Skip to content
Case Law
NL

Doel blokkeringsrecht in relatie medisch advies

Rechtbank

Rechtbank

Case Summary

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: ROE 24/4489 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 december 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. M. Shaaban), en De staatssecretaris Participatie en Integratie (gemachtigde: mr. H. Bouhuys). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers verzoek tot ontheffing van de inburgeringsplicht. Eiser is het niet eens met deze afwijzing en stelt dat hij op grond van medische of psychische redenen in aanmerking komt voor een ontheffing. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de staatssecretaris de aanvraag tot ontheffing terecht heeft afgewezen. Omdat eiser het medisch advies van de door de staatssecretaris aangewezen arts (Argonaut) heeft geblokkeerd, kon de staatssecretaris de medische gronden voor ontheffing niet beoordelen. De rechtbank ziet geen aanleiding om zelf een onafhankelijk deskundige te benoemen. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 1.2. De relevante wet- en regelgeving staat in de bijlage bij deze uitspraak. Procesverloop 2. Eiser heeft op 8 maart 2023 een aanvraag ingediend tot ontheffing van de inburgeringsplicht. De staatssecretaris heeft deze aanvraag op 15 december 2023 afgewezen. 2.1. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt. De staatsecretaris is met zijn beslissing op bezwaar van 17 september 2024 (het bestreden besluit) bij de afwijzing gebleven. 2.2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.3. De rechtbank heeft het beroep op 10 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van eiser. Als tolk was aanwezig: M. Yousef. De gemachtigde van de staatssecretaris heeft zich afgemeld voor de zitting. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat de zaak over? 3. Op grond van de Wet inburgering heeft eiser een inburgeringsplicht. Eiser heeft ontheffing aangevraagd van deze plicht om medische of psychische redenen. De staatssecretaris heeft eiser daarom uitgenodigd voor een onderzoek bij Argonaut. Argonaut heeft op basis van dit onderzoek een advies uitgebracht. Eiser heeft echter gebruik gemaakt van het blokkeringsrecht en er dus voor gekozen om dit advies niet met de staatssecretaris te delen. De staatssecretaris heeft het verzoek om ontheffing vervolgens afgewezen omdat dit niet inhoudelijk kon worden beoordeeld. 3.1. In bezwaar heeft eiser aanvullende stukken ingediend om aan te tonen dat hij in aanmerking komt voor ontheffing. De staatssecretaris heeft deze stukken opnieuw ter beoordeling aan Argonaut voorgelegd. Ook het daaropvolgende advies van Argonaut is door eiser geblokkeerd, waardoor opnieuw geen inhoudelijke beoordeling van het verzoek kon plaatsvinden en de staatssecretaris bij zijn beslissing om de ontheffing niet te verlenen is gebleven. 3.2. Eiser stelt in beroep dat het zorgvuldigheidsbeginsel is geschonden omdat het medisch advies van Argonaut ondanks inroeping van het blokkeringsrecht toch aan de besluitvorming ten grondslag is gelegd. Verder heeft hij voldoende medische stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij vanwege ernstige psychische en lichamelijke klachten niet in staat is om aan de inburgeringsplicht te voldoen. Eiser verzoekt de rechtbank om een onafhankelijk deskundige aan te wijzen die zijn medische situatie kan beoordelen. Mocht de staatssecretaris de gevraagde ontheffing van de inburgeringsplicht weigeren? 4. Eiser voert aan dat hij op grond van de door hem overgelegde medische informatie in aanmerking komt voor ontheffing van de inburgeringsplicht. Hij lijdt aan onder andere schizofrenie, depressie, een bipolaire stoornis en PTSS , waarvoor hij medicatie gebruikt en behandelingen ondergaat. Volgens eiser zijn deze klachten structureel en vormen zij een belemmering voor de inburgering. Daarnaast voert eiser aan dat er geen sprake was van een deugdelijk onafhankelijk medisch onderzoek door Argonaut. Argonaut heeft in het rapport een andere weergave van de medische situatie opgenomen dan eiser tijdens het gesprek heeft gegeven. Argonaut heeft niet alles genoteerd wat hij heeft verteld en in het rapport ligt te veel de nadruk op wat hij nog wel kan, in plaats van op zijn beperkingen. Argonaut heeft zijn medische situatie onjuist beoordeeld en om die reden heeft eiser zijn blokkeringsrecht ingeroepen. Juridisch kader 5. Eiser is met een brief van 15 april 2019 geïnformeerd over dat hij inburgeringsplichtig is. Gelet op die datum is de Wet inburgering (Wi) van toepassing, en niet de op 1 januari 2022 in werking getreden Wet inburgering 2021. 5.1. Op grond van de Wi kan de staatssecretaris de inburgeringsplichtige ontheffen van de inburgeringsplicht indien de inburgeringsplichtige aantoont dat hij door een psychische of lichamelijke belemmering, of een verstandelijke handicap, blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen. Ontheffing wordt verleend als op basis van de aard en ernst van de belemmering of beperking redelijkerwijs verwacht mag worden dat binnen vijf jaar na de aanvraag niet aan de inburgeringsplicht, of onderdelen daarvan, kan worden voldaan. In het kader van de aanvraag tot ontheffing vraagt de staatssecretaris een door hem aangewezen arts om een deskundigenverklaring op te stellen. De door de staatssecretaris aangewezen arts is Argonaut. 5.2. Het advies van Argonaut geldt als een deskundigenadvies. Op grond van vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) moet een bestuursorgaan, indien het een deskundigenadvies aan zijn besluitvorming ten grondslag legt, zich er op grond van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van vergewissen dat dit advies – zowel qua totstandkoming als qua inhoud – zorgvuldig, inzichtelijk en concludent is. De betrokkene kan de inhoudelijke juistheid van het deskundigenadvies betwisten met een contra-expertise. Ook kan hij met stukken van zijn behandelaars of andere medische informatie concrete aanknopingspunten aanvoeren voor twijfel aan de zorgvuldigheid, inzichtelijkheid of concludentie van het deskundigenadvies. Beoordeling door de rechtbank 6. De staatssecretaris kan niet zelf beoordelen of de medische stukken van eiser aanleiding geven tot ontheffing van de inburgeringsplicht. Niet voor niets is voorgeschreven dat de staatssecretaris voor die beoordeling een deskundigenverklaring moet opvragen. Daarom heeft hij de medische stukken terecht ter beoordeling voorgelegd aan Argonaut. Doordat eiser het blokkeringsrecht heeft ingeroepen ten aanzien van de medische adviezen van Argonaut beschikte de staatssecretaris niet over een onafhankelijk medisch advies en kon dus niet beoordelen of eiser in aanmerking komt voor ontheffing. De staatssecretaris mocht daarom de gevraagde ontheffing weigeren. De stelling van eiser dat de medische adviezen van Argonaut niet zorgvuldig tot stand zijn gekomen, maakt dat niet anders. De staatssecretaris heeft zich daar door het inroepen van het blokkeringsrecht immers niet van kunnen vergewissen. De staatssecretaris heeft in de enkele stelling van eiser dus geen aanleiding kunnen of hoeven zien om een andere deskundige aan te wijzen of de medische stukken van eiser zelf te beoordelen. De staatssecretaris heeft de aanvraag tot ontheffing terecht afgewezen. Het verzoek om een deskundige te benoemen 7. Eiser erkent dat hij medisch gekeurd moet worden om voor ontheffing in aanmerking te komen en is daartoe bereid, maar hij wil niet langer door Argonaut beoordeeld worden. Hij beschikt niet over de financiële middelen om zelf een contra-expertise te laten uitvoeren. Daarom heeft hij de rechtbank ter zitting verzocht om een onafhankelijke deskundige aan te wijzen om zijn medische situatie te beoordelen. 8. De rechtbank beschikt niet over de medische adviezen van Argonaut en kan reeds daarom niet beoordelen of er aanleiding is om te twijfelen aan de juistheid daarvan. Daar komt bij dat eiser ook geen concrete gronden heeft aangevoerd of stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat het advies onbetrouwbaar is of ondeskundig is opgesteld. De enkele niet nader toegelichte of onderbouwde stellingen van eiser dat Argonaut een andere weergave van de medische situatie heeft opgenomen dan eiser tijdens het onderzoek heeft gegeven en dat Argonaut te veel de nadruk heeft gelegd op eisers mogelijkheden, zijn in dat kader onvoldoende. De rechtbank is van oordeel dat eiser voldoende ruimte heeft gehad om de bevindingen van Argonaut te betwisten, bijvoorbeeld door overlegging van de adviezen van Argonaut en medische stukken waaruit zou volgen dat de adviezen van Argonaut niet juist zijn. Ook zou eiser een contra-expertise kunnen laten uitvoeren. Dat hij daarvoor onvoldoende financiële middelen zou hebben heeft eiser niet onderbouwd. 8.1. De rechtbank overweegt dat het blokkeringsrecht de betrokkene de mogelijkheid biedt om te voorkomen dat een medisch advies aan het bestuursorgaan wordt verstrekt. Het doel van dit recht is dat betrokkene zijn privacy kan waarborgen. Het blokkeringsrecht kan echter niet worden gebruikt als instrument om, door het structureel onthouden van een medisch advies aan het bestuursorgaan, alsnog via de bestuursrechter af te dwingen dat een onafhankelijke deskundige wordt benoemd. Het stelsel van de Wi en de daarop gebaseerde regelgeving gaat uit van een beoordeling door een door de staatssecretaris aangewezen onafhankelijke arts. Alleen indien sprake is van concrete, objectieve aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid of juistheid van het deskundigenadvies, kan aanleiding bestaan voor benoeming van een andere deskundige. Een andersluidende uitleg zou ertoe leiden dat het blokkeringsrecht een omweg wordt om de wettelijke beoordelingssystematiek te omzeilen, hetgeen niet de bedoeling is van de wetgever. De rechtbank komt tot het oordeel dat er geen concrete, objectieve aanknopingspunten zijn aangevoerd om te twijfelen aan het advies van Argonaut, terwijl eiser daartoe voldoende gelegenheid heeft gehad. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om zelf een onafhankelijk deskundige te benoemen. Is het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden? 9. Eiser voert aan dat het zorgvuldigheidsbeginsel is geschonden omdat in het besluit van 15 december 2023 is verwezen naar het medisch advies van Argonaut. Eiser geeft aan dat hij het blokkeringsrecht heeft ingeroepen en dat het advies daarom niet met de staatssecretaris mocht worden gedeeld en niet ten grondslag mocht worden gelegd aan de besluitvorming. Volgens eiser is het besluit van 15 december 2023 hierdoor in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. 10. De rechtbank overweegt dat in het bestreden besluit staat dat in het besluit van 15 december 2023 ten onrechte is verwezen naar het advies van Argonaut omdat eiser het blokkeringsrecht had ingeroepen. De staatssecretaris heeft dit motiveringsgebrek in het besluit van 15 december 2023 hersteld met het bestreden besluit, door te motiveren dat de aanvraag wordt afgewezen omdat de medische adviezen van Argonaut zijn geblokkeerd. De rechtbank toetst uitsluitend het bestreden besluit en is van oordeel dat daarin geen sprake is van een zorgvuldigheidsgebrek (of een motiveringsgebrek). Deze beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen 11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de ontheffing van de inburgeringsplicht in stand blijft. Eiser moet aan de inburgeringsverplichtingen voldoen. 11.1. Omdat het beroep ongegrond is krijgt eiser het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R.N. Crombaghs, rechter, in aanwezigheid van N.I.W. Smeets, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 10 december 2025 . griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 10 december 2025 Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving Algemene wet bestuursrecht Artikel 3:2 Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen. Artikel 8:47 1. De bestuursrechter kan een deskundige benoemen voor het instellen van een onderzoek. (…) Wet inburgering 2021 Artikel 54 1. De Wet inburgering wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de personen op wie deze wet van toepassing was op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet. (…) Wet inburgering Artikel 6 1. Onze Minister ontheft de inburgeringsplichtige van de inburgeringsplicht, indien de inburgeringsplichtige heeft aangetoond door een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap, blijvend niet in staat te zijn het inburgeringsexamen te behalen. (…) Besluit inburgering Artikel 2.8 1. In het kader van de aanvraagprocedure tot ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel verstandelijke handicap als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet, verzoekt Onze Minister een door hem aangewezen arts, niet zijnde de behandelend arts van de inburgeringsplichtige, die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, een advies af te geven met betrekking tot de inburgeringsplichtige die de aanvraag tot ontheffing heeft ingediend. (…) 4. De ontheffing kan worden verleend indien redelijkerwijs verwacht mag worden dat de aard en de ernst van de psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap zodanig zijn dat niet binnen vijf jaar na de aanvraag van de ontheffing aan de inburgeringsplicht kan worden voldaan. (…) Argonaut ondersteunt exclusief Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) bij medische onderzoeken binnen de uitvoering van de Wet inburgering. Zie artikel 7:464, tweede lid, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek. Posttraumatische stress stoornis. Dat volgt uit het overgangsrecht, opgenomen in artikel 54, eerste lid, van de Wet inburgering 2021. Artikel 6, eerste lid van de Wi. Artikel 2.8, vierde lid van het Besluit inburgering. Artikel 2.8, eerste lid van het Besluit inburgering. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:516.