
NL

Doorsturen besluit inzake recht op WW-uitkering aan laatste voormalige werkgever is geen bovenmatige verwerking van persoonsgegevens.

Rechtbank

Rechtbank

Case Summary

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 23/5937 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2024 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser en Uitvoeringsorganisatie Werknemersverzekeringen (UWV), verweerder (gemachtigde: mr. J.S. de Vreeze). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de beslissing van verweerder om een kopie van een besluit door te sturen naar zijn voormalige werkgever. 1.1. Verweerder heeft op 23 maart 2023 besloten (het primaire besluit) dat eiser geen recht heeft op een WW-uitkering. Verweerder heeft in het primaire besluit ook te kennen gegeven dat een kopie van deze beslissing naar de laatste voormalige werkgever van eiser zal worden gestuurd. Met het bestreden besluit van 9 augustus 2023 heeft verweerder het tegen het primaire besluit ingestelde bezwaar van eiser ongegrond verklaard. 1.2. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 28 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. Verweerder heeft op 23 maart 2023 besloten dat eiser vanaf 3 februari 2023 geen WW-uitkering krijgt omdat zijn inkomsten in de maand februari 2023 hoger waren dan 87,5% van het maandloon. Verder heeft verweerder in het primaire besluit te kennen gegeven dat een kopie van deze beslissing naar de Stichting Katholieke Universiteit Brabant als zijnde de laatste voormalige werkgever van eiser zal worden gestuurd omdat deze als onderwijsorganisatie de eigenrisicodrager voor de WW-uitkering is. Wat zijn de regels? 3. De toepasselijke wet- en regelgeving is opgenomen in de bijlage die onderdeel uitmaakt van deze uitspraak. Wat vindt eiser in beroep? 4. Het beroep van eiser richt zich uitsluitend tegen het doorsturen van het primaire besluit naar zijn laatste voormalige werkgever. Hoewel hij op de zitting heeft gesteld dit vanwege het eigenrisicodragerschap van zijn voormalige werkgever te begrijpen, is het volgens hem niet noodzakelijk dat het primaire besluit integraal wordt verstrekt. Het primaire besluit bevat namelijk ook veel privégegevens van eiser die zijn voormalige laatste werkgever niet nodig heeft voor de uitvoering van zijn re-integratietaak. Verweerder heeft deze privégegevens ten onrechte niet weggelakt. Verder heeft eiser vernomen dat zijn voormalig laatste werkgever toegang heeft tot een digitaal portaal waarin deze gegevens zijn opgeslagen. Het is eiser niet duidelijk of dit digitale portaal wel de vereiste privacy-waarborgen bevat. Wat is het oordeel van de rechtbank? 5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het primaire besluit integraal heeft mogen doorsturen naar de laatste voormalige werkgever van eiser. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. 5.1. De rechtbank kwalificeert het doorsturen van het primaire besluit als een verwerking van persoonsgegevens van eiser in de zin van artikel 4, aanhef en onder 2, de Algemene Wet Gegevensbescherming (AVG). Op grond van artikel 6, eerste lid en onder c, van de AVG is een verwerking onder meer rechtmatig indien deze noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust. 5.2. Tussen partijen is niet in geschil dat deze wettelijke verplichting voor het doorsturen van het primaire besluit aan de laatste voormalige werkgever van eiser bestaat. Omdat de laatste voormalige werkgever van eiser een Nederlandse bijzondere instelling van wetenschappelijk onderwijs betreft, kon eiser in die hoedanigheid namelijk worden aangemerkt als overheidswerknemer. Verweerder verhaalt de WW-uitkering op de overheidswerkgever tot wie de dienstbetrekking bestond uit hoofde waarvan de overheidswerknemer de WW-uitkering ontvangt. De Stichting Katholieke Universiteit Brabant betaalt dus de WW-uitkering van eiser maar is daarnaast ook verantwoordelijk voor zijn re-integratie. Artikel 5.17 SUWI bepaalt vervolgens expliciet dat het UWV de onder zijn verantwoordelijkheid gevoerde administraties aan overheidswerkgevers kosteloos de gegevens verstrekt die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 72a van de WW. 5.3. Anders dan eiser heeft betoogd, is het de rechtbank niet gebleken dat verweerder door het integraal verstrekken van het primaire besluit aan zijn laatste voormalige werkgever meer persoonsgegevens heeft verstrekt dan noodzakelijk zou zijn. Over het verstrekken van het BSN-nummer en de adresgegevens van eiser heeft verweerder in het bestreden besluit afdoende toegelicht dat deze bij zijn laatste voormalige werkgever al bekend waren en het doorsturen hiervan daarom niet disproportioneel is. De rechtbank heeft verder niet kunnen vaststellen dat zich in het primaire besluit andere persoonsgegevens bevinden van eiser waarvan het niet noodzakelijk zou zijn om deze aan de laatste voormalige werkgever van eiser te verstrekken. Eiser heeft dit ook op de zitting ook niet nader geconcretiseerd. Verder heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat het digitale portaal waar zijn persoonsgegevens worden opgeslagen onvoldoende privacy-waarborgen bevat. Ook dit betoog slaagt dus niet. Conclusie en gevolgen 6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder het primaire besluit terecht heeft doorgestuurd naar de laatste voormalige werkgever van eiser. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J.P. Lindhout, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 december 2024. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. BIJLAGE Algemene wet bestuursrecht Artikel 1:2 1. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. (…) Algemene Verordening Gegevensbescherming Artikel 4 Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: (…) 2) ‘verwerking’: een bewerking of een geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens of een geheel van persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending , verspreiden of op andere wijze ter beschikking stellen, aligneren of combineren, afschermen, wissen of vernietigen van gegevens; (…) Artikel 6 1. De verwerking is alleen rechtmatig indien en voor zover aan ten minste een van de onderstaande voorwaarden is voldaan: (…) c. de verwerking is noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust; (…) e. de verwerking is noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is opgedragen; (…) 3. De rechtsgrond voor de in lid 1, punten c) en e), bedoelde verwerking moet worden vastgesteld bij: a. a) Unierecht; of b) lidstatelijk recht dat op de verwerkingsverantwoordelijke van toepassing is. (…) Wet privatisering ABP Artikel 2 1. Overheidswerknemer in de zin van deze wet is degene die: (…) b. in dienst is van een privaatrechtelijk lichaam dat zich het geven van onderwijs aan instellingen als bedoeld in dit onderdeel ten doel stel, bezoldigd of beloon wordt rechtstreeks ten laste van dat lichaam en uit hoofde werkzaam is aan: 1. een Nederlandse bijzondere instelling van wetenschappelijk onderwijs, een bijzondere instelling voor hoger beroepsonderwijs, een school, cursus, opleiding of andere instelling voor bijzonder onderwijs, indien de personeelskosten hiervan voor ten minste 51 procent door de overheid worden vergoed ingevolge een regeling houdende voorwaarden voor bekostiging, toegepast of tot stand gekomen onder verantwoordelijkheid van Onze Minister onder wiens departement de instelling ressorteert; (…) Werkloosheidswet Artikel 72a De overheidswerkgever heeft tot taak de inschakeling in de arbeid te bevorderen van: a. een persoons die uit hoofde van een dienstbetrekking als overheidswerknemer met die overheidswerkgever recht heeft op uitkering op grond hoofdstuk II; (…) Artikel 79 1. Het UWV verhaalt op de overheidswerkgever tot wie de dienstbetrekking bestond uit hoofde waarvan de overheidswerknemer de in onderdeel a bedoelde uitkering ontvangt: a. de op grond van hoofdstuk II te betalen uitkering aan die overheidswerknemer, met uitzondering van de premie beschuldigd over een uitkering, als bedoeld in artikel 24, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen; (…) Besluit SUWI Artikel 5.17. Gegevensverstrekking in verband met re-integratietaak overheidswerkgevers 1. Het UWV verstrekt uit de onder zijn verantwoordelijkheid gevoerde administraties aan overheidswerkgevers als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de WW, kosteloos de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 72a van de WW. (…) Op grond van artikel 2, eerste lid en onder b, van de Wet privatisering ABP. Op grond van artikel 72a, aanhef en onder a, van de Werkloosheidswet (WW) jo. artikel 79, eerste lid en onder a, van de WW.