Skip to content
Case Law
NL

Verstrekking identificerende gegevens van klant van Bunq moeten verstrekt worden. Art. 6:162 BW als oplossing voor doelbindingsprobleem.

Rechtbank

Rechtbank

Case Summary

Bunq wordt verplicht mee te werken aan verstrekken identificerende gegevens klant om een derde de mogelijkheid te bieden de executoriale titel van deze een derde ten uitvoer te kunnen leggen d.m.v. beslaglegging waarvoor de verstrekking van een kopie van de gevorderde persoonsgegevens kennelijk vereist is. Bunq weigerde met een beroep op de AVG maar de Rb. gaat daarin niet mee : "De bescherming van persoonsgegevens strekt er niet toe om verduistering van gelden af te kunnen schermen van civielrechtelijke aansprakelijkheid en verhaalsmogelijkheden. Het gerechtvaardigd belang van [eiser] om zijn rechten als slachtoffer van fraude te kunnen effectueren weegt dan ook zwaarder dan het belang van [naam 2] bij bescherming van zijn persoonsgegevens. [eiser] stelt terecht dat het recht om een vonnis af te dwingen illusoir zou worden indien Bunq zich zou kunnen onttrekken aan haar medewerkingsplicht door te verwijzen naar de AVG. In dit geval is voorts voldaan aan het proportionaliteitsbeginsel. Er is sprake geweest van een omvangrijke fraude en een fraudeur ( [naam 2] ) die zich aan verhaal onttrekt. Aan het subsidiariteitsbeginsel is gelet op het volgende eveneens voldaan." (r.o. 4.5.4). Met betrekking tot de noodzakelijkheid overweegt de Rb. als volgt : "Overigens is niet geheel uitgesloten dat [eiser] de persoonsgegevens ook op een andere wijze zou kunnen verkrijgen, bijvoorbeeld in Duitsland of in Polen. Het begrip “noodzakelijk” mag in deze context echter niet zo eng worden uitgelegd dat de gegevensverwerking steeds slechts als ultimum remedium mag plaatsvinden. Noodzakelijk, maar ook voldoende, is dat de gegevensverwerking in de omstandigheden van het geval voldoet aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Daarvan is in dit geval dus sprake." (r.o. 4.5.5) De grondslag voor de verwerking is in dit geval 6(1)(f) AVG en het argument van Bunq inzake de verenigbaarheidstoets wordt door de Rb. gepasseerd. Art. 6:162 BW is de lidstaatrechtelijke bepaling die in een democratische samenleving een noodzakelijke en evenredige maatregel vormt ter waarborging van de in