Skip to content
Case Law
NL

Rechtbank Den Haag

Rechtbank Den Haag

Rechtbank Den Haag

Case Summary

uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.36068 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. J.W.F. Menick), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: M.L.A. Berkelmans). Inleiding 1. Eiser heeft op 18 april 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 29 juli 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. 2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft een verweerschrift ingediend. 3. De rechtbank heeft het beroep op 29 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, O. Ilmi als tolk en de gemachtigde van de minister. 4. Aan de hand van de beroepsgronden van eiser beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 5. Eiser stelt de Somalische nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 1993. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ter grondslag. Het Keniaanse paspoort dat eiser in zijn bezit had, heeft hij via een reisagent gekocht. Eiser heeft niet de Keniaanse, maar de Somalische nationaliteit. Eiser heeft verklaard dat hij bij terugkeer vreest voor Al Shabaab. Ook bij terugkeer naar Kenia. Verder vreest eiser bij terugkeer naar Kenia gediscrimineerd te worden omdat hij Somalisch is. Het bestreden besluit 6. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: (1) Identiteit, nationaliteit en herkomst; (2) Benaderd door Al Shabaab. De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser niet geloofwaardig zijn. Eiser heeft zijn gestelde Somalische nationaliteit niet aangetoond met echte en objectieve documenten. Eiser heeft twee Somalische schoolcertificaten en een Somalische geboorteakte overgelegd. Uit onderzoek van Bureau Documenten is gebleken dat deze documenten vals zijn. Bovendien zijn het geen identificerende documenten. De minister is uitgegaan van de Keniaanse nationaliteit, omdat uit informatie is gebleken dat eiser heeft gereisd op een Keniaans paspoort. Daarnaast is de minister van oordeel dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onder a, b, c en e van de Vw. Eiser heeft namelijk geen oprechte inspanning geleverd om zijn aanvraag te staven en heeft onvoldoende documenten gegeven zonder daarvoor een goede verklaring te hebben. Ook zijn eisers verklaringen over zijn identiteit en nationaliteit wisselend en tegenstrijdig. Zo heeft eiser bij de Marechaussee andere persoonsgegevens opgegeven dat in het aanmeldgehoor en nader gehoor. 7. Het tweede asielmotief van eiser is door de minister niet op geloofwaardigheid getoetst, omdat het niet geloofwaardig is dat eiser de Somalische nationaliteit heeft. De minister concludeert daarom dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw. De asielaanvraag van eiser is kennelijk ongegrond verklaard op grond van artikel 30b, eerste lid, onder c, van de Vw. Tot slot heeft de minister aan eiser een terugkeerbesluit naar Kenia en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. Identiteit, nationaliteit en herkomst 8. Eiser stelt zich op het standpunt dat de minister ten onrechte uitgaat van de Keniaanse nationaliteit. De minister heeft zich bij de beoordeling van de asielaanvraag alleen gericht op het bezit van een Keniaans paspoort. Eiser heeft altijd gezegd dat hij uit Somalië komt en dat het Keniaanse paspoort door een reisagent is geregeld. Daarnaast spreekt eiser geen Swahili, zoals wordt gesproken in Kenia, maar wel Somalisch. De minister had een taalanalyse moeten laten uitvoeren om de herkomst van eiser vast te stellen. Verder stelt eiser dat het bekend is dat de Keniaanse autoriteiten een origineel paspoort willen hebben voordat zij paspoortonderzoek doen. Omdat er geen Keniaans paspoort aanwezig is, is dit onmogelijk. Eiser kan dus niet voldoen aan de opgave dat hij moet bewijzen dat hij niet de Keniaanse nationaliteit bezit. Verder heeft eiser in beroep een document overgelegd. Eiser stelt dat het gaat om een originele geboorteakte die hij van de Somalische ambassade in Brussel heeft verkregen. 9. De rechtbank stelt vast dat eiser het Keniaanse paspoort niet meer in zijn bezit heeft. De minister heeft er op gewezen dat eiser eerst van Kenia naar Turkije, vervolgens via Nederland naar Suriname is gereisd en daarna vanuit Suriname naar Amsterdam is gereisd met een Keniaans paspoort. Gelet op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 20 maart 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1193) is het reizen met een Keniaans paspoort op zich onvoldoende om van de Keniaanse nationaliteit uit te gaan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister echter voldoende gemotiveerd waarom toch van de gegevens die volgen uit het Keniaanse paspoort mag worden uitgegaan. De minister heeft bij zijn oordeel betrokken dat uit de EU-Vis registratie is gebleken dat eiser met het Keniaanse paspoort een visumaanvraag heeft gedaan in Noorwegen. Daarnaast heeft de minister bij de beoordeling mogen betrekken dat eiser bij aankomst in Nederland twee verschillende aliassen heeft opgegeven en dat eiser een Somalische geboorteakte en twee Somalische schoolcertificaten heeft overgelegd, die alle drie vals zijn bevonden. 10. Nu de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom er uit kan worden gegaan van de informatie die volgt uit het Keniaanse paspoort, is het aan eiser om aannemelijk te maken dat een echt bevonden paspoort op frauduleuze wijze is verkregen. Dit volgt uit het stappenplan van de uitspraak van de Afdeling van 14 maart 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:1071). 11. Uit deze uitspraak volgt dat een vreemdeling alles doet waar hij redelijkerwijs toe in staat is om van de autoriteiten van het land dat het paspoort heeft afgegeven, een verklaring te krijgen waaruit blijkt of zij het betreffende paspoort aanmerken als rechtsgeldig afgegeven en/of de vreemdeling als hun onderdaan beschouwen. Dit kan een vreemdeling vanuit Nederland bijvoorbeeld doen door contact op te nemen met de diplomatieke vertegenwoordiging van het land dat het paspoort heeft afgegeven. Hierbij mag van een vreemdeling worden verwacht dat hij de wijze waarop hij dat contact heeft gelegd, en de reactie van de autoriteiten, zo veel mogelijk schriftelijk vastlegt. Ook mag worden verwacht dat de vreemdeling contact zoekt in een voor het land dat het paspoort heeft afgegeven gangbare taal, de door de desbetreffende autoriteiten voorgeschreven procedures volgt, de gevraagde informatie verstrekt en zo nodig rappelleert. Als een vreemdeling onvoldoende moeite heeft gedaan om een verklaring, als hiervoor bedoeld, van de autoriteiten te verkrijgen, mag de minister ervan uitgaan dat de vreemdeling de nationaliteit heeft die op het paspoort is vermeld. 12. De rechtbank is met de minister van oordeel dat niet is gebleken dat eiser een oprechte inspanning heeft geleverd om zijn Keniaanse nationaliteit te betwisten. De stelling van eiser dat hij contact heeft opgenomen met de Keniaanse ambassade om zijn paspoort op echtheid te laten controleren is niet met stukken onderbouwd. Ook de enkele stelling dat het bekend is dat de Keniaanse autoriteiten een origineel paspoort willen hebben alvorens zij een paspoortonderzoek willen doen, is onvoldoende om eiser vrij te waren van zijn inspanningsverplichting. Voor zover eiser betoogt meer tijd nodig te hebben voor het aanleveren van documenten is de rechtbank van oordeel dat eiser hiervoor voldoende tijd heeft gehad. Daarbij wijst de rechtbank er op dat sinds de aanvraag twee en een half jaar is verstreken. Bovendien heeft eiser niet onderbouwd dat met het geven van meer tijd wel de nodige documenten zullen kunnen worden verkregen. 13. Ten aanzien van het betoog van eiser dat de minister een taal-analyse had moeten doen, heeft de minister op de zitting toegelicht dat er tijdens het gehoor een taalindicatie is afgenomen. Uit deze taalindicatie kon eisers taal worden herleid tot Centraal- en Zuid Somalisch. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister daarbij terecht er op gewezen dat dit niet betekent dat eiser niet beschikt over de Keniaanse nationaliteit. Zo kan het zijn dat eiser deel uit maakt van een diaspora-gemeenschap. Het in beroep ingebrachte document – volgens eiser een bij de Somalische ambassade in België opgevraagde geboorteakte – maakt hetgeen hiervoor is overwogen ook niet anders. Ook indien van de echtheid zou moeten worden uitgegaan, is het document geen identificerend document aangaande de nationaliteit van eiser. De verklaringen van eiser dat hij de Somalische nationaliteit heeft, onderbouwen evenmin dat hij de Keniaanse nationaliteit niet bezit. Zoals de minister terecht naar voren heeft gebracht is het niet uitgesloten dat eiser zowel in bezit is van de Keniaanse als de Somalische nationaliteit. De beroepsgrond slaagt niet. Het terugkeerbesluit naar Kenia en het inreisverbod 14. Eiser voert aan dat Kenia geen veilig land is om naar terug te keren. Ook in Kenia heeft eiser vrees voor Al Shabaab. Eiser vreest om door hen gerekruteerd te worden. Al Shabaab is een actieve en gevaarlijke terroristische organisatie vooral in Somalië en omliggende regio’s. Hierbij verwijst eiser naar een bron van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid.1 Daarnaast zal eiser in Kenia gediscrimineerd worden omdat hij Somalisch is en door zijn uiterlijk en taalgebruik als zodanig herkend zal worden. Een terugkeerbesluit en een inreisverbod zijn niet geboden. 15. De rechtbank stelt vast dat eiser in beroep voor het eerst naar voren heeft gebracht dat Kenia geen veilig land is voor hem. In de gehoren en in de zienswijze heeft eiser geen melding gemaakt van eventuele te verwachten toekomstige problemen in Kenia. In zoverre bestonden er voor de minister, ten tijde van het nemen van het bestreden besluit, geen aanknopingspunten om eventuele vrees van eiser bij terugkeer naar Kenia nader te onderzoeken. 16. Ook in beroep heeft eiser zijn vrees voor terugkeer naar Kenia niet concreet gemaakt. De enkele stelling dat bekend is dat Al Shabaab jonge mensen rekruteert en dat Al Shabaab een gevaarlijke organisatie is in Somalië en de regio, is onvoldoende voor het standpunt dat eiser persoonlijk bij terugkeer naar Kenia te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade. Dat eiser bij terugkeer naar Kenia te maken zal krijgen met discriminatie vanwege de taal en zijn uiterlijk, is verder niet onderbouwd. Niet is gebleken dat eiser bij terugkeer te maken zal krijgen met discriminatie die dusdanige ernstige beperkingen zal opleveren aan zijn bestaansmogelijkheden dat het voor hem onmogelijk zal zijn om op maatschappelijk en sociaal gebied te kunnen functioneren. De beroepsgrond slaagt niet. De vertrektermijn 17. Eiser voert aan dat zijn asielaanvraag ten onrechte op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw, kennelijk ongegrond is verklaard. Eiser heeft van begin af aan verklaard dat hij met behulp van een reisagent heeft gereisd. Het Keniaanse paspoort heeft eiser alleen gebruikt om te kunnen reizen. Eiser heeft nooit de intentie gehad om de minister omtrent zijn identiteit en nationaliteit te misleiden. De beslissing dat eiser Nederland onmiddellijk moet verlaten is onterecht. 18. De rechtbank is van oordeel dat de minister de asielaanvraag van eiser terecht kennelijk ongegrond heeft verklaard op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw. De minister heeft hierbij terecht overwogen dat het gaat om een geobjectiveerde intentie tot misleiding. Uit paragraaf C2/7.3 van de Vreemdelingencirculaire (Vc) volgt dat in ieder geval sprake is van misleiding als de vreemdeling valse of onjuiste informatie heeft verstrekt over zijn identiteit, nationaliteit of reisroute. Eiser heeft twee verschillende aliassen opgegeven, waarmee hij valse of onjuiste informatie heeft verstrekt over zijn identiteit en nationaliteit. Eiser stelt (enkel) de Somalische nationaliteit te hebben, terwijl hij over een Keniaans paspoort heeft beschikt waarmee hij heeft gereisd. Daarnaast heeft eiser twee valse schoolcertificaten en een valse Somalische geboorteakte overgelegd, waarmee hij valse informatie heeft verstrekt met de intentie om daarmee zijn identiteit en nationaliteit te onderbouwen. De stelling van eiser dat het niet zijn intentie was om de minister te misleiden, doet aan deze feitelijkheden niet af. De beroepsgrond slaagt niet. 1. [internetsite] Conclusie en gevolgen 19. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, rechter, in aanwezigheid van mr. W.J.T. Twijnstra, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 20 november 2025 Documentcode: [Documentcode] Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.