Rechtbank Overijssel, 30-06-2026 (ZWO 25/1578)
Rechtbank Overijssel
Verzoek om openbaarmaking informatie op grond van de Wet open overheid (Woo). Eiser heeft verzocht om openbaarmaking van signaalformulieren over zorgfraude die zijn opgemaakt vanaf 2015. Het college heeft openbaarmaking integraal geweigerd. De rechtbank oordeelt dat het college openbaarmaking integraal heeft mogen weigeren onder verwijzing naar de weigeringsgronden ‘inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen’ en ‘het goed functioneren van de Staat of bestuursorganen’. Geen strijd met het gelijkheidsbeginsel. Beroep ongegrond.
Case Summary
RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 25/1578 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], uit [woonplaats], (gemachtigde: mr. B.N. van Hoek), en het college van burgemeester en wethouders van Enschede (gemachtigde: mr. M. Ichoh). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van het verzoek van [eiser] om informatie op grond van de Wet open overheid (de Woo) door het college. [eiser] heeft gevraagd om de bestuurlijke signalen over zorgfraude die zijn opgemaakt vanaf 2015 en de namen van de betrokken ambtenaren. Het college heeft dat geweigerd, onder andere omdat sprake is van persoonsgegevens van strafrechtelijke aard, persoonlijke beleidsopvattingen en omdat geheimhouding nodig is voor het functioneren van de Staat en andere publiekrechtelijke lichamen. [eiser] is het niet eens met de afwijzing van zijn Woo-verzoek. Hij voert daartoe aan dat het college de openbaarmaking van de aangetroffen documenten niet integraal heeft mogen weigeren omdat per document een afweging gemaakt moet worden. Ook kleeft er een motiveringsgebrek aan het bestreden besluit omdat niet aannemelijk is dat geen enkel deel openbaar gemaakt kan worden. Tot slot voert [eiser] aan dat de weigering tot openbaarmaking in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. 2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de openbaarmaking van de documenten integraal heeft mogen weigeren. Er is geen sprake van een motiveringsgebrek. Evenmin is er sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel. [eiser] krijgt dus geen gelijk en het beroep is daarmee ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 3. [eiser] heeft op 17 mei 2024 bij het college een verzoek om informatie op grond van de Woo ingediend. Hij verzoekt om (1) het compleet opgestelde bestuurlijke signaal dat is opgesteld over Zorgburo Maatwerk B.V., (2) alle opgestelde bestuurlijke signalen met betrekking tot zorgfraude vanaf 2015 tot op het moment van het indienen van het Woo-verzoek en (3) de namen en functies van de ambtenaren binnen de gemeente Enschede die de bestuurlijke signalen hebben opgesteld. 4. Het college heeft het Woo-verzoek van [eiser] bij besluit van 13 juni 2024 afgewezen. In het besluit schrijft het college dat er een zoekslag is uitgevoerd aan de hand van het Woo-verzoek, waarbij 42 documenten zijn aangetroffen die onder de reikwijdte vallen van het Woo-verzoek. Dit betreffen signaalformulieren ten aanzien van diverse partijen. Het college weigert integraal de documenten openbaar te maken omdat het bepaalde in de artikelen 8.8, 5.1 en 5.2 van de Woo daaraan in de weg staat. 5. Met het bestreden besluit van 30 april 2025 op het bezwaar van [eiser] is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven, zij het dat het college de weigeringsgrondslag van artikel 8.8 van de Woo heeft laten vallen. 6. [eiser] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 7. De rechtbank heeft het beroep op 21 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiser], de gemachtigde van [eiser] en de gemachtigde van het college. Beoordeling door de rechtbank 8. De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:29 van de Awb kennisgenomen van de door het college overgelegde vertrouwelijke stukken. 9. In beroep voert [eiser] aan dat het college ten onrechte, onder verwijzing naar de weigeringsgronden van artikel 5.1 en 5.2 van de Woo, integraal heeft geweigerd om de aangetroffen documenten (signaalformulieren) openbaar te maken. Het is volgens [eiser] niet aannemelijk dat er helemaal geen delen van de signaalformulieren openbaar gemaakt kunnen worden. Het college had per onderdeel en per formulier moeten motiveren welke weigeringsgrond van toepassing is. Nu het college dit niet heeft gedaan, is er sprake van een motiveringsgebrek. Verder heeft het college gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel, omdat bij [eiser] een situatie bekend is van een derde die op grond van de Woo wel een signaalformulier openbaar gemaakt heeft gekregen. 10. Het college heeft het verzoek om openbaarmaking afgewezen en integraal geweigerd de documenten openbaar te maken onder verwijzing naar de volgende weigeringsgronden uit de Woo: persoonsgegevens van strafrechtelijke aard (artikel 5.1, eerste lid, onder d); inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen (artikel 5.1, tweede lid, onder d); bescherming persoonlijke levenssfeer (artikel 5.1, tweede lid, onder e); het goed functioneren van de Staat of bestuursorganen (artikel 5.1, tweede lid, onder i), en; persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 5.2, eerste lid) 11. De rechtbank overweegt dat in beroep niet meer in geschil is dat het college de namen van behandelend ambtenaren heeft mogen weigeren op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder 2, van de Woo (bescherming persoonlijke levenssfeer). 12. De rechtbank oordeelt dat het college integraal openbaarmaking van de signaalformulieren heeft mogen weigeren. Zij overweegt hiertoe dat het college onder verwijzing naar de weigeringsgronden ‘inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen’ en ‘het goed functioneren van de Staat of bestuursorganen’ afdoende heeft onderbouwd dat de betrokken belangen in de weg staan aan (gedeeltelijke) openbaarmaking van de documenten. Daarbij acht de rechtbank het relevant dat de inhoud van de gevraagde documenten, de signaalformulieren, zeer gevoelig is. De inhoud van de signaalformulieren bevat speculaties over mogelijke zorgfraude. Uit deze informatie kan naar het oordeel van de rechtbank de werkwijze van inspectie en controle worden afgeleid, openbaarmaking waarvan onwenselijk is gelet op de taak die het college als bestuursorgaan heeft met betrekking tot de controle op de naleving van zorgcontracten. Daar komt bij dat de signaalformulieren worden gedeeld met ketenpartners in het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC). Indien de inhoud van de signaalformulieren (gedeeltelijk) openbaar zouden worden gemaakt, zal dit volgens het college de ‘doodsteek’ betekenen voor een effectieve gegevensuitwisseling. Tussen de RIEC-partners zou minder (of geen) informatie worden uitgewisseld indien het risico bestaat dat de informatie openbaar wordt gemaakt. De rechtbank kan deze redenering volgen en overweegt dat dit het goed functioneren van het college als bestuursorgaan raakt. De rechtbank overweegt tot slot dat, als alle informatie zal worden ‘gelakt’ die terecht kan worden geweigerd gelet op deze weigeringsgronden, er geen informatie over zal blijven die de moeite waard is om te delen. Het college heeft de documenten daarom integraal mogen weigeren openbaar te maken. 13. De rechtbank volgt het standpunt van [eiser] niet dat er aan het bestreden besluit een motiveringsgebrek kleeft. Zoals hiervoor is overwogen, heeft het college in het Woo-besluit van 13 juni 2024 en het bestreden besluit van 30 april 2025 per weigeringsgrond gemotiveerd welke informatie kan worden geweigerd en waarom, en is die motivering toereikend. 14. Tot slot volgt de rechtbank evenmin het standpunt van [eiser] dat er sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel. De zaak waarnaar hij verwijst is niet vergelijkbaar omdat de betreffende verzoeker om openbaarmaking van zijn eigen signaalformulier had verzocht en het college na afstemming en goedkeuring van hem het betreffende signaalformulier openbaar heeft gemaakt. Onbetwist is dat er geen signaalformulier is aangetroffen van Zorgburo Maatwerk B.V. dat openbaar gemaakt kan worden of aan [eiser] zelf verstrekt kan worden, zodat bij het verzoek van [eiser] geen sprake is van een dergelijk ‘eigen signaalformulier’. 15. De beroepsgronden slagen niet. Conclusie en gevolgen 16. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat [eiser] ongelijk krijgt. Het college heeft de openbaarmaking van de documenten integraal mogen weigeren. [eiser] krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C. Rozeboom, rechter, in aanwezigheid van mr. J.P. Fortuin, griffier, uitgesproken in het openbaar op griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.