Skip to content
Case Law · Rechtbank Den Haag ·ECLI:NL:RBDHA:2026:19150 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Den Haag, 10-06-2026 (C/09/700880 / FA RK 26-2256)

Rechtbank Den Haag
Summary

Voorlopige voorzieningen. Zorgregeling: belregeling vastgesteld, doorverwijzing UHA met rapportage in bodemprocedure.

Full text

Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 26-2256 Zaaknummer: C/09/700880 Datum beschikking: 10 juni 2026 Voorlopige voorzieningen Beschikking op het op 6 maart 2026 ingekomen verzoek van: [de vader], de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. L.C.T.M. Geurts te Den Haag. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de moeder], de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. J.A. Hoste te Den Haag. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift. Op 27 mei 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat; de moeder, bijgestaan door haar advocaat; [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). Feiten De vader en de moeder zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2009 te [plaats]. Zij zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats]. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit over [minderjarige]. Volgens uittreksels uit de Basisregistratie Persoonsgegevens hebben de moeder en [minderjarige] in ieder geval de Nederlandse nationaliteit en de vader de Afghaanse nationaliteit. Bij deze rechtbank is een echtscheidingsprocedure betreffende partijen aanhangig, onder zaak- en rekestnummer C/09/691119 en FA RK 25-6714. Bij beschikking van deze rechtbank van 24 oktober 2025 zijn voorlopige voorzieningen getroffen, inhoudende dat de moeder bij uitsluiting van de vader gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning en dat [minderjarige] aan de moeder wordt toevertrouwd. Verzoek en verweer De vader verzoekt de rechtbank, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad, voor de duur van het geding een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van [minderjarige] wordt vastgesteld, inhoudende dat [minderjarige] in de weekenden van zaterdag 10.00 uur tot zondag 15.00 uur zonder begeleiding bij de vader verblijft, en doordeweeks bij de moeder. De moeder voert mondeling verweer. Beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht Omdat de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot het vaststellen van een voorlopige zorgregeling tussen [minderjarige] en de vader. Huidige situatie Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is gebleken dat de vader ruim een jaar geleden voor het laatst fysiek contact heeft gehad met [minderjarige]. Het contact is stopgezet nadat er op of omstreeks 30 november 2024 een ruzie heeft plaatsgevonden tussen de ouders, naar aanleiding waarvan de moeder met [minderjarige] de toenmalige gezamenlijke woning van partijen heeft verlaten. Naar aanleiding van een zorgmelding is [instantie] betrokken geraakt. Vervolgens heeft [instantie] [minderjarige] in maart 2025 aangemeld voor hulpverlening van [zorginstantie], die niet heeft kunnen starten omdat [minderjarige] de Nederlandse taal onvoldoende beheerste. [instantie] heeft de ouders en [minderjarige] in april 2025 ook aangemeld voor Ouderschap Blijft / Parallel (solo) ouderschap en contactherstel bij Jeugdformaat. Een aantal maanden later heeft er opnieuw een incident plaatsgevonden tussen de vader en (de familie van) de moeder, waarbij [minderjarige] aanwezig was en getuige is geweest van fysiek geweld. [instantie] meldt dat de traumasignalen daarna zijn toegenomen bij [minderjarige] en dat hij om die reden in augustus 2025 is aangemeld voor het Infant Mental Health -traject van [zorginstantie]. Ook geeft [instantie] aan dat Jeugdformaat in september 2025 is gestart met een screening, maar dat Ouderschap Blijft pas kan starten als de echtscheiding rond is en er duidelijkheid is over de zorgregeling alsook over de aanwezigheid van eventuele trauma’s bij [minderjarige]. [zorginstantie] is in september 2025 gestart met het Infant Mental Health -traject en inmiddels zijn er words and pictures -verhalen gemaakt met beide ouders. De ouders hebben aangegeven dat deze words and pictures -verhalen nog worden voorgelezen en aan de hand daarvan zal worden bezien of er sprake is van een traumareactie bij [minderjarige]. Pas daarna kan de verdere hulpverlening van [zorginstantie] en eventueel Jeugdformaat aanvangen. Inhoudelijke beoordeling Op de zitting heeft de rechtbank met de ouders gesproken over het verzoek van de vader en over de huidige situatie. [instantie] heeft [minderjarige] en zijn ouders aangemeld bij verschillende instanties voor verschillende vormen van hulpverlening. Een van de doelen hiervan is contactherstel tussen [minderjarige] en zijn vader. Jeugdformaat geeft echter aan dat het traject daarvoor pas kan worden gestart nadat er eerst andere stappen worden gezet, zoals het doorlopen van het Infant Mental Health -traject bij [zorginstantie]. Hoewel er dus veel hulpverlening betrokken is bij de ouders en [minderjarige], zijn er vooralsnog weinig tot geen concrete stappen gezet richting het contactherstel, terwijl beide ouders wel achter contactherstel staan, met als gevolg dat [minderjarige] zijn vader nu al lange tijd niet heeft gezien. De rechtbank begrijpt de frustratie die de vader in dit verband ervaart, nu hij zijn zoon al geruime tijd niet heeft gezien en hij voor zijn gevoel steeds hetzelfde verhaal moet vertellen bij verschillende hulpverleners. Desalniettemin benadrukt de rechtbank dat niet uit het oog mag worden verloren dat de hulpverlening signalen van (mogelijke) traumatisering door gebeurtenissen in het verleden bij [minderjarige] heeft waargenomen en dat die signalen serieus moeten worden genomen. Dit brengt ook mee dat telkens zorgvuldig moet worden afgewogen wat voor [minderjarige] op dat moment het beste is. Die zorgvuldigheid maakt dat telkens opnieuw moet worden afgewogen of en zo ja, welke, vervolgstappen kunnen worden gezet. Het is belangrijk dat [minderjarige] de juiste hulp en tijd krijgt om te profiteren van de geboden hulp. Daarom doet de rechtbank een beroep op de vader om [minderjarige] deze ruimte te geven en om zich volledig in te zetten voor de hulpverlening, nu dit uiteindelijk naar verwachting ten goede zal komen aan het bevorderen van het contactherstel op de lange termijn. Tegen deze achtergrond, waarbij zorgvuldigheid en voortvarendheid vechten om voorrang, is de rechtbank met de Raad van oordeel dat het noodzakelijk is dat er door een derde partij regie wordt gevoerd op de al betrokken hulpverlening vanuit [instantie], [zorginstantie] en Jeugdformaat, zodat deze hulpverlening meer wordt gestroomlijnd en er stappen gezet worden. Bij dit oordeel betrekt de rechtbank ook het gegeven dat [minderjarige] zijn vader nu al meer dan een jaar niet heeft gezien en dat verder tijdsverloop het contactherstel naar verwachting verder zal bemoeilijken. Daarom acht de rechtbank het in het belang van [minderjarige] dat er – in afwachting van het verloop van de hulpverlening en met name het Infant Mental Health -traject – al een aanmelding wordt gedaan voor omgangsbegeleiding via het Kenniscentrum Kind en Scheiding, zodat dit zonder verdere vertraging kan starten als de benodigde hulpverlening is afgerond en werken aan contactherstel mogelijk blijkt. De rechtbank heeft het voorgaande tijdens de zitting besproken met de ouders. Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan de trajecten ouderschapsbemiddeling / parallel (solo) ouderschap en omgangsbegeleiding. De rechtbank zal de ouders en [minderjarige] in de gelegenheid stellen deel te nemen aan deze trajecten, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar het Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemde trajecten en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie, voor zover de ouders en [minderjarige] daar nog niet zijn aangemeld. De rechtbank zal deze beschikking per post zenden aan het Kenniscentrum Kind en Scheiding. De rechtbank verzoekt de ouders om de rechtbank tijdig te informeren over het verloop van voornoemd traject. Van de uitvoerende hulpverleningsinstantie verwacht de rechtbank dat zij de eindrapportage over het verloop van het traject indient op de hierna vermelde wijze in de bodemprocedure met zaak- en rekestnummer C/09/691119 en FA RK 25-6714 . De hulpverleningsinstantie kan de rechtbank tussentijds informeren als daartoe aanleiding is. Belregeling Tijdens de zitting is gebleken dat er in de afgelopen periode al regelmatig videobelcontact is geweest tussen [minderjarige] en de vader. De moeder heeft aangegeven dat zij [minderjarige] af en toe vraagt of hij wil videobellen met zijn vader, en dat hij dat soms wel en soms niet wil. Gemiddeld hebben [minderjarige] en de vader eens per week videobelcontact. De ouders hebben aangegeven dat zij deze vorm van contact willen voortzetten in de komende periode. Omdat de rechtbank het in het belang van [minderjarige] acht dat hij op deze laagdrempelige wijze in contact blijft met de vader en omdat dit contact voor [minderjarige] prettig lijkt te zijn, zal de rechtbank deze videobelregeling vastleggen. Daarbij verwacht de rechtbank van de moeder dat zij [minderjarige] regelmatig zal blijven aanbieden om te videobellen met de vader, en verlangt de rechtbank van de vader dat hij zich, zoals hij nu ook al doet, er in voorkomende gevallen bij neerlegt als [minderjarige] aangeeft dat hij niet wil videobellen. Beslissing De rechtbank: * bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats], eens per week videobelcontact met zijn vader heeft,, * stelt vast dat de ouders, te weten: [de vader], (de vader) wonende op de [adres 1] te [woonplaats]; en [de moeder], (de moeder) wonende op de [adres 2] te [woonplaats]; bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan de trajecten Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap en Omgangsbegeleiding, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie; beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar: Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg; bepaalt dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert over het verloop van voornoemd traject , met kopie aan beide ouders, in de bodemprocedure met zaak- en rekestnummer C/09/691119 en FA RK 25-6714 ; verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 10 juni 2026.

Similar Content