Skip to content
Case Law
NL

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21-05-2026 (C/02/446361 / FA RK 26-1509)

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Summary

Informele rechtsingang. Vraag wijziging hoofdverblijf. Ontvankelijkheid. Minderjarige geslagen met riem. Voorlopige wijziging van verblijf. Onderzoek Raad voor de Kinderbescherming.

Case Summary

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Breda zaaknummer: C/02/446361 / FA RK 26-1509 datum uitspraak: 21 mei 2026 beschikking in kader van een informele rechtsingang in de zaak van [minderjarige] , hierna te noemen [minderjarige] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2009, wonende in [woonplaats 1] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats 2] , [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats 1] . De Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen de Raad, is op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) betrokken in de zaak om de kinderrechter over de vraag van de minderjarige te adviseren. 1 De documenten 1.1 Tot de stukken behoren: - de op 24 maart 2026 ontvangen e-mail van [minderjarige] ; - de op 22 april 2026 ontvangen e-mail van [minderjarige] . 1.2 De kinderrechter heeft op 26 maart 2026 gesproken met [minderjarige] over zijn e-mails. 1.3 De kinderrechter heeft op 23 april 2026 gesproken met de ouders en met een vertegenwoordiger van de Raad. 2 De feiten 2.1 De moeder en de vader hebben met elkaar een relatie gehad. Binnen deze relatie is [minderjarige] geboren. 2.2 [minderjarige] is toen hij zeven maanden was op vrijwillige basis uit huis geplaatst bij zijn oma. [minderjarige] heeft hier gewoond tot zijn dertiende jaar en hij woont sindsdien bij de vader. 2.3 Bij beschikking van 3 juni 2013 zijn de moeder en de vader ontheven van het gezag over [minderjarige] en is de GI benoemd tot voogdes. 2.4 Bij beschikking van 9 mei 2025 is de GI ontslagen als voogdes en zijn de moeder en de vader hersteld in het gezag over [minderjarige] . Verder is bij die beschikking bepaald dat [minderjarige] zijn hoofdverblijf heeft bij de vader en dat de moeder en [minderjarige] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken recht hebben op contact met elkaar drie weekenden per maand van vrijdag na school tot zondag 19.00 uur, waarbij [minderjarige] in de weekenden dat hij bij de moeder verblijft ook in de gelegenheid wordt gesteld om contact te hebben met zijn oma. 2.4 De moeder en de vader hebben de nationaliteit van de Democratische Republiek Congo, de nationaliteit van [minderjarige] is onbekend. 3 De vraag 3.1 Ter beoordeling ligt voor de vraag van [minderjarige] om voortaan bij zijn moeder te mogen wonen. 3.2 [minderjarige] geeft in zijn e-mail en in het gesprek met de kinderrechter, kort samengevat, aan dat hij zich onveilig voelt bij zijn vader. In maart 2026 heeft de vader hem geslagen, zowel met zijn handen als met een riem. Dat heeft heel veel negatieve impact gehad op [minderjarige] . De dag nadat het gebeurd was, is [minderjarige] naar zijn moeder gegaan. Na een gesprek bij Veilig Thuis, is hij - met een aantal afspraken - weer terug naar zijn vader gegaan. Kort daarna was er volgens [minderjarige] weer sprake van een incident met zijn vader, waarbij hij zich onveilig voelde. Hij is daarom weer terug gegaan naar zijn moeder. Afgesproken is dat hij daar blijft in ieder geval tot aan het gesprek van de kinderrechter met de ouders en de Raad. [minderjarige] geeft aan dat hij het eng vindt om terug naar zijn vader te gaan. 4 De standpunten 4.1 De vader geeft aan dat hij zich zorgen maakt over het gedrag van [minderjarige] . In mei 2025 is het hoofdverblijf van hem bepaald bij de vader. [minderjarige] ging niet naar school en het heeft de vader veel moeite gekost om hem weer naar school te laten gaan, maar dat is uiteindelijk gelukt. De vader erkent dat hij een strenge opvoeding hanteert en dat hij [minderjarige] heeft geslagen, ook met een riem. Dit was de eerste keer dat de vader hem heeft geslagen. [minderjarige] was volgens de vader op dat moment onhandelbaar. Hij begrijpt dat het in Nederland wordt gezien als kindermishandeling. Tegelijkertijd gelooft hij dat [minderjarige] een strenge opvoeding nodig heeft. Op school wordt ook aangegeven dat [minderjarige] een sterke wil heeft en moeite heeft met autoriteit. De vader heeft een keer pistool gevonden in zijn rugzak (laat een foto zien en vraagt of deze in het dossier kan worden gevoegd). Ook heeft hij gehoord dat [minderjarige] met een mes rond loopt. De vader wil het liefst dat [minderjarige] weer bij hem komt wonen. Zijn broertjes en zusje missen hem heel erg. Wanneer dat niet mogelijk is, dan wil hij dat hij naar kamertraining gaat. De vader heeft namelijk geen vertrouwen in de opvoedvaardigheden van de moeder. Zij is er nooit voor [minderjarige] geweest. Daarnaast is de vader bang dat hij helemaal zal worden buitengesloten van [minderjarige] wanneer hij bij zijn moeder woont. 4.2 De moeder wil graag dat [minderjarige] in ieder geval de komende periode bij haar blijft wonen. Het gaat beter met hem sinds hij bij haar woont. Volgens de moeder heeft de vader zich nooit gehouden aan de contactregeling die is vastgesteld in mei 2025. De moeder zag [minderjarige] maar één keer in de maand. [minderjarige] heeft wat de moeder betreft geen harde opvoeding nodig, maar liefde en begrip. [minderjarige] is een gevoelige en onzekere jongen. De moeder is in gesprek gegaan met de voormalige pleegmoeder van [minderjarige] over het mes. Het pistool dat [minderjarige] bij zich had, heeft hij gewonnen in Spanje en is een nep pistool. Volgens de moeder vindt de vader het moeilijk om de controle over [minderjarige] kwijt te raken. Zij heeft niet de intentie om [minderjarige] bij de vader weg te houden. 4.3 De vertegenwoordigster van de Raad benadrukt dat het in Nederland strafbaar is om een kind te slaan. Via Veilig Thuis had “de route kindermishandeling” genomen kunnen worden en dan was de vader aangehouden door de politie. Dit is (nog) niet gebeurd, maar wanneer de vader zijn houding niet verandert dan kan dat alsnog gebeuren. De Raad is van mening dat [minderjarige] op dit moment niet terug kan naar de vader. Dus het advies is om het voorlopige hoofdverblijf van [minderjarige] bij de moeder te bepalen. Het traject bij Veilig Thuis loopt nog en dat moet worden gecontinueerd. Er is gesproken over kamertraining, maar dat is nog geen concreet plan. 5 De beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht 5.1 Deze zaak heeft internationaal privaatrechtelijke aspecten. De Nederlandse rechter is bevoegd van de vraag van [minderjarige] kennis te nemen aangezien hij zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Op dezelfde grond is Nederlands recht van toepassing op de beoordeling van de vraag. De informele rechtsingang 5.2 [minderjarige] heeft de kinderrechter een vraag gesteld via de zogenaamde ‘informele rechtsingang’. De informele rechtsingang biedt een kind van twaalf jaar en ouder een eigen toegang tot de rechtbank. Op informele wijze, zoals bijvoorbeeld met een brief, e-mailbericht of telefoontje, kan een kind een vraag aan de kinderrechter stellen. Niet alle vragen van een kind kunnen door de kinderrechter via de informele rechtsingang worden behandeld. Er is een wettelijke basis om naar aanleiding van een informele rechtsingang ambtshalve een beslissing te nemen over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders en in bepaalde gevallen over de wijziging van het gezag. Het hoofdverblijf hangt samen met de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en met het gezag. Het hoofdverblijf kan worden gezien als “het mindere” van het gezag. Daarom valt naar het oordeel van de kinderrechter niet in te zien waarom zij in het kader van de informele rechtsingang niet ook een beslissing zou kunnen nemen over het hoofdverblijf. De kinderrechter zal [minderjarige] daarom ontvangen in zijn vraag tot wijziging van het hoofdverblijf. 5.3 Uit de overgelegde stukken en de standpunten die zijn gegeven op het kindgesprek en in het gesprek met de ouders blijkt dat er grote zorgen zijn over [minderjarige] . Hij geeft aan dat hij zich onveilig voelt bij zijn vader en dat hij door hem geslagen wordt, ook met een riem. De vader erkent dat hij [minderjarige] heeft geslagen. Veilig Thuis is betrokken en dat traject is nog niet afgerond. [minderjarige] woont nu bij zijn moeder en hij wil daar ook blijven. De moeder wil dat [minderjarige] , in ieder geval voorlopig, bij haar blijft wonen. De vader, bij wie het hoofdverblijf is bepaald, wil echter dat [minderjarige] weer terug naar huis komt. 5.4 De vader erkent dat hij [minderjarige] heeft geslagen met een riem. Het slaan van een kind is strafbaar in Nederland en deze kindermishandeling is wat de kinderrechter betreft op geen enkele manier goed te praten. Zij vindt het dan ook onbegrijpelijk dat [minderjarige] , die ook toen bij zijn moeder terecht kon, na zijn eerste gesprek met Veilig Thuis, weer terug is gestuurd naar zijn vader. De gevoelens van onveiligheid bij [minderjarige] zijn door wat er is gebeurd bij de vader thuis goed te begrijpen. Het is niet in zijn belang om, nu er nog niets is veranderd in de thuissituatie van de vader en de vader achter zijn (mis)handelen blijft staan, terug naar zijn vader te gaan. Het voorlopige hoofdverblijf van [minderjarige] wordt daarom bij de moeder bepaald. [minderjarige] is welkom bij haar en de kinderrechter heeft op de zitting een liefdevolle, verstandige moeder gezien. Het is wel duidelijk dat de beide gezagdragende ouders een totaal verschillende opvoedingsstijl hanteren. Dat maakt de situatie wel ingewikkeld voor alle betrokkenen. De kinderrechter vindt het in het belang van [minderjarige] dat [minderjarige] , de ouders en Veilig Thuis de komende periode samen gesprekken gaan voeren, onder meer over het realiseren van een herstel in het contact tussen [minderjarige] en zijn vader en ook tussen [minderjarige] en zijn broertjes en zusje. De wensen en het tempo van [minderjarige] moeten daarin worden gevolgd. 5.5 De kinderrechter vindt de situatie rondom [minderjarige] zo zorgelijk dat zij vindt dat de Raad onderzoek moet gaan doen. De Raad voor de Kinderbescherming, locatie Breda zal daarom worden verzocht om een onderzoek in te stellen ter beantwoording van de navolgende vragen: - In hoeverre komt een wijziging van de hoofdverblijfplaats, conform de vraag van [minderjarige] , tegemoet aan zijn belangen? - Welke vorm van contact met de vader komt het meest tegemoet aan de belangen van [minderjarige] ? - Hoe dient de regeling qua aard, duur en frequentie vorm gegeven te worden? 5.6 De behandeling van de zaak wordt aangehouden tot de hierna te melden pro forma datum in afwachting van het rapport van de Raad. Na ontvangst van het rapport zal de kinderrechter bekijken welke vervolgstappen er genomen gaan worden. In afwachting van het onderzoek van de Raad en het traject bij Veilig Thuis is het in het belang van [minderjarige] dat hij bij zijn moeder verblijft. 5.7 De voorlopige beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat het meteen geldt, ook als er eventueel hoger beroep wordt ingesteld. 5.8 [minderjarige] krijgt een brief met een uitleg van de (voorlopige) beslissing. Beste [minderjarige] , Jij hebt op 26 maart 2026 gesproken met de kinderrechter mevrouw van Triest. Op 23 april 2026 heeft de kinderrechter gesproken met je ouders en iemand van de Raad voor de Kinderbescherming. Jij geeft aan dat je, in ieder geval voorlopig, bij je moeder wil wonen. Jij voelt je niet veilig bij je vader omdat hij jou heeft geslagen met de hand en met een riem.. Je vader geeft toe dat hij jou geslagen heeft. De kinderrechter vindt dat kindermishandeling. Zij heeft een goede indruk van je moeder gekregen op de zitting en daarom vindt zij het ook een goed idee dat je voorlopig bij je moeder blijft wonen. Zij heeft daarom beslist dat jouw hoofdverblijf voorlopig bij je moeder is. Er loopt al een traject bij Veilig Thuis en de kinderrechter heeft nu ook opdracht gegeven aan de Raad voor de Kinderbescherming om onderzoek te doen naar wat uiteindelijk het beste is voor jou. Er zullen dus nog meerdere gesprekken gaan plaatsvinden met jou, met je vader en met je moeder. Verder zal er ook gekeken worden of het mogelijk is dat het contact met je vader en broertjes en zusje wordt hersteld. Jouw wensen zijn daarbij belangrijk. We moeten nu wachten tot de Raad voor de Kinderbescherming klaar is met het onderzoek en daarover een verslag heeft geschreven. Dat duurt ongeveer een half jaar. Wanneer jij weer in een situatie komt waarin jij je onveilig voelt, dan kun je contact opnemen Veilig Thuis, maar je mag ook weer een e-mail sturen naar de kinderrechter. Met vriendelijke groet, De kinderrechter. 6 De beslissing De rechtbank 6.1 wijzigt de beschikking van 9 mei 2025 en bepaalt, ambtshalve dat de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2009 voorlopig zijn hoofdverblijf heeft bij de moeder; 6.2 verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 6.3 verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming locatie Breda een onderzoek in te stellen ter beantwoording van de hierboven onder 5.5. vermelde vragen en daarover te rapporteren en te adviseren, welk rapport vóór hierna te noemen pro forma datum bij de rechtbank dient te worden ingediend, zulks onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de ouders; 6.4 houdt de behandeling van de zaak aan tot 24 november 2026 PRO FORMA , zulks in afwachting van het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming; 6.5 houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mr. Van Triest, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2026 in tegenwoordigheid van Weterings, griffier. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. verzonden: In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van de rechtbank Breda.

Related across sources

Similar Content