Skip to content
Case Law
NL

Rechtbank Den Haag, 02-07-2026 (NL25.48912)

Rechtbank Den Haag

Rechtbank Den Haag
Summary

asiel – Somalië – opvolgende aanvraag – buitenbehandelingstelling – ontbreken origineel document – bestreden besluit bevat gebrek – passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Awb – beroep ongegrond – wel pkv.

Case Summary

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: NL25.48912 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , eiseres, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp) en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. C.H.H.P.M. Kelderman). Procesverloop Bij besluit van 2 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres buiten behandeling gesteld. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 25 juni 2026 in Breda op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, mr. E. Uiterwaal als waarnemer van de gemachtigde van eiseres, [naam] als tolk en de gemachtigde van verweerder. Overwegingen 1. Eiseres stelt te zijn geboren op [datum] 2006 en de Somalische nationaliteit te hebben. Zij heeft op 25 september 2023 een opvolgende asielaanvraag ingediend. Hieraan heeft zij ten grondslag gelegd dat haar vader op 2 september 2025 is vermoord door Al-Shabaab, omdat hij heeft geweigerd haar uit te huwelijken aan een lid van Al-Shabaab. Ter onderbouwing heeft zij een kopie van haar vaders overlijdensakte en een vertaling daarvan overgelegd, waarbij zij heeft aangegeven dat het origineel zich nog in Somalië bevindt en zo spoedig mogelijk zal worden nagezonden. 2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de opvolgende asielaanvraag van eiseres buiten behandeling gesteld, omdat deze niet compleet is. De vertaling en het origineel van de overlijdensakte ontbreken. Dat eiseres heeft aangegeven dat deze stukken onderweg zijn, doet hier niet aan af. 3. Eiseres voert hiertegen aan dat verweerder haar opvolgende asielaanvraag ten onrechte buiten behandeling heeft gesteld. Uit haar handelen is niet gebleken dat zij haar aanvraag impliciet heeft ingetrokken of daarvan impliciet heeft afgezien. Zij heeft de door verweerder gestelde vragen beantwoord en een kopie van de overlijdensakte van haar vader overgelegd, waarbij zij heeft aangegeven dat het origineel zich nog in Somalië bevindt en zo spoedig mogelijk zal worden nagezonden. Daarnaast had verweerder de ontvankelijkheid van haar aanvraag op basis van de overgelegde kopie moeten beoordelen. Het origineel had vervolgens, na ontvangst daarvan, door Bureau Documenten kunnen worden onderzocht. Eiseres heeft met de overgelegde stukken dan ook reeds voldoende elementen ter staving van haar aanvraag verstrekt. Voorts voert eiseres aan dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid, omdat verweerder heeft miskend dat reeds een vertaling van de overlijdensakte was overgelegd. Tot slot voert eiseres aan dat het terugkeerbesluit en het inreisverbod geen stand kunnen houden, nu het bestreden besluit ten onrechte is genomen. De rechtbank oordeelt als volgt. 4. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiseres nog belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep. Verweerder heeft de rechtbank bij bericht van 22 oktober 2025 meegedeeld dat eiseres zelfstandig de woonruimte heeft verlaten, omdat zij niet langer recht had op opvang. Naar aanleiding daarvan heeft de rechtbank de gemachtigde van eiseres op dezelfde dag verzocht mee te delen wanneer en op welke wijze zij voor het laatst contact heeft gehad met eiseres. De gemachtigde van eiseres heeft daarop bij bericht van 28 oktober 2025 meegedeeld dat zij die week nog contact heeft gehad met eiseres via WhatsApp en dat eiseres nog steeds in Nederland verblijft. Eiseres was ook in persoon bij de zitting aanwezig en wordt daarom geacht belang te hebben bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep. 5. Artikel 28, eerste lid, onder a, van de Procedurerichtlijn, dat is overgenomen in artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw zoals die luidde tot 12 juni 2026, bepaalt dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd buiten behandeling kan worden gesteld indien de vreemdeling heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor zijn aanvraag. 6. Uit de uitspraak van de Afdeling van 21 februari 2019 blijkt dat van een vreemdeling kan worden verwacht dat hij, op het moment dat hij met het formulier M35-O een opvolgende aanvraag indient, in of bij dat formulier toelicht om welke redenen hij een opvolgende aanvraag indient en dat daarbij zo nodig bewijsmiddelen moeten zijn gevoegd. Uit die uitspraak blijkt ook dat verweerder een aanvraag buiten behandeling kan stellen, als de informatie die een vreemdeling heeft verstrekt bij het formulier M35-O onvoldoende is om de asielaanvraag inhoudelijk te behandelen, en een vreemdeling ook naar aanleiding van een later verzoek om informatie, bijvoorbeeld in het voornemen, in gebreke blijft die nadere informatie te verstrekken. Verweerder handelt dan niet onzorgvuldig door de aanvraag niet inhoudelijk te behandelen. De toets van de rechtbank is in dit geval alleen beperkt tot de vraag of verweerder in het bestreden besluit terecht de aanvraag buiten behandeling heeft gesteld op basis van wat op dat moment bij hem bekend was. 7. De rechtbank stelt vast dat eiseres op het formulier M35-O enkel haar persoonsgegevens heeft ingevuld, heeft aangegeven dat zij documenten van haar advocaat digitaal op haar telefoon heeft en het formulier heeft ondertekend. Verweerder heeft middels het voornemen aangegeven dat het formulier M35-O niet volledig en niet duidelijk is ingevuld. Eiseres is in de gelegenheid gesteld om binnen één week haar aanvraag compleet te maken. Zij heeft bij de zienswijze toegelicht dat zij van haar moeder heeft vernomen dat haar vader op 2 september 2025 is vermoord door Al-Shabaab, omdat hij heeft geweigerd haar uit te huwelijken aan een lid van Al-Shabaab. Ter onderbouwing heeft zij een kopie van haar vaders overlijdensakte en een vertaling daarvan meegezonden, waarbij zij heeft aangegeven dat het origineel zich nog in Somalië bevindt en zo spoedig mogelijk zal worden nagezonden. Zij heeft daarbij niet aangegeven binnen welke termijn zij het origineel verwacht te ontvangen. 8. Tussen partijen is niet in geschil dat de overlijdensakte van de vader van eiseres van wezenlijk belang is voor de beoordeling van haar opvolgende asielaanvraag. Reeds hierom heeft eiseres niet voldaan aan haar verplichting om de benodigde informatie te verschaffen die van wezenlijk belang is voor de beoordeling van haar opvolgende asielaanvraag en heeft zij, anders dan zij stelt, met de overgelegde stukken niet reeds voldoende elementen ter staving van haar aanvraag verstrekt. Dat een kopie van de overlijdensakte is overgelegd, maakt het voorgaande niet anders. Eiseres heeft immers zelf aangegeven dat de overlijdensakte zowel de eerder ongeloofwaardig geachte uithuwelijking alsnog aannemelijk maakt als aantoont dat Al-Shabaab nog steeds naar haar op zoek is om haar uit te huwelijken. Verweerder kan een kopie van de overlijdensakte, ongeacht de inhoud ervan, niet onderzoeken. Daar komt bij dat eiseres in het formulier M35-O, de zienswijze en de gronden van beroep heeft nagelaten te benoemen binnen welke termijn zij het origineel verwacht, zodat verweerder hier geen rekening mee heeft kunnen en hoeven houden. De beroepsgrond slaagt niet. 9. Verder staat vast dat verweerder niet heeft onderkend dat bij de zienswijze reeds een vertaling van de overgelegde kopie van de overlijdensakte was gevoegd. Ook ter zitting is dit niet betwist. Daarmee berust het bestreden besluit in zoverre op een onjuiste feitelijke aanname en bevat het een gebrek. Dit leidt echter niet tot het oordeel dat eiseres in haar belangen is geschaad. Zoals hiervoor overwogen, is de enkele aanwezigheid van een vertaling van de overgelegde kopie van de overlijdensakte niet voldoende om een beoordeling van de aanvraag van eiseres mogelijk te maken. De rechtbank ziet daarom aanleiding dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb passeren. 10. Gelet op het voorgaande heeft verweerder de opvolgende asielaanvraag van eiseres terecht buiten behandeling gesteld. Dit betekent dat ook geen grond bestaat voor het oordeel dat het terugkeerbesluit en het inreisverbod geen stand kunnen houden. Het beroep is ongegrond. 11. Vanwege de toepassing van artikel 6:22 van de Awb veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934 en wegingsfactor 1). Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep ongegrond; veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868. Deze uitspraak is gedaan op 2 juli 2026 door mr. M.J. Paffen, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Lukanika, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . De uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Richtlijn 2013/32/EU. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS). Met het kenmerk: ECLI:NL:RVS:2019:574. AbRvS 26 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:919. Algemene wet bestuursrecht.

Related across sources

Similar Content