Rechtbank Gelderland, 22-07-2026 (K/5002/12071583)
Consumentenkoop auto. Geen non-conformiteit., dwaling en bedrog. Vorderingen worden afgewezen.
Full text
RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Zutphen Zaaknummer: 12071583 \ CV EXPL 26-202 Vonnis van 22 juli 2026 in de zaak van [naam eiser] , te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [de eiser] , gemachtigde: mr. C. Cenik, tegen [naam gedaagd bedrijf] B.V. , te [vestigingsplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [de gedaagde] , gemachtigde: mr. R.J.A.C. Haas. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 25 februari 2026; - de akte overlegging producties tevens houdende vermeerdering van eis van 19 juni 2026; - de mondelinge behandeling van 30 juni 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Op 11 mei 2024 heeft [de eiser] bij [de gedaagde] een nieuwe auto (Volkswagen T-Roc) gekocht voor € 44.250,01. Voorafgaand aan de koop heeft een verkoper van [de gedaagde] met [de eiser] gesproken over het al dan niet afnemen van de eigen navigatie van Volkswagen. Daarbij heeft de verkoper verteld dat de auto beschikt over een telefoonprojectie systeem (Apple CarPlay en Android Auto) en dat [de eiser] daarmee gebruik kan maken van navigatieapplicaties die op zijn telefoon zijn geïnstalleerd. [de eiser] heeft de eigen navigatie van Volkswagen niet afgenomen. 2.2. Op 2 augustus 2024 heeft [de gedaagde] de auto aan [de eiser] geleverd. 2.3. De auto bevat een instrumentenpaneel en een infotainmentsysteem. De display van het instrumentenpaneel zit achter het stuur (ook wel digital dashboard genoemd), de display van het infotainmentsysteem zit rechts daarvan, in het midden van de auto. 2.4. Onmiddellijk vanaf de levering van de auto hebben [de eiser] en [de gedaagde] herhaaldelijk contact gehad over klachten van [de eiser] over onder meer de versnellingsbak en de werking van het infotainmentsysteem en het instrumentenpaneel. Naar aanleiding van de klachten van [de eiser] heeft [de gedaagde] de auto verschillende keren onderzocht en pogingen gedaan om klachten van [de eiser] te verhelpen. 2.5. Vanaf februari 2025 heeft [de eiser] diverse brieven aan [de gedaagde] gestuurd, waarin hij onder meer vroeg om kosteloos herstel van gebreken aan de auto of vervanging van de auto. [de gedaagde] heeft in reactie daarop laten weten – kort gezegd – dat in haar ogen geen sprake is van gebreken. 2.6. Op 10 maart 2025 heeft [de eiser] in een bericht aan CarTronic zijn klachten over de auto omschreven en gevraagd wat de oorzaak daarvan zou kunnen zijn. Bij e-mail van 14 maart 2025 heeft CarTronic laten weten: ‘Dit klinkt dat de media computer (5F) welke zich bevind in de dashboardkastje niet helemaal lekker is. Met deze klachten zou ik de Volkswagen vragen of ze deze onder garantie kunnen vervangen. Auto is van 2024 en valt nog ruim in de garantie. Een software update heeft de service monteur al gedaan dus helaas geen ander keus meer dan vervangen.’ 2.7. Vanaf 21 maart 2025 heeft [de gedaagde] diverse voorstellen gedaan om door een onafhankelijke derde te laten onderzoeken of sprake is van gebreken aan de auto. Op 12 mei 2025 heeft de gemachtigde van [de gedaagde] aan [de eiser] voorgesteld: ‘Cliënte stelt voor om het infotainmentsysteem in uw auto op kosten van [de gedaagde] door een onafhankelijke, deskundige derde (te denken valt aan de DEKRA of de Bovag) te laten onderzoeken op het al dan niet bestaan van een gebrek. De uitkomst van dit onderzoek is voor beide partijen bindend, waardoor enige onduidelijkheid over het bestaan van een gebrek definitief wordt beslecht. Constateert de deskundige derde het bestaan van een gebrek? Dan zal [de gedaagde] de kosten van herstel van genoemd gebrek vergoeden, dan wel het gebrek zelf herstellen (afhankelijk van uw voorkeur). Als de onafhankelijke, deskundige derde constateert dat de auto geen gebreken vertoont, kan geen herstel plaatsvinden (nu een gebrek ontbreekt) en is het geschil daarmee definitief ten einde. Ook in dat laatste geval zal [de gedaagde] de kosten van het onderzoek dragen.’ [de gedaagde] heeft dit voorstel daarna nog een aantal keren herhaald. [de eiser] is niet op deze voorstellen ingegaan. 2.8. Op 4 juli 2025 heeft de gemachtigde van [de eiser] aan [de gedaagde] een ingebrekestelling verzonden. Vervolgens is tussen (de gemachtigden van) [de eiser] en [de gedaagde] verder gecorrespondeerd. Tot een oplossing heeft dit niet geleid. 2.9. Op 14 juli 2025 heeft [de eiser] in een e-mail aan VAGdiagnose zijn klachten over de auto omschreven en gevraagd wat de oorzaak daarvan zou kunnen zijn. Bij e-mail van 16 juli 2025 heeft VAGdiagnose laten weten: ‘Zoals ik lees ervaar je meerdere problemen met het infotainmentsysteem en de bijbehorende functies. Afhankelijk van het type systeem kan dit soms softwarematig worden opgelost, maar het kan ook liggen aan een hardwareprobleem in het infotainmentsysteem of de online connectivity unit. Er kunnen dus verschillende oorzaken zijn. Om dit goed te kunnen beoordelen, zou je de auto bij ons kunnen neerzetten voor diagnose. Een basisdiagnose begint vanaf €150. Van daaruit kunnen we bekijken wat er eventueel nodig is om het probleem te verhelpen. (…).’ 2.10. In het voorjaar van 2026, nadat de dagvaarding in deze zaak was uitgebracht, heeft [de gedaagde] een reparatie uitgevoerd aan de versnellingsbak van de auto. Op dat moment heeft [de gedaagde] ook een update uitgevoerd aan de software van de auto. Op de Nederlandse website van Volkswagen stond over de update vermeld dat zij verbeteringen biedt voor het infotainmentsysteem. 3 Het geschil 3.1. [de eiser] vordert, na vermeerdering van eis, dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: Primair I. de koopovereenkomst van 11 mei 2024 ontbindt op grond van non-conformiteit, althans vernietigt op grond van dwaling of bedrog; II. [de gedaagde] veroordeelt tot terugbetaling aan eiser van € 44.250,01; III. voor recht verklaart dat [de gedaagde] : haar wettelijke onderzoeksplicht stelselmatig heeft verzaakt; haar zorgplicht stelselmatig heeft verzaakt; bedrog heeft gepleegd in de zin van artikel 3:44 BW; oneerlijke en misleidende handelspraktijken heeft gepleegd; haar garantieplicht niet is nagekomen; een onjuiste kilometerstand heeft doorgegeven en heeft nagelaten kilometerstanden te registreren bij de RDW; heeft nagelaten [de eiser] persoonsgegevens te verstrekken; IV. [de gedaagde] veroordeelt tot betaling van: onderzoekskosten van € 15.000; de daadwerkelijk gemaakte juridische kosten, nader op te maken bij staat; de aanvullende gevolgschade, nader op te maken bij staat; Subsidiair V. [de gedaagde] veroordeelt om binnen zeven dagen na betekening van het vonnis over te gaan tot vervanging van het voertuig; VI. bepaalt dat bij uitblijven van vervanging de koopovereenkomst alsnog wordt ontbonden, met restitutie van de koopsom; Primair en subsidiair VII. [de gedaagde] veroordeelt in de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.217,50; VIII. [de gedaagde] veroordeelt tot betaling van wettelijke rente over alle toegewezen bedragen vanaf 11 mei 2024, althans vanaf een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen datum; IX. [de gedaagde] veroordeelt in de kosten van deze procedure, alsmede de nakosten, alles tevens te vermeerderen met de wettelijke rente indien de kosten niet zijn voldaan binnen veertien dagen na het in dezen te wijzen vonnis. 3.2. [de eiser] legt aan zijn vorderingen – samengevat – het volgende ten grondslag. [de eiser] heeft met [de gedaagde] een koopovereenkomst gesloten ten aanzien van een auto. De auto beschikt niet over de eigenschappen die voor een normaal, veilig en wettelijk toegestaan gebruik vereist zijn, omdat sprake is van gebreken aan (i) de versnellingsbak, en (ii) het instrumentenpaneel en infotainmentsysteem. [de eiser] behoefde deze gebreken bij een nieuwe auto niet te verwachten. Omdat [de gedaagde] de gebreken niet heeft hersteld, is [de eiser] bevoegd om de koopovereenkomst te ontbinden. Als de koopovereenkomst niet wordt ontbonden, moet deze worden vernietigd op grond van dwaling of bedrog. [de eiser] heeft gedwaald, omdat hij bij het aangaan van de overeenkomst een onjuiste voorstelling van zaken had over de werking van het instrumentenpaneel en infotainmentsysteem. [de gedaagde] had [de eiser] volledig moeten informeren over de werking van het instrumentenpaneel en infotainmentsysteem, maar zij heeft dit nagelaten. Bij een juiste voorstelling van zaken had [de eiser] de koopovereenkomst niet, althans niet onder dezelfde voorwaarden, gesloten. Bovendien is sprake van bedrog, omdat [de gedaagde] bij de aflevering van de auto bekend was of behoorde te zijn met de gebreken, maar zij deze welbewust voor [de eiser] heeft verzwegen. Bij ontbinding of vernietiging van de koopovereenkomst heeft [de eiser] recht op terugbetaling van de koopsom van € 44.250,01. Als ontbinding of vernietiging van de koopovereenkomst niet toewijsbaar is, heeft [de eiser] recht op vervanging van de auto, omdat herstel in redelijkheid niet meer van [de eiser] kan worden gevergd. [de eiser] vordert verder diverse verklaringen voor recht en vergoeding van schade en kosten die met het voorgaande samenhangen. 3.3. [de gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [de eiser] , uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van deze procedure. Voor het geval dat de kantonrechter de vordering tot ontbinding of vernietiging van de koopovereenkomst zal toewijzen, verzoekt [de gedaagde] om de daaruit voortvloeiende (terug)betalingsverplichting te matigen op grond van ongerechtvaardigde verrijking. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De vorderingen van [de eiser] zijn in belangrijke mate gebaseerd op het uitgangspunt dat de auto non-conform is. De kantonrechter zal daarom eerst beoordelen of de auto non-conform is, en daarna – voor zover dan nog nodig – ingaan op de vorderingen. Geen non-conformiteit 4.2. Op grond van art. 7:17 lid 2 BW beantwoordt een afgeleverde zaak niet aan de overeenkomst als zij, mede gelet op de aard van de zaak en mededelingen die de verkoper daarover heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag in ieder geval verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. Van een auto uit 2024 en met een aankoopprijs van € 44.250,01 mag een consument niet alleen verwachten dat de essentialia voor het veilig functioneren van de auto als voertuig aanwezig zijn, maar ook dat in de auto aanwezige digitale elementen – zoals het infotainmentsysteem en instrumentenpaneel – werken. 4.3. [de eiser] wijst ter onderbouwing van zijn beroep op non-conformiteit op gebreken aan (a) de versnellingsbak, en (b) het instrumentenpaneel en infotainmentsysteem. (a) Versnellingsbak 4.4. Volgens [de eiser] was meteen vanaf het moment van aflevering van de auto sprake van een gebrek aan de versnellingsbak, namelijk een losse bout die maakte dat de auto niet naar alle versnellingen kon schakelen. Dit gebrek heeft (ook) geleid tot interne schade, waardoor een kans bestaat dat op termijn nieuwe problemen ontstaan. [de gedaagde] betwist niet dat sprake is geweest van een gebrek aan de versnellingsbak, maar voert aan dat zij het gebrek kosteloos en in overeenstemming met de fabrieksvoorschriften heeft gerepareerd. [de eiser] heeft dit niet betwist en heeft ter zitting bevestigd dat er op dit moment geen problemen met de versnellingsbak zijn. Bij die stand van zaken volstaat de enkele kans dat zich in de toekomst nieuwe problemen zouden kunnen voordoen, niet om aan te nemen dat op dit moment sprake is van een gebrek dat de auto non-conform maakt. Het is aan [de eiser] om voldoende te onderbouwen dat zich in de toekomst nieuwe problemen aan de versnellingsbak zullen voordoen of in ieder geval concreet te maken hoe groot de kans daarop is, maar dit heeft hij nagelaten. (b) Instrumentenpaneel en infotainmentsysteem 4.5. [de eiser] heeft diverse problemen geconstateerd aan het infotainmentsysteem en instrumentenpaneel van de auto. Vanaf 30 maart 2025 heeft [de eiser] enige tijd een logboek bijgehouden waarin hij verschillende meldingen en weergaven omschrijft die volgens hem onjuist zijn. [de gedaagde] voert aan dat onduidelijk is welke problemen op dit moment (nog) bestaan, omdat in de dagvaarding een concrete uiteenzetting van de door [de eiser] ervaren problemen ontbreekt en omdat [de gedaagde] na het uitbrengen van de dagvaarding een update heeft uitgevoerd aan het infotainmentsysteem van de auto. Tijdens de mondelinge behandeling is, naar aanleiding van de vraag aan [de eiser] welke problemen zich nog voordoen, in het bijzonder gesproken over de volgende punten: i) de melding ‘Kompas momenteel niet beschikbaar’ in het instrumentenpaneel; ii) de verkeersbordenherkenning en weergave daarvan op het instrumentenpaneel; iii) het verspringen van het scherm van het instrumentenpaneel van navigatie naar actieradius bij bepaalde stuurbewegingen. [de eiser] heeft niet voldoende duidelijk gemaakt welke andere punten uit de door hem overgelegde logboeken en lijsten zich op dit moment, na de update aan de auto, nog steeds voordoen. Omdat het op de weg van [de eiser] ligt om inzichtelijk te maken welke punten volgens hem de auto non-conform maken, zal de kantonrechter bij de verdere beoordeling van de onder (i)-(iii) genoemde punten uitgaan. 4.6. Volgens [de eiser] doen deze punten afbreuk aan de veiligheid van de auto en leiden zij tot vermindering van het rijgenot. De punten zijn uitingsvormen van onderliggende problemen aan de computers die het infotainmentsysteem en instrumentenpaneel aansturen. Daarbij heeft [de eiser] erop gewezen dat de meeste problemen zich voordoen bij het instrumentenpaneel, en dat CarPlay en de telefoon van [de eiser] geen invloed op of toegang tot de display van het instrumentenpaneel hebben. [de eiser] heeft zijn standpunt nader onderbouwd met verklaringen van derden, waaronder Cartronic en VAGdiagnose (zie hierboven onder 2.6 en 2.9), en met resultaten van eigen onderzoek naar de problemen, mede op basis van door [de eiser] bij Volkswagen opgevraagde ODIS-rapporten ( Offboard Diagnostic Information System ). Volgens [de eiser] zijn in de ODIS-rapporten foutcodes opgenomen van storingen die zich hebben voorgedaan, en wijzen de in de rapporten zichtbare rode kruizen erop dat sprake is van storingen aan de auto. 4.7. [de gedaagde] betwist op zichzelf niet dat de hierboven onder (i)-(iii) genoemde punten zich kunnen voordoen, maar voert aan dat deze punten niet het gevolg zijn van gebreken aan de auto. Daarbij wijst [de gedaagde] erop dat in de auto van [de eiser] wel degelijk bepaalde gegevens uit CarPlay ook op het instrumentenpaneel kunnen worden weergegeven. Het punt onder (i) is een gevolg van het feit dat [de eiser] niet het navigatiesysteem van Volkswagen heeft afgenomen. Zodra dit navigatiesysteem wordt vrijgegeven, wordt de GPS in de auto geactiveerd en verdwijnt de melding. [de gedaagde] heeft aangeboden om het navigatiesysteem van Volkswagen kosteloos vrij te geven, maar [de eiser] heeft van dat aanbod geen gebruik gemaakt. Wat betreft het punt onder (ii) voert [de gedaagde] aan dat de wijze waarop verkeersborden worden getoond het gevolg is van een ontwerpkeuze van Apple en/of van de op de telefoon gebruikte navigatie-app. Gevolg daarvan is dat als meer dan twee verkeersborden van toepassing zijn, de auto alleen de twee meest actuele en belangrijkste borden toont. Ook het punt onder (iii) hangt volgens [de gedaagde] samen met de weergave van CarPlay op het instrumentenpaneel en de stand van de techniek van CarPlay. Het gaat er hier om dat het beeld verspringt van de navigatie naar het verbruik van de auto, zodra de auto van de route afwijkt of er een herberekening van de route komt. Hoe dan ook blijft de navigatie zichtbaar op de display van het infotainmentsysteem. 4.8. [de gedaagde] betwist wel de relevantie van de door [de eiser] ingebrachte verklaringen van derden ten aanzien van de oorzaak van de problemen. Verder meent [de gedaagde] dat uit de ODIS-rapporten niet kan worden afgeleid wat [de eiser] eruit wenst af te leiden. Ter zitting heeft [de gedaagde] toegelicht dat haar onderzoek naar een gebrek altijd begint bij de klacht van een klant. Vervolgens wordt de auto uitgelezen en kan worden beoordeeld welke klacht bij welke storing hoort, en welke reparatie eventueel nodig is. Niet uitgesloten is dat na herstel een foutcode zichtbaar blijft, maar dat betekent niet dat daarbij ook concrete klachten horen. De door [de eiser] genoemde rode kruizen in de ODIS-rapporten houden volgens [de gedaagde] in dat een test niet volledig is afgerond. Dit kan zich voordoen als de monteur de test stopzet, omdat doorgaan met de test niet meer relevant is, en betekent niet dat sprake is van een storing aan de auto. 4.9. Gelet op de uitvoerige betwisting door [de gedaagde] en door haar aangedragen alternatieve verklaringen voor de punten van [de eiser] , die [de eiser] tijdens de mondelinge behandeling niet meer concreet heeft bestreden, heeft [de eiser] onvoldoende onderbouwd dat de door hem genoemde punten het gevolg zijn van gebreken aan de auto. Voor zover [de eiser] zich beroept op de genoemde verklaringen van derden, is de kantonrechter met [de gedaagde] van oordeel dat deze niet werkelijk gewicht in de schaal kunnen leggen. De verklaringen zijn immers niet gebaseerd op eigen onderzoek aan de auto door deze derden, en de verklaringen wijzen ook niet eenduidig op de computer als oorzaak voor de door [de eiser] genoemde punten. Zo schrijft VAGdiagnose uitdrukkelijk dat er verschillende oorzaken kunnen zijn en dat verder onderzoek nodig is. CarTronic gaat ervan uit dat een software update niet meer mogelijk is, terwijl vaststaat dat na de verklaring van CarTronic nog een software update voor het infotainmentsysteem heeft plaatsgevonden. Ook de ODIS-rapporten vormen geen voldoende onderbouwing van de stellingen van [de eiser] . Het is de kantonrechter weliswaar duidelijk geworden dat [de eiser] van mening is dat uit de door hem overgelegde rapportages onomstotelijk volgt dat sprake is van gebreken aan de computers van de auto. Gelet op de gemotiveerde betwisting van [de gedaagde] lag het echter op de weg van [de eiser] om in deze procedure voldoende inzichtelijk te maken dat en waarom de problemen het gevolg zijn van gebreken aan de computers die de systemen aansturen, en hoe dit blijkt uit de genoemde rapporten en documentatie. Dit heeft [de eiser] nagelaten. In het bijzonder heeft [de eiser] geen concreet verband gelegd tussen storingen uit de rapporten en punten die hij ervaart. Ter zitting heeft [de eiser] bijvoorbeeld desgevraagd niet nader kunnen duiden wat de genoemde foutcodes betekenen of verduidelijken welke concrete problemen daarmee precies samenhangen. Daarbij speelt mee dat het hier niet gaat om rapporten die min of meer voor zichzelf spreken, maar – integendeel – om complexe technische rapporten die vele pagina’s beslaan en waarvan de betekenis zonder nadere toelichting niet duidelijk is. 4.10. Gelet op het voorgaande kan niet worden vastgesteld dat sprake is van non-conformiteit. De primair gevorderde ontbinding van de koopovereenkomst, en subsidiair gevorderde vervanging van de auto zijn daarom niet toewijsbaar. De vorderingen in punten I, II, V en VI van het petitum worden daarom afgewezen voor zover deze zijn gebaseerd op non-conformiteit. Ook de vorderingen op grond van bedrog in punten I en II van het petitum, de verklaringen voor recht in punt III van het petitum, onder (a)-(e), en de vergoeding van schade en kosten in punt IV van het petitum zijn niet toewijsbaar, omdat zij steeds zijn gebaseerd op het – hierboven onjuist bevonden – uitgangspunt dat sprake is van gebreken aan de auto. Geen dwaling 4.11. [de eiser] vordert in deze zaak ook vernietiging van de koopovereenkomst op grond van dwaling. Volgens [de eiser] heeft [de gedaagde] nagelaten om hem volledig te informeren over de werking van het infotainmentsysteem en instrumentenpaneel, althans dat de door hem ervaren punten zich zouden kunnen voordoen. Daardoor is [de eiser] uitgegaan van een onjuiste voorstelling van zaken, terwijl hij bij een juiste voorstelling van zaken de koopovereenkomst niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben gesloten. 4.12. Voor een geslaagd beroep op dwaling is onder meer nodig dat [de gedaagde] begreep of moest begrijpen dat informatie over de door [de eiser] genoemde punten voor hem van doorslaggevend belang was. De kantonrechter volgt [de gedaagde] in haar betoog dat zij niet behoefde te begrijpen dat de werking van het infotainmentsysteem en instrumentenpaneel voor [de eiser] belangrijk waren, en dat hij daarover gedetailleerde informatie wenste. De werking van het infotainmentsysteem en instrumentenpaneel betreft immers niet de essentialia van de auto. Als dit voor [de eiser] wel een belangrijk punt was, dan had het op zijn weg gelegen om dit aan [de gedaagde] kenbaar te maken of zelf nader onderzoek naar de werking van het systeem te doen. Ter zitting heeft [de eiser] bevestigd dat hij in gesprek met de verkoper niet heeft aangegeven dat de werking van het infotainmentsysteem of instrumentenpaneel voor hem van bijzonder belang was. Het beroep op dwaling slaagt daarom niet. Dit betekent dat de vorderingen in punten I en II van het petitum, ook worden afgewezen voor zover deze gebaseerd zijn op dwaling. Geen verklaring voor recht ten aanzien van kilometerstanden en persoonsgegevens 4.13. [de eiser] vordert een verklaring voor recht dat [de gedaagde] bij RDW een onjuiste kilometerstand heeft doorgegeven en ook heeft nagelaten kilometerstanden te registreren. [de gedaagde] heeft erkend dat sprake is van een administratieve fout bij de verwerking van een kilometerstand bij RDW, maar volgens haar heeft dit voor [de eiser] geen gevolgen en heeft [de eiser] dus geen belang bij de vordering. Bij die stand van zaken had het naar het oordeel van de kantonrechter op de weg van [de eiser] gelegen om nader toe te lichten wat zijn belang bij de gevorderde verklaring voor recht is, maar [de eiser] heeft dit nagelaten. De vordering in punt III van het petitum onder (f) zal daarom worden afgewezen. 4.14. [de eiser] vordert een verklaring voor recht dat [de gedaagde] ten onrechte heeft nagelaten om aan [de eiser] persoonsgegevens te verstrekken. Daartoe voert [de eiser] aan dat hij heeft verzocht om volledige inzage in het voertuigdossier, de garantiehistorie, interne registraties en technische rapportages, maar dat [de gedaagde] die informatie niet heeft verstrekt. Voor zover deze informatie persoonsgegevens bevat, is volgens [de eiser] sprake van een schending van art. 15 AVG. [de gedaagde] heeft ter zitting aangevoerd dat de vraag of zij het inzagerecht van [de eiser] heeft geschonden, niet relevant is voor deze procedure, en dat [de eiser] dus bij die vaststelling geen belang heeft. Omdat [de eiser] heeft nagelaten om zijn belang bij de vordering nader toe te lichten, en niet heeft onderbouwd wat de door hem gevraagde informatie precies inhoudt en in hoeverre deze persoonsgegevens (kunnen) bevatten, is ook de vordering in punt III van het petitum onder (g) niet toewijsbaar. Een schending van art. 21 Rv levert het handelen van [de gedaagde] evenmin op, omdat deze bepaling ziet op de verplichting van partijen om in de procedure de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Proceskosten 4.15. [de eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [de gedaagde] worden begroot op: - salaris gemachtigde € 1.732,00 (2 punten × € 866,00) - nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.876,00 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. wijst de vorderingen van [de eiser] af; 5.2. veroordeelt [de eiser] in de proceskosten van € 1.876,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [de eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Russcher en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026. Zie ook art. 7:18 lid 2 onder d BW. Zie art. 6:228 lid 1 onder b BW en HR 28 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:1046, onder 3.7.3.