Rechtbank Amsterdam, 10-12-2025 (C/13/739486 / HA ZA 24-1)
WAMCA SBP en SMC tegen Google. Rolbeslissing op verzoeken de procedure voort te zetten en niet de beantwoording van de prejudiciële vragen (gesteld in de Amazon zaak aanhangig bij rechtbank Rotterdam) af te wachten. Verzoeken afgewezen.
Full text
rolbeslissing RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Rolbeslissing van 10 december 2025 in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/13/739486 / HA ZA 24-1 en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/13/745042 / HA ZA 24-54 van in de zaak HA ZA 24-1 de stichting STICHTING BESCHERMING PRIVACYBELANGEN , gevestigd te Amsterdam, eiseres, advocaat mr. J.H. Lemstra te Amsterdam, en in de zaak HA ZA 24-54 de stichting STICHTING MASSASCHADE & CONSUMENT , gevestigd te Oegstgeest, eiseres, advocaat mr. V.A. Zwaan te Amsterdam, tegen 1. de rechtspersoon naar buitenlands recht ALPHABET INC. , gevestigd te Californië, Verenigde Staten van Amerika, 2. de rechtspersoon naar buitenlands recht GOOGLE LLC , gevestigd te Californië, Verenigde Staten van Amerika, 3. de rechtspersoon naar het recht van Ierland GOOGLE IRELAND LIMITED , gevestigd te Dublin, Ierland, 4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GOOGLE NETHERLANDS B.V. , gevestigd te Amsterdam, gedaagden, advocaat mr. M.H. de Boer te Amsterdam. Partijen zullen hierna SBP, SMC en Google c.s. worden genoemd. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 15 januari 2025 , - de rolbeslissing van 23 april 2025 , de verwijzing van de zaken naar de parkeerrol van 7 oktober 2026, de e-mail van 1 oktober 2025 van SBP met het verzoek voortzetting van procedure HA ZA 24-1, de e-mail van 1 oktober 2025 van SMC waarin zij zich aansluit bij bovenstaand verzoek en de voortzetting van procedure HA ZA 24-54 heeft verzocht, de e-mail van 30 oktober 2025 van SBP met nadere standpunten – op verzoek van de rechtbank, de e-mail van 31 oktober 2025 van SMC met nadere standpunten – op verzoek van de rechtbank, de e-mail van 10 november 2025 van Google c.s. in reactie op bovenstaande verzoeken van SBP en SMC. 2 De beoordeling 2.1. De rechtbank is van oordeel dat de prejudiciële vragen van de rechtbank Rotterdam van belang zijn voor de verdere beoordeling in deze zaak, met name de vragen over de verhouding tussen de AVG en de WAMCA en over de uitleg van het in artikel 80 AVG opgenomen actiefvereiste en opdrachtbegrip. Ook in de onderhavige procedure zijn deze onderwerpen door Google c.s. aan de orde gesteld en van belang voor de verdere ontvankelijkheidsbeoordeling. Daarin ziet de rechtbank aanleiding de procedure nog steeds aan te houden in afwachting van de antwoorden op de prejudiciële vragen. 2.2. Anders dan het gerechtshof Amsterdam in het TikTok-arrest is de rechtbank van oordeel dat de vorderingen van SMC en SBP niet kunnen worden gesplitst in ‘AVG-vorderingen’ en ‘niet-AVG-vorderingen’. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de procedure slechts gedeeltelijk aan te houden en om in een deel van de zaak wel voort te procederen. 2.3. Het Meta I arrest betreft een collectieve vordering waarop de regelgeving van de WAMCA (Titel 14A Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) niet van toepassing is en geen dus aanleiding om anders te beslissen. 2.4. De zaken worden dus niet voortgezet en blijven staan op de rol van 7 oktober 2026. 3 De beslissing De rechtbank 3.1. wijst de verzoeken van SBP en SMC af, 3.2. houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beslissing is gegeven door mr. H.J. Schaberg, voorzitter, bijgestaan door mr. R.E.R. Verloo, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025. Rechtbank Amsterdam, 15 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:313 Rechtbank Amsterdam, 23 april 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:2964 Rechtbank Rotterdam, 23 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:9088 Gerechtshof Amsterdam, 7 oktober 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2666 Gerechtshof Amsterdam, 30 september 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2657