Skip to content
Case Law
NL

ECLI:NL:RBZWB:2026:626 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 27-01-2026 / 02-440320 FA RK 25-5021

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Summary

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Breda Zaaknummer: C/02/440320 / FA RK 25-5021 Datum uitspraak: 27 januari 2026 beschikking over vernietiging erkenning in de zaak van [de man] , hierna: de man, wonende in [plaats 1] , advocaat: mr. E.A.M. Ramakers te Maastrecht. Als belanghebbenden in deze zaak worden aangemerkt: de minderjarige: [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2020, hierna: [minderjarige] , vertegenwoordigd door mr. Y.I.B. Grosfeld in haar hoedanigheid van bijzondere curator, [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats 2] . 1 Het verdere procesverloop 1.1 De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken: de in deze zaak gegeven beschikking tot benoeming van een bijzondere curator over [minderjarige] van 21 november 2025 en alle daarin vermelde stukken; een afschrift van de geboorteakte over [minderjarige] ; het op 23 december 2025 ontvangen verslag van de bijzondere curator; het uittreksel uit het gezagsregister over [minderjarige] . 1.2 Het verzoek is mondeling behandeld op 13 januari 2026. Bij die behandeling zijn gekomen de man met zijn advocaat en de moeder. Ook was aanwezig de bijzondere curator. 2 De nadere beoordeling 2.1 Bij voormelde beschikking heeft de rechtbank mr. Grosfeld benoemd tot bijzondere curator over [minderjarige] . De rechtbank heeft de bijzondere curator verzocht schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het verzoek in te nemen. 2.2 Aan de rechtbank liggen nog voor de verzoeken van de man: de erkenning van [minderjarige] door de man te vernietigen; te bepalen dat [minderjarige] , na het in kracht van gewijsde gaan van de in deze te wijzen beschikking, de geslachtsnaam [geslachtsnaam van de moeder] zal hebben; te bepalen dat de griffier van uw rechtbank, wanneer de in deze te wijzen beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking doet toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand in de gemeente Rotterdam, om daarin aantekening te doen van deze beschikking. 2.3 Op grond van de overgelegde stukken staat het volgende vast: - De man en de moeder en hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. - De moeder is op 26 juli 2020 in [geboorteplaats] bevallen van [minderjarige] . - De man heeft [minderjarige] op 7 augustus 2020 erkend en hij staat als ouder geregistreerd op de geboorteakte van [minderjarige] . - Uit de relatie van de man en de moeder is eerder in [plaats 1] op 26 februari 2018 [zus] geboren. - De moeder, de man en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit. - Zij hebben hun gewone verblijfplaats in Nederland. 2.4 De man legt aan zijn verzoek ten grondslag dat hij heeft gedwaald bij de erkenning van [minderjarige] . De man is gaan twijfelen aan zijn biologische vaderschap en heeft om die reden een DNA onderzoek laten uitvoeren. Uit het rapport van die DNA-test van 21 januari 2025 blijkt dat de man niet de biologische vader is van [minderjarige] . De moeder blijft echter volhouden dat de man wel de biologische vader is van [minderjarige] . De man heeft [minderjarige] op 7 augustus 2020 erkend vanuit de veronderstelling dat hij de biologische vader is. Hij is niet op de hoogte geweest dat dit anders had kunnen zijn en de vrouw tijdens de conceptieperiode seksueel contact heeft gehad met een andere man. Als de man twijfels had gehad over zijn verwekkerschap dan had hij [minderjarige] niet erkend. Inmiddels hebben de man en [minderjarige] geen contact meer met elkaar. Nu de man zijn verzoek heeft ingediend binnen een jaar nadat hij bekend is met het gegeven dat hij niet de biologische vader is, heeft hij zijn verzoek tijdig ingediend. De man verzoekt dan ook de erkenning te vernietigen. Ook verzoekt de man te bepalen dat [minderjarige] de geslachtsnaam ‘ [geslachtsnaam van de moeder] ’ zal hebben. 2.5 De bijzondere curator heeft in haar verslag naar voren gebracht dat zij het eens is met de stelling van de man dat, als hij geweten had dat hij niet de biologische vader van [minderjarige] was, hij [minderjarige] nooit had erkend en dat die erkenning aldus heeft plaatsgehad onder een verkeerde voorstelling van zaken op dat moment. De bijzondere curator kan niet vaststellen of die verkeerde voorstelling van zaken door de moeder is veroorzaakt of dat de man door de moeder door die verkeerde voorstelling van zaken ertoe is bewogen om [minderjarige] te erkennen. De moeder geeft zelf aan dat zij naar haar weten nooit met een ander naar bed is geweest en in haar ogen is [minderjarige] het kind van de man. De man heeft zijn verzoek tijdig ingediend nadat hij de dwaling heeft ontdekt. De man is dan ook ontvankelijk in zijn verzoek. De bijzondere curator concludeert verder dat aan de gronden voor een vernietiging van de erkenning is voldaan. Tot slot moet worden beoordeeld of de vernietiging van de erkenning in het belang is van [minderjarige] . De bijzondere curator stelt zich op dit moment op het standpunt dat het belang van [minderjarige] met zich brengt dat het verzoek moet worden afgewezen. [minderjarige] verliest bij toewijzing van het verzoek een juridisch ouder en er is geen biologische vader bekend die haar wil erkennen. Verder heeft [minderjarige] reeds jarenlang een stabiele sociale band met de man. Ook zal een vernietiging van de erkenning [minderjarige] in een andere positie plaatsen ten opzichte van haar [zus] en dat is niet in haar belang. Hoewel de bijzondere curator erkent dat de man het psychisch moeilijk heeft met de situatie is het belang van [minderjarige] van de eerste orde. De bijzondere curator is dan ook van mening dat het belang van [minderjarige] prevaleert boven het belang van de man om de erkenning te vernietigen. Daarbij speelt ook een rol dat het nog maar de vraag is of de man inderdaad geen enkele rol meer wil spelen in het leven van [minderjarige] . De sociale band die de man met [minderjarige] voelt is niet zomaar verdwenen. 2.6 De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat zij er nog steeds vanuit gaat dat de man de biologische vader is van [minderjarige] . 2.7 De rechtbank heeft tijdens de mondelinge behandeling aan partijen en de bijzondere curator gevraagd wat hun standpunt is om een DNA-onderzoek te laten uitvoeren door Verilabs. Zij hebben allen hiermee ingestemd. Daarbij hebben de man en de moeder zich beiden bereid verklaard om de helft van de kosten van het voorschot van dit onderzoek voor hun rekening te nemen. 2.8 De rechtbank vindt het belangrijk dat op korte termijn duidelijk wordt of de man, (ook daadwerkelijk) al dan niet de biologische vader is van [minderjarige] . Zij zal daarom een DNA-onderzoek gelasten waarin wordt gevraagd of de man, (ook daadwerkelijk) de biologische vader is van [minderjarige] . De rechtbank zal Verilabs als deskundige benoemen om dit DNA-onderzoek te doen. De man en de moeder moeten voor het maken van een afspraak voor dit onderzoek zelf telefonisch contact opnemen met deze deskundige. Hiervoor moeten zij bellen met telefoonnummer 085-105 1415 . Zij moeten dit binnen één maand na het geven deze beschikking doen. Betaling voorschot 2.9 De rechtbank zal de man en de moeder ieder voor de helft belasten met de betaling van het voorschot van het deskundigenonderzoek. 2.10 De rechtbank overweegt dat de beslissing ten aanzien van het voorschot nog niets behoeft te zeggen over de uiteindelijke beslissing over de definitieve kosten van het deskundigenonderzoek. De definitieve kosten van voormeld DNA-onderzoek en de verdeling van die kosten tussen partijen, zal de rechtbank op een later moment vaststellen, mede aan de hand van de uitkomst van het DNA-onderzoek en aan de hand van de alsdan bekende feiten en omstandigheden. 2.11 De verdere behandeling van de zaak zal in afwachting van het rapport van de deskundige worden aangehouden. Daarbij behoudt de rechtbank zich iedere verdere beslissing voor. 3 De beslissing De rechtbank 3.1 gelast een DNA-onderzoek met betrekking tot de vraag of de man de biologische vader is van de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2020; 3.2 benoemt Verilabs, Noothoven van Goorstraat 11D, 2806 RA Gouda als deskundige ter beantwoording van voormelde vraag; 3.3 bepaalt het voorschot op € 755,= (zevenhonderd en vijfenvijftig euro) (inclusief BTW); 3.4 bepaalt dat de man en de moeder ieder de helft van het voorschot dienen te voldoen; 3.5 bepaalt dat het voorschot voor de kosten van het deskundigenonderzoek en -rapport, welke kosten vooralsnog zijn begroot op een totaalbedrag van € 755,=, in afwachting van een definitieve beslissing over de betaling en verdeling van deze kosten, door de man en de moeder ieder bij helfte worden gedragen, waarbij de man en de moeder een factuur zullen ontvangen van het LDCR met betaalinstructies; 3.6 bepaalt dat de deskundige met het onderzoek pas zal aanvangen nadat de griffier van de rechtbank Verilabs heeft bevestigd dat voormeld voorschot door het LDCR is ontvangen; 3.7 bepaalt dat de benoemde deskundige zijn werkzaamheden zal aanvangen en -zo mogelijk- binnen drie maanden daarna schriftelijk aan de rechtbank zal rapporteren; 3.8 bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking aan de deskundige zal toezenden; 3.9 houdt iedere verdere beslissing aan tot 28 april 2026 PRO FORMA, zulks in afwachting van het rapport van de deskundige; 3.10 behoudt zich iedere verdere beslissing voor. Deze beschikking is gegeven door mr. Van Leuven, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026, in aanwezigheid van Boink, griffier. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. verzonden op: In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.