ECLI:NL:RBZWB:2026:627 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 27-01-2026 / 02-441522 FA RK 25-5651
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Case Summary
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Breda Zaaknummer: C/02/441522 FA RK 25-5651 Datum uitspraak: 27 januari 2026 beschikking over vernietiging erkenning in de zaak van [verzoeker] , hierna: verzoeker, wonende in [plaats 1] , advocaat: mr. dr. B.E.S. Chin-A-Fat in Breda. Als belanghebbende in deze zaak wordt aangemerkt: [de man] , hierna: de man, wonende in [plaats 2] . Als informant is aangemerkt: [de moeder] , hierna: de moeder, wonende in [plaats 3] . 1 Het verdere procesverloop 1.1 De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken: het op 30 oktober 2025 ontvangen verzoek, met bijlagen; een afschrift van de geboorteakte over verzoeker; de oproepbrieven van de griffier aan verzoeker, de man en de moeder van 24 november 2025; het emailbericht van de man van 26 november 2025. 1.2 Het verzoek is mondeling behandeld op 13 januari 2026. Bij die behandeling zijn gekomen verzoeker met zijn advocaat en de moeder van verzoeker. De man is juist opgeroepen, maar is niet gekomen. 2 Het verzoek Het verzoek strekt tot, samengevat, de vernietiging van de erkenning van verzoeker door de man. 3 De beoordeling 3.1 Op grond van de overgelegde stukken staat het volgende vast: - Verzoeker is op [geboortedag 1] 1985 geboren binnen het huwelijk van de moeder en [persoon 1] . - Het vaderschap is op 23 maart 1987 ontkend en verzoeker heeft toen de geslachtsnaam van zijn moeder gekregen. - Verzoeker is op 15 februari 1988 erkend door de man. De geslachtsnaam van verzoeker is toen gewijzigd in ‘ [geslachtsnaam van de man] ’. - Bij Koninklijk Besluit van 19 januari 1999 is de geslachtsnaam van verzoeker gewijzigd in ‘ [geslachtsnaam van de vrouw] ’. - Verzoeker en de man hebben de Nederlandse nationaliteit en hun gewone verblijfplaats in Nederland. 3.2 Verzoeker legt aan zijn verzoek ten grondslag dat de man niet zijn biologische vader is. Verzoeker is geboren vanuit de wens van zijn moeder en de man om de man te helpen met zijn kinderwens. In de periode van verwekking heeft de moeder zowel met de man als haar voormalige echtgenoot, de heer [persoon 1] , gemeenschap gehad. Na zijn geboorte heeft verzoeker de eerste jaren bij de man gewoond. Later werd de man veroordeeld voor een zedenmisdrijf waarbij minderjarigen waren betrokken. De moeder werd hierna voogd en haar broer toeziend voogd over verzoeker. Verzoeker is ook door zijn moeder bij de man weggehaald en zij heeft hem in haar eigen gezin opgenomen. Er is vervolgens jarenlang geen contact geweest tussen verzoeker en de man. De man is feitelijk uit het leven van verzoeker verdwenen. Hij heeft ook de naam van zijn moeder aangenomen. Nadat de voormalig echtgenoot van de moeder, de heer [persoon 1] , was overleden rezen er vragen over de afstamming van de gezinsleden. Uit een DNA-onderzoek bleek dat verzoeker en [persoon 2] , één van de kinderen van de moeder en de heer [persoon 1] , volledige biologische broers waren. De heer [persoon 1] blijkt dan ook de vader van verzoeker te zijn en niet de man. Bij het opvragen van zijn akte van geboorte in verband met zijn huwelijk dat in juni 2026 wordt gesloten, bleek de man nog als juridische vader van verzoeker te zijn geregistreerd. Verzoeker was echter in de veronderstelling dat alle banden tussen hen waren verbroken. Op 13 april 2025 heeft er een ontmoeting tussen de verzoeker en de man plaatsgevonden en verzoeker heeft de man geïnformeerd over de uitkomst van het DNA-onderzoek en zijn wens om de erkenning te doen vernietigen. De man heeft verzoeker laten weten zijn medewerking hieraan te willen verlenen. Ten aanzien van de termijn voor het indienen van het verzoek doet hij een beroep op artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM). 3.3 De man heeft in bovengenoemd emailbericht aangegeven dat hij niet aanwezig zal zijn bij de mondelinge behandeling. Hij stemt in met het toewijzen van het verzoek van verzoeker. 3.4 De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat zij verzoeker steunt in zijn verzoek. 3.5 De rechtbank overweegt als volgt. In artikel 1:205, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat een verzoek tot vernietiging van een erkenning, op de grond dat de erkenner niet de biologische vader is van het kind, kan worden ingediend door het kind zelf, tenzij de erkenning tijdens de meerderjarigheid heeft plaatsgevonden. In het vierde lid van dit artikel staat dat het verzoek door het kind wordt ingediend binnen drie jaren nadat het kind bekend is geworden met het feit dat de man vermoedelijk niet zijn biologische vader is. Indien het kind evenwel gedurende zijn minderjarigheid bekend is geworden met dit feit kan het verzoek tot uiterlijk drie jaren nadat het kind meerderjarig is geworden worden ingediend. 3.6 Verzoeker heeft een beroep gedaan op de bescherming van artikel 8 EVRM. Daartoe heeft hij aangevoerd dat dat hij pas bij het opvragen van zijn akte van geboorte in verband met zijn voorgenomen huwelijk in juni 2026 erachter is gekomen dat de man als zijn juridische vader op zijn akte van geboorte staat vermeld. Hij wil geen enkele band met de man hebben en ook niet dat zijn eigen kinderen een band met de man hebben. 3.7 De rechtbank overweegt dat verzoeker het verzoek niet tijdig heeft ingediend en dat er sprake is van een termijnoverschrijding. De rechtbank zal dan ook eerst de vraag beantwoorden of in deze zaak sprake is van een situatie waarin het vasthouden aan de ontvankelijkheidstermijn uit artikel 1:205 lid 4 BW als een ongerechtvaardigde inmenging in het door artikel 8 EVRM beschermde recht op ‘family life en private life’ van verzoeker moet worden aangemerkt. De rechtbank is van oordeel dat in deze zaak het belang van verzoeker dat de biologische en juridische werkelijkheid overeenkomen prevaleert. Daar komt bij dat niet van omstandigheden is gebleken dat de rechtszekerheid en belangen van andere betrokkenen dan de rechtstreeks belanghebbenden zullen worden geschaad wanneer niet wordt vastgehouden aan de wettelijke termijn. De rechtbank is dan ook van oordeel dat in deze zaak niet vastgehouden hoeft te worden aan de wettelijke termijn en verzoeker kan worden ontvangen in zijn verzoek. 3.8 De voorwaarde genoemd in artikel 1:205 lid 1 BW om te kunnen komen tot een vernietiging van de erkenning, is de voorwaarde dat de man niet de biologische vader is van het kind en de erkenning niet heeft plaatsgevonden tijdens zijn meerderjarigheid. De rechtbank overweegt dat gebleken is uit het door verzoeker overgelegde DNA-onderzoek is gebleken dat hij een ‘volle’ biologische broer is van [persoon 2] , een kind van de moeder en de heer [persoon 1] . Hieruit volgt dat verzoeker geen biologisch kind van de man kan zijn. Ook heeft de erkenning van verzoeker niet tijdens zijn meerderjarigheid plaatsgevonden. De rechtbank stelt dan ook vast dat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan en dat verzoeker belang heeft bij toewijzing van het verzoek. De rechtbank zal dan ook het verzoek toewijzen. 3.9 Ten overvloede – want in wijziging van de geslachtsnaam van verzoeker is reeds voorzien - overweegt de rechtbank nog het volgende. Nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, wordt, op grond van artikel 1:206 lid 1 BW de erkenning geacht nimmer gevolg te hebben gehad. Door de vernietiging van de erkenning zal verzoeker alleen in een familierechtelijke betrekking tot de moeder komen te staan en zal hij dan ook van rechtswege, op grond van artikel 1:5 lid 1 BW de geslachtsnaam van de moeder dragen. 3.10 Gelet op de aard van deze procedure zullen de proceskosten worden gecompenseerd. 3.11 Dit betekent dat als volgt wordt beslist. 4 De beslissing De rechtbank 4.1 vernietigt de op 15 februari 1988 in de gemeente Amsterdam gedane erkenning van [verzoeker] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 1985, door [de man] , geboren te [geboorteplaats 2] ) op [geboortedag 2] 1949; 4.2 verstaat, voor zover nog nodig, na het in kracht van gewijsde gaan van deze beschikking, dat verzoeker de geslachtsnaam ‘ [geslachtsnaam van de vrouw] ’ heeft; 4.2 compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt; 4.3 draagt de griffier op, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Zoetermeer om daarin aantekening te doen van deze beschikking. Deze beschikking is gegeven door mr. Van Leuven, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026, in aanwezigheid van Boink, griffier. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. verzonden op: In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.