Skip to content
Case Law · Rechtbank Amsterdam ·ECLI:NL:RBAMS:2026:7006 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Amsterdam, 09-07-2026 (1309959326)

Rechtbank Amsterdam
Summary

EAB Duitsland; beroep op terugkeergarantie; overlevering toegestaan.

How it connects

Full text

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-099593-26 Datum uitspraak: 9 juli 2026 UITSPRAAK op de vordering van 1 mei 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 20 maart 2026 door het Ambtsgericht Keulen , Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats] (Angola), inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [BRP-adres] , thans uit andere hoofde gedetineerd in [detentieplaats] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 25 juni 2026, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J. Zevenboom, advocaat in Amsterdam. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3 Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een bevel tot voorlopige hechtenis van 13 maart 2026 van het Ambtsgericht Keulen, met kenmerk 502 Gs 566/26 . De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. 4 Strafbaarheid; feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd - voldaan is aan het vereiste dat op het feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. Het feit levert naar Nederlands recht op: in het besloten lokaal, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen en opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is. 5 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De opgeëiste persoon heeft immers het centrum van zijn belangen in Nederland gevestigd. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan. De leidinggevende hoofdofficier van justitie te Keulen heeft op 15 mei 2026 de volgende garantie gegeven: Betreffende uw e-mail van 15 mei 2026 kan ik u de navolgende garantie verstrekken met betrekking tot de verzochte uitlevering van de Nederlandse staatsburger [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats] , Angola. Er wordt gegarandeerd dat de opgeëiste persoon, in geval van een onherroepelijke veroordeling in de Bondsrepubliek Duitsland, op grond van de geldende versie van het Kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad van 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafvonnissen waarbij vrijheidsstraffen of vrijheidsbenemende maatregelen zijn opgelegd, met het oog op de tenuitvoerlegging daarvan in de Europese Unie (PbEU L 327 van 5 december 2008, p. 27), voor de verdere tenuitvoerlegging van de straf naar Nederland zal worden overgebracht. Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende. 6 Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe. 7 Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 138 en 157 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 6, en 7 OLW. 8 Beslissing STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan het Ambtsgericht Keulen (Duitsland) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter, mrs. E. van den Brink en L. Baroud, rechters, in tegenwoordigheid van mrs. C.W. van der Hoek en E.H. Wisgerhof, griffiers, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 9 juli 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 OLW. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB. Hof van Justitie van de Europese Unie, 6 juni 2023, C-700/21, ECLI:EU:C:2023:444 ( O. G. (Europees aanhoudingsbevel tegen een onderdaan van een derde land) ), punt 64.

Similar Content