Rechtbank Rotterdam, 06-07-2026 (10-156385-23 en 10-054078-25 (gevoegd ttz))
De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een poging tot moord en het voorhanden hebben van een vuurwapen met munitie. Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van leadslijsten met persoonsgegevens van derden terwijl hij moest vermoeden dat deze van een misdrijf afkomstig waren en een poging tot het overdragen van twee vuurwapens. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf van zes jaar met aftrek van voorarrest opgelegd.
Full text
Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam Meervoudige kamer strafzaken Parketnummers: 10-156385-23 en 10-054078-25 (gevoegd ttz) Datum uitspraak: 6 juli 2026 Datum zitting: 22 juni 2026 Tegenspraak Verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2004 in [geboorteplaats] , ingeschreven op het adres: [adres] , [postcode] [woonplaats] . Advocaat van de verdachte: mr. G.R. Stolk Officier van justitie: mr. B. Lijnse Benadeelde partij: [benadeelde] Advocaat van de benadeelde partij: mr. L.A.R. Newoor Kern van het vonnis De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een poging tot moord en het voorhanden hebben van een vuurwapen met munitie. Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van leadslijsten met persoonsgegevens van derden terwijl hij moest vermoeden dat deze van een misdrijf afkomstig waren en een poging tot het overdragen van twee vuurwapens. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf van zes jaar met aftrek van voorarrest opgelegd. 1 Tenlastelegging De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij zich, samengevat, schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een poging tot moord/doodslag, subsidiair een bedreiging met een vuurwapen en aan het voorhanden hebben van een vuurwapen met munitie (zaak met parketnummer 10-156385-23) en aan het voorhanden hebben van leadslijsten met persoonsgegevens van derden bestemd tot het plegen van een misdrijf als genoemd in artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: SR), subsidiair heling van deze lijsten met persoonsgegevens en een poging tot het overdragen van twee vuurwapens (zaak met parketnummer 10-054078-25). De volledige tenlastelegging houdt in dat de verdachte: Parketnummer 10-156385-23 Feit 1 primair : op of omstreeks 24 april 2023 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade een ander, te weten [slachtoffer] en/of NN- [slachtoffer] van het leven te beroven, meermalen, althans eenmaal met een vuurwapen in de richting van die [slachtoffer] en/of NN- [slachtoffer] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair : op of omstreeks 24 april 2023 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer] en/of NN- [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door meermalen, althans eenmaal met een vuurwapen in de richting van die [slachtoffer] en/of NN- [slachtoffer] te schieten; Feit 2 op of omstreeks 24 april 2023 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een pistool en/of de daarbij behorende munitie (kaliber 9 mm) in elk geval een wapen en/of munitie van categorie II en/of III van de Wet wapens en munitie, voorhanden heeft gehad; Parketnummer 10-054078-25 Feit 1 primair : op een of meer tijdstippen, in de periode van 26 april 2023 tot en met 30 april 2023 te Rotterdam, althans in Nederland, meermalen, althans éénmaal, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen stoffen, voorwerpen en/of gegevens, te weten (onder meer) *(bestand(en) met leads (lijsten), elk bevattende een (groot) aantal persoonsgegevens van derden heeft ontvangen, zich heeft verschaft, overgedragen, verworven, vervoerd, ingevoerd, verspreid, anderszins ter beschikking gesteld en/of voorhanden heeft gehad, die bestemd waren tot het plegen van een misdrijf omschreven in een van de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht; subsidiair : op een of meer tijdstippen, in de periode van 26 april 2023 tot en met 30 april 2023 te Rotterdam, althans in Nederland, meermalen, althans éénmaal, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, niet-openbare gegevens, te weten: *(bestand(en) met leads (lijsten), elk bevattende een (groot) aantal persoonsgegevens van derden via Telegram heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen van deze gegevens wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen. Feit 2 in de periode van 2 januari 2022 tot en met 28 maart 2023, te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om een of meer vuurwapens over te dragen, (al dan niet door tussenkomst van een of meer anderen) afspraken heeft gemaakt over de verkoop van vuurwapen(s) van categorie III, te weten 2 Glocks, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. 2 Bewijs 2.1. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat het medeplegen van de poging tot moord op [slachtoffer] en het medeplegen van het bezit van een semi-automatisch pistool en munitie (zaak met parketnummer 10-156385-23) bewezen worden verklaard. Ook kan bewezen worden verklaard het medeplegen van het voorhanden hebben van lijsten met persoonsgegevens van derden en het medeplegen van een poging tot het overdragen van twee vuurwapens (zaak met parketnummer 10-054078-25). 2.2. Conclusie van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor alle feiten. Het standpunt van de verdediging zal, indien nodig, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken. 2.3. Oordeel van de rechtbank 2.3.1. Ontslag van alle rechtsvervolging De rechtbank ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging voor feit 1 primair in de zaak met parketnummer 10-054078-25, nu dit feit weliswaar bewezen is, maar niet gekwalificeerd kan worden als het tenlastegelegde strafbare feit van artikel 234 SR. De officier van justitie heeft ten laste gelegd dat de verdachte leadslijsten (onder andere) voorhanden heeft gehad die bestemd waren tot het plegen van één der misdrijven als omschreven in de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 SR. Bij wet van 25 februari 2021 zijn ter implementatie van de EU Richtlijn 2019/713 Bestrijding van fraude met en vervalsing van niet-contante betaalmiddelen, aan de opsomming van misdrijven in artikel 234 SR de voornoemde misdrijven toegevoegd, voor zover deze feiten betrekking hebben op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument . Dit laatste onderdeel ontbreekt in de tenlastelegging. Los van de vraag of dit onderdeel te bewijzen is, is het een essentieel onderdeel van de delictsomschrijving. De rechtbank kan het feit zonder dit onderdeel weliswaar bewijzen, maar niet kwalificeren. Nu dit feit onder het primair ten laste gelegde niet tot een veroordeling leidt, wordt onder 2.3.2. de bewezenverklaring van de onder dit feit subsidiair ten laste gelegde opzet- of schuldheling besproken. 2.3.2. Bewezenverklaring en bewijsmiddelen Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan: Het medeplegen van een poging tot moord op [slachtoffer] ; Het medeplegen van het voorhanden hebben van een pistool en munitie; Het voorhanden hebben van lijsten met persoonsgegevens van derden terwijl de verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat deze van misdrijf afkomstig waren; Een poging tot het overdragen van twee vuurwapens. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.5. De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de in bijlage 1 opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en – voor de feiten in de zaak met parketnummer 10-156385-23 en voor feit 1 subsidiair in de zaak met parketnummer 10-054078-25 – de onderstaande nadere bewijsmotiveringen. 2.3.3. Nadere bewijsmotivering schietincident 24 april 2023 Twee schoten Het in de tenlastelegging bedoelde schietincident vond plaats op de Witte de Withstraat in Rotterdam in de nacht van 24 april 2023. Er zijn in die nacht met een vuurwapen twee schoten gelost. De tenlastelegging heeft betrekking op het tweede schot. De verdediging heeft betwijfeld of er wel sprake is geweest van een tweede schot. Op de beelden van Wijnbar het Eigendom gelegen aan de Witte de Withstraat wordt waargenomen dat er, nadat het eerste schot ter hoogte van de Spar aan de Witte de Withstraat is gelost, een man met recht voor zich uit uitgestrekte armen en met een voorwerp in zijn handen op borsthoogte richt in de richting van een wegrennende man, waarna een lichtflits voor zijn borst waarneembaar is en tegelijkertijd een knal te horen is. Dit is het tweede schot. Herkenning slachtoffer [slachtoffer] Vastgesteld wordt dat de wegrennende man op wie is geschoten [slachtoffer] is, op grond van zijn eigen verklaring ter plaatse tegenover de politie en de gelijkenis tussen de foto’s van hem ter plaatse en de foto’s die van [slachtoffer] bij zijn politieverhoor op 14 maart 2024 zijn gemaakt. Verklaring moeder verdachte De verdediging heeft aangevoerd dat de verklaring van de moeder van de verdachte tegenover de politie over de herkenning van haar zoon niet voor het bewijs gebruikt mag worden, omdat zij niet is gewezen op haar verschoningsrecht. Dit verweer wordt verworpen. De moeder van de verdachte heeft op 26 juni 2023 kort nadat zij de beelden, gemaakt van binnenuit de Spar aan de Witte de Withstraat in de nacht van 24 april 2023, getoond via het programma Bureau Rijnmond, had gezien op eigen initiatief telefonisch contact gezocht met de wijkagent. Zonder dat zij daarnaar werd gevraagd heeft zij aan de wijkagent verteld dat zij haar zoon (de verdachte) herkent op de beelden van Bureau Rijnmond. Gelet op deze gang van zaken was geen sprake van een verhoorsituatie waarin zij op haar verschoningsrecht had moeten worden gewezen. Op diezelfde dag is er nogmaals telefonisch contact geweest tussen de politie en de moeder van de verdachte. Toen is haar verteld dat zij geen belastende verklaring over haar zoon hoefde af te leggen. Desalniettemin verklaarde zij opnieuw dat zij haar zoon herkende op de beelden. De verklaring van de moeder van de verdachte bij de rechter-commissaris is in een later stadium afgelegd. Hoewel zij daarin minder stellig is, ontkent zij ook dan niet dat ze haar zoon op de camerabeelden heeft herkend. De rechtbank acht de eerste twee spontaan afgelegde verklaringen geloofwaardig en zal deze gebruiken voor het bewijs. Identificatie verdachte, voorbedachte raad en medeplegen Op camerabeelden die zijn verspreid van de persoon die het tweede schot zou hebben gelost, is de verdachte herkend door zijn moeder. Ook heeft de verdachte in een telefoongesprek met zijn vader verklaard dat hij zichzelf op de verspreide beelden heeft herkend. Daarnaast is gebleken dat de telefoon van de verdachte zich rond het tijdstip van de schietpartij bevond onder het bereik van de zendmast van de Witte de Withstraat en dat de verdachte eerder die avond de bestuurder was van de Volkswagen Polo met kenteken [kentekennummer] . Na het schietincident stapte de schutter van het tweede schot in op de bestuurdersplaats van deze auto. Op basis van al deze omstandigheden wordt vastgesteld dat het de verdachte is geweest die het tweede schot heeft gelost. Nadat het eerste schot voor de Spar is gelost, springt de verdachte in eerste instantie weg van degene die geschoten heeft en rent vanaf de stoep de straat op, tussen de auto´s door. Hij rent vervolgens terug en steekt met uitgestrekte armen weer terug de straat over richting de kruising van de Witte de Withstraat met de Zwarte Paardenstraat. Daar heeft de verdachte contact met de eerste schutter en krijgt hij het wapen overgedragen. De verdachte rent daarna over de stoep langs de Spar, steekt de Witte de Withstraat weer over en rent aan de overkant achter [slachtoffer] aan. De verdachte richt het wapen en schiet in de richting van [slachtoffer] . Gelet op al deze omstandigheden, in het bijzonder het terugrennen om het vuurwapen bij de eerste schutter ‘op te halen’, heeft de verdachte de gelegenheid gehad om na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Daarmee heeft de verdachte met voorbedachte raad gehandeld. Gelet op de overdracht van het wapen door de eerste schutter aan de verdachte en het kort daarna door de verdachte zelf gebruiken van dat wapen, is sprake van medeplegen. 2.3.4. Nadere bewijsmotivering schuldheling leadslijsten De in verdachtes telefoon aangetroffen leadslijsten met persoonsgegevens kunnen niet anders dan van misdrijf afkomstig zijn, nu het om gegevens gaat die niet vrij beschikbaar zijn, maar verkregen worden door het onrechtmatig binnendringen van databestanden van bedrijven of instellingen. Gelet op de aard van de aangetroffen leadslijsten, had de verdachte moeten vermoeden dat deze leadslijsten afkomstig waren van een dergelijk voorafgaand misdrijf. 2.3.5. Volledige bewezenverklaring Bewezen is dat de verdachte: Parketnummer 10-156385-23 Feit 1 primair op 24 april 2023 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade een ander, te weten [slachtoffer] van het leven te beroven, met een vuurwapen in de richting van die [slachtoffer] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; Feit 2 op 24 april 2023 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander een pistool en de daarbij behorende munitie (kaliber 9 mm), in elk geval een wapen en munitie van categorie II of III van de Wet wapens en munitie, voorhanden heeft gehad; Parketnummer 10-054078-25 Feit 1 subsidiair in de periode van 26 april 2023 tot en met 30 april 2023 in Nederland, meermalen, niet-openbare gegevens, te weten: *bestanden met leads lijsten, elk bevattende persoonsgegevens van derden via Telegram heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, ten tijde van de verwerving en het voorhanden krijgen van deze gegevens redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen; Feit 2 in de periode van 2 januari 2022 tot en met 28 maart 2023, te Rotterdam, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om vuurwapens over te dragen, afspraken heeft gemaakt over de verkoop van vuurwapens van categorie III, te weten 2 Glocks, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. 3 Kwalificatie en strafbaarheid 3.1. Kwalificatie De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op: Parketnummer 10-156385-23 Eendaadse samenloop van: Feit 1 primair: medeplegen van poging tot moord en Feit 2: medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II of een vuurwapen van categorie III van die wet en medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie Parketnummer 10-054078-25 Feit 1 subsidiair: niet-openbare gegevens verwerven en voorhanden hebben, terwijl hij ten tijde van de verwerving en het voorhanden krijgen van deze gegevens redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf zijn verkregen, meermalen gepleegd Feit 2: poging tot handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III van die wet, meermalen gepleegd 3.2. Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte De feiten en de verdachte zijn strafbaar. 4 Straf 4.1. Eis van de officier van justitie De verdachte moet voor alle feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7 jaar, met aftrek van voorarrest. 4.2. Standpunt van de verdediging Vanwege het tijdsverloop en de jonge leeftijd van de verdachte is een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest passend. 4.3. Oordeel van de rechtbank 4.3.1. Ernst en omstandigheden van de feiten De verdachte heeft ’s nachts in een druk uitgaansgebied in het centrum van Rotterdam met een vuurwapen (een pistool) in de richting van een man geschoten. Dit gebeurde nadat een medeverdachte kort daarvoor met hetzelfde pistool op een andere man had geschoten. De verdachte is naar deze medeverdachte gerend en heeft het vuurwapen van hem overgenomen. De verdachte heeft met dit vuurwapen het slachtoffer achtervolgd en op hem geschoten. Door zijn handelen heeft de verdachte ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het is een geluk dat het slachtoffer niet door de afgevuurde kogel is geraakt. Op het moment van het schietincident waren er nog vrij veel andere mensen op straat. Op de camerabeelden is zichtbaar dat meerdere mensen schrikken en wegrennen. Vlak voor het slachtoffer uit liep een vrouw die bij het horen van het eerste schot begon te rennen. Slechts 16 seconden later viel het tweede schot. Zij liep voor het slachtoffer uit en dus direct in de baan van de afgeschoten kogel. Zij en andere aanwezige mensen hadden zomaar ook geraakt kunnen worden. Dergelijke situaties versterken bovendien voor de directe omwonenden, mensen in het uitgaansgebied en de samenleving in het algemeen gevoelens van onveiligheid. Het ongecontroleerde bezit van een vuurwapen brengt in het algemeen een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee. Ook zijn op een telefoon van de verdachte chatgesprekken gevonden waarin hij lijsten met persoonsgegevens ontvangt, met het kennelijke doel door middel van zogenaamde ‘vriend-in-nood-fraude’ mensen op te lichten. Uit de Telegram-chatgesprekken blijkt dat de leadlijsten specifiek persoonsgegevens van oudere mensen bevatten. Gebleken is dat de verdachte duizenden sms-berichten heeft verzonden waarin hij zich voordeed als zoon of dochter van potentiële slachtoffers. De verdachte is hierbij uitsluitend uit geweest op financieel gewin en heeft daarbij op geen enkel moment stil gestaan bij de gevolgen die zijn handelen voor potentiële slachtoffers teweeg kunnen brengen. Deze vorm van oplichting heeft grote negatieve gevolgen voor het vertrouwen van mensen in het digitaal verkeer en het gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens. Verder heeft de verdachte geprobeerd om twee vuurwapens (Glocks) te verkopen. Het in omloop brengen van wapens vormt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen en brengt gevoelens van onveiligheid in de samenleving met zich mee. De verdachte heeft zich hierbij kennelijk uitsluitend laten leiden door zijn eigen financiële gewin en heeft zich niets aangetrokken van het gegeven dat vuurwapens doorgaans gebruikt worden voor het plegen van zeer ernstige misdrijven en dus grote schade kunnen aanrichten. 4.3.2. Persoon en persoonlijke omstandigheden Strafblad Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 19 juni 2026 blijkt dat de verdachte, die thans 21 en ten tijde van de gepleegde delicten 19 jaar oud was, niet eerder onherroepelijk was veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Terwijl de verdachte voor het onderhavige feit in voorlopige hechtenis zat, heeft hij wel een nieuw delict gepleegd, waarvoor hij op 13 januari 2024 is veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar waarvan een jaar voorwaardelijk. Hiermee wordt rekening gehouden op de wijze die bepaald is in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. Overige persoonlijke omstandigheden De verdachte verblijft op dit moment in detentie vanwege een veroordeling in een andere zaak. Omdat hij in die zaak naar verwachting in juli 2026 vrijkomt, is hij aan de slag gegaan met de reclassering. Inmiddels is er huisvesting geregeld via begeleid wonen. Als hij weer vrijkomt, wil hij zijn opleiding bij Zadkine afronden en met hulp van de reclassering een baan zoeken. Vanwege de ernst van de bewezen delicten en de daarbij passende straf kan hiermee echter geen rekening worden gehouden. De combinatie van de poging tot moord, de poging tot verkoop van vuurwapens en het voorhanden hebben van lijsten met persoonsgegevens, waarvan bekend is dat deze worden gebruikt om met name oudere mensen op te lichten, is zeer zorgelijk. De verdachte bevindt zich kennelijk in de georganiseerde criminaliteit. 4.3.3. Redelijke termijn De redelijke termijn van berechting is in dit geval gestart op 27 juni 2023, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van iets meer dan drie jaar verstreken. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden. Daarvoor zal een strafkorting worden gegeven. 4.3.4. Oplegging straf Gelet op de ernst van de strafbare feiten en alle verdere hiervoor genoemde omstandigheden is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan is ook rekening gehouden met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Vanwege de jeugdige leeftijd van verdachte zal een lagere gevangenisstraf worden opgelegd dan door de officier van justitie is geëist, namelijk een gevangenisstraf van 6 jaar met aftrek van voorarrest. Bij deze straf is rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn. De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend. 5 In beslag genomen voorwerpen 5.1. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer. 5.2. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft geen opmerkingen gemaakt over het beslag. 5.3. Oordeel van de rechtbank De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen (een Samsung telefoon, 14 simkaarten en een Packard Bell computer) onttrekken aan het verkeer. De strafbare feiten zijn met behulp van deze voorwerpen begaan en het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met het algemeen belang. 6 Voorlopige hechtenis De voorlopige hechtenis van de verdachte is met ingang van 12 maart 2024 geschorst. De officier van justitie heeft gevorderd de schorsing van de voorlopige hechtenis bij de uitspraak op te heffen. De verdediging heeft verzocht de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte niet op te heffen. De rechtbank wijst het verzoek van de officier van justitie toe en het verzoek van de verdediging af, omdat de strafvorderlijke belangen bij het opheffen van de schorsing zwaarder wegen dan de persoonlijke belangen van de verdachte. De verdachte heeft tijdens zijn voorarrest in deze zaak een nieuw delict gepleegd waarvoor hij inmiddels is veroordeeld en nog steeds in voorlopige hechtenis zit. Dat betekent dat de verdachte kort na zijn schorsing in deze zaak opnieuw vast is komen te zitten en dat geen sprake is van persoonlijke ontwikkelingen van de verdachte die het strafvorderlijk belang in de weg staan. Daarnaast wordt de verdachte bij dit vonnis tot een aanzienlijke gevangenisstraf veroordeeld voor een zeer ernstig feit waardoor de maatschappij ernstig is geschokt. De schorsing van de voorlopige hechtenis zal daarom worden opgeheven. 7 Vordering van de benadeelde partij [benadeelde] heeft als benadeelde partij € 2.677,72 gevorderd als vergoeding voor materiële schade en € 8.000,00 als vergoeding voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering, omdat de verdachte niet wordt vervolgd voor het feit waarvoor schadevergoeding is gevorderd. De rechtbank veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten die de verdachte heeft gemaakt bij de verdediging van de vordering. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil. 8 Wettelijke voorschriften De oplegging van de straf en maatregel is gebaseerd op de artikelen 36b, 36c, 45, 47, 55, 57, 63, 139g en 289 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26, 31 en 55 van Wet wapens en munitie. 9 Beslissingen De rechtbank: Ontslag van alle rechtsvervolging ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging voor feit 1 primair in de zaak met parketnummer 10-054078-25; Bewezenverklaring verklaart bewezen dat de verdachte feit 1 primair en feit 2 in de zaak met parketnummer 10-156385-23 en feit 1 subsidiair en feit 2 in de zaak met parketnummer 10-054078-25, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd; Kwalificatie en strafbaarheid stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten; verklaart de verdachte strafbaar; Straf Gevangenisstraf veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 6 jaar; beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht; In beslag genomen voorwerpen - verklaart voor de feiten in de zaak met parketnummer 10-054078-25 onttrokken aan het verkeer: * 1 STK Telefoontoestel (B.1.1.2.1, zwart, merk: Samsung); * 14 STK Simkaart van zaktelefoon (Lebara); * 1 STK Computer (B.1.1.4.1, zwart, merk: Packard bell). Voorlopige hechtenis heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte; Vordering benadeelde partij verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op nihil. 10 Samenstelling rechtbank en ondertekening Dit vonnis is gewezen door: mr. G.C. Bos, voorzitter, en mrs. M.K. Asscheman-Versluis en L. Stevens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V.J.H. Mooren, griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 6 juli 2026. Mr. Asscheman-Versluis is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen. De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier PAREL (10-156385-23) en uit het zaaksdossier PAREL Heling gegevens art. 139g Sr (10-054078-25).