Skip to content
Case Law · Rechtbank Zeeland-West-Brabant ·ECLI:NL:RBZWB:2026:6161 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 01-07-2026 (C/02/436875 / HA ZA 25-367 (E))

Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Summary

In deze zaak staat de vraag centraal of tussen de gemeente en eiseres een overeenkomst tot stand is gekomen.

Full text

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant Civiel recht Zittingsplaats Breda Zaaknummer: C/02/436875 / HA ZA 25-367 Vonnis van 1 juli 2026 in de zaak van ACTIVE SPORTS & LEISURE B.V. , te Rotterdam, eisende partij, hierna te noemen: Active, advocaat: mr. D.M.R. Janssen, tegen GEMEENTE BREDA , te Breda, gedaagde partij, hierna te noemen: de gemeente, advocaat: mr. M.P.C. Hendriks. 1 De zaak in het kort 1.1. Active meent dat zij met de gemeente een erfpachtovereenkomst heeft gesloten op grond waarvan Active als erfpachter gehouden is tot betaling van een jaarlijkse canon van € 12.941,10. De gemeente betwist dat. Er is geen overeenkomst tot stand gekomen. De nieuwe erfpachtovereenkomst is nooit definitief gemaakt en ondertekend. Ook is de persoon waarmee Active heeft onderhandeld niet bevoegd om namens de gemeente een dergelijke overeenkomst te sluiten. 1.2. Active eist in deze procedure dat de gemeente haar afspraak nakomt. De rechtbank geeft Active gelijk. Op basis van de feiten en omstandigheden van dit geval mocht Active, toen zij de mail ontving dat de canon € 42.137,00 diende te zijn, er gerechtvaardigd op vertrouwen dat tussen haar en de gemeente al een erfpachtovereenkomst tot stand was gekomen, die inhield dat zij een jaarlijkse canon van € 12.941,10 aan de gemeente is verschuldigd. De rechtbank legt dit oordeel onder het kopje ‘De beoordeling’ uit. 2 De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 15 oktober 2025 en de daarin genoemde stukken, de akte met productie 3 van de gemeente, de mondelinge behandeling van 6 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt, de spreekaantekeningen van partijen. 2.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 3 De feiten 3.1. De gemeente is eigenaar van het perceel grond aan de [adres] in [plaats] . 3.2. De heren [erfpachter 1] en [erfpachter 2] (hierna: [de erfpachter] in mannelijk enkelvoud) zijn sinds 1998 erfpachter van het hierboven genoemde perceel van de gemeente. Op dit perceel zijn onder meer twee sporthallen, twee bedrijfswoningen en een kinderdagverblijf gevestigd. 3.3. [de erfpachter] en de gemeente zijn in 2017 overeengekomen dat de erfpachtrechten worden verlengd en worden samengevoegd tot één recht van erfpacht. Het erfpachtrecht zal toebehoren aan de (bij de fusie verkrijgende) [vennootschap] waarvan [de erfpachter] bestuurder is. Artikel 12 bepaalt dat voor het overdragen van het erfpachtrecht schriftelijke toestemming van de gemeente nodig is. 3.4. [vennootschap] heeft met instemming van de gemeente het erfpachtrecht op 5 maart 2020 overgedragen aan [de erfpachter] . 3.5. In 2023 heeft [de erfpachter] met Active gesprekken gevoerd over de mogelijke eigendomsoverdracht van het erfpachtrecht. Omdat de gemeente moet instemmen met een overdracht, heeft [de erfpachter] contact opgenomen met de heer [persoon 1] . [persoon 1] is portefeuillemanager vastgoedbeheer van de gemeente. 3.6. [persoon 1] heeft per e-mail van 14 september 2023 aan [de erfpachter] laten weten dat de gemeente bereid is om haar toestemming te geven, maar dat zij wel wil dat partijen een nieuwe overeenkomst van erfpacht sluiten en dat door [de erfpachter] afstand wordt gedaan van het gevestigde erfpachtrecht. Ook wil de gemeente de jaarlijkse canonverplichting van de erfpachter verhogen zodat het in lijn is met het gemeentelijk beleid. Het gaat om een verhoging van de jaarlijks verschuldigde canon naar € 12.941,10 prijspeil 2023. 3.7. Per e-mail van 23 oktober 2023 heeft [de erfpachter] aan [persoon 1] laten weten dat de toekomstig eigenaar van het erfpachtrecht, genaamd [persoon 2] akkoord is met de verhoging van de canon. De tenaamstelling van de koper is nog niet bekend en wordt nog doorgegeven. [de erfpachter] vraagt aan [persoon 1] of hij de concept overeenkomsten ook naar [persoon 2] kan sturen. [persoon 2] is bestuurder van Active. 3.8. [de erfpachter] en Active hebben op 11 december 2023 een koopovereenkomst gesloten op grond waarvan [de erfpachter] het erfpachtrecht op het perceel van de gemeente heeft verkocht van Active. 3.9. In een sporthal op het perceel is schade ontstaan als gevolg van wateroverlast. Active heeft [de erfpachter] hierop aangesproken. 3.10. [persoon 1] heeft per e-mail van 6 februari 2024 aangegeven dat de gemeente haar medewerking verleent aan het vestigen van een nieuw erfpachtrecht. Bij deze e-mail heeft de gemeente twee concept overeenkomsten gevoegd. Ten eerste de overeenkomst tussen de gemeente en Active waarbij het nieuwe erfpachtrecht van Active wordt gevestigd (hierna: de vestigingsovereenkomst). Ten tweede de overeenkomst waarbij [de erfpachter] afstand doet van het ‘oude’ erfpachtrecht (hierna: de afstandsovereenkomst). Op de eerste pagina van deze overeenkomsten staat dat de gemeente wordt vertegenwoordigd door de heer [persoon 3] , hoofd afdeling Vastgoedbeheer, daartoe bevoegd krachtens volmacht. In de vestigingsovereenkomst is de canon van € 12.941,10 opgenomen. [persoon 1] schrijft in zijn email: ‘(…) De gemeente heeft zich bereid verklaard medewerking te verlenen door het vestigen van een nieuw erfpachtrecht. Daartoe is in de afgelopen periode een conceptovereenkomst uitgewerkt die inmiddels is gecheckt door onze vastgoedjurist en die jullie bijgaand ter beoordeling aantreffen. (…) Het Didam arrest noodzaakt ons het voornemen tot het vestigen van een nieuw recht van erfpacht te publiceren om daarmee andere belanghebbenden in staat te stellen kennis te nemen van het voornemen en daar zo nodig op te reageren. Gelet op het feit dat het perceel waarop het recht van erfpacht is gevestigd wordt bebouwd is zal de publicatie naar verwachting een formaliteit zijn en wordt geen reactie van derden verwacht, maar desalniettemin ontkomen we niet aan zo'n publicatie. (…) Graag ontvang ik van jullie een akkoord op de conceptovereenkomst, de bedrijfsgegevens die in de overeenkomst moeten worden verwerkt en de afstandsverklaring mbt het erfpachtrecht zodat we deze definitief kunnen maken. Zoals gezegd kunnen we na afloop van de publicatietermijn ikv Didam arrest tot ondertekening en afronding komen.’ 3.11. Op 13 februari 2024 heeft de gemeente de bekendmaking met betrekking tot het voornemen tot vestiging van een nieuw erfpachtrecht gepubliceerd. [persoon 1] heeft Active en [de erfpachter] hierover bericht. Ook heeft [persoon 1] in deze mail van 13 februari 2024 gevraagd om een akkoord op de concept vestigingsovereenkomst zodat die na afloop van de publicatietermijn door partijen kan worden ondertekend. 3.12. Op 29 februari 2024 heeft [persoon 1] de notaris de twee conceptovereenkomsten gemaild. 3.13. Per e-mail van 4 maart 2024 heeft [persoon 1] aan [de erfpachter] om bedrijfsgegevens van Active gevraagd. 3.14. Op 5 maart 2024 hebben [persoon 3] namens de gemeente en [de erfpachter] de afstandsovereenkomst ondertekend. In deze overeenkomst staat voor zover relevant vermeld: ‘ OVERWEGENDE DAT: - De gemeente (bloot) eigenaar is van de percelen (…) - Erfpachters met Active Sports en Leisure B.V. overeenstemming hebben bereikt over de verkoop van voornoemde op de door de gemeente in erfpacht uitgegeven grond aanwezige opstallen en bij behorende bedrijfsvoering en medio januari 2024 de feitelijke verkoop en eigendomsoverdracht daarvan zullen afronden; - Active Sports en Leisure B.V. in het kader van de voorgenomen overname van de voornoemde opstallen de gemeente Breda verzocht heeft het vigerende erfpachtrecht per datum van overname van de opstallen en bedrijfsvoering aan haar toe te kennen; - de gemeente Breda de voorwaarde en bereidheid heeft uitgesproken een nieuwe erfpachtovereenkomst voor de ondergrond aan te gaan met Active Sports en Leisure B.V. en Active Sports en Leisure B.V. daarmee heeft ingestemd; - voor de vestiging van een nieuw erfpachtrecht door erfpachters afstand gedaan dient te worden van het gevestigde erfpachtrecht voor de voornoemde kadastrale percelen (…)’ 3.15. Active en [de erfpachter] hebben in juli 2024 een schikking bereikt over hun geschil met betrekking tot de schade van Active als gevolg van de wateroverlast op het perceel. 3.16. Op 17 juli 2024 heeft Active de nog ontbrekende persoonsgegevens gemaild naar de gemeente. Het gaat om de gegevens van haar bestuurder [persoon 2] . In reactie hierop heeft mevrouw [persoon 4] per e-mail van 17 juli 2024 namens de gemeente aangegeven dat de jaarlijkse canonprijs van € 12.941,10 uit de concept vestigingsovereenkomst moet worden gewijzigd in het bedrag van € 42.137,00. [persoon 4] is vastgoedmanager van de Afdeling Vastgoedbeheer van de gemeente en zij heeft dit dossier van [persoon 1] overgenomen. Volgens de gemeente wijkt de canonprijs van € 12.941,10 af van de op 19 maart 2024 vastgestelde Brochure Grondprijzen Breda (hierna: de brochure). De berekening die [persoon 1] had gemaakt berustte volgens de gemeente op een fout: [persoon 1] had het verkeerde canonpercentage gebruikt. 3.17. Active en [de erfpachter] hebben de gemeente op 24 juli 2024 schriftelijk gesommeerd om de vestigingsovereenkomst met de canon van € 12.941,10 te ondertekenen. De gemeente heeft dit geweigerd. 3.18. Active en de gemeente hebben op 20 december 2024 de vestigingsovereenkomst ondertekend. In artikel 29 staat dat Active en de gemeente een geschil hebben over de in deze vestigingsovereenkomst vastgestelde canon van € 42.137,00 op jaarbasis en dat Active dit geschil mag voorleggen aan de rechter. 3.19. Hierna hebben Active, de gemeente en [de erfpachter] op 16 april 2025 een allonge ondertekend op de vestigingsovereenkomst. Hierin staat dat [de erfpachter] ook partij is bij de door de gemeente en Active ondertekende vestigingsovereenkomst en dat het nieuwe erfpachtrecht wordt gevestigd ten behoeve van [de erfpachter] , waarna [de erfpachter] het erfpachtrecht onmiddellijk overdraagt aan Active. 3.20. Op 24 april 2025 heeft [de erfpachter] bij notariële akte afstand gedaan van het erfpachtrecht. In diezelfde notariële akte heeft de gemeente ten behoeve van Active een nieuw erfpachtrecht gevestigd en geleverd aan Active. 4 Het geschil 4.1. Active vordert – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: I. De gemeente gebiedt om binnen tien werkdagen na het wijzen van het vonnis mee te werken aan ondertekening van een allonge op de vestigingsovereenkomst van 20 december 2024. In deze allonge wordt het volgende bepaald: “Op 20 december 2024 is een overeenkomst tussen Active en de Gemeente tot het vestigen van een recht van erfpacht tot stand gekomen. Op 16 april 2025 is deze overeenkomst gewijzigd door middel van een allonge. Artikel 7 van de op 20 december 2024 gesloten en op 16 april 2025 gewijzigde overeenkomt bevat in artikel 7 lid 1 de volgende zin: “ De canon is vastgesteld op € 42.137,00 op jaarbasis en is als volgt opgebouwd: (4.793 m2 x€ 180,- per m2 voor maatschappelijk gebruik x 5%). ” Deze zin wordt met terugwerkende kracht tot en met de aanvang van de overeenkomst c.q. vestiging van het erfpachtrecht op 24 april 2025 als volgt gewijzigd: “ De canon is vastgesteld op € 12.941,10 op jaarbasis en is als volgt opgebouwd: (4.793 m2 x,-€ 180,- per m2 voor maatschappelijk gebruik x 1,5%) .” II. De gemeente veroordeelt tot betaling aan Active van wat zij vanaf het verkrijgen van het erfpachtrecht op het perceel op 24 april 2025 tot het wijzen van het vonnis teveel aan canon heeft betaald, namelijk (€ 42.137,- minus € 12.941,10) € 29.195,90 op jaarbasis vanaf 24 april 2025, te vermeerderen met indexatie op basis van de Consumenten Prijs Index (reeks "alle huishoudens") vanaf 1 januari 2026, waarbij het teveel betaalde moet worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van betaling van teveel betaalde canon door Active; III. De gemeente veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met rente. 4.2. Active legt aan haar vorderingen ten grondslag dat tussen Active en de gemeente in oktober 2023 een perfecte overeenkomst tot stand is gekomen omdat zij overeenstemming hebben bereikt over de essentialia van de (voorwaarden voor) overdracht van het erfpachtrecht. Active noemt dit de ‘overdrachtsovereenkomst’. Partijen hebben namelijk overeenstemming bereikt over de overdracht aan Active, de aanpassing van de canon naar € 12.941,10 en de voorwaarde van de gemeente dat deze afspraak wordt geeffectueerd door middel van afstand van het bestaande en vestiging van het nieuwe erfpachtrecht. Ook is al grotendeels uitvoering gegeven aan de overdrachtsovereenkomst. Active heeft namelijk het erfpachtrecht op 11 december 2023 gekocht van [de erfpachter] , de gemeente en [de erfpachter] hebben de afstandsovereenkomst gesloten, de gemeente heeft gepubliceerd dat zij van plan is een nieuw erfpachtrecht te vestigen ten behoeve van Active en de gemeente heeft de concepttekst van de vestigingsovereenkomst opgesteld. Ook stelt Active dat zij op basis van de inhoud van de getekende afstandsovereenkomst mocht verwachten dat [persoon 3] op de hoogte was van deze afspraak. Active mocht ervan uitgaan dat [persoon 1] met [persoon 3] had gesproken. De goedkeuring van het bevoegd gezag mocht Active ook afleiden uit de Didam-publicatie. Het tekenen van de vestigingsovereenkomst is slechts de formalisering van al gemaakte afspraken. Verder meent Active dat de gemeente is gebonden aan de overdrachtsovereenkomst omdat de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid aan de gemeente kan worden toegerekend. Volgens haar mocht Active er gerechtvaardigd op vertrouwen dat [persoon 1] namens [persoon 3] toestemming gaf voor de overdracht en daarmee de gemeente bond aan de overdrachtsovereenkomst. De gemeente is dus aan de afspraak van de canon van € 12.941,10 gebonden en moet deze afspraak nakomen. Om die reden vordert Active ook terugbetaling van wat zij te veel heeft betaald aan de gemeente. 4.3. De gemeente voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen. Volgens de gemeente hebben Active en de gemeente geen overeenstemming bereikt over een nieuwe erfpachtovereenkomst. De nieuwe erfpachtovereenkomst is nooit definitief gemaakt en ondertekend. Er is pas overeenstemming op het moment dat het nieuwe erfpachtrecht wordt gevestigd. Active heeft ook geen akkoord op de tekst van de erfpachtovereenkomst gegeven. Active wilde dat in maart 2024 ook niet geven vanwege de ontstane wateroverlast. Ook ontbrak de tenaamstelling in de erfpachtovereenkomst en dat is wel cruciale informatie. Verder heeft [persoon 1] geen rechtsgeldig aanbod gedaan. Hij was ook niet bevoegd daartoe. [persoon 3] was bevoegd om de overeenkomst te sluiten en heeft dit niet gedaan. Hij was niet op de hoogte van de canon en hij heeft ook niet met [persoon 1] hierover gesproken. Er is geen sprake van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid. Active wist dat [persoon 3] vertegenwoordigingsbevoegd was want dat stond vermeld in de concept overeenkomsten. Verder gaat het niet om de overdracht van het bestaande erfpachtrecht van [de erfpachter] aan Active, maar om het vestigen van een nieuw erfpachtrecht. De gemeente betwist ook dat er uitvoeringshandelingen zijn verricht. De Didam-publicatie is dat niet, want bekendmaking geschiedt voorafgaand aan het sluiten van een overeenkomst. Ook het doen van afstand is gekoppeld aan de totstandkoming van de erfpachtovereenkomst. 4.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5 De beoordeling De vordering om aan de allonge mee te werken Het juridisch toetsingskader 5.1. In deze zaak gaat het om de vraag of tussen Active en de gemeente een overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan Active als erfpachter van het perceel van de gemeente gehouden is tot betaling aan de gemeente van een canonprijs van € 12.941,10 op jaarbasis. Active meent van wel, de gemeente betwist dat. 5.2. Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod van de ene partij en de aanvaarding daarvan door de wederpartij (artikel 6:217 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW)). Of een overeenkomst tot stand is gekomen en met welke inhoud is afhankelijk van wat partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen hebben afgeleid en in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten afleiden. Aanbod en aanvaarding hoeven niet uitdrukkelijk plaats te vinden; zij kunnen in elke vorm geschieden en zij kunnen besloten liggen in een of meer gedragingen van een partij (zie de artikelen 3:35, 3:33 en 3:37 lid 1 BW). De beslissing: de gemeente is de canon van € 12.941,10 overeengekomen 5.3. [persoon 4] heeft namens de gemeente op 17 juli 2024 aan Active laten weten dat de canonprijs € 42.137,00 dient te zijn. De rechtbank is van oordeel dat Active op dat moment er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat tussen haar en de gemeente al een overeenkomst tot stand was gekomen die inhield dat zij een jaarlijkse canonprijs van € 12.941,10 aan de gemeente is verschuldigd. Dit oordeel is gebaseerd op een weging van de navolgende feiten en omstandigheden: In de eerste plaats heeft de gemeente in februari 2024 de concepten van de vestigingsovereenkomst en de afstandsovereenkomst gereed gemaakt en aan Active gezonden. De concepten hoefden alleen nog maar ondertekend te worden door [persoon 3] , Active en [de erfpachter] . Er stonden geen essentiële punten meer open. De inhoud van de overeenkomsten kwam namelijk overeen met hetgeen [persoon 1] met Active had afgesproken. Het gaat dan om de afspraak dat Active de nieuwe erfpachter wordt van het perceel van de gemeente, dat het erfpachtrecht van [de erfpachter] daardoor komt te vervallen en dat de canonprijs op jaarbasis € 12.941,10 zal bedragen. Dit laatste staat alleen in de conceptversie van de vestigingsovereenkomst vermeld. Op verzoek van de gemeente kon Active alleen erfpachter van het perceel worden als zij met Active nieuwe erfpachtvoorwaarden kon bedingen. Er moest daarom een nieuwe erfpachtovereenkomst met Active komen en [de erfpachter] moest afstand doen van zijn erfpachtrecht. Van uitgebreide onderhandelingen over de inhoud van de verschillende onderdelen uit de erfpachtovereenkomst was geen sprake. De erfpachtvoorwaarden van [de erfpachter] behoefde voor de gemeente met name op het punt van de canonprijs wijziging. [persoon 2] ging hiermee in oktober 2023 akkoord. Ook [de erfpachter] is akkoord gegaan met het doen van afstand van zijn erfpachtrecht. Verder is van belang dat uit beide concept overeenkomsten blijkt dat [persoon 3] de bevoegd vertegenwoordiger van de gemeente is. - De rechtbank hecht in het bijzonder waarde aan de omstandigheid dat [persoon 3] vervolgens na afloop van de Didam-publicatie de afstandsovereenkomst heeft ondertekend. Uit deze ondertekening mocht Active rederlijkwijs afleiden dat [persoon 3] , als bevoegd vertegenwoordiger van de gemeente, de afstandsovereenkomst vóór ondertekening had gelezen en akkoord was met de inhoud hiervan. Ook mocht Active naar het oordeel van de rechtbank hieruit afleiden dat [persoon 3] vóór ondertekening van de afstandsovereenkomst de inhoud van de vestigingsovereenkomst kende en daarmee akkoord was. De afstandsovereenkomst en de vestigingsovereenkomst waren immers onlosmakelijk met elkaar verbonden. 5.4. De omstandigheid dat de vestigingsovereenkomst nog niet was ondertekend, zoals de gemeente betoogt, maakt dit oordeel niet anders. Active mocht op grond van de hierboven geschetste feiten en omstandigheden erop vertrouwen dat [persoon 3] namens de gemeente akkoord was met de canon en dat ondertekening van de vestigingsovereenkomst nog slechts een formaliteit was. Zij hoefde er geen rekening mee te houden dat het de bedoeling van de gemeente was dat zij pas gebonden was aan de erfpachtafspraken wanneer de vestigingsovereenkomst en/of notariële akte door partijen was/waren ondertekend. 5.5. De gemeente wijst ook op de door haar overgelegde verklaring van [persoon 3] . Daarin verklaart [persoon 3] dat hij nooit met [persoon 1] heeft gesproken over de hoogte van de erfpachtcanon en dat de vestigingsovereenkomst in de periode van het najaar 2023 tot en met de zomer 2024 nooit aan hem ter goedkeuring is voorgelegd. Als zou kloppen dat [persoon 3] toentertijd geen kennis had van de vestigingsovereenkomst, dan maakt dat voor het oordeel van de rechtbank niet uit. Het gaat om wat Active redelijkerwijs mocht afleiden uit verklaringen en gedragingen van de gemeente, zoals de ondertekening van de afstandsovereenkomst. Er was voor Active geen aanleiding om aan te nemen dat [persoon 3] geen onderzoek zou doen naar de inhoud van de vestigingsovereenkomst en niet de wil had om tot ondertekening over te gaan na afloop van de Didam-publicatie. 5.6. Volgens de gemeente was er nog geen sprake van een overeenkomst omdat de tenaamstellinggegevens van Active ontbraken in de conceptversie van de vestigingsovereenkomst. Deze stelling wordt verworpen. Het was voor de gemeente duidelijk dat Active de erfpachter werd van het perceel. Deze naam staat als contractspartij vermeld in de conceptversie van de vestigingsovereenkomst die door Active als productie 6 is overgelegd. Ook in de Didam-publicatie en in de afstandsovereenkomst wordt Active bij naam genoemd. Active heeft op 17 juli 2024 op verzoek van de gemeente persoonsgegevens (geboortejaar en -plaats) aan de gemeente doorgegeven van de bestuurder van Active. Deze gegevens zijn van ondergeschikt belang voor het sluiten van de overeenkomst. 5.7. De gemeente betoogt ook dat Active is bijgestaan door een jurist en dat ook om die reden van gerechtvaardigd vertrouwen in de overeenkomst geen sprake kan zijn. Deze stelling wordt verworpen. Active heeft gemotiveerd betwist dat zij voor deze kwestie juridische bijstand had. De juridische bijstand had betrekking op het geschil over de wateroverlast. Gelet op deze gemotiveerde betwisting, lag het op de weg van de gemeente om haar stelling beter te onderbouwen. Daarin is zij niet geslaagd. 5.8. De gemeente stelt verder dat zij ervan uitging dat het niet meer tot een erfpachtovereenkomst zou komen, omdat Active maanden niets van zich liet horen. De enkele omstandigheid dat het van de zijde van Active stil was, is daarvoor evenwel niet voldoende. Die omstandigheid beëindigt een overeenkomst als de onderhavige niet. Dit geldt eens te meer, omdat de gemeente wist dat in de periode dat zij niets van Active hoorde, Active met [de erfpachter] in gesprek was over de wateroverlast. Bovendien is ter zitting besproken dat Active de gemeente niet heeft bericht of ook niet heeft laten berichten dat zij niet langer de erfpachtovereenkomst wilde aangaan of dat de overeenkomst moest worden aangepast. 5.9. De gemeente heeft tot slot nog aangevoerd dat zij terug kon komen op de hoogte van de canon in juli 2024. De rechtbank is het daar niet mee eens. Hiervoor is onder 5.6 overwogen dat de persoonsgegevens van ondergeschikt belang zijn voor het sluiten van de overeenkomst. Het ontbreken van die gegevens staat niet aan het totstandkomen van de overeenkomst in de weg. Daarnaast is hiervoor onder 5.4 overwogen dat Active erop mocht vertrouwen dat de gemeente akkoord was met de canon van € 12.941,10 per jaar. Het aanbod van dat bedrag was door Active al in oktober 2023 aanvaard. Dat aanbod kon de gemeente in juli 2024 daarom niet meer herroepen. 5.10. Uit het voorgaande volgt dat het beroep van Active op artikel 3:61 BW geen bespreking meer hoeft. [persoon 3] stond als bevoegd vertegenwoordiger op de concept overeenkomsten vermeld. Op basis hiervan wist (of moest) Active weten dat [persoon 1] niet bevoegd was om de gemeente te vertegenwoordigen. Het gaat hier niet om de vraag of Active mocht afgaan op de schijn dat [persoon 1] bevoegd was om de gemeente te vertegenwoordigen. Het gaat om de vraag of het vertrouwen van Active dat er reeds een overeenkomst was gesloten gerechtvaardigd was. Zoals hierboven al is geoordeeld heeft [persoon 3] namens de gemeente de afstandsovereenkomst ondertekend toen de publicatietermijn was afgelopen. Dit handelen lag in lijn met hetgeen Active en [persoon 1] namens de gemeente hadden afgesproken. Active had dus geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de afspraken die in een eerder stadium door de onbevoegde [persoon 1] namens de gemeente waren gemaakt. Active mocht erop vertrouwen dat [persoon 3] met de canon van € 12.941,10 akkoord was. Conclusie 5.11. De conclusie van het bovenstaande is dat tussen Active en de gemeente een overeenkomst tot stand is gekomen die inhoudt dat Active een jaarlijkse canonprijs van € 12.941,10 aan de gemeente is verschuldigd. Dit leidt ertoe dat de gemeente gehouden is om haar medewerking te verlenen aan het aangaan van een allonge bij de vestigingsovereenkomst van 20 december 2024, waarin de jaarlijkse canon van € 12.941,10 wordt vastgelegd. De vordering van Active onder I. wordt daarom toegewezen. De vordering tot betaling van het teveel betaalde 5.12. Onder II. vordert Active terugbetaling van de canon die zij teveel heeft betaald. De gemeente betwist de vordering en voert aan dat Active de canon van 2025 en 2026 onbetaald heeft gelaten. 5.13. De rechtbank wijst deze vordering af omdat Active deze vordering na de betwisting van de gemeente niet nader heeft onderbouwd. Daar komt bij dat Active tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat zij niet weet of de betalingen over 2025 en 2026 wel zijn verricht. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat het voor zich spreekt dat de gemeente gehouden is om het bedrag dat door Active te veel is betaald, terug te betalen aan Active. De proceskostenveroordeling 5.14. De gemeente is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Active worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 122,35 - griffierecht € 2.995,00 - salaris advocaat € 1.672,00 (2 punten × € 836,00) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 4.978,35 5.15. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 6 De beslissing De rechtbank 6.1. gebiedt de gemeente om binnen tien werkdagen na het wijzen van het vonnis mee te werken aan ondertekening van een allonge op de vestigingsovereenkomst van 20 december 2024. In deze allonge wordt het volgende bepaald: “Op 20 december 2024 is een overeenkomst tussen Active en de Gemeente tot het vestigen van een recht van erfpacht tot stand gekomen. Op 16 april 2025 is deze overeenkomst gewijzigd door middel van een allonge. Artikel 7 van de op 20 december 2024 gesloten en op 16 april 2025 gewijzigde overeenkomt bevat in artikel 7 lid 1 de volgende zin: “ De canon is vastgesteld op € 42.137,00 op jaarbasis en is als volgt opgebouwd: (4.793 m2 x € 180,- per m2 voor maatschappelijk gebruik x 5%). ” Deze zin wordt met terugwerkende kracht tot en met de aanvang van de overeenkomst c.q. vestiging van het erfpachtrecht op 24 april 2025 als volgt gewijzigd: “ De canon is vastgesteld op € 12.941,10 op jaarbasis en is als volgt opgebouwd: (4.793 m2 x € 180,- per m2 voor maatschappelijk gebruik x 1,5%) .” 6.2. veroordeelt de gemeente in de proceskosten van € 4.978,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als de gemeente niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 6.3. veroordeelt de gemeente tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 6.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 6.5. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Goedegebuur en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.

Similar Content