Raad van State
Raad van State
Case Summary
Er is geen specifieke wettelijke verplichting die op de RDW rust om de gegevens uit het register van snelle motorboten te delen met boa's van de gemeente en [samenwerkingsverband]. De boa's willen deze informatie wel hebben. De vraag is dan of er een (wettelijke) grondslag is op basis waarvan de RDW de bevoegdheid heeft om tot het verstrekken van gegevens uit het register over te gaan. (r.o. 3.1-3.3) De gemeente en het samenwerkingsverband voeren aan dat gegevensverstrekking noodzakelijk is voor de uitvoering van een publieke taak (van de RDW). Zie r.o. 3.3. De Rb. toetst het doel van de registratie van snelle motorboten (r.o. 3.4) en komt tot de conclusie dat uit het doel echter niet voortvloeit dat afgifte van registratiebewijzen ook de handhaving door andere dan specifiek genoemde boa's ten dienste staat. (r.o. 3.6) Vervolgens bekijkt de Rb. of op enigerlei andere wijze deze publieke taak geïnterpreteerd kan worden zodat de gegevensverstrekking noodzakelijk is, maar de Rb. wijst deze allemaal af (r.o. 3.7-3.10). Kortom, "Hoewel ook de RDW het nut en de noodzaak van de door de gemeente en [samenwerkingsverband] verlangde gegevensverstrekking uit het register inziet, is het aan de wetgever om dit mogelijk te maken door hiervoor een formele grondslag te creëren." (r.o. 3.10). Hoewel de rechtbank dit niet expliciet zo benoemt, is dit een klassiek voorbeeld van de werking van doelbinding. Vergelijk deze zaak ook met de 'klassieker' uit 2004 toen de gemeente Heerlen de RDW vroeg om de personalia behorende bij een kenteken teneinde deze persoon een dwangsom te kunnen opleggen wegens het herhaaldelijk overtreden van het in de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Heerlen (hierna: APV) neergelegde verbod om buiten de daartoe aangewezen gebieden tot prostitutie aan te lokken of daartoe uit te nodigen. ECLI:NL:RVS:2004:AO9207.