Rechtbank Amsterdam, 16-07-2026 (13-120119-26)
Vervolgings-EAB uit Duitsland. EAB ingetrokken. Officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
Full text
RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-120119-26 Datum uitspraak: 16 juli 2026 UITSPRAAK op de vordering van 7 mei 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 2 januari 2026 door the Frankfurt am Main District Court , Duitsland, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang Zitting van 2 juli 2026 De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 2 juli 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M. van Stratum, advocaat in Den Haag. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. E-mailcorrespondentie van 12 juli 2026 en 14 juli 2026 De raadsman heeft de rechtbank op 12 juli 2026 per e-mail verzocht de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering en het bevel gevangenhouding op te heffen, omdat het EAB is ingetrokken. De officier van justitie heeft per e-mail van 14 juli 2026 bevestigd dat het EAB is ingetrokken en de rechtbank daarom verzocht de behandeling van de zaak te heropenen zodat de officier van justitie niet-ontvankelijk kan worden verklaard in zijn vordering. Zitting van 16 juli 2026 De rechtbank heeft het onderzoek heropend en - met instemming van partijen - enkelvoudig gesloten op deze zitting en daarna direct mondeling uitspraak gedaan. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Op de zitting van 2 juli 2026 heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit heeft. 3 Ontvankelijkheid van de officier van justitie De Staatsanwältin van de Staatsanwaltschaft Frankfurt heeft per e-mail van 14 juli 2026 het volgende meegedeeld: “ The prosecutor in charge has now informed us that the accused, [opgeëiste persoon] , has turned himself in here and is currently in pre-trial detention here. We are therefore withdrawing our request for [opgeëiste persoon] ’s extradition .” Hieruit blijkt dat de opgeëiste persoon intussen in Duitsland is gedetineerd en het EAB daarom is ingetrokken, waardoor de grondslag aan de vordering op grond van artikel 23, tweede lid, OLW is komen te ontvallen. De rechtbank is daarom van oordeel dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. 4 Beslissing VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. HEFT OP de - geschorste - overleveringsdetentie. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Westerman, voorzitter, mrs. L. Sanders en E. van den Brink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G. Riedijk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 16 juli 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 OLW. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.