Skip to content
Case Law
NL

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 29-06-2026 (25/957)

College van Beroep voor het bedrijfsleven

College van Beroep voor het bedrijfsleven
Summary

Geheimhoudingsbeslissing.

Case Summary

beslissing COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 25/957 beslissing van de rechter-commissaris op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen [naam] , te [vestigingsplaats] (stichting) en de minister (nu: de staatssecretaris) van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (gemachtigde: mr. W.J.C. Goorden) Procesverloop De stichting heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van 24 november 2025. De minister heeft de vertrouwelijke versie van een gedingstuk ingezonden en meegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van een aantal gegevens in dit stuk. Het betreft (delen van) het volgende stuk: - het rapport van bevindingen van 28 maart 2025 en de daarbij behorende bijlagen (rapport van bevindingen). De stichting heeft bij brief van 18 juni 2026 gereageerd op het verzoek van de minister. Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Met toepassing van artikel 8:12 van de Awb heeft het College mr. W.J.A.M. van Brussel opgedragen om als rechter-commissaris deze beslissing te nemen. De minister heeft vermeld dat in de ongelakte versie van het rapport van bevindingen de namen en woonadressen van kopers van honden zijn opgenomen. Daarnaast bevat de ongelakte versie volgens de minister onder meer namen van de honden, de nummers van de certificaten van deze honden, de chipnummers van deze honden en de data van vertrek van deze honden. Op basis van deze informatie over de hond kan de identiteit van de koper eenvoudig worden achterhaald. De minister doet wat deze gegevens betreft een beroep op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de kopers. De vertrouwelijkheid van de gegevens dient volgens hem te worden geëerbiedigd, omdat openbaarmaking van deze informatie tot een onevenredig nadeel voor de koper zal kunnen leiden en ook een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de koper tot gevolg zal kunnen hebben, terwijl kennisneming van deze informatie door de stichting niet noodzakelijk is om haar belangen naar behoren te kunnen bepleiten. 2 De stichting heeft te kennen gegeven geen bezwaar te hebben tegen het verzoek van de minister om alleen de gelakte documenten aan de stichting te verstrekken. 3 Bij deze beslissing moet de rechter-commissaris belangen tegen elkaar afwegen. Aan de ene kant speelt hierbij het belang dat partijen beschikken over dezelfde voor het beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Aan de andere kant kan kennisneming van bepaalde gegevens door de ene partij het belang van een betrokkene onevenredig schaden. 4 De rechter-commissaris heeft kennisgenomen van het, door de minister als vertrouwelijk ingediende, rapport van bevindingen, de daarbij gegeven motivering van zijn verzoek en de reactie daarop van de stichting. De rechter-commissaris is van oordeel dat de door de minister aangevoerde gronden in dit geval voldoende gewichtige redenen bevatten om de door haar verzochte beperking van de kennisneming gerechtvaardigd te achten en overweegt daartoe het volgende. 5 Het rapport van bevindingen bevat persoonsgegevens en gegevens die herleidbaar zijn tot personen. Deze gegevens moeten in dit geval vertrouwelijk blijven, omdat onbeperkte kennisneming van deze informatie tot een onevenredig nadeel voor betrokkenen zal kunnen leiden en een inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer tot gevolg zal kunnen hebben. Daarnaast wordt de stichting door de beperkte kennisneming van het rapport van bevindingen niet beperkt in haar mogelijkheden om haar standpunten toereikend te kunnen bepleiten. De rechter-commissaris weegt daarbij mee dat de stichting heeft laten weten er geen bezwaar tegen te hebben dat deze (persoons)gegevens voor haar niet inzichtelijk zijn. 6 Het College kan alleen met toestemming van de andere partijen mede op de grondslag van het rapport van bevindingen uitspraak doen. De Stichting heeft wel laten weten geen bezwaar te hebben tegen het verzoek van de minister, maar dat is iets anders dan het geven van toestemming. De stichting wordt daarom verzocht om binnen twee weken na heden schriftelijk kenbaar te maken of zij ermee instemt dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van het rapport van bevindingen uitspraak doet op het beroep. Beslissing De rechter-commissaris: - beslist dat de gevraagde beperking van de kennisneming van het rapport van bevindingen gerechtvaardigd is. - verzoekt de stichting om binnen twee weken na de verzending van deze beslissing schriftelijk aan het College kenbaar te maken of zij ermee instemt dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van het rapport van bevindingen uitspraak doet op het beroep. Deze beslissing is genomen op 29 juni 2026 door mr. W.J.A.M. van Brussel, in aanwezigheid van mr. F.J.J. van West de Veer, griffier. w.g. W.J.A.M. van Brussel w.g. F.J.J. van West de Veer

Related across sources

Similar Content