Skip to content
Case Law
NL

ECLI:NL:GHAMS:2025:2666 Gerechtshof Amsterdam , 07-10-2025 / 200.339.869/01, 200.339.845/01 en 200.339.905/01

Gerechtshof Amsterdam

Gerechtshof Amsterdam

Case Summary

GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummers: 200.339.869/01, 200.339.845/01 en 200.339.905/01 zaaknummers rechtbank Amsterdam: C/13/702849, C/13/706680 en C/13/706842 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 7 oktober 2025 in de gevoegde zaken van zaaknummer 200.339.869/01 (SMC-zaak) STICHTING MASSASCHADE EN CONSUMENT, gevestigd te Oegstgeest, appellante, tevens geïntimeerde in incidenteel appel, advocaat: mr. L.C.M. Berger te Amsterdam, tegen de rechtspersonen naar buitenlands recht 1. TIKTOK TECHNOLOGY LIMITED, gevestigd te Dublin, Ierland, 2. TIKTOK INFORMATION TECHNOLOGIES UK LIMITED, gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk, 3. TIKTOK INC., gevestigd te Culver City, Californië, Verenigde Staten van Amerika, 4. TIKTOK PTE. LIMITED, gevestigd te Singapore, Republiek Singapore, 5. BYTEDANCE LTD., 6. TIKTOK LTD., beide gevestigd te Grand Cayman, Kaaimaneilanden, geïntimeerden, tevens appellanten in incidenteel appel, advocaat: mr. G.H. Potjewijd te Amsterdam, 7 BEIJING BYTEDANCE TECHNOLOGY CO. LTD., gevestigd te Beijing, China, geïntimeerde, niet verschenen, zaaknummer 200.339.845/01 (STBYP-zaak) STICHTING TAKE BACK YOUR PRIVACY, gevestigd te Amsterdam, appellante, tevens geïntimeerde in incidenteel appel, advocaat: mr. C.C.A. van Rest te Amsterdam, tegen de rechtspersonen naar buitenlands recht 1. TIKTOK TECHNOLOGY LIMITED, gevestigd te Dublin, Ierland, 2. TIKTOK INFORMATION TECHNOLOGIES UK LIMITED, gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk, 3. TIKTOK INC., gevestigd te Culver City, Californië, Verenigde Staten van Amerika, 4. TIKTOK PTE. LIMITED, gevestigd te Singapore, Republiek Singapore, 5. BYTEDANCE LTD., 6. TIKTOK LTD., beide gevestigd te Grand Cayman, Kaaimaneilanden, geïntimeerden, tevens appellanten in incidenteel appel, advocaat: mr. G.H. Potjewijd te Amsterdam, 7 BEIJING BYTEDANCE TECHNOLOGY CO. LTD., tevens bekend onder de naam: TIKTOK INFORMATION SERVICE CO. LTD., gevestigd te Beijing, China, geïntimeerde, niet verschenen, zaaknummer 200.339.905/01 (SOMI-zaak) STICHTING ONDERZOEK MARKTINFORMATIE, gevestigd te Haarlemmermeer, appellante, tevens geïntimeerde in incidenteel appel, advocaat: mr. M. Schimmel te Amsterdam, tegen de rechtspersonen naar buitenlands recht 1. TIKTOK TECHNOLOGY LIMITED, gevestigd te Dublin, Ierland, 2. TIKTOK INFORMATION TECHNOLOGIES UK LIMITED, gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk, 3. TIKTOK INC., gevestigd te Culver City, Californië, Verenigde Staten van Amerika, 4. TIKTOK PTE. LIMITED, gevestigd te Singapore, Republiek Singapore, 5. BYTEDANCE LTD., 6. TIKTOK LTD., beide gevestigd te Grand Cayman, Kaaimaneilanden, geïntimeerden, tevens appellanten in incidenteel appel, advocaat: mr. G.H. Potjewijd te Amsterdam. Appellanten in principaal appel worden hierna aangeduid als SMC, STBYP en SOMI en samen ook als de Stichtingen. Geïntimeerden in principaal appel worden hierna aangeduid als TikTok Ierland, TikTok UK, TikTok Inc, TikTok Pte, Bytedance, TikTok Ltd. en Beijing Bytedance (deze laatste aanduiding ziet op de te Beijing, China, gevestigde TikTok-entiteit ten aanzien waarvan in de zaken van SMC en STBYP twee dagvaardingen zijn uitgebracht. Alle partijen gaan ervan uit dat het hier één rechtspersoon betreft). De verschenen geïntimeerden in principaal appel worden samen aangeduid als TikTok c.s. De verschenen en de niet verschenen geïntimeerden in principaal appel worden samen aangeduid als de TikTok-entiteiten. 1 De zaak in het kort De Stichtingen zijn collectieve acties op grond van de Wet Afwikkeling Massaschade in een Collectieve Actie (WAMCA) gestart tegen de TikTok-entiteiten. De Stichtingen hebben vorderingen ingesteld op grond van de AVG en op andere grondslagen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, dat de immateriële schadevorderingen niet-ontvankelijk zijn en dat de vorderingen van SMC tegen TikTok Pte en Beijing Bytedance niet-ontvankelijk zijn. De rechtbank heeft STBYP en SMC aangewezen als exclusieve belangenbehartiger en de nauw omschreven groep en de inhoud van de vorderingen bepaald. Dit hoger beroep gaat over deze beslissingen van de rechtbank. Na enkele processuele kwesties over de omvang van het hoger beroep, komen aan de orde: 1. rechtsmacht van de Nederlandse rechter, 2. ontvankelijkheid van de collectieve vorderingen, 3. de bepaling van de nauw omschreven groep en de inhoud van de vorderingen. De beoordeling van de rechtsmacht met betrekking tot de AVG-vorderingen wordt aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen die zijn gesteld door de rechtbank Rotterdam aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJEU). Ten aanzien van de vorderingen op de andere grondslagen wordt geoordeeld dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat de vorderingen over de hele linie ontvankelijk zijn. De bepaling van de nauw omschreven groep en de inhoud van de vorderingen wordt aangepast. Het hof gelast een regiezitting om met partijen te overleggen over het verdere verloop van de procedure. 2 Het geding in hoger beroep STBYP, SMC en SOMI zijn bij dagvaardingen van 9 april 2024 en 10 april 2024 in hoger beroep gekomen van het vonnis van 10 januari 2024, zoals hersteld bij vonnis van 21 februari 2024, van de rechtbank Amsterdam, onder bovenvermelde zaaknummers gewezen tussen de Stichtingen als eiseressen en de TikTok-entiteiten als gedaagden. De hoger- beroepsdagvaardingen van STBYP en SMC noemen ook het aan voormeld vonnis voorafgaande vonnis van 25 oktober 2023. Tegen Beijing Bytedance is verstek verleend. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: ­ de rolbeslissingen van 23 juli 2024; ­ de memorie van grieven van STBYP; ­ de akte overlegging producties, met producties, van STBYP; ­ de memorie van grieven tevens houdende wijziging van eis van SMC; ­ de memorie van grieven tevens houdende wijziging van eis, met producties, van SOMI; ­ de akte overlegging producties, met een productie, van STBYP; ­ het proces-verbaal van de regiezitting in alle zaken van 25 september 2024; ­ de memories van antwoord in principaal appel tevens memories van grieven in incidenteel appel, in alle zaken; ­ de memorie van antwoord in incidenteel appel van SOMI; ­ de memorie van antwoord in incidenteel appel, met producties, van STBYP; ­ de memorie van antwoord in incidenteel appel, met producties, van SMC; ­ de aktes overlegging producties, met producties, van alle partijen. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden ter zitting van 2 en 3 april 2025. Partijen hebben hun standpunten aan de hand van pleitnotities laten toelichten door hun advocaten voornoemd en (STBYP) mrs. G.J.M. Verburg en A.L. van de Pol, (SMC) mr. W.A. Vader, (SOMI) mrs. A.L.M. Bakhuis en M. Jacobs en (TikTok c.s.) mrs. K.J. Saarloos, M.H.K. Jansen en A. Meijerink, allen advocaat te Amsterdam. Ten slotte is arrest gevraagd. SMC, STBYP en SOMI concluderen dat het hof de bestreden vonnissen (gedeeltelijk) zal vernietigen en dat het hof hun immateriële schadevorderingen alsnog ontvankelijk zal verklaren en de nauw omschreven groep anders zal omschrijven. SMC concludeert voorts dat het hof haar vorderingen tegen TikTok Pte en Beijing Bytedance alsnog ontvankelijk zal verklaren en de inhoud van de vorderingen aanpast. SOMI concludeert voorts dat het hof haar aanwijst als exclusieve belangenbehartiger en STBYP en SMC niet-ontvankelijk zal verklaren in hun vorderingen. Een en ander steeds met beslissing over de proceskosten. TikTok c.s. concluderen dat het hof de bestreden vonnissen zal vernietigen en de Stichtingen niet-ontvankelijk verklaart in hun vorderingen althans hun deze ontzegt, met beslissing over de proceskosten. 3 Feiten De rechtbank heeft in haar tussenvonnis van 9 november 2022 onder 2.1 tot en met 2.7 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Samengevat komen de feiten neer op het volgende. 3.1. De TikTok-entiteiten maken deel uit van de TikTok groep. Bytedance is de moedervennootschap. In november 2017 heeft Bytedance de applicatie musical.ly overgenomen en deze samengevoegd met TikTok, waarmee het mogelijk is om online korte zelfgemaakte video’s te plaatsen, bekijken, liken en delen (hierna: de TikTok Dienst). De TikTok Dienst is beschikbaar via de app voor mobiele apparaten en via de website www.tiktok.com. 3.2. SOMI is opgericht op 31 mei 2016 en heeft blijkens art. 2.1 sub a van haar statuten, zoals dat luidt sinds 31 mei 2021, ten doel: “ het behartigen van belangen van natuurlijke personen, in het bijzonder van consumenten en minderjarigen, die gebruikmaken van online diensten, waarbij op enig moment een schending van de rechten van die natuurlijke personen plaatsvindt, waaronder begrepen maar niet beperkt tot inbreuken op grondrechten, zoals het recht om niet gediscrimineerd te worden en het recht op bescherming van privacy en bescherming van persoonsgegevens, alsmede inbreuken op consumentenrechten en wet- en regelgeving ter bescherming van minderjarigen;” 3.3. STBYP is opgericht op 24 februari 2021 en heeft blijkens art. 2 lid 1 van haar statuten ten doel, voor zover van belang: “het behartigen van de belangen van natuurlijke personen die gebruik maken van het internet en/of gebruik maken van andere producten en/of diensten die persoonsgegevens verwerken, waardoor deze gebruikers op enig moment te maken kunnen hebben met een schending van hun recht op privacy, waaronder maar niet beperkt tot hun recht op bescherming van persoonsgegevens, of te maken kunnen hebben met een schending van hun consumentenrechten, dan wel schending van andere grond- of wettelijke rechten, het een en ander in de ruimste zin van het woord (…).” 3.4. SMC is opgericht op 15 maart 2021 en heeft blijkens art. 3 lid 1 van haar statuten ten doel, voor zover van belang: “als onafhankelijke organisatie, zonder binding - met enige politieke of levensbeschouwelijke organisatie de belangen van consumenten in het algemeen (…) in het bijzonder in Nederland - en voor zover mogelijk en nodig daarbuiten - te behartigen.” 3.5. SOMI heeft onder meer TikTok Ierland op 7 mei 2021 aansprakelijk gesteld en uitgenodigd om in overleg te treden. TikTok Ierland heeft op 20 mei 2021 aan SOMI laten weten de door SOMI gestelde stellingen en claims van de hand te wijzen, maar wel open te staan voor overleg. Na verdere correspondentie heeft SOMI haar inleidende dagvaarding uitgebracht. 3.6. Op 23 juni 2021 heeft STBYP onder meer de door haar gedaagde TikTok-entiteiten aansprakelijk gesteld voor onrechtmatig handelen en hen uitgenodigd in overleg te treden. Op 8 juli 2021 is gereageerd en op 8 augustus 2021 heeft een bespreking tussen partijen plaatsgevonden. Het overleg heeft niet geleid tot een oplossing. Nadat partijen nog met elkaar hebben gecommuniceerd, heeft STBYP haar inleidende dagvaarding uitgebracht. 3.7. Bij brief van 28 juli 2021 heeft SMC Bytedance, TikTok Ltd., TikTok Ierland, TikTok UK en TikTok Inc aansprakelijk gesteld voor de door de achterban van SMC geleden schade wegens de schending van (fundamentele) rechten en onrechtmatig handelen, met een uitnodiging om in overleg te treden. Op 11 augustus 2021 heeft TikTok Ierland namens de door SMC aangeschreven TikTok partijen een reactie gestuurd en is verder gecorrespondeerd. Op 1 september 2021 heeft SMC een brief met dezelfde inhoud als die van 28 juli 2021 aan Beijing Bytedance en TikTok Pte gezonden. Op 3 september 2021 heeft zij haar inleidende dagvaarding uitgebracht. 3.8. Op 17 juni 2024 is SOMI geplaatst op de lijst, bedoeld in art. 5 lid 1 van Richtlijn (EU) 2020/1828 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG (PbEU 2020, L 409, Richtlijn representatieve vorderingen) (hierna: de lijst met aangewezen organisaties voor collectieve acties in de Europese Unie). Op 6 maart 2025 is STBYP geplaatst op deze lijst. 4 Beoordeling 4.1.1. SOMI is een collectieve actie gestart tegen TikTok Ierland. STBYP en daarna SMC zijn “aanhaak”-collectieve acties gestart tegen TikTok Ierland en andere TikTok-entiteiten. SOMI kwam in eerste aanleg alleen op voor minderjarigen: alle personen met een gewone verblijfplaats in Nederland die na 25 mei 2018 gebruik hebben gemaakt van de TikTok Dienst en ten tijde van het eerste gebruik minderjarig waren. Het gaat naar schatting van SOMI om ongeveer een miljoen personen. In hoger beroep heeft SOMI laten weten dat zij inmiddels ook voor meerderjarigen opkomt (zie rov. 4.9.1). STBYP komt op voor alle natuurlijke personen met een gewone verblijfplaats in Nederland die na 25 mei 2018 de TikTok Dienst hebben gebruikt en die op het moment van eerste gebruik nog niet de leeftijd van 18 jaar hadden bereikt. Naar schatting van STBYP zijn dit tussen de 1,2 en 1,6 miljoen minderjarigen. SOMI en STBYP verdelen de minderjarigen waarvoor zij opkomen aan de hand van de leeftijd onder in drie groepen: (1) onder de 13 jaar, (2) 13, 14 en 15 jaar en (3) 16 en 17 jaar. SMC kwam blijkens haar inleidende dagvaarding in eerste aanleg op voor natuurlijke personen met een gewone verblijfplaats in Nederland (voor de AVG-vorderingen) respectievelijk het centrum van hun belangen in Nederland (voor de vorderingen op grond van onrechtmatige daad (OD)) die de TikTok Dienst hebben gebruikt na inwerkingtreding van de AVG en die op het moment van eerste gebruik (1) nog niet de leeftijd van 13 jaar hadden bereikt, (2) een leeftijd hadden van 13, 14, 15, 16 of 17 jaar en (3) een leeftijd hadden van 18 jaar of ouder. Zij schat de aantallen gebruikers van de TikTok Dienst in Nederland in deze drie groepen in op 738.720, 616.770 en 3.162.810. Het hof merkt op dat SMC in haar stukken ook vermeldt dat zij opkomt voor natuurlijke personen die de TikTok Dienst hebben gebruikt “op een moment of gedurende een periode dat zij in Nederland woonden of verbleven”. Het hof gaat ervan uit dat SMC hiermee niet iets anders bedoelt dan de hiervoor bedoelde natuurlijke personen met een gewone verblijfplaats in Nederland. In hoger beroep heeft SMC het moment van ”het eerste gebruik” in haar wijziging van eis laten varen in de aanduiding van de achterban waarvoor zij opkomt (zie rov. 4.9.1). 4.1.2. De vorderingen van de Stichtingen zien op de TikTok Dienst in de periode na 25 mei 2018, de datum van inwerkingtreding van de AVG. De gebeurtenissen waarvoor de collectieve vorderingen zijn ingesteld, houden in de kern in het onrechtmatig verwerken van persoonsgegevens en het onvoldoende optreden tegen schadelijke inhoud door de TikTok-entiteiten, beide in het kader van de TikTok Dienst (inclusief de daarin opgenomen dienst musical.ly) (zie het vonnis van 25 oktober 2023, rov. 2.13.6). 4.1.3. De Stichtingen stellen dat de manier waarop persoonsgegevens van gebruikers van de TikTok Dienst worden verwerkt en gedeeld met derden fundamentele rechten van de gebruikers schendt, onrechtmatig is en in strijd is met de AVG, de Telecommunicatiewet, bepalingen van dwingend Europees en Nederlands consumentenrecht en de Mediawet. STBYP beroept zich subsidiair op ongerechtvaardigde verrijking. In hoger beroep legt SOMI ook de Digital Services Act (DSA) aan haar vorderingen ten grondslag. 4.1.4. SOMI heeft (in eerste aanleg) alleen TikTok Ierland in rechte betrokken. STBYP en SMC houden de TikTok-entiteiten hoofdelijk aansprakelijk op grond van art. 82 lid 4 AVG en artt. 6:102 en 6:166 BW. 4.1.5. Samengevat strekken de vorderingen van de Stichtingen ertoe te bewerkstelligen dat de TikTok-entiteiten het verweten handelen staken en de daardoor veroorzaakte schade van de gebruikers van de TikTok Dienst vergoeden. De Stichtingen hebben daartoe vier soorten vorderingen ingesteld, die strekken tot: het afgeven van verklaringen voor recht, die mede zijn bedoeld als opmaat voor de gevorderde ge- en verboden en de schadevorderingen; het opleggen van diverse ge- en verboden, die ertoe strekken om de TikTok Dienst in overeenstemming te brengen met de geldende wetgeving en de zonder grondslag verzamelde persoonsgegevens door de TikTok-entiteiten te laten vernietigen; vernietiging van de (algemene) voorwaarden die van toepassing zijn verklaard op de overeenkomsten met de gebruikers van de TikTok Dienst; veroordeling tot vergoeding van de materiële en immateriële schade van de gebruikers van de TikTok Dienst. Daarnaast strekken de vorderingen van de Stichtingen tot bepaling van de wijze van schadeafwikkeling en veroordeling tot vergoeding van de kosten inclusief de kosten voor financiering van hun collectieve acties. STBYP en SMC vorderen materiële schadevergoeding op basis van de door de TikTok-entiteiten ten koste van de gebruikers van de Tiktok Dienst gemaakte winst, en/of de economische waarde van de persoonsgegevens waarover de gebruikers van de Tiktok Dienst door toedoen van de Tiktok-entiteiten de controle zijn verloren. De Stichtingen hebben voorts de volgende immateriële schadevorderingen ingesteld: ­ SOMI (in eerste aanleg): in totaal ongeveer € 1,4 miljard, opgebouwd uit (steeds per persoon uit haar achterban): 1. € 2.000,- voor minderjarigen jonger dan 13 jaar, 2. € 1.000,- voor minderjarigen van 13, 14 en 15 jaar, en 3. € 500,- voor minderjarigen van 16 en 17 jaar. ­ STBYP: in totaal ongeveer € 2 miljard, opgebouwd uit: 1. € 1.500,- voor elke minderjarige die onder de leeftijd van 13 jaar is begonnen de TikTok Dienst te gebruiken, 2. € 1.250,- voor elke minderjarige die begon op 13, 14 of 15-jarige leeftijd, en 3. € 1.000,- voor elke minderjarige die begon op 16 of 17-jarige leeftijd. ­ SMC (in eerste aanleg): 1. € 1.750,- voor personen die bij het eerste gebruik van TikTok nog niet de leeftijd van 13 jaar hebben bereikt, waarbij € 1.400, - moet worden toegerekend aan de AVG schendingen, 2. € 1.500,- voor personen die bij het eerste gebruik van TikTok 13, 14, 15, 16 of 17 jaar oud zijn, waarvan € 1.200, - moet worden toegerekend aan de AVG schendingen, en 3. € 1.250,- per persoon die bij het eerste gebruik van TikTok 18 jaar of ouder is, waarvan € l.000,- moet worden toegerekend aan de AVG schendingen. 4.2.1. De rechtbank heeft bij vonnis van 9 november 2022 geoordeeld dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft in alle zaken tegen alle gedaagden en het verzoek van TikTok c.s. om aanhouding in afwachting van onder meer een finale beslissing van de Ierse toezichthouder Data Protection Commissioner (DPC) in twee onderzoeken naar TikTok c.s. (althans TikTok Ierland) afgewezen. Voorts heeft de rechtbank op grond van art. 22 (oud) Rv de Stichtingen bevolen hun financieringsovereenkomsten met hun procesfinanciers over te leggen, waarbij op de voet van art. 22 lid 2 (oud) Rv is bepaald dat uitsluitend de rechtbank daarvan kennis zal nemen. 4.2.2. In het vonnis van 25 oktober 2023 heeft de rechtbank de ontvankelijkheid van de collectieve vordering beoordeeld met uitzondering van de vereisten van voldoende middelen en zeggenschap. De rechtbank heeft onder meer overwogen dat de immateriële schadevorderingen niet-ontvankelijk zijn omdat zij niet bundelbaar zijn en dat de vorderingen van SMC tegen Beijing Bytedance en TikTok Pte niet-ontvankelijk zijn omdat niet is voldaan aan het overlegvereiste. De rechtbank heeft uitgangspunten voor de vergoeding van de financiers van de Stichtingen geformuleerd in de vorm van (voorgenomen) randvoorwaarden voor een toekomstige goedkeuring van een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in art. 1018h lid 1 Rv of een voorstel voor een collectieve schadeafwikkeling als bedoeld in art. 1018i Rv. SMC en STBYP zijn in de gelegenheid gesteld om hun financieringsovereenkomsten aan te passen. In dit vonnis is geoordeeld dat de vorderingen worden beheerst door Nederlands recht, tenzij bij de inhoudelijke behandeling blijkt dat hierover alsnog (op onderdelen) anders moet worden geoordeeld. De rechtbank heeft voorts overwogen dat de subsidiaire vordering van SOMI dat, voor het geval dat zij niet als exclusieve belangenbehartiger wordt aangewezen, wordt bepaald dat zij in deze collectieve vordering als lasthebber-gevolmachtigde de belangen behartigt van de bij haar door middel van de door haar gehanteerde deelnemersovereenkomst aangesloten gedupeerden, dient te worden afgewezen. 4.2.3. In het vonnis van 10 januari 2024 is overwogen dat de collectieve vorderingen van de Stichtingen ontvankelijk zijn, afgezien van de in het vonnis van 25 oktober 2023 genoemde onderdelen. SMC is aangewezen als exclusieve belangenbehartiger voor meerderjarigen. STBYP is aangewezen als exclusieve belangenbehartiger voor minderjarigen, met bepaling dat SOMI en SMC voor zover het minderjarigen betreft geen proceshandelingen mogen verrichten, maar wel mogen deelnemen aan zittingen, voor zover het minderjarigen betreft. De rechtbank heeft de inhoud van de collectieve vorderingen en de nauw omschreven groep bepaald voor de minderjarigen en voor de meerderjarigen. De gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring van de collectieve vorderingen is niet opgenomen in het dictum. Daarin staat onder meer: “3.3 bepaalt dat de ingestelde collectieve vorderingen luiden zoals is weergegeven in rechtsoverwegingen 2.20 en 2.21; 3.4 bepaalt dat STBYP respectievelijk SMC in deze collectieve vordering de belangen behartigt van de in rechtsoverweging 2.23 weergegeven nauw omschreven groepen;” Bij herstelvonnis van 21 februari 2024 is de omschrijving van de vorderingen aangepast, in die zin dat voor “TikTok-gedaagden” steeds moet worden gelezen “TikTok-gedaagden met uitzondering van TikTok Pte en Beijing Bytedance”. De rechtbank heeft de collectieve vorderingen in rov. 2.20-2.21 met inachtneming van haar overwegingen dienaangaande als volgt weergegeven: “2.20. (…) de collectieve vordering met betrekking tot de hierna nader te definiëren nauw omschreven groep van minderjarigen inhoudt dat de rechtbank zal oordelen als volgt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: III. Verklaring voor recht (i) Voor recht te verklaren dat (a) de TikTok-gedaagden jegens de Nauw Omschreven Groep (minderjarigen) in strijd handelen met de in de dagvaarding van STBYP genoemde fundamentele rechten, de Algemene verordening gegevensbescherming, het consumentenrecht, de Telecommunicatiewet en de herziene richtlijn audiovisuele mediadiensten, en (b) de TikTok-gedaagden hoofdelijk op grond van artikel 82 AVG en/of artikel 6:162 BW en/of 6:212 BW aansprakelijk zijn jegens iedere natuurlijk persoon die lid is van de Nauw Omschreven Groep (minderjarigen), en uit dien hoofde de door die natuurlijk persoon geleden en nog te lijden schade dienen te vergoeden, inclusief wettelijke rente; (ii) vervalt; (iii) voor recht te verklaren dat de Gebruiksvoorwaarden, het Privacybeleid, de Virtual Items Policy, het Cookiebeleid, de Communityrichtlijnen en de Intellectual Property Policy van de TikTok-gedaagden vernietigbaar zijn door de personen in de Nauw Omschreven Groep (minderjarigen); (iv) voor recht te verklaren dat (a) de TikTok-gedaagden passende maatregelen moeten nemen om te bewerkstelligen dat de persoonsgegevens van gebruikers van de TikTok App jonger dan 18 jaar niet worden doorgegeven naar landen buiten de EER, tenzij aan de daarvoor op grond van de AVG geldende vereisten wordt voldaan; (b) de TikTok-gedaagden passende maatregelen moeten treffen om te bewerkstelligen dat gebruikers van de TikTok App jonger dan 18 jaar niet op de TikTok App worden blootgesteld aan video’s die hun geestelijke of lichamelijke ontwikkeling kunnen aantasten; (c) de TikTok-gedaagden passende maatregelen moeten nemen om een leeftijdsverificatiesysteem in te voeren dat gebaseerd is op een scan van een identiteitsbewijs, althans een passend systeem dat redelijke zekerheid biedt over de leeftijd van de gebruiker van de TikTok App, en passende maatregelen moeten nemen om te kunnen controleren of ouderlijke toestemming voor het aanmaken van een account, waar vereist, is gegeven; (d) de TikTok-gedaagden passende maatregelen moeten nemen om te stoppen met het plaatsen van cookies en andere tracking technologieën op de toestellen die de personen in de Nauw Omschreven Groep (minderjarigen) gebruiken, behalve cookies die voldoen aan de door de AVG en de Telecommunicatiewet gestelde eisen, en louter voor zover deze essentieel zijn voor de werking van de TikTok App; IV. Vernietiging van voorwaarden (i) de vernietiging uit te spreken van de overeenkomst inzake het gebruik van de TikTok Dienst tussen ieder[e] persoon van de Nauw Omschreven Groep (minderjarigen) enerzijds en de TikTok-gedaagden anderzijds, inclusief vernietiging van de TikTok Documentatie, waaronder de Gebruiksvoorwaarden, het Privacybeleid, de Virtual Items Policy, het Cookiebeleid, de Communityrichtlijnen en de Intellectual Property Policy van de TikTok-gedaagden voor wat betreft de personen in de Nauw Omschreven Groep (minderjarigen), dan wel vernietiging van die onderdelen van de TikTok Documentatie die de rechtbank vernietigbaar acht; V. Bevelen tot bescherming van Kinderen (i) de TikTok-gedaagden een gebod op te leggen om binnen een periode van drie maanden na de datum van het te wijzen vonnis maatregelen te treffen om van bestaande accounts van de Nauw Omschreven Groep (minderjarigen) en bij de opening van nieuwe accounts van de Nauw Omschreven Groep (minderjarigen) op deugdelijke wijze: (a) te verifiëren of de gebruikers een leeftijd van ten minste 13 jaar hebben bereikt; (b) te controleren of gebruikers die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt de vereiste toestemming hebben verkregen van een wettelijk vertegenwoordiger zoals een ouder of voogd voor gebruik van de TikTok App; (ii) De TikTok-gedaagden een gebod op te leggen om binnen een periode van drie maanden na de datum van het te wijzen vonnis alle bestaande accounts van de Nauw Omschreven Groep (minderjarigen) te sluiten en alle verzamelde en verwerkte persoonsgegevens van of over deze gebruikers te vernietigen: (a) voor zover gebruikers de leeftijd van 13 jaar nog niet hebben bereikt of diens leeftijd niet met zekerheid en op verifieerbare wijze kan worden vastgesteld; (b) voor zover gebruikers de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt en geen expliciete en verifieerbare instemming is verkregen van een wettelijk vertegenwoordiger, of de instemming niet met zekerheid kan worden vastgesteld; (iii) De TikTok-gedaagden te verbieden om jegens de Nauw Omschreven Groep (minderjarigen) voorwaarden te hanteren die in strijd zijn met de eisen van het consumentenrecht zoals omschreven in de dagvaarding van STBYP; (iv) De TikTok-gedaagden te bevelen tot ongedaanmaking van de TikTok Documentatie jegens de Nauw Omschreven Groep (minderjarigen), waaronder ten minste dient te worden verstaan: (a) terugbetaling van de aankoopbedragen van door de minderjarigen aangeschafte Coins; (b) onomkeerbaar wissen van alle verzamelde persoonsgegevens van de Nauw Omschreven Groep (minderjarigen), inclusief de persoonsgegevens die aan derden zijn verstrekt of gebruikt zijn ten behoeve van advertentieverkoop aan derden, tenzij de TikTok-gedaagden binnen drie maanden toestemming krijgen van de betrokken natuurlijk persoon dat de persoonsgegevens niet hoeven te worden gewist; (c) voor zover de TikTok-gedaagden niet, of bezwaarlijk, in staat zijn de handelingen onder sub (a) en (b) ongedaan te maken de Nauw Omschreven Groep (minderjarigen) hiervoor te compenseren op basis van artikel 3:53 lid 2 BW; de bevelen onder V (i), (ii), (iii) en (iv) op last van een dwangsom van EUR 1.000 per gebruiker per overtreden gebod of verbod per dag dat de overtreding voortduurt tot een maximum van EUR 25.000 per gebruiker; ook los van bovenstaande ongedaanmakingsverplichting: (v) de TikTok-gedaagden te bevelen alle persoonsgegevens van de personen in de Nauw Omschreven Groep (minderjarigen) onomkeerbaar te laten wissen, tenzij de TikTok-gedaagden binnen drie maanden toestemming krijgen van de betrokken persoon dat de persoonsgegevens niet hoeven te worden gewist; (vi) De TikTok-gedaagden te bevelen verdere maatregelen te nemen om hun beveiliging op orde te stellen, en in elk geval maatregelen te nemen zodat binnen drie maanden de beveiligingsrisico’s zoals beschreven in hoofdstuk 5 sub D van de dagvaarding van STBYP niet langer bestaan; (vii) De TikTok-gedaagden te bevelen de overtreding van de Telecommunicatiewet te beëindigen, en alle personen in de Nauw Omschreven Groep (minderjarigen) te instrueren hoe zij reeds geplaatste cookies en andere tracking technieken kunnen verwijderen; (viii) De TikTok-gedaagden te bevelen niet langer de persoonsgegevens van gebruikers van de TikTok App jonger dan 18 jaar door te geven naar landen buiten de EER, tenzij aan de daarvoor op grond van de AVG geldende vereisten wordt voldaan, en alle persoonsgegevens van de Nauw Omschreven Groep (minderjarigen) die reeds zijn gestuurd naar deze derde landen buiten de EER te vernietigen; VI. Veroordeling tot betaling van een schadevergoeding (i) (vervalt); (ii) ieder van de TikTok-gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de materiële schade van alle personen in de Nauw Omschreven Groep (minderjarigen), welke schade al dan niet op basis van artikelen 6:97 en/of 6:104 BW door de rechtbank in goede justitie wordt vastgesteld, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum van het te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening; (a) subsidiair : ieder van de TikTok-gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de materiële schade van alle personen in de Nauw Omschreven Groep (minderjarigen), welke schade nader zal worden opgemaakt bij staat en zal worden vereffend zoals bij wet is voorgeschreven, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum van het te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening; VII. Veroordeling tot schadeafwikkeling ( i) (vervalt); (ii) (vervalt); (iii) (vervalt); (iv) (vervalt): (v) de collectieve schadeafwikkeling zodanig vorm te geven als de rechtbank geraden acht op basis van door STBYP en de TikTok-gedaagden op grond van artikel 1018i Rv over te leggen voorstellen voor een collectieve schadeafwikkeling; VIII. Proceskostenveroordeling en buitengerechtelijke kosten (i) ieder van de TikTok-gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding aan ieder van de stichtingen: (a) de volledige, werkelijke proceskosten van dit geding, buitengerechtelijke kosten en verdere kosten die ieder van de stichtingen heeft gemaakt, op grond van artikel 1018l lid 2 Rv, en/of 237 Rv en/of 6:96 BW, dit alles te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het te wijzen vonnis tot aan de dag van algehele voldoening; (b) de volledige door ieder van de stichtingen gemaakte (buitengerechtelijke) kosten en nog in het kader van de schadeafwikkeling te maken kosten, op grond van artikel 6:96 BW, het een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening, (c) de volledige door ieder van de stichtingen aan hun Funder te betalen overeengekomen vergoeding, op grond van artikel 6:96 BW en/of artikel 1018l lid 2 Rv, zoals nader te begroten op basis van door de stichtingen nader over te leggen informatie. 2.21.Op grond van wat hiervoor onder 2.18 en 2.19 is overwogen, houdt de collectieve vordering met betrekking tot de hierna nader te definiëren groep van meerderjarigen hetzelfde in als die met betrekking tot de groep van minderjarigen, met dien verstande dat de vorderingen waarin een specifieke bescherming van jeugdigen is beoogd niet gelden voor volwassenen. Dit leidt tot de volgende vordering met betrekking tot meerderjarigen, waarbij de formulering van de vorderingen van STBYP wordt gevolgd, voor zover de vorderingen van SMC met betrekking tot meerderjarigen daar inhoudelijk mee overeenkomen. Indien er verschillen zijn en de rechtbank afwijkt van de vorderingen van STBYP met betrekking tot minderjarigen wordt dat cursief aangegeven. III. Verklaring voor recht (i) Primair : voor recht te verklaren dat (a) de TikTok-gedaagden jegens de Nauw Omschreven Groep (meerderjarigen) in strijd handelen met de in de dagvaarding van STBYP genoemde fundamentele rechten, de Algemene verordening gegevensbescherming, het consumentenrecht, de Telecommunicatiewet en de herziene richtlijn audiovisuele mediadiensten, en (b) de TikTok-gedaagden hoofdelijk op grond van artikel 82 AVG en/of artikel 6:162 BW en/of 6:212 BW aansprakelijk zijn jegens iedere natuurlijk persoon die lid is van de Nauw Omschreven Groep (meerderjarigen), en uit dien hoofde de door die natuurlijk persoon geleden en nog te lijden schade dienen te vergoeden, inclusief wettelijke rente; (iii) voor recht te verklaren dat de Gebruiksvoorwaarden, het Privacybeleid, de Virtual Items Policy, het Cookiebeleid, de Communityrichtlijnen en de Intellectual Property Policy van de TikTok-gedaagden vernietigbaar zijn door de personen in de Nauw Omschreven Groep (meerderjarigen); (iv) voor recht te verklaren dat: (a) de TikTok-gedaagden passende maatregelen moeten nemen om te bewerkstelligen dat dat de persoonsgegevens van iedere natuurlijk persoon die lid is van de Nauw Omschreven Groep (meerderjarigen) niet worden doorgegeven naar landen buiten de EER, tenzij aan de daarvoor op grond van de AVG geldende vereisten wordt voldaan; (d) de TikTok-gedaagden passende maatregelen moeten nemen om te stoppen met het plaatsen van cookies en andere tracking technologieën op de toestellen die de personen in de Nauw Omschreven Groep (meerderjarigen) gebruiken, behalve cookies die voldoen aan de door de AVG en de Telecommunicatiewet gestelde eisen, en louter voor zover deze essentieel zijn voor de werking van de TikTok App; IV. Vernietiging van voorwaarden en VI. Veroordeling tot betaling van een schadevergoeding en VII. Veroordeling tot schadeafwikkeling zoals hiervoor onder 2.20 vermeld, met dien verstande dat telkens voor “Nauw Omschreven Groep (minderjarigen)” wordt gelezen: “Nauw Omschreven Groep (meerderjarigen)”. VIII. Proceskostenveroordeling en buitengerechtelijke kosten ( i) ieder van de TikTok-gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding aan SMC: (a) de volledige, werkelijke proceskosten van dit geding, buitengerechtelijke kosten en verdere kosten die SMC heeft gemaakt, op grond van artikel 1018l lid 2 Rv, en/of 237 Rv en/of 6:96 BW, dit alles te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het te wijzen vonnis tot aan de dag van algehele voldoening; (b) de volledige door SMC gemaakte (buitengerechtelijke) kosten en nog in het kader van de schadeafwikkeling te maken kosten, op grond van artikel 6:96 BW, het een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening, (c) de volledige door SMC aan haar Funder te betalen overeengekomen vergoeding, op grond van artikel 6:96 BW en/of artikel 1018l lid 2 Rv, zoals nader te begroten op basis van door SMC nader over te leggen informatie. In rov. 2.23 zijn de nauw omschreven groepen als volgt omschreven: “- Nauw Omschreven Groep minderjarigen (STBYP): ten aanzien van de AVG-gerelateerde vorderingen gebruikers van de TikTok Dienst die (i) tussen 25 mei 2018 en 9 november 2022 de TikTok Dienst hebben gebruikt, (ii) bij het eerste gebruik in die periode minderjarig waren, (iii) op 9 november 2022 in Nederland hun gewone verblijfplaats hadden; ten aanzien van de OD-gerelateerde vorderingen geldt daarnaast (iv) dat zij tijdens dat gebruik van de TikTok Dienst het centrum van hun belangen in Nederland hadden. - Nauw Omschreven Groep meerderjarigen (SMC): ten aanzien van de AVG-gerelateerde vorderingen gebruikers van de TikTok Dienst die (i) tussen 25 mei 2018 en 9 november 2022 de TikTok Dienst hebben gebruikt, (ii) bij het eerste gebruik in die periode meerderjarig waren, (iii) op 9 november 2022 in Nederland hun gewone verblijfplaats hadden; ten aanzien van de OD-gerelateerde vorderingen geldt daarnaast (iv) dat zij tijdens dat gebruik van de TikTok Dienst het centrum van hun belangen in Nederland hadden.” 4.3.1. De grieven van de Stichtingen zien op (onderdelen van) de vonnissen van 25 oktober 2023 en 10 januari 2024, zoals hersteld bij het herstelvonnis van 21 februari 2024. De Stichtingen betogen dat zij ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun immateriële schadevorderingen (grieven 1 t/m 5 STBYP, grieven 1 en 2 SOMI, grief I SMC) en dat de rechtbank de nauw omschreven groep niet goed heeft afgebakend (grief 6 STBYP, grief 5 SOMI, grief IV SMC). SMC is het daarnaast niet eens met de niet-ontvankelijkverklaring van haar collectieve vorderingen tegen TikTok Pte en Beijing Bytedance (grief II SMC) en met de bepaling van de precieze inhoud van de vorderingen door de rechtbank (grief III SMC). SOMI is het daarnaast niet eens met de ontvankelijkverklaring van de collectieve vorderingen van STBYP en SMC (grief 3 SOMI) en de aanwijzing van STBYP en SMC als exclusieve belangenbehartigers (grief 4 SOMI). Zij heeft geen grief gericht tegen de overweging in het vonnis van 25 oktober 2023 (rov. 2.100 en 2.101) dat haar subsidiaire vordering moet worden afgewezen, zodat deze vordering in hoger beroep niet meer aan de orde is. 4.3.2. De incidentele hoger beroepen van TikTok c.s. richten zich tegen (onderdelen van) alle hiervoor genoemde vonnissen. TikTok c.s. betogen dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft (grief 1 tot en met 4), dat Nederlands recht niet van toepassing is op de collectieve vorderingen van de Stichtingen (grief 5), dat de Stichtingen in hun collectieve vorderingen niet-ontvankelijk zijn (grieven 6 tot en met 18), dat de collectieve actie niet efficiënter en effectiever is dan individuele procedures (grief 19), dat de vorderingen summierlijk ondeugdelijk zijn (grief 20) en dat de nauw omschreven groep uiterlijk moet worden afgebakend per de dag waarop de dagvaarding in het WAMCA-register is ingeschreven (grief 21). Met hun grief 22 bestrijden TikTok c.s. het oordeel van de rechtbank dat de collectieve vorderingen worden geacht te zijn ingesteld tegen alle gedaagden, grief 23 is een voortbouwende grief zonder eigen inhoud en met grief 24 betogen TikTok c.s. dat de Stichtingen moeten worden bevolen om onverwijld informatie te verstrekken over iedere wijziging van de financieringsovereenkomsten. Ten aanzien van ieder van de Stichtingen formuleren TikTok c.s. specifieke grieven over hun ontvankelijkheid. 4.4. De ontvankelijkheid van de Stichtingen in hun collectieve vorderingen wordt beheerst door de bepalingen uit de Wet Afwikkeling Massaschade in Collectieve Actie (WAMCA). Het WAMCA-procesrecht betreft de procedure in eerste aanleg. De WAMCA kent geen specifiek appelprocesrecht. Uitgegaan wordt daarom van het “gewone” appelprocesrecht, met dien verstande dat daarvan afgeweken wordt als het doel, het systeem en/of de inrichting van de WAMCA-procedure daartoe aanleiding geeft/geven. Ontvankelijkheid van de hoger beroepen 4.5. Hoewel de gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring van de Stichtingen in hun collectieve vorderingen niet in het dictum is opgenomen, is het vonnis van 10 januari 2024 vatbaar voor hoger beroep. In het dictum worden de collectieve vorderingen namelijk gedeeltelijk afgewezen zodat in zoverre een eind is gemaakt aan een instantie. Zo is door 9 november 2022 als einddatum te noemen voor het relevante gebruik van de TikTok Dienst, in de bepaling van de nauw omschreven groepen waarnaar onderdeel 3.4 van het dictum verwijst, een beperking aangebracht in de tijd die niet is opgenomen in de collectieve vorderingen van de Stichtingen. Voorts zijn de vorderingen van de Stichtingen tot immateriële schadevergoeding – waarin de Stichtingen naar het oordeel van de rechtbank niet kunnen worden ontvangen – afgewezen blijkens rov. 2.20 en 2.21 waarnaar onderdeel 3.3 van het dictum verwijst. Hoger beroep van SOMI die niet als exclusieve belangenbehartiger is aangewezen 4.6. TikTok c.s. betogen dat SOMI niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep omdat zij niet is aangewezen als exclusieve belangenbehartiger. Dit betoog gaat niet op. De bevoegdheid om hoger beroep in te stellen komt toe aan partijen (zie art. 332 lid 1 Rv) en SOMI is na aanwijzing van de exclusieve belangenbehartiger partij gebleven (zie art. 1018e lid 3 Rv). Uit de wetsgeschiedenis volgt dat art. 332 Rv onverkort van toepassing is op WAMCA-procedures (zie Kamerstukken II 2017-2018, 34 608, nr. 6, p. 15). De bepaling in art. 1018e lid 3 Rv dat de exclusieve belangenbehartiger (bij de inhoudelijke behandeling van de collectieve vorderingen) de proceshandelingen verricht, neemt de bevoegdheid van de niet als exclusieve belangenbehartiger aangewezen partij SOMI om hoger beroep in te stellen tegen het vonnis van 10 januari 2024 dus niet weg. Hoger beroep SOMI en STBYP tegen TikTok-entiteiten die zij niet in eerste aanleg hebben gedagvaard 4.7.1. SOMI en STBYP hebben hoger beroep ingesteld tegen partijen die zij niet in eerste aanleg hebben gedagvaard; de inleidende dagvaarding van SOMI is alleen uitgebracht tegen TikTok Ierland en STBYP heeft geen vorderingen ingesteld tegen TikTok Ltd. De hoger beroepen van SOMI en STBYP tegen deze partijen zijn ontvankelijk bevonden in de rolbeslissingen van 23 juli 2024. Deze rolbeslissingen bouwen voort op de overweging in het bestreden vonnis van 10 januari 2024 dat uit het WAMCA-procesrecht wordt afgeleid dat de vorderingen worden geacht te zijn ingesteld tegen alle TikTok-gedaagden, tenzij de inhoud van een vordering zich daartegen verzet. 4.7.2. Met hun grief 22 bestrijden TikTok c.s. met succes deze overweging van de rechtbank. De WAMCA bewerkstelligt een ”gecoördineerde en efficiënte en effectieve afwikkeling” van de collectieve vorderingen over dezelfde gebeurtenis(sen) (zie Kamerstukken II 2017-2018, 34 608, nr. 3, p. 1). Het hoeft niet te gaan om precies dezelfde vorderingen op dezelfde grondslag (zie Kamerstukken II 2017-2018, 34 608, nr. 3, p. 41) en de vorderingen behoeven niet allemaal tegen dezelfde gedaagden te zijn ingesteld (zie HR 14 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:388, CCC/Apple c.s., rov. 4.1.5). Art. 1018d lid 3 Rv bewerkstelligt na inschrijving op de rol van de verschillende collectieve acties over dezelfde gebeurtenis(sen) een samenvoeging van deze collectieve vorderingen, door te bepalen dat deze worden behandeld als één zaak. De tekst van de wet en de wetsgeschiedenis bieden geen aanknopingspunt voor de opvatting dat de met de WAMCA geregelde ”gecoördineerde en efficiënte en effectieve afwikkeling” van collectieve vorderingen over dezelfde gebeurtenis(sen) ertoe leidt dat alle partijen partij worden in elkaars zaak. Art. 1018d lid 3 Rv ontneemt niet de zelfstandigheid aan de zaken van de Stichtingen. Uit art. 1018e lid 1 Rv volgt dat beoordeling van de ontvankelijkheid per collectieve vordering dient te geschieden. De exclusieve belangenbehartiger is vertegenwoordiger van de andere belangenorganisaties die partij blijven (art. 1018e lid 3 Rv). Het ervan uitgaan dat alle vorderingen zijn ingesteld tegen alle aangesproken partijen strookt bovendien niet met de uit art. 23 en 24 Rv voortvloeiende autonomie van partijen om te bepalen welke vorderingen zij tegen welke partijen instellen. 4.7.3. SOMI en STBYP kunnen dan ook niet partijen tegen wie zij geen collectieve vorderingen hebben ingesteld – maar andere belangenbehartigers wel – in hun hoger beroep betrekken. Dat betekent dat SOMI alleen ontvankelijk is in haar hoger beroep tegen TikTok Ierland en dat STBYP niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep tegen TikTok Ltd. Het hof komt in zoverre terug van de rolbeslissingen in de zaken van SOMI en STBYP van 23 juli 2024. De gedeeltelijke niet-ontvankelijkheid van de hoger beroepen van SOMI en STBYP zullen worden opgenomen in het dictum van het te zijner tijd te wijzen eindarrest. Geen doorbreking van het in art. 1018e lid 1 Rv neergelegde rechtsmiddelenverbod 4.8. Met haar grief 4 bestrijdt SOMI de aanwijzing van STBYP en SMC als exclusieve belangenbehartiger. Art. 1018e lid 1 Rv bepaalt dat hiertegen geen rechtsmiddel openstaat. Met de aanwijzing van andere belangenbehartigers als exclusieve belangenbehartiger wordt SOMI geen recht ontnomen. Zij is partij gebleven en wordt vertegenwoordigd door de exclusieve belangenbehartigers. Er bestaat dan ook geen grond om het in art. 1018e lid 1 Rv opgenomen rechtsmiddelenverbod te doorbreken. Het hof gaat voorbij aan SOMI’s grief 4. Dit rechtsmiddelenverbod ziet overigens alleen op de aanwijzing van de exclusieve belangenbehartigers, niet op de op art. 1018e lid 3 Rv gegronde beslissing van de rechtbank dat SOMI mag deelnemen aan de mondelinge behandeling met betrekking tot minderjarigen, waar SOMI niet tegen opkomt. Eiswijzigingen SOMI en SMC 4.9.1. SOMI en SMC hebben in hoger beroep hun eis gewijzigd. SOMI breidt haar vorderingen uit tot meerderjarigen en materiële schadevergoeding. Ook stelt zij aparte immateriële schadevorderingen in voor volwassenen en minderjarigen en voegt zij een subsidiaire schadevordering toe van € 1 aan symbolische schade per persoon. SMC staat een andere nauw omschreven groep voor dan in eerste aanleg: zij wenst dat in plaats van ”het eerste gebruik” van de TikTok Dienst uitgegaan wordt van de leeftijd van de gebruikers tijdens dat gebruik. 4.9.2. Het WAMCA-procesrecht verzet zich niet tegen een eiswijziging in hoger beroep, voor zover toegestaan volgens de regels van het “gewone” procesrecht in hoger beroep. Daarbij worden de regels van de goede procesorde mede ingekleurd door de collectieve aard van de vorderingen en het WAMCA-procesrecht. Beide eiswijzigingen houden een in hoger beroep toegestane wijziging van de vorderingen in, waarbij in het geval van SOMI de inhoud en reikwijdte van haar collectieve vorderingen fors wordt uitgebreid. De procedure bevindt zich echter nog in de voorfase. Gelet hierop en omdat de eiswijzigingen naar redelijke verwachting er niet toe zullen leiden dat deze procedure meer tijd zal kosten dan de tijd die zij toch al vergt vanwege de van meet af aan uitgebreide vorderingen van STBYP, zijn de eiswijzigingen toelaatbaar. 4.9.3. Wel volgt uit het doel en het systeem van de WAMCA, gezien de afweging die nodig is om te kunnen beslissen over het al dan niet benutten van de (eerste) opt out-mogelijkheid, dat de achterban kennis moet kunnen nemen van de eis zoals die uiteindelijk ter beslissing aan de rechter voorligt. Daarin wordt voorzien met de in art. 1018f lid 2 Rv voorgeschreven bekendmaking van de (tussen)uitspraak waarin onder meer de collectieve vordering en de nauw omschreven groep personen wier belangen de exclusieve belangenbehartiger(s) in deze collectieve vordering behartigt/behartigen moeten worden opgenomen. Dit is een onderwerp voor de hierna te bepalen regiezitting. Rechtsmacht Nederlandse rechter 4.10. Met hun grieven 1 tot en met 4 bestrijden TikTok c.s. dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Voor de toets op dit punt is het tijdstip waarop de procedure in eerste aanleg aanhangig is gemaakt – dus het tijdstip waarop de inleidende dagvaarding is betekend – in het algemeen beslissend. Gelet op de hierna volgende beoordeling kan onbesproken blijven of TikTok c.s. toen een vestiging in Nederland hadden. 4.11. De Stichtingen oefenen hun eigen procesbevoegdheid uit. De rechtszekerheid verlangt dat de nationale rechter zich eenvoudig over zijn eigen bevoegdheid kan uitspreken, zonder dat hij de zaak ten gronde al hoeft te onderzoeken. Voor bewijslevering is in deze fase geen plaats. Rechtsmacht met betrekking tot de op de AVG gegronde vorderingen 4.12. Voor zover de vorderingen van de Stichtingen zijn gegrond op de AVG vallen zij binnen het temporele toepassingsbereik van deze verordening omdat zij zien op verwerking van persoonsgegevens na 25 mei 2018. De bevoegdheid om kennis te nemen van op de AVG gegronde vorderingen tegen verwerkingsverantwoordelijken en verwerkers is geregeld in art. 79-82 AVG. 4.13. Op grond van art. 79 lid 1 AVG kan een betrokkene die van mening is dat zijn rechten uit hoofde van deze verordening geschonden zijn ten gevolge van een verwerking van zijn persoonsgegevens die niet aan deze verordening voldoet, een ”doeltreffende voorziening in rechte” instellen tegen een verwerkingsverantwoordelijke of verwerker in de zin van de AVG. Op grond van art. 79 lid 2 AVG kan deze vordering onder meer worden ingesteld bij de gerechten van de lidstaat waar de betrokkene gewoonlijk verblijft. Gerechtelijke procedures voor het uitoefenen van het in art. 82 lid 1 AVG opgenomen recht op schadevergoeding worden gevoerd voor de in art. 79 lid 2 AVG bedoelde lidstaatrechtelijk bevoegde gerechten (art. 82 lid 6 AVG). 4.14. Art. 80 lid 2 AVG voorziet in de mogelijkheid dat een orgaan, organisatie of vereniging zoals bedoeld in art. 80 lid 1 AVG, ook onafhankelijk van de opdracht van een betrokkene het in art. 79 lid 1 AVG bedoelde recht kan uitoefenen, indien het/zij van mening is dat de rechten van een betrokkene uit hoofde van de AVG zijn geschonden ten gevolge van de verwerking. TikTok c.s. betwisten met hun grieven 7 en 8 dat de Stichtingen voldoen aan de eisen van art. 80 lid 1 AVG (geen winstoogmerk en het actief-zijn vereiste). Zij betwisten met hun grief 6 dat de Stichtingen het recht van schadevergoeding op grond van art. 82 AVG zonder opdracht van de gebruikers van de TikTok Dienst waarvoor zij opkomen kunnen instellen. De rechtbank Rotterdam heeft over, kort samengevat, het actief-zijn vereiste en het opdracht-vereiste, vragen van uitleg gesteld aan het HvJEU (rechtbank Rotterdam 23 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:9088). Nadat deze vragen zijn beantwoord, zal het hof beoordelen of de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van de op de AVG gegronde vorderingen van de Stichtingen. Het hof ziet geen aanleiding om de door TikTok c.s. bepleite (nadere/andere) vragen over de uitleg van art. 79 lid 2 AVG te stellen aan het HvJEU, omdat te verwachten valt dat met de beantwoording van de reeds gestelde vragen voldoende duidelijkheid zal zijn verkregen om een beslissing op d