Skip to content
Case Law · Rechtbank Zeeland-West-Brabant ·ECLI:NL:RBZWB:2026:6079 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 07-07-2026 (BRE 23/12441)

Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Summary

8:55 Verzet niet-ontvankelijk

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 23/12441 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 juli 2026 op het verzet van [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende, tegen de uitspraak van de rechtbank van 8 juli 2024 in het geding tussen belanghebbende en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. Inleiding 1. Deze uitspraak op het verzet van belanghebbende gaat over de uitspraak van de rechtbank van 8 juli 2024 waarin de rechtbank het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep ziet op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2021 met [aanslagnummer] .H.16.01. 2. Belanghebbende heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord. Beoordeling door de rechtbank 3. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 8 juli 2024 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is, omdat het griffierecht niet is betaald. 4. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet niet-ontvankelijk is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Is het verzet ontvankelijk? 5. Voor het indienen van een verzetschrift geldt een termijn van zes weken. Deze termijn begint op de dag na de dag waarop de uitspraak op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Dat is in dit soort gevallen de dag na de dag waarop de uitspraak is toegezonden. Een verzetschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. 6. Als iemand een verzetschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het verzet niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het verzetschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. 7. Vast staat dat de rechtbank de uitspraak op 9 juli 2024 aan belanghebbende heeft verzonden. De uitspraak is verzonden naar het door belanghebbende opgegeven adres. De enveloppe waarin deze uitspraak is verzonden, is ongeopend ter griffie terugontvangen. Uit de basisregistratie persoonsgegevens blijkt dat belanghebbende ingeschreven stond op dat adres. Daarop is de brief op 30 juli 2024 nogmaals naar dat adres gestuurd, nu per gewone post. De termijn voor het indienen van een verzetschrift eindigde op 20 augustus 2024. 8. Belanghebbende heeft op 20 maart 2025 digitaal een schrijven ingediend, omdat hij het niet eens is met de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2021 met [aanslagnummer] .H.16.01. De rechtbank heeft belanghebbende laten weten dat het niet mogelijk is om twee keer beroep in te stellen en het stuk aangemerkt als verzetschrift. Het verzetschrift is niet tijdig ingediend. Is het te laat indienen verontschuldigbaar? 9. Belanghebbende is op 29 december 2025 en 9 februari 2026 in de gelegenheid gesteld reden te geven voor de termijnoverschrijding. Van de plaatsing van deze berichten is op dezelfde datum een notificatie aan belanghebbende verzonden naar het door hem voor dit doel opgegeven adres. Daarom neemt de rechtbank aan dat belanghebbende de berichten op 29 december 2025 en 9 februari 2026 heeft ontvangen. Belanghebbende heeft geen reden gegeven voor de termijnoverschrijding. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Conclusie en gevolgen 10. Het verzet is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het verzet niet inhoudelijk beoordeelt en dat de bestreden uitspraak in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van mr.W. Dekkers, griffier. griffier rechter De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld. Bent u het niet eens met deze uitspraak? Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de datum bekendmaking beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl. Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag . Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl). Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen: 1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd; 2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn; 3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht; d. de gronden van het beroep in cassatie. Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten. Dit volgt uit artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit volgt uit artikel 8:55 in samenhang met artikel 6:7 van de Awb. Dit volgt uit artikel 8:55 in samenhang met 6:8, eerste lid, van de Awb. Dit volgt uit artikel 8:55 in samenhang met 6:9, eerste lid, van de Awb. Dit volgt uit artikel 6:11 van de Awb. Gelet op artikel 8:36c, tweede lid, van de Awb.

Similar Content