Skip to content
Case Law
NL

Weigering inzage rapport opgesteld n.a.v. een incident tijdens het onbegeleid verlof van betrokkene uit een TBS-kliniek was gerechtvaardigd gelet op de openbare veiligheid en de rechten van anderen, in casu het slachtoffer en medewerkers.

Rechtbank

Rechtbank

Case Summary

Tijdens een onbegeleid verlof uit een TBS-kliniek in 2016 heeft een incident zich voorgedaan waarbij betrokkene een ernstig strafbaar feit is gepleegd. Het incident heeft intern bij de TBS-kliniek geleid tot een SIRE-onderzoek (systematische incident reconstructie en evaluatie) en bijbehorend rapport. In 2024 vraagt betrokkene het rapport op om in te zien. Dit is afgewezen. Bij de bemiddeling door de AP heeft de toezichthouder aangegeven zich te kunnen vinden in de nadere motivering van de organisatie, in het bijzonder het beroep op de uitzonderingen zoals genoemd in de UAVG (r.o. 2.8-2.10). Hoewel de rechtbank het rapport zelf niet heeft ingezien wordt wel aangenomen dat er persoonsgegevens in zit, de omvang daarvan is alleen niet duidelijk. (r.o. 4.4.). De rechtbank overweegt als volgt: "4.7 (...) SIRE voorziet in de behoefte om van incidenten te leren en om concrete en haalbare acties te ondernemen waardoor de kans afneemt dat soortgelijke incidenten opnieuw kunnen plaatsvinden. Bedoeling is dat medewerkers de mogelijkheid moeten hebben en zich vrij moeten voelen om incidenten, onveilige situaties en fouten te melden. De methode is verder bedoeld om de kwaliteit te verbeteren door het vaststellen van knelpunten in de interne processen van de organisatie naar aanleiding van een opgetreden incident. Dat is begrijpelijk nu het incident van 9 december 2016 tijdens het onbegeleid verlof van [verzoeker] heeft plaatsgevonden en heeft geleid tot een ernstig strafbaar feit. Het rapport ziet dan ook met name op de eigen organisatie van [verweerster] en is dus niet bedoeld om het incident zelf en de betrokkenheid van [verzoeker] te onderzoeken, maar gericht op onder meer de eigen procedures rondom verlofaanvragen. Daarnaast wordt het rapport niet met derden of instanties gedeeld noch maakt het onderdeel uit van het patiëntendossier. In het licht van het voorstaande heeft [verweerster] terecht, zoals hier verder nog wordt overwogen, inzage in het rapport geweigerd." In dit geval kan dit worden gestoeld op