Rechtbank Den Haag, 06-07-2026 (09/364663-24)
Oplichting van meerdere kredietverstrekkers en leasemaatschappijen door persoonlijke documenten van natuurlijke personen te vervalsen (valsheid in geschrift) en daarmee op naam van die natuurlijke personen kredieten, leaseauto's en limieten aan te vragen (identiteitsfraude). Tevens aanwezig hebben van een gaspistool met bijbehorende munitie. De verdachte ontkent enige betrokkenheid. Veroordeling voor oplichting, valsheid in geschrift en identiteitsfraude en voorhanden hebben wapen. Oplegging van een gevangenisstraf van 40 maanden. Artikel 63 Sr van toepassing. Twaalf vorderingen tot schadevergoeding.
Full text
Rechtbank DEN HAAG Strafrecht Meervoudige kamer Parketnummer: 09/364663-24 Datum uitspraak: 6 juli 2026 Tegenspraak De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] ([geboorteland]), zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande; op dit moment gedetineerd in Justitieel Complex [plaats 1]. 1 Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 22 juni 2026. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. A.J. Algera en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. F.A.M. Engels, naar voren is gebracht. 2 De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, die is gewijzigd op de terechtzitting van 22 juni 2026. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Samengevat is hem ten laste gelegd: 1) het oplichten van vijf rechtspersonen door van hen kredieten, kredietlimieten, geldbedragen en leasevoertuigen te verkrijgen op naam van de burgeraangevers en door middel van het gebruik van hun gegevens die soms vals waren; 2) het plegen van valsheid in geschrift, primair door het medeplegen van het zelf vervalsen van deze geschriften, subsidiair door het gebruikmaken van deze vervalste geschriften; 3) het misbruiken van de persoonsgegevens van twaalf natuurlijke personen; 4) het voorhanden hebben van een categorie III vuurwapen en munitie. De feiten 1 tot en met 3 zijn ook als medeplegen laste gelegd, feit 1 is volgens de tenlastelegging gepleegd in de periode 4 januari 2023 tot en met 29 november 2024, de feiten 2 en 3 in de periode 1 januari 2022 tot en met 3 december 2024, waarbij voor alle drie de feiten als pleegplaats Zoetermeer, althans Nederland ten laste is gelegd. Feit 4 is volgens de tenlastelegging gepleegd op of omstreeks 3 december 2024 in Zoetermeer. 3. De bewijsbeslissing 3.1. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 2 primair tenlastegelegde en tot bewezenverklaring van het onder 1, 2 subsidiair, 3 en 4 tenlastegelegde. 3.2. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft namens de verdachte vrijspraak van het onder 1, 2, en 3 tenlastegelegde bepleit en heeft zich met betrekking tot het onder 4 tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 3.3. Gebruikte bewijsmiddelen De rechtbank heeft in bijlage II de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden opgenomen. 3.4. Bewijsoverwegingen Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 De rechtbank overweegt als volgt. In de periode van januari 2023 tot en met mei 2024 hebben diverse rechtspersonen (waaronder financiële instellingen) en natuurlijke personen (particulieren) aangifte gedaan van oplichting, valsheid in geschrift en identiteitsfraude tegen [bedrijfsnaam] en haar eigenaar [verdachte] (de verdachte). Uit de aangiften volgt een consistent en vast patroon van handelen, een zogenoemde modus operandi van degenen door wie aangevers zeggen te zijn gedupeerd. Dit handelen is blijkens de aangiften en de overigens in de bewijsmiddelen opgenomen redengevende feiten en omstandigheden te koppelen aan de verdachte. Ter nadere toelichting overweegt de rechtbank als volgt. Modus operandi De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat uit de aangiften een consistent en terugkerend patroon naar voren komt. Verdachte kwam als woonbemiddelaar in contact met personen die op zoek waren naar een woonruimte. Op verzoek van verdachte verstrekten zij onder meer hun persoonsgegevens en financiële informatie ten behoeve van het vinden van een woning. Deze gegevens werden kort nadien - zonder hun toestemming - gebruikt voor de aanvraag van diverse financiële producten en tot het sluiten van overeenkomsten (waaronder bankrekeningen, kredieten, leningen, creditcards en leaseovereenkomsten voor voertuigen), die vaak zijn gehonoreerd. Bij deze aanvragen werd gebruik gemaakt van vervalste documenten, zoals inkomensgegevens en loonstroken van de eerdergenoemde personen die de verdachte hadden ingeschakeld als woonbemiddelaar. Die personen werden vervolgens geconfronteerd met betalingsachterstanden, aanmaningen, boetes en BKR-registraties. Modus operandi te koppelen aan de verdachte Eerdergenoemde vervalste documenten zijn in de meeste gevallen te herleiden tot de verdachte. Bij diverse aanvragen zijn adressen gebruikt die herleidbaar zijn tot de verdachte en zijn directe omgeving. De verdachte is verder meermalen herkend op foto’s en selfies die zijn gebruikt bij aanvragen, terwijl op vervalste identiteitsdocumenten van onder meer de aangevers [aangever 1] en [aangever 2] foto’s van de verdachte zijn aangetroffen. Ook is de partner van verdachte herkend op vergelijkbare beelden en documenten, en blijkt uit gegevens van financiële instellingen dat bij telefonische verificaties herhaaldelijk gebruik is gemaakt van een aan de verdachte te koppelen telefoonnummer. Ook zijn in de woning van de verdachte bankpassen op naam van de verdachte aangetroffen. Bovendien is de verdachte herkend op camerabeelden van geldopnames met creditcards op naam van aangever [aangever 3] en bij een BMW-dealer bij het ophalen van een leasevoertuig (BMW met kenteken [kenteken]) op naam van aangever [aangever 4], terwijl in de woning aan de [adres] te [plaats 2] bij dat voertuig passende autosleutels zijn aangetroffen. Ook is hij door aangever [aangever 5] herkend als bestuurder van een voertuig. Verwerping standpunten verdediging In het geval van de aangever [aangever 6] wijkt de handelwijze deels af van de hiervoor vastgestelde modus operandi. Uit de aangifte van [aangever 6] volgt niet dat hij voorafgaand aan de frauduleuze handelingen contact heeft gehad met verdachte en hij heeft verklaard de verdachte niet te kennen. Anders dan de verdediging heeft aangevoerd, volgt daaruit echter niet dat niet (meer) gesproken kan worden van een eenduidig en consistent handelingspatroon dat als een modus operandi kan worden geduid. Hier komt bij dat ook in het geval van [aangever 6] op zijn naam bij Finidio een krediet is afgesloten en bij Santander en Quander kredietaanvragen zijn gedaan, waarbij gebruik is gemaakt van vervalste bankafschriften, salarisstroken en het paspoort van deze aangever. Onder meer het gebruikte vervalste paspoort is herleidbaar tot de verdachte: de persoon op de selfie en de gebruikte pasfoto in het paspoort zijn herkend als de verdachte. De desbetreffende aangever heeft, evenals alle andere natuurlijke personen die aangifte hebben gedaan, verklaard dat hij die aanvragen niet heeft gedaan. Ook heeft hij documenten verstrekt aan een makelaar in verband met het verkrijgen van een huurwoning. De rechtbank verwerpt ook het standpunt van de verdediging dat de verklaringen van de natuurlijke personen die aangifte hebben gedaan onbetrouwbaar zijn omdat zij tegenstrijdigheden bevatten en daarom bewijskracht ontberen. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de aangiften omdat aangevers in grote lijnen juist overeenkomstig verklaren. De aangiftes laten een consistent beeld zien; het is niet waarschijnlijk dat meerdere aangevers in strijd met de waarheid een gelijksoortige verklaring hebben afgelegd. De enkele bewering dat de aangevers ‘elkaar kennen’, zoals de verdediging stelt, is daarvoor onvoldoende. Ook wordt het beeld dat uit de aangiftes naar voren komt, ondersteund door andere (hierna te bespreken) bewijsmiddelen. De meeste aangevers hebben zelf ook geen voordeel gehad van de afgesloten kredieten of leaseovereenkomsten; er zijn in die gevallen op hun naam enkel schulden gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat de aangiftes betrouwbaar zijn. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij enkel heeft bemiddeld bij het verkrijgen van een woonruimte en geen betrokkenheid heeft gehad bij de feiten die aan hem ten laste zijn gelegd. Voor een aantal in het oog springende feiten heeft hij echter geen verklaring, zoals het feit dat in het bezit was van bankpassen op naam van twee van de slachtoffers, en het feit dat hij ervoor zorgde dat de overeenkomsten met de banken niet op het adres van de slachtoffers werden afgesloten, maar op adressen waar hij de post kon ontvangen. De rechtbank acht de verklaring van de verdachte ongeloofwaardig, want onvoldoende concreet, mede in het licht van de inhoud van het dossier en de daarin beschreven werkwijze. Zij laat die verklaring dan ook buiten beschouwing. Ten slotte acht de rechtbank niet relevant of de verdachte ten tijde van de tenlastegelegde periode deels in het buitenland verbleef, zoals de verdediging heeft aangevoerd. Allereerst kan op basis van de door de verdediging overgelegde kopieën van vliegtickets niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld wanneer (op welke data precies) de verdachte in Nederland, dan wel Canada verbleef. Los daarvan, is verblijf in Nederland geen noodzakelijke voorwaarde voor het plegen van de tenlastegelegde feiten. Immers, de aanvragen en verstrekking van de daarvoor vereiste documenten zijn doorgaans digitaal, op afstand, ingediend. Fysieke aanwezigheid in Nederland is daarvoor dan ook niet vereist. Een en ander laat overigens onverlet dat de feiten in Nederland zijn gepleegd. Dit nu de overeenkomsten die zijn aangegaan met rechtspersonen in Nederland zijn gesloten en de persoonsgegevens van de natuurlijke personen die aangifte hebben gedaan in Nederland zijn gebruikt en verder vaststaat dat de verdachte in ieder geval gedurende de ten laste gelegde periode óók in Nederland heeft verbleven. Conclusie De rechtbank komt, op grond van de bewijsmiddelen en de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden, tot het oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat het de verdachte is geweest die met (vervalste) persoonsgegevens kredietaanvragen heeft ingediend bij diverse kredietverstrekkers, creditcards heeft aangevraagd en leaseovereenkomsten voor voertuigen heeft afgesloten. Dit wordt ondersteund door de hiervoor opgenomen verschillende aanvullende bevindingen uit het dossier. Partiële vrijspraak medeplegen De rechtbank is – met de officier van justitie en de verdediging – van oordeel dat niet bewezen kan worden dat de verdachte de tenlastegelegde feiten in nauwe en bewuste samenwerking met een of meer anderen heeft gepleegd. De verdachte zal daarom ten aanzien van zowel het onder 1 als onder 2 en 3 tenlastegelegde worden vrijgesproken van het onderdeel medeplegen. De rechtbank komt voor het overige tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten. In aanvulling op hetgeen hiervoor in algemene zin is overwogen, overweegt de rechtbank specifiek rechtbank over de ten laste gelegde feiten afzonderlijk nog het volgende. Ten aanzien van feit 1 De rechtbank stelt aan de hand van het dossier, het onderzoek ter terechtzitting en die hiervoor opgenomen feiten en omstandigheden vast dat het steeds de verdachte is geweest die de overeenkomsten op naam van de natuurlijke personen die aangifte hebben gedaan heeft afgesloten. Hij heeft daarbij hun gegevens gebruikt, contact gehad met de financiële instellingen, die rechtspersonen die aangifte hebben gedaan, en zich daarbij voorgedaan als de contractant en de documenten die gedeeltelijk vervalst waren, heeft verstrekt. Op grond daarvan is de rechtbank van oordeel dat de verdachte door een samenweefsel van verdichtsels, listige kunstgrepen, het aannemen van een valse naam bij de rechtspersonen een onjuiste voorstelling van zaken in het leven heeft geroepen waardoor deze zijn bewogen tot de afgifte of verstrekking van een of meer kredieten, creditcards of leaseauto’s. In het bijzonder neemt de rechtbank als omstandigheden in aanmerking dat de verdachte telkens bleek te beschikken over (valse) loonspecificaties, bankafschriften, jaarrekeningen en identiteitsdocumenten, welke hij gebruikte om de genoemde kredieten, creditcards of leaseauto’s aan te vragen. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat het onder feit 1 tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Ten aanzien van feit 2 Het dossier bevat een groot aantal documenten die aan verschillende rechtspersonen (veelal financiële instanties) zijn verstrekt met als doel een overeenkomst (krediet en waarvan na onderzoek is vastgesteld dat deze valselijk zijn opgemaakt dan wel zijn vervalst. Vaststaat dat het verdachte is geweest die de overeenkomsten met deze rechtspersonen heeft gesloten, waarbij de verdachte gebruik heeft gemaakt van vervalste documenten. De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat uit de feiten en omstandigheden die uit het dossier naar voren komen redelijkerwijs geen andere conclusie kan worden getrokken dan dat verdachte de betreffende documenten zelf heeft vervalst. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat een ander die vervalsingen heeft vervaardigd of daarbij betrokken was. Integendeel, de vervalste documenten bevatten steeds specifiek aan verdachte te linken informatie zoals (voormalig) woonadressen van verdachte, zijn partner en zijn ouders. Ook bevatten documenten foto’s van zowel verdachte als zijn vrouw. Tevens volgt uit de bewijsmiddelen dat verdachte als auteur van een vervalst PDF-bestand kan worden aangemerkt. De verdachte heeft tegenover deze belastende omstandigheden geen concrete, verifieerbare of aannemelijke verklaring gegeven die in een andere richting wijst. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte de betreffende documenten zelf heeft vervalst. In de handelingen die de verdachte heeft gepleegd, ligt tevens het oogmerk besloten. De verdachte heeft deze vervalste documenten gebruikt voor zijn eigen doelen. Daarmee acht de rechtbank het onder 2 primair tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Ten aanzien van feit 3 De verdachte heeft onbevoegd de namen en gegevens van de twaalf natuurlijke personen die aangifte hebben gedaan, gebruikt. Voor een deel van hen geldt dat hun gegevens zijn gebruikt bij het al dan niet succesvol aanvragen van kredieten/kredietlimieten, aanvragen en gebruikmaken van betaalpassen en/of creditcards, afsluiten van huur- en leasecontracten of aanschaffen van goederen bij voornoemde aangevende instanties genoemd in feit 1 en feit 2. Met de vaststelling dat het de verdachte is geweest die op naam van al deze personen in strijd met de waarheid contacten heeft afgesloten met rechtspersonen, kan het onder feit 3 ten laste gelegde identiteitsfraude dus ook wettig en overtuigend worden bewezen. Ten aanzien van feit 4 In de schuur bij de woning van de verdachte is een gasdrukpistool, een wapen, aangetroffen. De verdachte is samen met zijn vier kinderen en zijn partner aangetroffen in de woning. Allen beschikken over een sleutel van de schuur. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij ten tijde van het aantreffen niets wist van de aanwezigheid van het wapen. Pas na zijn aanhouding zou de verdachte van zijn partner hebben gehoord dat éen van zijn kinderen het wapen op school heeft gekocht en dat Veilig Thuis is ingeschakeld. De rechtbank acht de verklaring van de verdachte, die hij eerst ter terechtzitting heeft afgelegd, niet geloofwaardig. Indien en voor zover de door de verdachte geschetste gang van zaken waar zou zijn, had een dergelijke verklaring op een eerder moment voor de hand gelegen. De verdachte heeft zijn verklaring ook niet met stukken onderbouwd, waarmee zij niet door de rechtbank op juistheid kan worden getoetst. Zij gaat er daarom aan voorbij. De rechtbank leidt de wetenschap van de verdachte over het wapen onder meer af uit zijn verklaring in het politieverhoor. Op een vraag van de politie over het vuurwapen antwoordde de verdachte met “het is geen vuurwapen”. De bijbehorende munitie is in een cv-ketel kast in de slaapkamer op de eerste etage aangetroffen. De slaapkamer is de plek waar de verdachte sliep, wat het aannemelijk maakt dat hij wist dat het daar lag. De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat de verdachte de feitelijke macht over het wapen en de munitie heeft kunnen uitoefenen en dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte zich bewust is geweest van de aanwezigheid van het gaspistool en de bijbehorende munitie. Daarmee acht de rechtbank het onder 4 tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen. 3.5. De bewezenverklaring De rechtbank is van oordeel dat de onder 1, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend zijn bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat: 1 hij in de periode van 4 januari 2023 tot en met 29 november in Nederland meermalen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam, door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, Finidio N.V. en/of de Volksbank N.V. en/of Alfam Holding N.V. en/of International Card Services B.V. en/of Athlon Car Lease Nederland B.V., heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, te weten de afgifte en/of het verlenen van een of meerdere kredieten en/of kredietlimieten en/of geldbedragen en/of (lease-)voertuigen, in elk geval enig goed, door: ten behoeve van het verkrijgen van voornoemde kredieten en/of kredietlimieten en/of geldbedragen en/of (lease-)voertuigen telkens, - een of meerdere rekeningnummers te openen en creditcards en betaalpassen aan te vragen op naam van [aangever 6] en/of [aangever 2] en/of [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 4] en/of [aangever 10], en - een of meerdere identiteitsbewijzen en bankafschriften en salarisspecificaties en jaarrekeningen en andere geschriften op naam- en/of ten aanzien van [aangever 6] en/of [aangever 2] en/of [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 4] en/of [aangever 10], valselijk op te maken en in strijd met de waarheid aan te passen en - voornoemde documenten/geschriften aan die Finid i o N.V. en/of de Volksbank N.V. en/of Alfam Holding N.V. en/of International Card Services B.V. en/of Athlon Car Lease Nederland B.V. te verstrekken als het ware echt en onvervalst en - zich in strijd met de werkelijkheid als voornoemde [aangever 6] en/of [aangever 2] en/of [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 4] en/of [aangever 10], voor te doen en - aldus een onjuiste voorstelling van zaken en belangen aan die Finidio N.V. en/of de Volksbank N.V. en/of Alfam Holding N.V. en/of International Card Services B.V en/of Athlon Car Lease Nederland B.V. te presenteren; 2 hij, in de periode van 1 januari 2022 tot en met 3 december 2024 in Nederland, meermalen, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten meerdere identiteitsbewijzen en bankafschriften en salarisspecificaties en jaarrekeningen en andere geschriften op naam- en ten aanzien van [aangever 6] en/of [aangever 2] en/of [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 4] en/of [aangever 10] en/of [aangever 1] en/of [aangever 11], valselijk heeft opgemaakt en heeft vervalst door telkens vals en in strijd met de werkelijkheid die documenten op te maken, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken; 3 hij, in de periode van 1 januari 2022 tot en met 3 december 2024 in Nederland, meermalen, opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens van anderen, te weten: de namen en adresgegevens en contactgegevens en bankgegevens en salarisspecificaties en andere gegevens van [aangever 5] en/of [aangever 2] en/of [aangever 12] en/of [aangever 6] en/of [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 11] en/of [aangever 1] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 4] en/of [aangever 10], heeft gebruikt, door telkens onbevoegd de gegevens van voornoemde personen te gebruiken als (fictieve) klant(gegevens) voor het aanvragen van kredieten en kredietlimieten en betaalrekeningen en betaalpassen en creditcards en het afsluiten van huur- en leasecontracten en het aanschaffen van goederen, met het oogmerk zijn identiteit te verhelen en om de identiteit van de ander te misbruiken, waardoor enig nadeel kon ontstaan; 4 hij, op 3 december 2024 te Zoetermeer, - een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gaspistool van het merk Walther, model P22, kaliber 9 mm Knall, zijnde een vuurwapen en - munitie, te weten 50 stuks munitie van het merk Skullfire, kaliber 9 mm Knall, in de zin van categorie III van de Wet Wapens en Munitie, voorhanden heeft gehad; Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad. 4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. 5 De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 6 De strafoplegging 6.1. De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte, rekening houdend met artikel 63 Sr, wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vierenveertig maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. 6.2. Het standpunt van de verdediging De verdediging verzoekt geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan het reeds ondergane voorarrest en deze aan te vullen met de oplegging van een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf. 6.3. Het oordeel van de rechtbank Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking. Ernst van de feiten De verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan oplichting, identiteitsfraude en valsheid in geschrift. De verdachte heeft verschillende partijen op grote schaal opgelicht en identiteitsfraude gepleegd, waarbij zowel rechtspersonen als natuurlijke personen (particulieren) slachtoffer zijn geworden. Ter verwezenlijking hiervan heeft de verdachte veelvuldig valsheid in geschrift gepleegd en de aldus vervaardigde vervalste documenten aangewend bij diverse krediet- en creditcardaanvragen, alsmede bij het aangaan van leasecontracten. In totaal heeft de verdachte de rechtspersonen voor ruim € 125.000- opgelicht. Van vele particuliere slachtoffers heeft de verdachte persoonsgegevens misbruikt om zichzelf te bevoordelen. De verdachte heeft daarbij misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de betrokkenen in hem stelden nu hij hen had toegezegd bemiddeling te verlenen bij het vinden van een woonruimte. Die woonruimte is er niet gekomen. Voor de slachtoffers heeft het handelen van de verdachte niet alleen financiële gevolgen gehad. Bij hen heeft het ook tot onzekerheid, frustratie en een aantasting van hun gevoel van veiligheid en vertrouwen geleid. Slachtoffers van identiteitsfraude kunnen bovendien nog geruime tijd worden geconfronteerd met de gevolgen van het misbruik van hun persoonsgegevens, bijvoorbeeld doordat zij ten onrechte worden aangesproken voor schulden of hun financiële positie moeten herstellen. Dat is ook in dit geval gebleken. De verdachte heeft zich hierom kennelijk niet bekommerd. Hij heeft zich enkel laten leiden door eigen financieel gewin. Daarnaast heeft het handelen van de verdachte het vertrouwen geschaad dat financiële instellingen en andere ondernemingen moeten kunnen stellen in de juistheid van aangeleverde persoonsgegevens en documenten. Door op grote schaal gebruik te maken van vervalste documenten en de identiteit van anderen te misbruiken, heeft de verdachte de betrouwbaarheid van het maatschappelijk en economisch verkeer ernstig ondermijnd. Dergelijke feiten brengen niet alleen aanzienlijke financiële schade toe aan de direct gedupeerden, maar leiden ook tot hogere kosten en strengere controles voor bonafide burgers en ondernemingen. Aan dit alles kent de rechtbank zwaarwegende betekenis toe bij haar strafoplegging. Ook heeft de verdachte een gaspistool en munitie voorhanden gehad. Het voorhanden hebben van een gaspistool brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich. Er dient streng te worden opgetreden tegen het onbevoegd voorhanden hebben van vuurwapens, ook als het gaat om gas- en alarmpistolen, nu dergelijke wapens kunnen worden gebruikt ter af- en/of bedreiging. Strafblad De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 13 mei 2026. Hieruit volgt dat de verdachte eerder voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten onherroepelijk is veroordeeld tot langdurige gevangenisstraffen (namelijk laatstelijk onherroepelijk tot een gevangenisstraf van 52 maanden bij arrest van de Hoge Raad van 22 april 2025, nadat hij in cassatie is gekomen van een arrest van het gerechtshof Den Haag van 20 december 2022, waarbij 54 maanden gevangenisstraf was opgelegd). Naast de ernst van het feit, kent de rechtbank hieraan bij haar strafoplegging zwaarwegende betekenis toe. De verdachte lijkt niet te stoppen. Al tijdens eerdergenoemde procedure bij het hof is hij opnieuw de fout ingegaan. Ook voordien is hij onherroepelijk veroordeeld voor soortgelijke feiten. Persoon van de verdachte De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 28 februari 2025. De reclassering onthoudt zich van een advies over bijzondere voorwaarden en het recidiverisico. Er zijn geen persoonlijke omstandigheden die de rechtbank strafverminderend meeweegt. Uitgangspunten strafoplegging De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht vergelijkbare zaken en bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Voor de bewezenverklaarde feiten 1-3 bestaan geen oriëntatiepunten. Wat betreft feit 4 geldt dat als oriëntatiepunt voor het voorhanden hebben van een gaspistool een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geldt van één maand. Voor de feiten 1-3 neemt de rechtbank per feit tot uitgangspunt een straf van twaalf maanden, gelet op de ernst van het feit, mede gezien schaal waarop de verdachte opereerde en de lange pleegperiode. Hier komt bij dat de verdachte in herhaling is getreden. De rechtbank weegt verder mee dat sprake is van meerdaadse samenloop, hetgeen zij strafverhogend weegt, zij het dat wat betreft de feiten 1 tot en met 3 sprake is van gedragingen die met elkaar samenhangen, hetgeen zij enigszins in strafmatigende zin meeweegt. Artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht De rechtbank heeft bij het bepalen van de op te leggen straf rekening gehouden met artikel 63 Sr (vergelijk: HR 13 januari 1987, NJ 1987, 884, ECLI:NL:PHR:1987:AC2830). Nu de verdachte eerder 52 maanden opgelegd heeft gekregen, geldt een strafplafond van 44 maanden. Wat betreft de straftoemeting, overweegt de rechtbank dat, gegeven de ernst van de feiten en de herhaling, aan artikel 63 Sr beperkte betekenis toekomt. Met andere woorden: als de nieuwe feiten zouden zijn berecht met de reeds afgedane feiten, zou naar het oordeel van de rechtbank genoemd strafmaximum ten minste in beeld zijn gekomen. Niettemin kent de rechtbank aan artikel 63 Sr wel iets zwaardere betekenis toe dan de officier van justitie, hetgeen mede reden is waarom haar strafoplegging vier maanden lager is dan geëist. Conclusie Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt. Alles overwegend acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van veertig maanden passend en geboden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Voor de oplegging van een voorwaardelijk strafdeel ziet de rechtbank geen aanleiding. Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering. 7 De vorderingen van de benadeelde partijen/de schadevergoedingsmaatregelen De hierna te noemen (rechts)personen hebben als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vorderen een schadevergoeding: Alfam Holding N.V., [aangever 7], International Card Services BV , [aangever 4] , [aangever 9], [aangever 5], [aangever 2], De Volksbank N.V. Met het oog op de overzichtelijkheid van de bedragen en de standpunten heeft de rechtbank de vorderingen van de benadeelde partijen in een tabel verwerkt die als bijlage aan het vonnis wordt gehecht. Deze bijlage is onderdeel van de motivering van de rechtbank van haar beslissingen in dit vonnis over de vorderingen benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatrgelen. De bedragen in de kolom “toe te wijzen deel” zullen worden toegewezen. Algemene overwegingen ter toelichting op de bijlage Vast staat dat de verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover eisers. Sommige schuldeisers daarom recht op vergoeding van hun schade. De bedragen hierna in de kolom “niet-ontvankelijk” zal de rechtbank in deze procedure niet toewijzen, omdat wat betreft deze schadeposten (1) een wettelijke basis ontbreekt, of (2) onvoldoende is gesteld, dan wel de (3) hoogte van de schade onvoldoende vast staat. In geval (3) geldt bovendien dat het nader vast stellen van de schade een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. Voor het niet-ontvankelijke deel kunnen de benadeelde partijen hun vordering bij de burgerlijke rechter aanhangig maken. Meer specifiek wordt (voor zowel de toegewezen bedragen als de posten die niet-ontvankelijk zijn) verwezen naar de motivering per schadepost in de tabel. De wettelijke rente wordt bij gebreke aan een voldoende concrete aanknopingspunt voor de precieze datum waarop de schade is geleden, toegekend met ingang van heden, 6 juli 2026. Ten aanzien van de aan natuurlijke personen toegekende schadebedragen zal de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd. Van de gedupeerde rechtspersonen kan worden aangenomen dat zij deze schade als bedrijfsrisico dragen in het geval deze niet op de verdachte kan worden verhaald. 8 De inbeslaggenomen voorwerpen 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de op de, als bijlage III aan dit vonnis gehechte, lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder 1, 2 en 3 genoemde voorwerpen zullen worden teruggegeven aan de verdachte. 8.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft eveneens verzocht dat de op de lijst van de inbeslaggenomen voorwerpen onder 1, 2, en 3 genoemde voorwerpen zullen worden teruggegeven aan de verdachte. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Nu het belang van de strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal de rechtbank de teruggave aan de verdachte gelasten van de op de beslaglijst onder 1, 2 en 3 genoemde voorwerpen. 9 De toepasselijke wetsartikelen De op te leggen straf is gegrond op de artikelen: - 36 f, 55, 57, 63, 225, 231b, 326 van het Wetboek van Strafrecht; - 26 en 55 van de Wet wapens en munitie. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden. 10 De beslissing De rechtbank: verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en dat het bewezenverklaarde uitmaakt: ten aanzien van feit 1: oplichting, meermalen gepleegd ; ten aanzien van feit 2: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd ; ten aanzien van feit 3: opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van anderen gebruiken met het oogmerk om de identiteit van een ander te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan, meermalen gepleegd ; ten aanzien van feit 4: de eendaadse samenloop van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapen en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III; en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie ; verklaart de verdachte daarvoor strafbaar; veroordeelt de verdachte tot: een gevangenisstraf voor de duur van 40 ( VEERTIG ) MAANDEN ; bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht; de vorderingen van de benadeelde partijen veroordeelt de verdachte om de hieronder te noemen bedragen te betalen: - aan Alfam Holding N.V. € 240,00 - aan International Card Services BV € 4.930,97 - aan [aangever 4] € 126,90 - aan [aangever 9] € 126,91 - aan [aangever 2] € 168,00 - aan De Volksbank NV € 27.173,84 bovenstaande bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 juli 2026 tot aan de dag waarop de vordering is betaald; bepaalt dat de benadeelde partijen voor het overige niet-ontvankelijk zijn in de vordering tot schadevergoeding en dat zij dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen; veroordeelt de verdachte tevens tot betaling aan elk van de benadeelde partijen van de proceskosten, in elk van de gevallen begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden; de schadevergoedingsmaatregel legt aan de verdachte op de verplichting om aan de Staat de volgende bedragen te betalen, en bepaalt dat als het verschuldigde bedrag niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor het hierna te noemen aantal dagen: - ten behoeve van [aangever 4] € 126,90 (te vervangen door 1 dagen gijzeling) - ten behoeve van [aangever 9] € 126,91 (te vervangen door 1 dagen gijzeling) - ten behoeve van [aangever 2] € 168,00 (te vervangen door 1 dagen gijzeling) toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op; bepaalt dat gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, en dat gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen; de inbeslaggenomen goederen; gelast de teruggave aan [verdachte] van de op de beslaglijst onder 1, 2 en 3 genoemde voorwerpen, te weten: een MacBook Air A2681, een Ipad A2602 en een paarse Iphone. Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Ritsema van Eck- van Drempt, voorzitter, mr. G. Kuijper, rechter, mr. A. Vink, rechter, in tegenwoordigheid van mrs. N.D. van Duijkeren en L.A. Haas, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 juli 2026. Bijlage I – de tenlastelegging Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging op de terechtzitting van 22 juni 2026 - ten laste gelegd dat: 1 hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 4 januari 2023 tot en met 29 november 2024 te Zoetermeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een of meer anderen wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, Finido N.V. en/of de Volksbank N.V. en/of Alfam Holding N.V. en/of International Card Services B.V. en/of Athlon Car Lease Nederland B.V., althans een of meerdere kredietverstrekkers en/of creditcard-uitgevers en/of leasemaatschappijen, althans een of meer anderen, heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte en/of het verlenen van een of meerdere kredieten en/of kredietlimieten en/of geldbedragen en/of (lease-)voertuigen, in elk geval enig goed, door: ten behoeve van het verkrijgen van voornoemde kredieten en/of kredietlimieten en/of geldbedragen en/of (lease-)voertuigen (telkens), - een of meerdere rekeningnummers te openen en/of creditcards en/of betaalpassen aan te vragen op naam van [aangever 6] en/of [aangever 2] en/of [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 4] en/of [aangever 10], althans een of meer anderen en/of - een of meerdere identiteitsbewijzen en/of bankafschriften en/of salarisspecificaties en/of jaarrekeningen en/of andere geschriften op naam van en/of ten aanzien van [aangever 6] en/of [aangever 2] en/of [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 4] en/of [aangever 10] en/of een of meer anderen, valselijk op te maken en/of in strijd met de waarheid aan te passen en/of - voornoemde documenten/geschriften aan die Finido N.V. en/of de Volksbank N.V. en/of Alfam Holding N.V. en/of International Card Services B.V. en/of Athlon Car Lease Nederland B.V. te (laten) verstrekken als het ware echt en onvervalst en/of - zich in strijd met de werkelijkheid als voornoemde [aangever 6] en/of [aangever 2] en/of [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 4] en/of [aangever 10], althans als een ander, voor te doen en/of - aldus een onjuiste voorstelling van zaken en/of belangen aan die Finido N.V. en/of de Volksbank N.V. en/of Alfam Holding N.V. en/of International Card Services B.V en/of Athlon Car Lease Nederland B.V. te presenteren; 2 hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 3 december 2024 te Zoetermeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een of meerdere identiteitsbewijzen en/of bankafschriften en/of salarisspecificaties en/of jaarrekeningen en/of andere geschriften op naam van en/of ten aanzien van [aangever 6] en/of [aangever 2] en/of [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 4] en/of [aangever 10] en/of [aangever 1] en/of [aangever 11], valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst door telkens vals en/of in strijd met de werkelijkheid die documenten op te maken, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 3 december 2024 te Zoetermeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, valselijk opgemaakte en/of vervalste geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een of meerdere identiteitsbewijzen en/of bankafschriften en/of salarisspecificaties en/of jaarrekeningen en/of andere geschriften op naam van en/of ten aanzien van [aangever 6] en/of [aangever 2] en/of [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 4] en/of [aangever 10] en/of [aangever 1] en/of [aangever 11], heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad en/of daarvan gebruik heeft gemaakt als ware dit/deze echt en onvervalst, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die geschriften bestemd waren om gebruik van te maken waren deze echt en onvervalst; 3 hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 3 december 2024 te Zoetermeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een of meer anderen, te weten: de namen en/of adresgegevens en/of contactgegevens en/of bankgegevens en/of salarisspecificaties en/of andere gegevens van [aangever 5] en/of [aangever 2] en/of [aangever 12] en/of [aangever 6] en/of [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 11] en/of [aangever 1] en/of [aangever 3] en/of [aangever 9] en/of [aangever 4] en/of [aangever 10], heeft gebruikt, door (telkens) (onbevoegd) de gegevens (en/of afgeleiden van deze gegevens) van voornoemde personen te gebruiken als (fictieve) klant(gegevens) voor het aanvragen van kredieten en/of kredietlimieten en/of betaalrekeningen en/of betaalpassen en/of creditcards en/of het afsluiten van huur- en/of leasecontracten en/of het aanschaffen van goederen, met het oogmerk om zijn/hun identiteit te verhelen en/of de identiteit van de ander te verhelen en/of te misbruiken, waardoor enig nadeel kon ontstaan; 4 hij, op of omstreeks 3 december 2024 te Zoetermeer, - een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gaspistool van het merk Walther, model P22, kaliber 9 mm Knall, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of - munitie, te weten 50 stuks munitie van het merk Skullfire, kaliber 9 mm Knall, althans een of meerdere stuks munitie, in elk geval een vuurwapen en/of munitie in de zin van categorie III van de Wet Wapens en Munitie, voorhanden heeft gehad;