Skip to content
Case Law · Gerechtshof NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Hof TikTok WAMCA: stichtingen ontvankelijk, AVG-vorderingen aangehouden i.v.m.

Original title: Gerechtshof

Gerechtshof
Summary

Art. 3:305a BW. Tussenbeslissing WAMCA-procedure in hoger beroep. TikTok. Internationale bevoegdheid ten aanzien van AVG en niet-AVG vorderingen? Aanhouding AVG-vorderingen i.v.m. prejudiciële vragen (rechtbank Rotterdam 23 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:9088). Stichtingen ontvankelijk ten aanzien...

How it connects

1 of 3 paragraphs apply legislation or carry a topic — see them in the full text ↓

Full text 3 paragraphs

Paragraphs carrying a topic or an applied provision show those connections inline Original at the source →
¶4.24

Vervolgens komt aan de orde de bundelbaarheid van de vorderingen. Anders dan de rechtbank komt het Hof tot de conclusie dat de schadevergoedingen van de Stichtingen voldoen aan het gelijksoortigheidsvereiste. "Het niet reeds in de ontvankelijkheidsfase laten stranden van het (materiële en/of immateriële) schadevergoedingsonderdeel past bij de ratio van de huidige WAMCA. Dat het onduidelijk is of de schadevorderingen toewijsbaar zijn, staat niet in de weg aan ontvankelijkheid. Het debat daarover dient nader te worden uitgediept in de inhoudelijke fase van het geschil, nadat de normschending, inclusief de aard en ernst daarvan, is vastgesteld." (r.o.

¶4.31.3

Dit geldt ook voor de andere collectieve vorderingen (zoals vernietiging van de algemene voorwaarden, de geboden en verboden) (r.o. 4.32.1). Het Hof gaat daarna in op het representativiteitsvereiste (4.34.2) en hoewel het Hof duidelijk maakt dat dit geen cijfermatige aangelegenheid is, worden de aanmeldingen wel gebruikt om aan te geven dat het hier in ieder geval niet gaat om een 'te verwaarlozen aantallen personen' die instemmen met de collectieve acties van de stichtingen (r.o. 4.34.3). Representativiteit is dus geen probleem hier. Over de rol procesfinancier en bestuur wordt ook het e.e.a. gezegd en het Hof gaat niet mee in de vorderingen van TikTok c.s. dat de Stichtingen onvoldoende onafhankelijk zouden zijn van de procesfinancier of dat de belangen niet (voldoende) parallel lopen. (r.o. 4.36-4.40) Zelfs in het geval van SOMI waarbij de voorzitter van de stichting tevens de procesfinancier is door middel van een schenking. Het Hof kijkt hiervoor ook naar de specifieke overwegingen in de schenkingsovereenkomst en de rol van de raad van toezicht (r.o. 4.38.3.). Met betrekking tot de einddatum die wordt aangehouden voor de bepaling van de nauw omschreven groepen overweegt het Hof ook anders dan de rechtbank, namelijk dat gelet op het feit dat het hier ook gaat om voortdurende onrechtmatigheid (niet vermeende een afgebakende onrechtmatige daad), immers er wordt ook een staking van deze onrechtmatigheid gevorderd, dat dit niet strookt met de doelstelling van de WAMCA en niet de doelmatigheid en effectiviteit van collectieve acties ten goede komt (zie r.o. 4.51.6). Het Hof past daarom de bepaling van de nauw omschreven groepen aan (r.o. 4.52). Resumerend in r.o. 4.56 : "De slotsom met betrekking tot de niet-AVG grondslagen luidt dat de rechtbank terecht rechtsmacht heeft aangenomen en dat het oordeel van de rechtbank over de ontvankelijkheid van de immateriële schadevorderingen en haar bepaling van de nauw omschreven groep en de inhoud van de vorderingen geen stand kan houden. Dat geldt ook voor het oordeel over de ontvankelijkheid van de vorderingen jegens TikTok Pte en Beijng Bytedance. Het hof onderschrijft de verdere beoordeling van de rechtbank van de ontvankelijkheid van de collectieve vorderingen van de Stichtingen. De verdere beoordeling van de op de AVG gegronde vorderingen wordt aangehouden in afwachting van de antwoorden op de prejudiciële vragen van de rechtbank Rotterdam over art. 81 lid 1 en

¶82

AVG. Zoals hiervoor is overwogen, is het niet nodig om de hele procedure stil te leggen in afwachting van de antwoorden op die vragen, die geen beletsel vormen om voort te procederen op grond van de niet-AVG grondslagen aan de hand van de inhoud van de vorderingen zoals vermeld in rov. 4.58."

Similar Content