Rechtbank Den Haag, 15-07-2026 (NL26.3687 en NL26.3688)
Asiel Ecuador. Voorlopig uitstel van vertrek verleend op de zitting. Asielmotieven onjuist vastgesteld, maar wel beoordeeld. Beroep gegrond, terugkeerbesluit en inreisverbod vernietigd, laat het besluit voor het overige in stand.
Full text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht Zaaknummers: NL26.3687 (beroep) NL26.3688 (voorlopige voorziening) V-nummer: [V-nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter, in de zaken tussen [eiser ] , van Ecuadoraanse nationaliteit, geboren op [geboortedag] 1972, eiser/verzoeker, hierna: eiser (gemachtigde: mr. A.A. Hardoar), en de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. P. Loijenga). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: rechtbank) het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en zijn verzoek om een voorlopige voorziening. 1.1. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 14 januari 2026 afgewezen als kennelijk ongegrond. 1.2. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. 1.3. Op vrijdag 26 juni 2026 heeft eiser nog nadere medische stukken ingediend, waarop de rechtbank om een reactie heeft gevraagd aan de minister. De minister heeft hier op de zitting op gereageerd. 1.4. De rechtbank heeft het beroep op 30 juni 2026 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, M.A. Arrindell als telefonische tolk in de Spaanse taal en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. 3. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep gegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Achtergrond 4. Eiser is geboren op [geboortedag] 1972 en heeft de Ecuadoraanse nationaliteit. Eiser is op 26 november 2019 uit Ecuador gereisd en naar Spanje gevlogen en doorgereisd naar Italië. Eiser heeft de afgelopen zes jaar voornamelijk in Italië gewoond en heeft daar gebruik gemaakt van een Italiaanse identiteitskaart en een Italiaanse verblijfsvergunning, die later vals bevonden zijn. Eiser stelt zich in Spanje te hebben ingeschreven. Hij heeft in augustus tot en met september 2025 in de haven in Rotterdam gewerkt. Vervolgens is eiser weer naar Italië gevlogen en weer terug naar Spanje gegaan, om uiteindelijk weer terug te keren naar Nederland. Hier is eiser veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf voor het voorhanden hebben van een identiteitsbewijs waarvan hij weet of redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het vals of vervalst. Het ging hier om de Italiaanse documenten. Eiser heeft vervolgens op 19 november 2025 een asielaanvraag in Nederland ingediend. Asielrelaas 5. Eiser heeft het volgende aan zijn asielrelaas ten grondslag gelegd. Eiser heeft Ecuador verlaten vanwege de onveiligheid, gevaren en corruptie. In Ecuador was een incident met mensen op een motor die een wapen op eiser hebben gericht en het geld hebben gestolen dat hij bij zich had. Bij terugkeer vreest hij voor bendes die het gemunt kunnen hebben op teruggekeerde Ecuadorianen uit het buitenland. Eiser heeft ook aangegeven een beter leven te willen, waarbij hij zijn vrouw en kinderen een betere toekomst wil geven. Besluitvorming 5.1. Het asielrelaas bevat volgens de minister het volgende asielmotief: 1. Identiteit, nationaliteit en herkomst. 5.2. De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig, maar eiser heeft volgens de minister geen gegronde vrees voor vervolging en hij loopt geen reëel risico op ernstige schade. De minister wijst de aanvraag af, omdat eiser tijdens de gehoren alleen aangelegenheden heeft genoemd die niet relevant zijn bij de vraag of hij recht heeft op asiel. De omstandigheden die eiser heeft aangevoerd zijn sociaaleconomische omstandigheden die niet raken aan vluchtelingschap en/of ernstige schade. Ten aanzien van de vrees dat eiser bij terugkeer in aanraking denkt te komen met bendes, omdat men zou kunnen denken dat hij geld heeft nu hij in Europa is geweest, is dit volgens de minister niet gebaseerd op concrete feiten. Eiser heeft aangegeven dat hij niet weet of er daadwerkelijk iets zal gebeuren bij terugkeer. Daarom is de gestelde vrees voor bendes geen asielmotief. De minister wijst de asielaanvraag af als kennelijk ongegrond omdat eiser de minister heeft misleid over zijn identiteit door gebruik te maken van valse documenten. Ook is de aanvraag kennelijk ongegrond, omdat hij de aanvraag enkel heeft ingediend om uitzetting of overdracht uit te stellen of te verijdelen en hij heeft niet onmiddellijk asiel aangevraagd toen dat mogelijk was. Daarnaast wordt niet gevolgd dat eiser legaal verblijf zou hebben in Spanje. Eiser krijgt een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar. Medische stukken 6. Eiser heeft op de vrijdag voor de zitting medische stukken ingebracht waaruit volgt dat hij lijdt aan gemetastaseerd prostaatcarcinoom, lymfeklieruitzaaiingen en dat hij hier palliatief voor behandeld wordt. Eiser stelt dat de minister niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe deze uitzonderlijk ernstige medische situatie zich verhoudt tot het besluit dat eiser onmiddellijk dient terug te keren. 6.1. De minister heeft voor de zitting geen kans gezien om op deze later ingediende stukken en gewijzigde situatie te reageren. Op de zitting heeft de minister het standpunt ingenomen dat de stukken niet eerder bij de besluitvorming betrokken hadden kunnen worden, ook niet bij de ambtshalve beoordeling van artikel 64 van de Vw , nu deze stukken nog niet bekend waren ten tijde van het bestreden besluit. De minister heeft op de zitting gelet op de inhoud van de stukken het bestreden besluit aangevuld in de zin dat aan eiser voorlopig uitstel van vertrek wordt verleend in afwachting van een BMA -onderzoek. 6.2. De rechtbank stelt vast dat de minister mondeling ter zitting voorlopig uitstel van vertrek aan eiser heeft verleend en daarmee het bestreden besluit heeft aangevuld. Met deze mondelinge aanvulling van het besluit is de gemachtigde van eiser akkoord gegaan. De rechtbank stelt vast dat door het besluit op deze manier aan te vullen, eiser niet in zijn belangen wordt geschaad. Het voorgaande betekent dat met ingang van de dag van de zitting, 30 juni 2026, aan eiser voorlopig uitstel van vertrek is verleend. Gelet op de medische toestand van eiser houdt dit volgens de rechtbank in dat het terugkeerbesluit en in het verlengde daarvan het inreisverbod, geen stand kunnen houden. De gronden ten aanzien hiervan behoeven dan ook geen bespreking. Het beroep is daarom gegrond. Het bestreden besluit moet worden vernietigd voor zover het ziet op het terugkeerbesluit en het inreisverbod. In het kader van finale geschilbeslechting zal de rechtbank nog wel de overige gronden bespreken. Daarna zal de rechtbank beoordelen of het besluit voor het overige stand kan houden. Onjuiste vaststelling asielmotieven 7. Eiser stelt dat de minister ten onrechte zijn vrees vanwege de onveiligheid, bendes, gevaren en corruptie niet als asielmotief heeft aangemerkt. Ten onrechte is het standpunt ingenomen dat eiser bij zijn aanvraag alleen aangelegenheden heeft genoemd die niet relevant zijn bij de vraag of eiser recht heeft op een asielvergunning. Eiser heeft Ecuador niet vanwege economische redenen verlaten, maar juist vanwege die onveiligheid, bendes, gevaren en corruptie. 7.1. De minister stelt zich op het standpunt dat het juist is dat dit niet als asielmotief is aangemerkt. Het gaat namelijk enkel om algemene stellingen die niet onderbouwd zijn en eiser niet individueel heeft gemaakt. Hetgeen door eiser gesteld is ten aanzien van onveiligheid, bendes en corruptie is wel in het kader van zijn gestelde vrees voor bendes beoordeeld. 7.2. De rechtbank kan eiser volgen in het standpunt dat de minister de asielmotieven niet juist heeft vastgesteld. Eiser heeft al in de correcties en aanvullingen van het nader gehoor aangegeven het niet eens te zijn met de samenvatting van zijn asielrelaas en heeft daar gewezen op dat hij Ecuador heeft verlaten vanwege de onveiligheid en gevaren. Ook heeft eiser in het nader gehoor verklaard te vrezen voor onveiligheid, bendes en corruptie en heeft hij dit nogmaals in de zienswijze aangegeven. Dit is verder op de zitting bevestigd. De rechtbank kan het standpunt van de minister dat dit niet als asielmotief moet worden gezien, omdat het enkel algemene stellingen zijn die niet onderbouwd zijn, niet volgen. Dit standpunt kan de minister innemen bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielmotief, maar maakt niet dat het niet als asielmotief gezien moet worden. Dit is dus een gebrek. De minister heeft alleen dit gebrek in het besluit al voldoende hersteld. De minister heeft namelijk in het besluit wel getoetst aan de onveiligheid, bendes en corruptie. Ook heeft eiser hier in de zienswijze, de beroepsgronden en op de zitting op kunnen reageren. Dit gedeelte van het besluit kan dus wel in stand blijven nu de minister het asielmotief uiteindelijk wel inhoudelijk heeft beoordeeld en eiser voldoende kans heeft gehad om hierop te reageren. Problemen Ecuador 8. Eiser stelt dat de minister zijn vrees voor bendes, corruptie en onveiligheid ten onrechte onvoldoende heeft geacht voor het verlenen van een asielvergunning. Eiser kon in Ecuador geen aangifte doen van de problemen en van het incident met de mensen op de motor met het wapen, omdat de politie corrupt is. Op de zitting heeft eiser nogmaals aangegeven wat de redenen zijn waarom hij Ecuador heeft verlaten, namelijk dat hij geen werk kon vinden, dat er bendes zijn die van winkeliers geld vragen of producten meenemen en het incident met de motor waarbij zijn geld gestolen is. Deze bendes laten waarschuwingsbriefjes achter, ook aan zijn kinderen. Eisers zoon is daarom gevlucht naar Chili. De partner van eiser heeft een aangifte gedaan tegen de bedreiging en afpersing. Eiser heeft ter onderbouwing van het incident, de aangifte en de bedreiging foto’s overgelegd. 8.1. De rechtbank volgt het standpunt van de minister dat de aangevoerde omstandigheden een vaag vermoeden zijn en een onzekere gebeurtenis die zich niet hoeft voor te doen. Eiser heeft met de overgelegde foto’s en vertaling van het ‘waarschuwingsbriefje’ niet aannemelijk gemaakt dat zijn kinderen bedreigd worden door bendes. Op dit briefje is namelijk niet aangegeven aan wie het gericht is, door wie het is opgesteld of op welke datum dit is afgegeven. Dit is onvoldoende onderbouwing voor de stelling dat bendes het op eiser en zijn familie gemunt hebben. Ook verklaart eiser vaag over het incident met de mensen op de motor die hem met een wapen zouden hebben bedreigd. Eiser verklaart niet concreet wanneer of waar dit incident heeft plaatsgevonden en waarom de mensen op de motor bendeleden zouden zijn. Daarnaast heeft eiser zelf verklaard dat dit incident een overval betrof die iedereen had kunnen overkomen en dit niet specifiek op hem was gericht. Eiser heeft dus niet aannemelijk weten te maken dat hij in algemene of individuele zin te vrezen heeft voor bendeleden. Verder is de rechtbank met de minister van oordeel dat niet gevolgd kan worden dat eiser hiervan in Ecuador geen aangifte zou kunnen doen, omdat de politie corrupt is. Eiser heeft dit standpunt namelijk niet onderbouwd met landeninformatie of andere documenten. Bovendien heeft zijn partner wel aangifte gedaan. De minister heeft deze gestelde problemen in Ecuador onvoldoende mogen vinden om een asielvergunning te verlenen. Risico op schending van artikel 3 van het EVRM op grond van medische problemen 9. De minister heeft volgens eiser onvoldoende onderzocht of verwijdering naar Ecuador, gelet op de combinatie van de ernstige oncologische aandoening, de noodzakelijke specialistische behandeling, de gestelde gebrekkige toegang tot medische zorg en de veiligheidssituatie, leidt tot een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. Dat klemt temeer nu eiser juist tijdens het gehoor heeft verklaard dat de gezondheidszorg in Ecuador ernstig is verslechterd en dat artsen, ziekenhuizen en medicijnen daar onvoldoende beschikbaar zijn. 9.1. De rechtbank stelt vast dat eiser stukken heeft overgelegd waaruit volgt dat zijn medische situatie ernstig en zorgelijk is. Op de zitting heeft eiser zelfs aangegeven dat de artsen hebben gezegd dat hij nog maar één of twee jaar te leven heeft. Echter een beroep op artikel 3 van het EVRM op grond van medische omstandigheden kan niet leiden tot een asielvergunning. Het aan artikel 3 van het EVRM gekoppelde refoulementverbod wordt in de asielprocedure gewaarborgd door een (bij een eerste aanvraag ambtshalve en bij opvolgende aanvragen op verzoek) beoordeling op grond van artikel 64 van de Vw. Nu aan eiser voorlopig uitstel van vertrek is verleend op grond van artikel 64 van de Vw, is de medische situatie van eiser dus al onderzocht en beoordeeld en daarom is de verwijdering van eiser ook opgeschort. Deze beroepsgrond kan dus ook niet slagen Inschrijving in Spanje 10. Eiser stelt dat de minister niet heeft voldaan aan zijn samenwerkingsverplichting en onderzoeksplicht door niet na te gaan of er sprake is van rechtmatig verblijf in de Europese Unie. Eiser heeft hiertoe voldoende aanknopingspunten ingebracht, zoals een foto van een inschrijfformulier waaruit blijkt dat hij in Ibiza staat ingeschreven. 10.1. De rechtbank kan deze grond niet volgen. Ten eerste is het onduidelijk wat deze inschrijving verblijfsrechtelijk betekent. Eiser heeft zelf op de zitting verklaart dat de inschrijving nog ‘pending’ is. Hieruit kan de rechtbank dus niet afleiden dat eiser rechtmatig verblijf zou hebben in de Europese Unie. Bovendien is de rechtbank van oordeel dat de minister in deze zaak wel aan zijn samenwerkingsverplichting en onderzoeksplicht heeft voldaan. De minister heeft bij deze asielaanvraag systemen als EURODAC en EUVIS geraadpleegd. Hiermee wordt ook gecheckt of er sprake is van verblijfsrecht in andere lidstaten. Kennelijk ongegrond 11. Eiser stelt ook dat de minister de asielaanvraag ten onrechte heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft namelijk nooit de minister met opzet misleid over zijn identiteit. Door een samenloop van omstandigheden is het zo gelopen dat eiser geen gebruik heeft gemaakt van zijn eigen identificerende documenten. Eiser heeft ook geprobeerd om dit recht te zetten, door in onderhavige procedure de correcte persoonsgegevens op te geven. Daarnaast heeft eiser niet geprobeerd zijn uitzetting of overdracht uit te stellen of te verijdelen. Eiser wist niet op welke wijze hij eerder een asielaanvraag kon indienen. Juist vanwege de omstandigheid dat eiser in Europa in veiligheid verkeerde, was eiser al content met de situatie dat hij werk had. Eiser is laaggeschoold en het drong niet tot hem door dat hij vanwege zijn problemen in zijn land van herkomst expliciet een asielaanvraag diende in te dienen. 11.1. De rechtbank is van oordeel dat de minister de asielaanvraag ook kennelijk ongegrond heeft mogen verklaren. Strafrechtelijk is namelijk vastgesteld dat eiser met valse documenten Nederland is ingereisd en dus de minister heeft misleid over zijn identiteit. Dit mag de minister dan ook tegenwerpen in de asielaanvraag, ook al heeft eiser hiervoor al in strafrechtelijke detentie gezeten. Op deze grond mocht de minister de aanvraag dus al afwijzen als kennelijk ongegrond, de andere tegen die beslissing aangevoerde gronden behoeven daarom geen bespreking. Conclusie en gevolgen 12. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit is op de zitting aangevuld in de zin dat aan eiser voorlopig uitstel van vertrek is verleend. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit ten aanzien van het terugkeerbesluit en het inreisverbod. De rechtbank laat het bestreden besluit voor het overige in stand. De rechtbank is namelijk van oordeel dat de minister wel de asielaanvraag terecht heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. 13. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor de gevraagde voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen. 14. Gezien de beslissing over eisers beroep, dient de minister te worden veroordeeld in de door eiser gemaakte proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 2.802,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift en een verzoekschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Beslissing De rechtbank, in zaaknummer NL26.3687: - verklaart het beroep gegrond; -vernietigt het bestreden besluit gedeeltelijk, namelijk voor zover in het bestreden besluit een terugkeerbesluit is uitgevaardigd en een inreisverbod is opgelegd; - laat het bestreden besluit voor het overige in stand. De voorzieningenrechter, in zaaknummer NL26.3688: - wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. De rechtbank/voorzieningenrechter, in alle zaken: - veroordeelt de minister tot betaling van € 2.802,- aan proceskosten aan eiser. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Vegter, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. I.S. Roefs, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open. Vreemdelingenwet 2000. Bureau Medische Advisering. Zie de correcties en aanvullingen van het nader gehoor, correctie pagina 14. Zie bijvoorbeeld pagina 9, pagina 10 en pagina 12 van het nader gehoor. Zie pagina 2 van de zienswijze. Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.