Skip to content
Case Law
NL

ECLI:NL:RBGEL:2026:1247 Rechtbank Gelderland , 20-02-2026 / 05/085805-25

Rechtbank Gelderland

Rechtbank Gelderland

Case Summary

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/085805-25 Datum uitspraak : 20 februari 2026 Tegenspraak (279 Sv) vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1959 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] , raadsvrouw: mr. P.E.M. Metri, advocaat in Zaandam. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2020 tot en met 29 februari 2024 te Heelsum en/of Renkum en/of Barcelona, althans in Nederland en/of Spanje, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) een of meerdere geldbedragen, bestaande uit: - geldopnames (van in totaal ongeveer 17.108,40 euro) en/of - digitale bankoverschrijvingen, elektronische betalingen en/of pinbetalingen (van in totaal ongeveer 71.420 euro), althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens, althans een of meerdere malen) de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen geldbedragen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een of meerdere valse sleutels, te weten een of meer bankpas(sen) met bijbehorende pincode(s) van die [aangever] en/of wachtwoord(en) en/of (inlog)code(s) ten behoeve van elektronische betalingen; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2020 tot en met 29 februari 2024 te Heelsum en/of Renkum en/of Barcelona, althans in Nederland en/of Spanje, (telkens) opzettelijk een of meerdere geldbedragen, bestaande uit: - geldopnames (van in totaal ongeveer 17.108,40 euro) en/of - digitale bankoverschrijvingen, elektronische betalingen en/of pinbetalingen (van in totaal ongeveer 71.420 euro), althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele toebehoorde aan [aangever] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) geldbedrag(en) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, in elk geval anders dan door misdrijf, onder zich had, te weten als mantelzorger en/of verzorger en/of belangenbehartiger en/of als vriend en/of door het met toestemming van [aangever] gebruiken van de bankpas(sen) met bijbehorende pincode(s) en/of wachtwoord(en) en/of (inlog)code(s) ten behoeve van elektronische betalingen, zich (telkens) wederrechtelijk heeft toegeëigend; meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2020 tot en met 29 februari 2024, te Heelsum en/of Renkum en/of Barcelona, althans in Nederland en/of Spanje, (telkens) een of meerdere geldbedragen (van in totaal ongeveer 88.528,40 euro), althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, (telkens) wist althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die voorwerp(en) onmiddellijk afkomstig was/waren uit enig eigen misdrijf; 2. hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 juli 2020 tot en met 25 december 2024 te Renkum en/of Diepenheim en/of Assen en/of Froidlieu (België) en/of Amsterdam en/of 's-Gravenhage en/of Bunschoten-Spakenburg en/of Sneek, gemeente Sudwets-Fryslan en/of Apeldoorn, althans in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een beroep of gewoonte heeft gemaakt van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen en/of het verlenen van diensten tegen betaling, te weten - via Marktplaats een schilderij aan [aangever] voor 650 euro en/of - via Marktplaats een schilderij aan [aangever] voor 1.513 euro en/of - via Marktplaats een of meerdere schilderijen en/of een of meerdere klokken aan [aangever] voor (in totaal ongeveer) 9.250 euro en/of - via Marktplaats een schilderij aan [aangever] voor 750 euro en/of - via Marktplaats een Louis Apol-schilderij aan [aangever] voor 1.100 euro en/of - via Marktplaats een armband aan [aangever] voor 309 euro en/of - via Marktplaats een of meerdere muntgewichten aan [aangever] voor 125 euro en/of - via Marktplaats een horloge aan [aangever] voor 30 euro en/of - via Facebook Marketplace een schilderij aan [aangever] voor 607,95 euro, (telkens) met het oogmerk om zonder volledige levering zich en/of een ander van de betaling van die goederen of diensten te verzekeren; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 juli 2020 tot en met 25 december 2024 te Renkum en/of Diepenheim en/of Assen en/of Froidlieu (België) en/of Amsterdam en/of 's-Gravenhage en/of Bunschoten-Spakenburg en/of Sneek, gemeente Sudwets-Fryslan en/of Apeldoorn, althans in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) een persoon heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten - [aangever] tot de afgifte van 650 euro en/of - [aangever] tot de afgifte van 1.513 euro en/of - [aangever] tot afgifte(n) van (in totaal ongeveer) 9.250 euro en/of - [aangever] tot de afgifte van 750 euro en/of - [aangever] tot de afgifte van 1.100 euro en/of - [aangever] tot de afgifte van 309 euro en/of - [aangever] tot de afgifte van 125 euro en/of - [aangever] tot de afgifte van 30 euro en/of - [aangever] tot de afgifte van 607,95 euro, door (telkens) valselijk en/of bedriegelijk en/of in strijd met de waarheid, - via Facebook Marketplace en/of Marktplaats een of meer goederen te koop aan te bieden en/of - in contact te komen met een in dat goed geïnterreseerd persoon en/of - een koopovereenkomst met die persoon tot stand te laten komen en/of - met die persoon af te spreken dat het goed na betaling naar die persoon zou worden opgestuurd en/of - die persoon te laten betalen en/of - het goed niet op te sturen/leveren; 3. hij op of omstreeks 24 december 2024 te Eibergen, gemeente Berkelland en/of te Renkum, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [aangever] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een geldbedrag (van in totaal 1.450 euro), door: - zich voor te doen als [naam] , - zich voor te doen als bonafide antiekhandelaar, - die [aangever] een schilderij aan te bieden, - een of meerdere foto's te sturen van het voornoemde schilderij, - een betaling van voornoemde [aangever] te vragen voor het voornoemde schilderij en/of die betaling te accepteren en/of - het voornoemde schilderij niet te leveren, waardoor die [aangever] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte; 4. hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 december 2023 tot en met 24 januari 2024 te Renkum en/of Heelsum en/of Diepenheim en/of Frouilieu (België) en/of Amsterdam en/of Eibergen, gemeente Berkelland, althans in Nederland en/of België, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander te weten een bankpas en/of bankrekening en/of identiteitsbewijs van [aangever] heeft gebruikt door - die bankpas en/of bankrekening te gebruiken als zijnde zijn eigen bankpas/bankrekening en/of - een of meerdere foto’s van voornoemde bankpas en/of voornoemd identiteitsbewijs te versturen aan [aangever] en/of [aangever] en/of [aangever] en/of [aangever] en/of - die [aangever] en/of [aangever] en/of [aangever] en/of [aangever] een of meer geldbedragen te laten storten/overmaken op die (bij die bankpas behorende) bankrekening en/of - deze (van misdrijf afkomstige) gestorte gelden met gebruik van die bankrekening en/of die bankpas op te nemen en/of over te maken naar een andere (eigen) rekening, met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en/of de identiteit van de ander te verhelen en/of te misbruiken, waardoor enig nadeel kon ontstaan. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1 primair tenlastegelegde, nu verdachte toestemming had om de bankpas en inloggegevens van [aangever] te gebruiken. Daarom kan geen sprake zijn van diefstal met een valse sleutel. Voorts kan het deel van de tenlastelegging dat ziet op de geldopnames ten bedrage van € 17.108,40 niet worden bewezen, nu niet kan worden bewezen dat deze gedaan zijn door verdachte en al helemaal niet dat dit zonder toestemming van [aangever] is gebeurd. Ten aanzien van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde is eveneens vrijspraak bepleit, nu niet kan worden vastgesteld dat, dan wel vanaf welk moment, verdachte zich geldbedragen wederrechtelijk heeft toegeëigend. Ten aanzien van het meer subsidiaire is eveneens vrijspraak bepleit, nu geen sprake is van een criminele herkomst. Ten aanzien van het onder feit 2 primair tenlastegelegde is vrijspraak bepleit, nu geen sprake is van het maken van een beroep of gewoonte. Ten aanzien van het onder feit 2 subsidiair tenlastegelegde is aangevoerd dat verdachte partieel moet worden vrijgesproken van het medeplegen en de oplichting van [aangever] , nu er in dat geval wel geleverd is. Ten aanzien van de feiten 3 en 4 is geen bewijsverweer gevoerd. Beoordeling door de rechtbank Feit 1 Bewijsmiddelen Aangever [aangever] heeft verklaard dat [verdachte] (hierna: verdachte) hem al langere tijd hielp en ook zijn rekeningen betaalde en zijn boodschappen deed. Verdachte heeft op enig moment ook de bankpas van aangever gekregen, zodat verdachte aangevers bankzaken kon regelen en de bankpas kon gebruiken voor de boodschappen. Aangever werd namelijk ouder en het werd voor hem lastiger om alles te regelen. Vanuit de gemeente kreeg aangever op een gegeven moment een melding dat hij een grote huurachterstand had. Er is toen geprobeerd contact op te nemen met verdachte, die inmiddels vanuit een PGB [aangever] bijstond, maar verdachte reageerde nergens op en kwam niet op afspraken. Vervolgens is bewind aangevraagd voor aangever en werd ontdekt dat er zeer veel geld van de bankrekening van aangever was gehaald en dat zijn spaarrekening helemaal leeggehaald was. Omdat aangever zelf geen bankpas meer had en hij ook niet aan internetbankieren deed, weet aangever bijna zeker dat verdachte zijn bankrekening moet hebben leeggehaald en zijn rekeningen niet moet hebben betaald. Aangever heeft zelf geen computer en is ook niet bekwaam om een computer te gebruiken zonder hulp van een ander. Verbalisanten hebben contact gehad met [naam] , de bewindvoerder van aangever sinds 13 januari 2024. [naam] gaf aan dat hij in de bankgegevens van aangever kon zien dat vanaf augustus 2020 het inkomen van aangever structureel werd overgemaakt naar de bankrekening van verdachte. Verder was te zien dat er via de bankrekening van aangever allerlei Marktplaatstransacties waren gedaan. Verbalisant zag in de door [naam] toegestuurde bankafschriften dat zodra er geld binnenkwam op de bankrekening van aangever [aangever] , dat vrijwel direct werd overgeboekt naar [rekeningnummer] ten name van [verdachte] . Ook zag verbalisant dat er meerdere betalingen van Marktplaats en van andere personen binnenkwamen op de bankrekening van aangever [aangever] . Ook deze bedragen werden meteen overgeboekt naar de bankrekening van [verdachte] . [naam] gaf verder aan dat er voor zover hij wist geen sprake was van ondertekende documenten waaruit zou blijken dat verdachte toestemming zou hebben gekregen om de bankrekening te beheren van [aangever] . Op 26 mei 2022 om 18:47 uur werd een bedrag van € 300,00 contant opgenomen bij een geldautomaat van La Caixa bank in Barcelona (Spanje) van de betaalrekening van [aangever] . Op 28 mei 2022 werden achter elkaar om 16:00 uur en 16:03 uur, bedragen van € 500,00 en € 200,00, contant opgenomen bij een geldautomaat van Cashzone in Barcelona (Spanje) van de betaalrekening van [aangever] . Tijdens de analyse van de bankrekening [rekeningnummer] van [verdachte] zag verbalisant dat op 22 mei 2022 tot en met 29 mei 2022 diverse pinbetalingen werden verricht in Barcelona (Spanje). Mantelzorger en kennis van [aangever] [naam] verklaarde dat [aangever] in 2022, zowel fysiek als geestelijk, zelf niet in staat was om naar Spanje te gaan. Door verbalisanten is opgevraagd van welke betaalrekeningen verdachte rekeninghouder en/of zeggenschaphouder is. Daaruit blijkt dat het onder meer gaat om de volgende betaalrekeningen: - [rekeningnummer] ; - [rekeningnummer] . Verbalisanten hebben in de periode van 13 augustus 2020 tot en met 24 januari 2024 de overboekingen van bankrekening [rekeningnummer] op naam van [aangever] naar bankrekeningen [rekeningnummer] en [rekeningnummer] op naam van verdachte bij elkaar opgeteld en aan de hand daarvan een berekening wederrechtelijk verkregen voordeel opgesteld. Het wederrechtelijk verkregen voordeel is als volgt berekend: Uitgaand: Overboekingen naar bankrekeningen [verdachte] € 118.927,35 Marktplaats betalingen € 2.387,95 Kosten online verkopen € 419,85 Verzendkosten € 100,40 Kosten kunstveiling € 35,64 Contante opnamen Barcelona € 1.000,00 ---------------------- € 122.871,19 Inkomend: Ontvangsten online verkopen -/- € 42.759,64 Terugboekingen van [verdachte] -/- € 2.740,02 Ontvangen PGB (op rekening [aangever] )-/- € 4.951,53 Netto wederrechtelijk verkregen voordeel € 72.420,00 Uit onderzoek is ten slotte gebleken dat een zeer groot deel van de internettransacties in de periode 16 november 2023 tot en met 24 januari 2024 heeft plaatsgevonden vanaf een computer op het woonadres van verdachte. Overwegingen De rechtbank stelt op grond van bovenstaande bewijsmiddelen vast dat verdachte in periode van 13 augustus 2020 tot en met 24 januari 2024 van aangever de toegang had gekregen tot zijn internetbankieren en tot het gebruiken van zijn pinpas voor het regelen van zijn financiën en het doen van boodschappen. Verdachte was de enige die die toegang had. Verbalisanten hebben de bankafschriften van [aangever] bekeken en daaruit volgt dat een bedrag van € 118.927,35 in de periode van 13 augustus 2020 tot en met 24 januari 2024 is overgeboekt van de rekening van [aangever] naar de rekeningen van verdachte. Omdat daarin ook geldbedragen zitten die zijn ontvangen door [aangever] in het kader van online verkopen, zijn deze bedragen afgetrokken van het bedrag van €118.927,35. Daarnaast zijn ook de bedragen afgetrokken die verdachte heeft terug geboekt en is het bedrag dat [aangever] ontving voor [verdachte] voor zijn PGB ook van dat bedrag afgehaald. Uiteindelijk is een wederrechtelijk verkregen voordeel berekend van € 72.420,00. In dat bedrag zitten ook de contante opnamen in Spanje. De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of sprake is geweest van diefstal met een valse sleutel op basis van de geldbedragen die van de bankrekeningen van [aangever] op de privérekening van verdachte zijn gestort en de contante opnames die gedaan zijn met de rekening van [aangever] . De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich geld van [aangever] heeft toegeëigend waar hij geen toestemming voor had gekregen. Voldoende vast staat dat de pinpas van [aangever] gebruikt mocht worden voor de boodschappen van aangever en dat verdachte aangevers geldzaken mocht regelen. Eén en ander geeft echter geen verklaring voor het totaalbedrag dat verdachte van de bankrekening van [aangever] op zijn eigen bankrekening heeft gestort. Aangever heeft niet verklaard hiervoor toestemming te hebben gegeven De toestemming van aangever strekte zich dus niet uit tot directe overboekingen van geldbedragen naar de privérekening van verdachte. Verdachte heeft hiervoor ook geen verklaring gegeven en er blijkt ook niet van stukken die van een dergelijke toestemming zou blijkgeven. Hoewel verdachte in beginsel dus gerechtigd was om de pinpas van [aangever] ten behoeve van [aangever] te gebruiken en daarom toegang had tot zijn internetbankieren, is de rechtbank van oordeel dat het verdachte duidelijk moest zijn dat dit niet onbeperkt gold en zeker niet voor bedragen die zijn overgeboekt van de bankrekening van [aangever] naar de bankrekening van verdachte. Verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank dus onbevoegd gebruik gemaakt van de pinpas en van het internetbankieren van [aangever] voor zover het ging om bedragen die niet aan [aangever] ten goede zijn gekomen. Het onbevoegd gebruiken van een sleutel (waartoe ook pinpassen met pincodes of inlog-gegevens van internetbankieren worden gerekend), maakt deze sleutel vals. Verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank de geldbedragen vanaf het moment van de overboekingen naar zijn privébankrekening zonder enige grondslag onder zich gehad en dus reeds bij ten tijde van het overboeken het oogmerk gehad om zich de gelden wederrechtelijk toe te eigenen, waardoor sprake is van diefstal. Voor een bewezenverklaring van diefstal is het immers voldoende om te constateren dat verdachte na de overboekingen beschikkingsmacht had over het geld en dat hij dit geld in elk geval deels voor eigen doeleinden heeft aangewend. Ten aanzien van de contante opnamen overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank acht bewezen dat verdachte het bedrag van € 1.000,00 van de rekening van [aangever] heeft gepind in Spanje en dat vervolgens voor eigen doeleinden heeft aangewend. Dat verdachte op dat moment in Spanje was, blijkt uit de gegevens van zijn eigen betaalrekening. Ten aanzien van de overige contante opnames kan de rechtbank niet vaststellen voor welk doel deze bedragen zijn aangewend. De rechtbank zal verdachte in zoverre vrijspreken. Conclusie Het voorgaande brengt naar het oordeel van de rechtbank mee dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde feit heeft gepleegd. Feit 2 Inleiding In de periode van 15 juli 2020 tot en met 25 december 2024 zijn bij de politie de hierna genoemde 8 aangiftes van oplichting binnengekomen. Deze personen hebben in de genoemde periode via advertenties op internet goederen gekocht die na betaling nooit (volledig) zijn geleverd. De goederen werden aangeboden op Marktplaats en Facebook. Vrijspraak oplichting [aangever] . De rechtbank spreekt verdachte vrij van de online handelsfraude jegens aangever [aangever] , nu aan [aangever] wel een goed is geleverd. Bewijsmiddelen Aangever [aangever] uit Assen heeft verklaard dat hij via Marketplace van Facebook een schilderij heeft gekocht, maar niets heeft ontvangen. De accountnaam van de verkoper betrof “ [verdachte] ”. De verkoper zei dat hij in het ziekenhuis lag en heeft daarna niets meer laten weten en het schilderij nooit opgestuurd. Aangever heeft op 25 december 2024 het aankoopbedrag van € 607,95 overgemaakt naar het rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [verdachte] . Aangever [aangever] , uit Apeldoorn, heeft verklaard dat hij op 24 december 2024 een horloge voor € 30,00 heeft aangekocht via Marktplaats. Aangever heeft het bedrag naar rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [verdachte] overgemaakt. De verkoper gaf geen gehoor meer en het horloge is nooit geleverd. Verbalisanten hebben de gegevens van het bankrekeningnummer [rekeningnummer] in het bankenportaal opgevraagd. De rekeninghouder van dit rekeningnummer betrof: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1959, wonend op [adres] . Aangever [aangever] , uit Assen, heeft verklaard dat hij op 25 januari 2024 een schilderij heeft gekocht op Marktplaats voor € 1.513,00 euro. De verkoper betrof [naam] met Marktplaatsnaam ‘ [naam] ’. De verkoper stuurde aangever een foto van een bankpas op naam van [aangever] , [rekeningnummer] , waar het geld naartoe overgemaakt moest worden. De betaling is op 25 januari 2024 gedaan. Vervolgens stuurde de verkoper op 26 januari 2024 een berichtje dat hij per ongeluk de verkeerde bankpas en het verkeerde bankrekeningnummer had gestuurd. Het bankrekeningnummer waar het geld wel naartoe moest was [rekeningnummer] ten name van [naam] . Aangever moest zelf het geld, maar terug zien te krijgen bij de heer [aangever] . Dat lukte aangever niet en daarom deed hij aangifte. Het schilderij is niet geleverd. Verbalisanten hebben de gegevens van het volgende bankrekeningnummer opgevraagd. De rekeninghouder van [rekeningnummer] betrof [aangever] , geboren op [geboortedatum] -1949 wonend op [adres] . De rekeninghouder van [rekeningnummer] betrof [naam] , geboren op [geboortedatum] 1959, wonend op [adres] . Aangever [aangever] , uit Amsterdam, heeft verklaard dat hij via Marktplaats een schilderij had gekocht van ‘ [aangever] ’ te Heelsum. De accountnaam van de verkoper betrof ‘ [naam] ’. Op 11 januari 2024 heeft aangever een betaling van € 750,00 naar [rekeningnummer] ten name van [aangever] gedaan. Hij kreeg geen reactie meer en heeft het schilderij nooit geleverd gekregen. Verbalisant zag op de banktransacties van aangever [aangever] het volgende: 500,- EUR ontvangen door aangever op 11-01-2024 om 08:43 uur. 250,- EUR ontvangen door aangever op 11-01-2024 om 08:44 uur. 750,- EUR overgeboekt naar [verdachte] op 11-01-2024 om 08:54 uur. Aangever [aangever] , uit Diepenheim, heeft verklaard dat hij op 8 januari 2024 op Marktplaats een schilderij had gekocht voor 650 euro. De bankrekening stond op naam van [aangever] uit Heelsum. Aangever werd lang aan het lijntje gehouden met de smoes dat de verkoper in het ziekenhuis lag. Het schilderij is nooit geleverd. De accountnaam op Marktplaats was ‘ [naam] ’. De betaling van € 650,00 is gedaan naar [rekeningnummer] op 8 januari 2024. Verbalisant zag op de banktransacties van [rekeningnummer] van [aangever] het volgende: 650,- EUR ontvangen op 08-01-2024 om 13:06 uur. 650,- EUR overgeboekt naar [verdachte] op 08-01-2024 om 13:10 uur. Verbalisant heeft in de telefoon van verdachte een foto in de galerij gevonden van de identiteitskaart van [aangever] . Verbalisant herkende deze foto als de foto die gestuurd is in het Marktplaatsgesprek tussen de verkoper en aangever [aangever] . Aangever [aangever] , uit Froidlieu, België, heeft verklaard dat hij op en na 25 december 2023 goederen heeft gekocht op Marktplaats van een verkoper die zich ‘ [naam] ’ noemde. In eerste instantie konden de goederen niet tijdig geleverd worden, omdat de koerier betrokken zou zijn geweest bij een botsing op de snelweg, op een later moment zou de moeder van de verkoper zijn overleden en werd aan aangever verzocht om verkoper even met rust te laten. Uiteindelijk werd er helemaal niet meer gereageerd en de goederen zijn nooit geleverd. De verkoper stuurde een Rabobank pas en een identiteitskaart op naam van [aangever] . De volgende bedragen zijn overgemaakt naar [rekeningnummer] op naam van [aangever] : Twee schilderijen voor een bedrag van: € 4000,00 Ballonvaardersklok voor een bedrag van: € 750,00 Schilderij ‘Vlaamse school’ voor een bedrag van: € 500,00 Klok voor een bedrag van: € 600,00 Klok voor een bedrag van: € 1.200,00 Klok en schilderij ‘Bakhuizen’ voor een bedrag van: € 2.200,00 Totaal bedrag dat aangever heeft overgemaakt: € 9.250,00. Verbalisant zag naar aanleiding van de aangifte van [aangever] op transacties van [rekeningnummer] op naam van [aangever] de volgende opvallende overboekingen: 500,- EUR ontvangen op 25-12-2023 om 17:58 uur. 500,- EUR overgeboekt naar [verdachte] op 26-12-2023 om 09:47 uur. 750,- EUR ontvangen op 26-12-2023 om 17:36 uur. 750,- EUR overgeboekt naar [verdachte] op 26-12-2023 om 17:59 uur. 4000,- EUR ontvangen op 28-12-2023 om 08:51 uur. 4250,- EUR overgeboekt naar [verdachte] op 28-12-2023 om 09:35 uur. 600,- EUR ontvangen op 29-12-2023 om 17:12 uur. 600,- EUR overgeboekt naar [verdachte] op 29-12-2023 om 17:23 uur. 1200,- EUR ontvangen op 2-01-2024 om 09:43 uur. 1400,- EUR overgeboekt naar [verdachte] op 2-01-2024 om 10:24 uur. 2200,- EUR ontvangen op 24-01-2024 om 16:22 uur. 2200,- EUR overgeboekt naar [verdachte] op 24-01-2024 om 16:37 uur. Aangever [aangever] , uit Bunschoten-Spakenburg, heeft verklaard dat hij ergens in 2022 via Marktplaats muntgewichten had gekocht. Deze had hij besteld bij een man met de naam [verdachte] . Aangever heeft daarvoor € 125,00 voor betaald op rekening [rekeningnummer] . De verkoper had allemaal smoesjes, zoals dat hij in het ziekenhuis lag en een hartoperatie had gehad, maar de muntgewichten heeft aangever nooit geleverd gekregen. Door verbalisanten is opgevraagd wie de rekeninghouder en/of zeggenschaphouder is van betaalrekening [rekeningnummer] . Dit betrof verdachte. [aangever] , uit Sneek, heeft verklaard dat zij op 15 juli 2020 een armband heeft gekocht via Marktplaats voor € 309,00 en dat deze nooit geleverd is. Het bedrag heeft zij overgemaakt naar het rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van “ [naam] ”. Verbalisanten hebben opgevraagd wie de rekeninghouder was van het bankrekeningnummer [rekeningnummer] . Dit betrof: [naam] , geboren op 30 mei 1959 wonend op [adres] . De gemachtigde zeggenschaphebber betrof: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1959. Bewijsoverwegingen De rechtbank stelt op grond van de hierboven genoemde bewijsmiddelen vast dat bij de aangiftes een consequente modus operandi is te zien. Er worden goederen te koop aangeboden waarbij de naam van [aangever] wordt gebruikt als zijnde de verkoper. Vervolgens wordt geld gestort naar verdachtes eigen rekening of naar de rekening van [aangever] . In dat laatste geval wordt het geldbedrag telkens vlak daarna alsnog overgeboekt naar de rekening van verdachte. Er worden smoesjes gebruikt waarom de levering op zich laat wachten, maar uiteindelijk blijft in alle gevallen de levering uit. In vier van de acht gevallen is geld overgemaakt naar een bankrekeningnummer waar verdachte ofwel de rekeninghouder ofwel de gemachtigde van was. Verdachte was dus in deze gevallen direct begunstigde van de betalingen. In de vier andere gevallen werd geld overgemaakt naar het bankrekeningnummer van [aangever] . In drie van die vier gevallen werd zeer kort nadat de bedragen van aangevers op de rekening van [aangever] waren bijgeschreven, overgeboekt naar een rekening van verdachte. Naar het oordeel van de rechtbank staat vast dat het nooit de intentie is geweest van verdachte om de goederen te leveren. De rechtbank leidt dit onder meer af uit de verklaringen van aangevers dat verdachte uiteindelijk niet meer reageerde op hun berichten over het uitblijven van de levering of hun verzoek om terugbetaling. Daarbij is uit het onderzoek op geen enkele manier naar voren gekomen dat verdachte daadwerkelijk een begin heeft gemaakt om de genoemde goederen te leveren dan wel dat hij deze daadwerkelijk zelf in zijn bezit heeft gehad. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte de goederen heeft verkocht met het oogmerk deze bij voorbaat niet te leveren en zichzelf wederrechtelijk te bevoordelen. De verkoop en communicatie vond telkens plaats via Marktplaats en Facebook, zodat sprake is van online handelsfraude. Verdachte heeft zich in een periode van meerdere jaren op verschillende tijdstippen ten minste 8 maal schuldig gemaakt aan online handelsfraude. Gelet op het voorgaande en de modus operandi (via Marktplaats dan wel Facebook, veelal dezelfde soort goederen, dezelfde gebruikte namen en soortgelijke smoesjes) oordeelt de rechtbank dat sprake is van een gewoonte als bedoeld in artikel 326e van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat sprake is geweest van een (zodanig nauwe en bewuste) samenwerking tussen de verdachte en (een) mededader(s) dat gezegd kan worden dat verdachte de ten laste gelegde online handelsfraude tezamen en in vereniging met een ander heeft gepleegd, zodat verdachte van dat onderdeel zal worden vrijgesproken. Feit 3 Aangever [aangever] , uit Eibergen, heeft van ‘ [naam] ’ op 24 januari 2024 een schilderij gekocht en per bank € 1.450,00 betaald. Het schilderij is echter nooit geleverd. Op 24 januari 2024 kwam deze ‘ [naam] ’ bij aangever koffie drinken, hij deed zich voor als een antiekhandelaar die aan diverse bedrijven en personen duurdere antieke schilderijen verkoopt. Ze hebben het over een schilderij, een Sientje Mesdag, dat aangever via deze ‘ [naam] ’ zou kunnen kopen. Even later stuurde de verkoper foto’s van het schilderij aan aangever en ze komen tot een overeenkomst. Opvallend is dat verdachte dit schilderij ook had aangeboden aan aangever [aangever] en evenmin had geleverd. Aangever heeft op 24 januari 2024 om 17.06 uur € 1.450 overgemaakt naar [rekeningnummer] op naam van [aangever] . Een week voordat “ [naam] ” bij hem thuis kwam, had deze “ [naam] ” hem een foto van zijn identiteitsbewijs gestuurd. Verbalisanten hebben een foto van verdachte van januari 2024 getoond aan aangever. Aangever heeft geconcludeerd dat het 100% zeker verdachte is geweest die bij hem op de koffie was. Verbalisanten hebben de transacties van rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [aangever] bekeken en zien de volgende opvallende overboeking: 1450,- EUR ontvangen op 24-01-2024 om 16:06 uur. 1450,- EUR overgeboekt naar [verdachte] op 24-01-2024 om 16:17 uur. De rechtbank stelt vast dat aangever het geld heeft overgemaakt naar het bankrekeningnummer van [aangever] . Zeer kort nadat het bedrag van aangever op de rekening van [aangever] was bijgeschreven, werd het bedrag overgeboekt naar de rekening van verdachte. Het schilderij is nooit geleverd. De rechtbank acht op grond van het voorgaande bewezen dat verdachte door het aannemen van een valse naam, een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels aangever heeft bewogen tot afgifte van € 1.450,00. De rechtbank acht de ten laste gelegde oplichting bewezen. Feit 4 Zoals blijkt uit wat hiervoor is overwogen bij de bespreking van de feiten 2 en 3 hebben [aangever] , [aangever] , [aangever] en [aangever] aangifte gedaan van oplichting dan wel fraude met online handel. Zij hebben goederen gekocht en geld overgemaakt naar de rekening van [aangever] , waarna deze bedragen vlak daarna werden overgeboekt naar de rekening van verdachte. Aangever [aangever] heeft verklaard dat de verkoper hem een foto stuurde van een identiteitsbewijs op naam van [aangever] . De betaling van € 650,00 is gedaan naar bankrekening [rekeningnummer] op naam van [aangever] op 8 januari 2024. Aangever [aangever] heeft verklaard dat de verkoper foto’s van zijn bankpas en identiteitskaart stuurde. Deze stonden geregistreerd op [aangever] . Vervolgens heeft aangever op 25 december 2023, 26 december 2023, 28 december 2023, 29 december 2023, 2 januari 2024 en 24 januari 2024 bedragen naar dat rekeningnummer overgemaakt. Aangever [aangever] heeft verklaard dat de verkoper hem een kopie van zijn betaalpas stuurde. Deze betaalpas stond op naam van [naam] (de rechtbank begrijpt: [aangever] ) te Heelsum. Op 11 januari 2024 heeft aangever vervolgens het geldbedrag overgemaakt. Aangever [aangever] heeft verklaard dat de verkoper zich uitgaf als [naam] . Deze [naam] had hem een week daarvoor een foto van zijn identiteitsbewijs gestuurd. Aangever heeft op 24 januari 2024 een geldbedrag overgemaakt op [rekeningnummer] op naam van [aangever] . In de telefoon van verdachte is een foto aangetroffen van het identiteitsbewijs van [aangever] die overeenkomt met de foto die aan aangevers is gestuurd. Zoals vastgesteld onder de feiten 2 en 3 is het verdachte geweest die de fraude met online handel en de oplichting heeft gepleegd. Daarbij heeft hij gebruikt gemaakt van een identiteitsbewijs en/of de bankrekening en/of bankpas van [aangever] als ware het zijn eigen identiteitsbewijs en/of bankpas en/of bankrekening. Nadat het geld gestort was, maakte verdachte dit over naar zijn eigen bankrekening om zijn identiteit te verhelen en de identiteit van de ander te misbruiken. De rechtbank komt daarom tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde. 3 De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder de feiten 1 primair, 2 primair, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2020 tot en met 29 februari 2024 te Heelsum en/of Renkum en/of Barcelona, althans in Nederland en/of Spanje, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) een of meerdere geldbedragen, bestaande uit: - geldopnames (van in totaal ongeveer 1.000,00 euro) en /of - digitale bankoverschrijvingen, elektronische betalingen en/of pinbetalingen (van in totaal ongeveer 71.420 euro), althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde ( n ) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich ( telkens , althans een of meerdere malen) de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen geldbedragen onder zijn /haar/hun bereik heeft /hebben gebracht door middel van een of meerdere valse sleutels, te weten een of meer bankpas(sen) met bijbehorende pincode(s) van die [aangever] en/of wachtwoord(en) en/of (inlog)code(s) ten behoeve van elektronische betalingen; 2. hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 juli 2020 tot en met 25 december 2024 te Renkum en/of Diepenheim en/of Assen en/of Froidlieu (België) en/of Amsterdam en/of 's-Gravenhage en/of Bunschoten-Spakenburg en/of Sneek, gemeente Sudwets-Fryslan en/of Apeldoorn, althans in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een beroep of gewoonte heeft gemaakt van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen en/of het verlenen van diensten tegen betaling , te weten - via Marktplaats een schilderij aan [aangever] voor 650 euro en /of - via Marktplaats een schilderij aan [aangever] voor 1.513 euro en /of - via Marktplaats een of meerdere schilderijen en/of een of meerdere klokken aan [aangever] voor (in totaal ongeveer) 9.250 euro en /of - via Marktplaats een schilderij aan [aangever] voor 750 euro en /of - via Marktplaats een Louis Apol-schilderij aan [aangever] voor 1.100 euro en/of - via Marktplaats een armband aan [aangever] voor 309 euro en /of - via Marktplaats een of meerdere muntgewichten aan [aangever] voor 125 euro en /of - via Marktplaats een horloge aan [aangever] voor 30 euro en /of - via Facebook Marketplace een schilderij aan [aangever] voor 607,95 euro, ( telkens ) met het oogmerk om zonder volledige levering zich en/of een ander van de betaling van die goederen of diensten te verzekeren; 3. hij op of omstreeks 24 december 2024 te Eibergen, gemeente Berkelland en/of te Renkum, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en /of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en /of door een samenweefsel van verdichtsels, [aangever] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed , het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld , te weten een geldbedrag (van in totaal 1.450 euro), door: - zich voor te doen als [naam] , - zich voor te doen als bonafide antiekhandelaar, - die [aangever] een schilderij aan te bieden, - een of meerdere foto's te sturen van het voornoemde schilderij, - een betaling van voornoemde [aangever] te vragen voor het voornoemde schilderij en /of die betaling te accepteren en /of - het voornoemde schilderij niet te leveren, waardoor die [aangever] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte; 4. hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 december 2023 tot en met 24 januari 2024 te Renkum en/of Heelsum en/of Diepenheim en/of Frouilieu (België) en/of Amsterdam en/of Eibergen, gemeente Berkelland, althans in Nederland en/of België, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander te weten een bankpas en/of bankrekening en/of identiteitsbewijs van [aangever] heeft gebruikt door - die bankpas en/of bankrekening te gebruiken als zijnde zijn eigen bankpas/bankrekening en /of - een of meerdere foto’s van voornoemde bankpas en/of voornoemd identiteitsbewijs te versturen aan [aangever] en/of [aangever] en/of [aangever] en/of [aangever] en /of - die [aangever] en/of [aangever] en/of [aangever] en/of [aangever] een of meer geldbedragen te laten storten/overmaken op die (bij die bankpas behorende) bankrekening en /of - deze (van misdrijf afkomstige) gestorte gelden met gebruik van die bankrekening en/of die bankpas op te nemen en/of over te maken naar een andere (eigen) rekening, met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en /of de identiteit van de ander te verhelen en/of te misbruiken, waardoor enig nadeel kon ontstaan. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd; feit 2: een gewoonte maken van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige levering zich van de betaling van die goederen te verzekeren, meermalen gepleegd; feit 3: oplichting; feit 4: opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en de identiteit van een ander te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan, meermalen gepleegd. 5 De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6 De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft oplegging van een werkstraf bepleit. Daarbij is verzocht rekening te houden met het feit dat de feiten met elkaar verweven zijn. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal met valse sleutels van een aanzienlijk geldbedrag van een kwetsbare man op leeftijd, de heer [aangever] . Deze [aangever] ging mentaal achteruit en heeft volledig vertrouwd op de vriendschap met verdachte en hem zijn financiën toevertrouwd. Verdachte heeft in een tijdsverloop van meerdere jaren veelvuldig geld overgemaakt van de bankrekening van [aangever] naar zijn eigen bankrekening. Hij heeft hiermee op grove wijze misbruikt gemaakt van het vertrouwen dat [aangever] in hem had gesteld. Daarnaast heeft hij [aangever] diep in de schulden gebracht, schulden die hij voordat hij verdachte leerde kennen nooit heeft gehad en die hij nog steeds aan het afbetalen is. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Verdachte heeft zich verder schuldig gemaakt aan fraude met online handel. Hij heeft over een langere periode meermaals goederen te koop aangeboden via websites als Facebook en Marktplaats en deze goederen na betaling niet geleverd. Hierdoor zijn in ieder geval acht kopers gedupeerd. Verdachte heeft door zijn handelen misbruik gemaakt van het door de slachtoffers in hem gestelde vertrouwen. Daarnaast wordt door dit soort feiten ook het algemene vertrouwen dat het publiek in online handel heeft, aangetast. Tot slot heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan fraude met identiteitsgegevens van de hiervoor genoemde [aangever] . Verdachte heeft de identiteit en het bankrekeningnummer van [aangever] misbruikt om diverse online oplichtingen te plegen. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij een kwetsbare man op leeftijd heeft achtergelaten in financiële en lichamelijke ellende. Verder heeft verdachte op alle gebieden het vertrouwen van de medemens geschonden, zonder daarvoor ook maar enige verantwoording af te leggen. Ook is hij niet ter zitting verschenen, weliswaar met opgave van reden, maar die reden is moeilijk te controleren en lag in het verlengde van de smoezen die hij ook gebruikte bij zijn oplichtingspraktijken. De rechtbank heeft dan ook moeite om die reden te geloven en neemt het in het geheel geen verantwoordelijkheid nemen mee in het nadeel van verdachte mee. Uit het strafblad van verdachte van 14 januari 2026 volgt dat hij in 2017 is veroordeeld voor een soortgelijk feit, te weten verduistering. Gezien de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De door de raadsvrouw bepleite taakstraf doet daar onvoldoende recht aan. Alles afwegende acht de rechtbank oplegging van een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar, zoals gevorderd door de officier van justitie, passend. 8 De beoordeling van de civiele vorderingen De volgende benadeelde partijen hebben in verband met het tenlastegelegde een vordering tot schadevergoeding ingediend, telkens vermeerderd met de wettelijke rente: - [aangever] vordert een bedrag van € 180.500,00 aan materiële schade en € 15.000,00 aan immateriële schade; [aangever] vordert een bedrag van € 1.450,00 aan materiële schade en € 250,00 aan immateriële schade; [aangever] vordert een bedrag van € 125,00 aan materiële schade en € 100,00 aan immateriële schade; [aangever] vordert een bedrag van € 9.250,00 aan materiële schade; [aangever] vordert een bedrag van € 750,00 aan materiële schade; [aangever] vordert een bedrag van € 600,00 aan materiële schade; [aangever] vordert een bedrag van € 650,00 aan materiële schade. Standpunten Met betrekking tot de benadeelde partij [aangever] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat € 72.420,00 kan worden toegewezen. Voor de kosten ten aanzien van de aflossing van de schulden heeft de officier van justitie aangegeven toewijzing daarvan te kunnen voorstellen. Voor het overige is de vordering onvoldoende onderbouwd en daarom dient de benadeelde partij voor dat gedeelte niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering. De vorderingen van benadeelde partijen [aangever] , [aangever] , [aangever] en [aangever] kunnen worden toegewezen. De vordering van [aangever] kan worden toegewezen tot een bedrag van € 1.450,00. Voor het overige is de vordering onvoldoende onderbouwd en daarom dient de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering. De vordering van de benadeelde partij [aangever] kan worden toegewezen tot een bedrag van € 125,00. Voor het overige is de vordering onvoldoende onderbouwd en daarom dient de benadeelde partij voor dat gedeelte niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering. De verdediging heeft zich ten aanzien van de vorderingen van [aangever] , [aangever] en [aangever] gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de vordering van [aangever] is aangevoerd dat [aangever] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, vanwege de bepleite vrijspraak en subsidiair vanwege onvoldoende onderbouwing. Ten aanzien van de vorderingen van [aangever] en [aangever] geldt dat de deze benadeelde partijen ook niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in de vorderingen, wegens onvoldoende onderbouwing. Ten aanzien van de vordering van [aangever] heeft de verdediging zich waar het gaat om de materiële schade gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de immateriële schade is aangevoerd dat deze onvoldoende onderbouwd is, als gevolg waarvan de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard voor dat deel van de vordering. Overweging van de rechtbank Vorderingen [aangever] , [aangever] , [aangever] en [aangever] Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelden [aangever] , [aangever] , [aangever] en [aangever] materiële schade hebben geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. De vorderingen zullen in het geheel worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 december 2024. Vorderingen [aangever] en [aangever] Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelden materiële schade hebben geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. De vorderingen zullen wat betreft de materiële schade worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 december 2024 voor [aangever] en vanaf 24 december 2024 voor [aangever] . Voor het overige zijn de vorderingen onvoldoende onderbouwd. De rechtbank zal de benadeelde partijen daarom voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen. Vordering [aangever] Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde [aangever] materiële schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde. Het gaat dan om het berekende wederrechtelijk verkregen voordeel, dat bestaat uit € 71.420,00 aan digitale bankoverschrijvingen en € 1.000,00 aan geldopnames in Spanje. Verder is voldoende aannemelijk geworden dat er kosten gepaard zijn gegaan met de aflossing van het schuldentraject dat is ontstaan naar aanleiding van het leeghalen van de rekeningen van [aangever] . Ter zitting is verduidelijkt dat de benadeelde in totaal 18 maanden € 330,00 per maand aan schuldenaflossing moet betalen. De rechtbank zal wat betreft deze post daarom een bedrag van € 5.940,00 toewijzen. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. De vordering zal tot een bedrag van € 78.360,00 worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 februari 2024. Voor het overige is de vordering onvoldoende onderbouwd. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Schadevergoedingsmaatregel De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan iedere benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. 9 De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 231b, 311, 326 en 326e van het Wetboek van Strafrecht. 10 De beslissing De rechtbank:  verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;  verklaart verdachte hiervoor strafbaar;  veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden;  bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 6 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit; De beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen  veroordeelt verdachte in verband met het bewezenverklaarde tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partijen, zoals in onderstaande tabel is vermeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de data die in onderstaande tabel zijn vermeld;  legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de hieronder genoemde benadeelde partijen de hier na te noemen bedragen aan materiële scha