Specifiek verzoek om namen ontvangers van persoonsgegevens verwerkt door handelsinformatiekantoor, niet categorieën, toegewezen. Bedrijfsgeheim argument houdt geen stand.
Rechtbank
Case Summary
Zaak tegen Graydon. Verzoek om inzage in specifieke ontvangers van persoonsgegevens van betrokkene, en neemt niet genoeg met categorieën ontvangers. Graydon weigert met een beroep op 41(1)(e) UAVG bescherming van het recht van anderen, in dit geval Graydon zelf. “De ontvangers zijn klanten van GraydonCreditsafe en de namen van de klanten betreft bedrijfsvertrouwelijke informatie en zij heeft recht op bescherming hiervan, aldus GraydonCreditsafe.” (r.o. 4.3) De rechtbank gaat daar echter niet in mee. “De rechtbank is van oordeel dat GraydonCreditsafe onvoldoende heeft onderbouwd dat het verstrekken van de lijst met klanten aan [verzoeker] schadelijk voor haar kan zijn, meer in het bijzonder voor het concurrentievermogen van GraydonCreditsafe. De geëigende cliënten van GraydonCreditsafe zijn banken, kredietinstellingen en gemeenten, zoals GraydonCreditsafe heeft verklaard. Wie dat zijn is algemeen bekend. De mogelijkheid bestaat dat in de lijst namen voorkomen van één of meer klanten waarvan misschien niet in de branche bekend is dat deze met enige regelmaat kredietinformatie opvragen. Maar als GraydonCreditsafe een of twee klanten verliest aan één van haar concurrenten, dan zou dat niet de bedrijfsvoering in gevaar moeten brengen. Als dat namelijk wel het geval is, dan is de bedrijfsvoering van GraydonCreditsafe niet op orde. Feit blijft dat GraydonCreditsafe niet heeft kunnen aantonen hoe groot haar klantenbestand is en welk deel daarvan deel uitmaakt van de lijst waarvan [verzoeker] inzage en afschrift verzoekt. Er is daardoor niet gebleken dat het verzoek van [verzoeker] buitensporig van aard is.” (r.o. 4.4.) “Daarbij komt nog dat niet ieder klantenbestand onder de definitie van “bedrijfsgeheim” valt. GraydonCreditsafe heeft onvoldoende onderbouwd dat haar klantenbestand daar wel onder valt. Daarnaast is de bescherming van het bedrijfsgeheim geen grondrecht.” (r.o. 4.5.). Er wordt een dwangsom opgelegd (EUR 100 per dag) max (EUR 2000). (r.o. 4.9)