Rechtbank Den Haag
Rechtbank Den Haag
Case Summary
Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 25/2313 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 december 2025 in de zaak tussen [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser (gemachtigde: [gemachtigde] ), en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland, verweerder. Procesverloop Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2022 een aanslag onroerende zaakbelasting en rioolheffing opgelegd. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 19 maart 2025 de aanslag gedeeltelijk vernietigd. Eiser heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Eiser heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan verweerder. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2025. Namens eiser is verschenen, zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 1] en [naam 2] Overwegingen Feiten 1. Eiser is eigenaar van de onroerende zaak [adres] te [plaats] (de garagebox). 2. Aan eiser is voor het jaar 2022 een aanslag lokale heffingen opgelegd voor een bedrag van € 389,99. Eiser is voor de onroerende zaakbelasting (OZB) zowel als eigenaar als gebruiker aangeslagen en voor de rioolheffing (aanslagen rioolheffing) als eigenaar. 3. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 19 maart 2025 de aanslagen OZB als gebruiker en rioolheffing voor de garagebox vernietigd en geen proceskostenvergoeding toegekend. Geschil 4. In geschil is of verweerder terecht geen proceskostenvergoeding heeft toegekend voor de bezwaarfase en of de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn geschonden. 5. Verweerder stelt dat de gemachtigde van eiser geen beroepsmatige rechtsbijstand verleent, omdat geen sprake is van een duurzame op het vergaren van inkomen gerichte taakuitoefening bij het verlenen van beroepsmatige rechtsbijstand. Hij treedt enkel op als gemachtigde ten aanzien van familieleden. Daarnaast heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat gemachtigde meerdere cliënten had en heeft zij niet laten zien hoe hoog zijn omzet was. Verweerder verwijst hiervoor naar onder andere de uitspraak van het Hof Den Haag van 22 oktober 2024. 6. Eiser heeft aangevoerd dat zijn gemachtigde een professioneel kantoor heeft en dat hij voor meerdere klanten en accountantskantoren werkzaam is. Ook heeft eiser een overeenkomst met het kantoor van gemachtigde tegen een zakelijk tarief. Beoordeling van het geschil Openstaande bedrag 7. In de uitspraak op bezwaar wordt de aanslag vernietigd voor de onroerende zaakbelasting gebruiker en rioolheffing eigenaren. In de uitspraak op bezwaar is eiser medegedeeld dat op de aanslag nog een bedrag van € 158,38 open staat. Verweerder heeft dit bedrag ter zitting toegelicht. Eiser heeft dit bedrag ter zitting verder niet weersproken. Proceskostenvergoeding bezwaarfase 8. Van beroepsmatig verleende rechtsbijstand is volgens vaste rechtspraak sprake als het verlenen van rechtsbijstand door de rechtsbijstandverlener een vast onderdeel vormt van een duurzame, op het vergaren van inkomen gerichte taakuitoefening. Waar het om gaat, is dat het verlenen van rechtsbijstand behoort tot iemands beroepsmatige taak. Personen zonder enige juridische scholing kunnen niet geacht worden beroepsmatig rechtsbijstand te verlenen (Nota van Toelichting bij het Besluit, Stb. 1993, 763, p. 6 onderaan). 9 Dat gemachtigde familie is van eiser, hoeft er in beginsel niet aan in de weg te staan dat de rechtsbijstand kan worden aangemerkt als door een derde verleend. De familierelatie hoeft namelijk niet aan het beroepsmatige karakter van de verleende rechtsbijstand in de weg te staan. 10. Indien eiser in aanmerking wenst te komen voor een vergoeding van kosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, brengt een redelijke verdeling van de bewijslast in dit geval mee dat hij aannemelijk maakt dat de aan hem verleende rechtsbijstand beroepsmatig is verleend en dat de kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand op hem drukken, hebben gedrukt of zullen drukken. 11. Namens eiser is door gemachtigde aangevoerd dat hij een professioneel kantoor is, vier mensen in dienst heeft en de grootste adviseur van diverse supermarkten, drogisten en slijterijen is. Daarbij heeft gemachtigde ter zitting gesteld dat er per kwartaal een vast tarief in rekening wordt gebracht. Ter zitting heeft de gemachtigde nog een stuk overlegd. Het stuk betreft een uitspraak van een andere gemeente waarbij eiser wel proceskostenvergoeding heeft ontvangen. Daarnaast heeft gemachtigde ter zitting aangegeven lid te zijn van Fiscount Adviesgroep en van Register Belastingadviseurs. 12. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat gemachtigde niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van het verlenen van rechtsbijstand die op grond van het Besluit voor vergoeding in aanmerking komt. Nu verweerder nadrukkelijk er op heeft gewezen dat gemachtigde telkens gelieerde personen met dezelfde achternaam vertegenwoordigt, ligt het op de weg van eiser om aannemelijk te maken dat er naast procedures die voor familieleden worden gevoerd ook sprake is van het verlenen van rechtsbijstand aan anderen dan familieleden, zoals door gemachtigde gesteld. De enkele stellingen over het controleren van de jaarrekeningen van supermarkten, drogisterijen en slijterijen acht de rechtbank daartoe onvoldoende. Ook dat gemachtigde vanwege privacy verder geen informatie over zijn andere cliënten kan verstrekken acht de rechtbank onvoldoende. De rechtbank ziet niet in waarom het niet mogelijk zou zijn om aan de hand van andere informatie dan persoonsgegevens een concreter beeld te geven van de (omvang van de) gestelde, duurzame beroepsuitoefening door de gemachtigde. De enkele stelling dat hij de afgelopen 45 jaar heeft geprocedeerd voor niet-gelieerde personen acht de rechtbank eveneens onvoldoende. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur 13. De stelling van eiser dat verweerder in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zou hebben gehandeld, lees: het vertrouwensbeginsel, het specialiteitsbeginsel en evenredigheidsbeginsel, faalt, aangezien hij deze stelling niet heeft onderbouwd. 14. Gelet op wat hiervoor is overwogen dient het beroep ongegrond te worden verklaard. Proceskosten 15. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Sahebali, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M.M. Schillings, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 december 2025. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht). Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag. Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen: 1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd; 2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend. Verder vermeldt u ten minste het volgende: a. de naam en het adres van de indiener; b. de datum van verzending; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld; d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).