Rechtbank Amsterdam, 02-07-2026 (13/115540-26)
Rechtbank Amsterdam
Vervolgings-EAB uit Litouwen. Artikel 11 OLW: de aanvullende informatie neemt het algemeen reëel gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon weg. De rechtbank volgt de officier van justitie niet in haar primaire standpunt dat de door de Litouwse autoriteiten verstrekte aanvullende informatie in algemene zin voldoende waarborgen biedt om het eerder vastgestelde algemene gevaar weg te nemen. Immers, de genoemde maatregelen zijn specifiek toegesneden op de situatie van de opgeëiste persoon. Verder zijn de die maatregelen niet zodanig algemeen geformuleerd dat met een enkele detentiegarantie in de onderhavige zaak geoordeeld kan worden dat het vastgestelde algemene gevaar voor alle gedetineerden in alle detentie-instelling in Litouwen is weggenomen. Overlevering toegestaan.
Case Summary
RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/115540-26 Datum uitspraak: 2 juli 2026 UITSPRAAK op de vordering van 20 april 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 17 november 2025 door Prosecutor General's Office of the Republic of Lithuania , Litouwen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon], geboren op [geboortedag] 1986 in [geboorteplaats] (Litouwen), zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, nu gedetineerd in [detentieadres], hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 18 juni 2026, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.P.M. Balemans, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Litouwse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Litouwse nationaliteit heeft. 3 Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een aanhougingsbevel, uitgevaardigd door the Vilnius City District Court op 28 oktober 2025 (No. 01-1-43091-23). De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Litouws recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. De raadsman heeft verzocht de behandeling van het EAB aan te houden, omdat de opgeëiste persoon in Litouwen beroep heeft ingesteld tegen bovengenoemd aanhoudingsbevel, welk beroep op 2 juli a.s. behandeld zal worden. Een positieve beslissing hierop zal mogelijk tot gevolg hebben dat het EAB wordt ingetrokken. Ter onderbouwing van dit verzoek heeft de raadsman stukken betreffende de in Litouwen aanhangige procedure overgelegd, die hij van de Litouwse advocaat van de opgeëiste persoon heeft ontvangen. Volgens de officier van justitie bestaat er geen aanleiding de behandeling van het EAB aan te houden wegens het door de opgeëiste persoon ingestelde beroep tegen het aanhoudingsbevel, nu onduidelijk is wanneer in de Litouwse procedure uitspraak zal worden gedaan en wat de uitkomst daarvan zal zijn. De rechtbank overweegt dat niet is gebleken dat het aan het EAB ten grondslag liggende aanhoudingsbevel is opgeschort. De enkele omstandigheid dat daartegen beroep is ingesteld, brengt niet mee dat het aanhoudingsbevel niet langer voor tenuitvoerlegging vatbaar is. Vast staat dat het EAB niet is ingetrokken. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding de behandeling van het EAB aan te houden om de uitkomst van de procedure in Litouwen af te afwachten. 4 Strafbaarheid: feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de strafbare feiten aangewezen als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten: fraude, met inbegrip van fraude waardoor de financiële belangen van de Gemeenschap worden geschaad zoals bedoeld in de Overeenkomst van 26 juli 1995 aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen. Uit het EAB volgt dat voor deze feiten naar het recht van Litouwen maximaal een vrijheidsstraf van minstens drie jaren kan worden opgelegd. Dit betekent dat de rechtbank geen onderzoek doet naar de vraag of de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn. 5 Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden Inleiding De rechtbank heeft in een uitspraak van 12 december 2024 vastgesteld dat in alle detentie-instellingen in Litouwen een algemeen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest). Het algemeen gevaar ziet – kort weergegeven – op de informele hiërarchie onder gedetineerden (het kastenstelsel) met geweld tegen en een vernederende behandeling van gedetineerden in de lagere kasten tot gevolg. Een brief van de Lithuanian Prison Service van 4 mei 2026 bevat, voor zover relevant, de volgende informatie: “ 1. With regard to the specific place of detention of [opgeëiste persoon], we note that, should the pre- trial measure — detention on remand — be extended in respect of [opgeëiste persoon], he would be transferred to a prison falling within the territorial jurisdiction of the court which imposed that preventive measure. Persons subject to detention on remand may be held in Vilnius Prison, Kaunas Prison, Siauliai Prison and Panevėžys Prison (women). 2. Remand prisoners are accommodated in small cells intended for 2 to 4 persons. Remand prisoners are not held in large dormitory-type accommodation. The number of single-occupancy cells is limited; such cells are generally allocated to prisoners requiring enhanced supervision or who, by reason of their personality, the nature of the offence committed or their behaviour, cannot be accommodated together with other prisoners in multi-occupancy accommodation. (…) 4. We further inform you that approximately 30 detainees are assigned to one officer working with prisoners. (…) 6. In order to manage violence among prisoners, leaders of the informal prison hierarchy, their associates and other prisoners exerting a negative influence on other detainees are, insofar as possible, held separately from other vulnerable prisoners. Leaders of the informal prison hierarchy are isolated on separate floors and in separate locked cells. 7. In all Lithuanian prisons, remand prisoners are assessed with regard to the risk of violence to which they may be exposed or the risk of violence they may pose, and, depending on the identified risk, are classified and accommodated in cells in a manner ensuring their safety. Prison staff continuously monitor the interpersonal climate among remand prisoners and, where a possible risk of violent conflict is identified or information concerning such risk is received, preventive measures are taken to avert violent incidents, including separation of detainees between whom violent conflict may arise, redistribution of detainees among cells or isolation. Where prison staff observe any signs of violence, including verbal or psychological violence, between remand prisoners or convicted prisoners, they are required to investigate the situation and take measures to prevent violent conduct. 8. Remand prisoners are taken for outdoor exercise together with prisoners from the same cell. [opgeëiste persoon] would be placed in a cell with other remand prisoners only after it has been established that there is no risk of conflict between those prisoners and that they are able to cohabit peacefully within the same cell. It should further be noted that activities in prisons are organized according to pre-established schedules, thereby eliminating the possibility for remand prisoners or convicted prisoners between whom there is a potential risk of conflict to meet in common areas and/or activities. The safety of [opgeëiste persoon] outside the cell, i.e. in common areas and exercise yards, would be ensured by officers assigned to the relevant posts monitoring the interpersonal climate among remand prisoners and thereby identifying in a timely manner any potential risk factors for violent conflict and taking measures to prevent such conflict before it arises; by monitoring through CCTV cameras installed in most common areas of the prison; and by the liaison officer communicating directly with [opgeëiste persoon] and providing him with the necessary assistance. (a) The microclimate climate among remand prisoners is monitored through officers communicating with detainees, gathering relevant information concerning incidents and relationships, analyzing and assessing such information, and exchanging relevant information with other responsible staff members. (b) Relevant interviews and consultations are conducted with remand prisoners in order to address issues of importance to them. Preventive interviews may also be conducted, and remand prisoners may be involved in relevant social activities and occupation programmes. (c) The measures applied prior to the transfer of prisoners to another cell or their isolation are set out above. (…) It should be noted that training is provided to staff at all levels, aimed at promoting the establishment and maintenance of a positive prison culture. We wish to emphasize that prison staff do not tolerate any inappropriate behavior among prisoners. If a prisoner experiences inappropriate treatment, threats or feels unsafe, he may at any time address the prison administration directly. In all such cases, an internal investigation is initiated.” In aanvulling hierop heeft de Lithuanian Prison Service op 14 mei 2026, voor zover relevant, de volgende informatie verstrekt: “1. In consideration that the detention for [opgeëiste persoon] has been assigned by the District Court of Vilnius City with its ruling of 28 October 2025 and the fact that the pre-trial investigation in respect of him is being conducted in Vilnius, the decision on the extension of the supervision measure must also be made by the District Court of Vilnius City. 2. If the District Court of Vilnius City adopts a decision regarding the extension of the supervision measure — detention — for [opgeëiste persoon], he will be held at Vilnius Prison.” Standpunt van de raadsman De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat voor de opgeëiste persoon een reëel gevaar bestaat dat zijn grondrechten in detentie in Litouwen zullen worden geschonden. De detentiegarantie van 4 mei 2026 vermeldt dat de opgeëiste persoon slechts over 3,6 vierkante meter persoonlijk leefruimte kan beschikken, waarmee het aantal uren buiten de cel relevant wordt Uit de detentiegarantie volgt niet dat de opgeëiste persoon, naast het dagelijkse uur wandelen, voldoende tijd buiten zijn cel kan verblijven. Dit voldoet niet aan de minimum normen. Subsidiair heeft de raadsman de rechtbank verzocht de behandeling van de zaak aan te houden om de uitvaardigende justitiële autoriteit te vragen of op een andere manier kan worden voldaan aan de vereiste garanties. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft er allereerst op gewezen dat het vastgestelde algemene gevaar in Litouwen niet ziet op de beschikbare persoonlijke leefruimte of op de tijd die gedetineerden in remand prisons buiten hun cel kunnen doorbrengen. Het algemeen gevaar dat in december 2024 door de rechtbank is aangenomen ziet op geweld tussen gedetineerden onderling. Volgens de officier van justitie zijn de maatregelen die zijn vermeld in de aanvullende informatie van 4 mei 2026 van dien aard en in zodanig algemene bewoordingen vervat dat niet alleen aan de opgeëiste persoon, maar ook aan andere gedetineerden in Litouwen voldoende adequate bescherming wordt geboden tegen (de negatieve gevolgen van) het kastensysteem. De officier van justitie stelt zich daarom primair op het standpunt dat niet langer kan worden gesteld dat sprake is van een algemeen reëel gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling van gedetineerden in Litouwse gevangenissen. Subsidiair heeft zij zich op het standpunt gesteld dat de verstrekte detentiegarantie het gevaar voor de opgeëiste persoon wegneemt. Oordeel van de rechtbank Uit de aanvullende informatie van 14 mei 2026 blijkt dat de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd in de Vilnius prison. De rechtbank zal daarom alleen de detentieomstandigheden in deze instelling toetsen. De rechtbank is van oordeel dat met de aanvullende informatie van 4 mei 2026 en 14 mei 2026, die is toegespitst op de opgeëiste persoon, het algemeen reëel gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden voor hem is weggenomen. In deze aanvullende informatie worden voldoende concrete maatregelen genoemd om de opgeëiste persoon te beschermen tegen de informele hiërarchie onder gedetineerden (het kastenstelsel). Deze maatregelen zien niet alleen op het risico op geweld of een vernederende behandeling van de opgeëiste persoon in zijn cel en tijdens activiteiten, maar ook op dergelijke risico’s tijdens het verblijf van de opgeëiste persoon in de gemeenschappelijke ruimtes. De rechtbank volgt de officier van justitie niet in haar primaire standpunt dat de door de Litouwse autoriteiten verstrekte aanvullende informatie in algemene zin voldoende waarborgen biedt om het eerder vastgestelde algemene gevaar weg te nemen. Immers, de genoemde maatregelen zijn specifiek toegesneden op de situatie van de opgeëiste persoon. Verder zijn de die maatregelen niet zodanig algemeen geformuleerd dat met een enkele detentiegarantie in de onderhavige zaak geoordeeld kan worden dat het vastgestelde algemene gevaar voor alle gedetineerden in alle detentie-instelling in Litouwen is weggenomen. Voor zover de raadsman heeft aangevoerd dat sprake is van een individueel gevaar voor de opgeëiste persoon vanwege onvoldoende leefruimte of onvoldoende tijd buiten de cel, overweegt de rechtbank dat het eerder vastgestelde algemene gevaar niet ziet op deze aspecten van de detentieomstandigheden in Litouwen. Ook de door de Litouwse autoriteiten verstrekte informatie in deze zaak biedt geen aanknopingspunten voor het bestaan van structurele of fundamentele gebreken op deze punten. De rechtbank ziet geen aanleiding hierover nadere vragen aan de Litouwse autoriteiten te stellen. Nu de verstrekte informatie het algemeen gevaar voor de opgeëiste persoon wegneemt, staat artikel 11 OLW niet aan overlevering in de weg. 6 Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe. 7 Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5 en 7 OLW. 8 Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan Prosecutor General's Office of the Republic of Lithuania , Litouwen voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.A.J.P. van den Reek, voorzitter, mrs. B.M. Vroom-Cramer en J.T.H. Zimmerman rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 2 juli 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB. ECLI:NL:RBAMS:2024:8240. Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 87.