Rechtbank Amsterdam, 01-07-2026 (13-086833-26)
Rechtbank Amsterdam
Vervolgings-EAB uit België. Na aanhouding om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen met het Openbaar Ministerie in België na te gaan in hoeverre er overlap is tussen de verdenkingen in de Nederlandse en Belgische zaak. EAB is ingetrokken. Officier van Jusitie niet-ontvankelijk verklaard.
Case Summary
RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-086833-26 Datum uitspraak: 1 juli 2026 UITSPRAAK op de vordering van 15 april 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 4 maart 2026 door een onderzoeksrechter bij de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, België (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] (Irak), inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [BRP-adres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang De zitting van 10 juni 2026 De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 10 juni 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. L.E. Versluis, advocaat in Rotterdam. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om bij het Openbaar Ministerie in België na te gaan in hoeverre er overlap is tussen de verdenkingen in de Nederlandse en Belgische strafzaak. De zitting van 1 juli 2026 De behandeling van het EAB is – met instemming van partijen – in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 1 juli 2026, in aanwezigheid van mr. G.J.A.M. Rasker, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. L.E. Versluis. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3 Ontvankelijkheid van de officier van justitie Inleiding Op 23 juni 2026 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit de volgende aanvullende informatie verstrekt: “Op 4/03/2026 werd door mijn ambt een EAB uitgevaardigd lastens dhr. [de opgeëiste persoon] (…). Op heden besliste mijn ambt dit EAB in te trekken en aan Nederland te verzoeken de procedure inzake uitlevering te beëindigen.”. Oordeel van de rechtbank De rechtbank is met, de raadsvrouw en de officier van justitie, van oordeel dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Uit de ontvangen aanvullende informatie blijkt dat het EAB is ingetrokken, waardoor de grondslag aan de vordering is komen te ontvallen. 4 Beslissing VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. STELT VAST dat ( de geschorste) overleveringsdetentie is geëindigd. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Westerman, voorzitter, mrs. L. Baroud en C.M.S. Loven, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier. en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 1 juli 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.