Skip to content
Case Law · Rechtbank Zeeland-West-Brabant ·ECLI:NL:RBZWB:2026:5228 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15-05-2026 (C/02/444793 / KG ZA 26/64)

Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Summary

Uitvoering echtscheidingsbeschikking. Moet de man nog een termijn krijgen om de woning over te nemen, of moet de woning worden verkocht?

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familierecht [plaats 1] zaaknummer: C/02/444793 / KG ZA 26/64 Vonnis in kort geding van 15 mei 2026 in de zaak van [de vrouw] , wonende te [plaats 1] , eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna te noemen de vrouw, advocaat mr. C.F.A. Cadot te Roosendaal, tegen [de man] , wonende te [plaats 1] , gedaagde in conventie, eiser in reconventie, hierna te noemen de man, advocaat mr. S. van Reeven-Özer te Waalwijk. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 17 maart 2026 met producties 1 tot en met 9; - de akte houdende vermeerdering van eis tevens overleggen nadere producties, genummerd 10 en 11, van de zijde van de vrouw; - de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie, met producties 1 tot en met 9; - de mondelinge behandeling van 30 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2 Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen aangegeven dat zij na de mondelinge behandeling in onderling overleg zullen treden. Om die reden is de behandeling van de zaak aangehouden tot 6 mei 2026 in afwachting van bericht van partijen over de voortgang van de procedure. Vervolgens heeft de voorzieningenrechter ontvangen: - de brief van mr. Cadot van 6 mei 2026; - de brief van mr. Van Reeven-Özer van 6 mei 2026. Voor zover partijen zich in hun brieven nader inhoudelijk hebben uitgelaten over de vorderingen in conventie en/of in reconventie, gaat de voorzieningenrechter daaraan bij de beoordeling van de vorderingen voorbij, aangezien partijen enkel in de gelegenheid zijn gesteld mee te delen of zij doorhaling van de zaak wensten of dat zij vonnis vragen. Daarmee zijn partijen buiten het onderwerp getreden waarover zij de voorzieningenrechter mochten informeren zodat dat als in strijd met de eisen van een goede procesorde buiten beschouwing dient te blijven. 2 De feiten 2.1 Partijen zijn op [datum] 2008 in [plaats 2] (Polen) met elkaar gehuwd. 2.2 Uit hun huwelijk zijn twee kinderen geboren, onder wie de nog minderjarige: - [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2013 te [geboorteplaats] . 2.3 Bij beschikking van deze rechtbank van 15 juli 2025 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Verder is, voor zover nu van belang, de verdeling van de gemeenschappelijke goederen van partijen gelast op de wijze als vermeld in rechtsoverweging 4.53 tot en met 4.57 en rechtsoverweging 4.60 tot en met 4.70 van die beschikking. De beschikking is op 12 november 2025 ingeschreven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage. 3 De vorderingen In conventie 3.1 De vrouw vordert, na vermeerdering van eis, om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: I. primair: de vrouw te machtigen tot het te gelde maken van de woning staande en gelegen aan het [adres 1] te [plaats 1] , door de opdracht tot verkoop te verstrekken aan [makelaar] te [plaats 1] , kantoorhoudende aan de [adres 2] te [plaats 1] , en vervolgens te verkopen tegen een door de makelaar te adviseren marktconforme prijs, waarbij de adviezen van de makelaar, waaronder de voorgestelde vraag- en laatprijs, leidend en bindend zullen zijn en om alle feitelijke en rechtshandelingen te verrichten die nodig zijn voor de verkoop en levering van de woning aan een derde, - daaronder te bepalen dat het te wijzen vonnis aldus: - in de plaats treedt van de handtekening van de man onder de opdracht tot dienstverlening voor verkoop van de woning aan derden, [makelaar] te [plaats 1] ; - in de plaats treedt van de handtekening van de man onder de koopovereenkomst met betrekking tot de verkoop van de woning aan het [adres 1] te [plaats 1] ; - in de plaats treedt van de handtekening van de man onder de akte van levering van de woning aan het [adres 1] te [plaats 1] aan de kopers, althans zo te beslissen en onder de voorwaarden die de voorzieningenrechter zal vermenen te behoren; subsidiair: de vrouw te machtigen om, ter uitvoering van de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 15 juli 2025, - in naam van de man - de opdracht te verstrekken aan [makelaar] te [plaats 1] , kantoorhoudende aan de [adres 2] te [plaats 1] , om de woning op te nemen, de vraagprijs vast te stellen en de woning in de verkoop te nemen en te houden en alle werkzaamheden en handelingen te verrichten die nodig zijn in het kader van de verkoop van de woning, daaronder te bepalen dat het te wijzen vonnis aldus: - in de plaats treedt van de handtekening van de man onder de opdracht tot dienstverlening voor verkoop van de woning aan derden, [makelaar] te [plaats 1] ; II. de man te veroordelen: 1. om te gedogen dat [makelaar] te [plaats 1] alle benodigde werkzaamheden in het kader van de verkoop van de woning zal gaan verrichten, waaronder begrepen op eerste verzoek de makelaar samen met potentiële kopers toegang te verlenen tot de woning voor bezichtigingen en op eerste verzoek van de makelaar toegang te verlenen tot de woning voor het maken van foto’s en inspectie in het kader van het verkooptraject; 2. tot betaling van een dwangsom aan de vrouw ter hoogte van € 500,= voor iedere dag dat de man in gebreke is om aan de hierboven sub 1. genoemde veroordeling te voldoen, tot een maximum van € 50.000,=; III. de man te veroordelen tot ontruiming van de woning uiterlijk zeven dagen voor het passeren van de akte van levering aan de kopers, en de woning niet meer te betreden, met afgifte van de sleutels aan de vrouw of de makelaar, en de vrouw te machtigen tot tenuitvoerlegging hiervan met de hulp van de sterke arm van politie en justitie, althans binnen een zodanige termijn en onder zodanige voorwaarden als de voorzieningenrechter zal vermenen te behoren; IV. de man te veroordelen om binnen twee weken na het wijzen van het onderhavige vonnis in kort geding over te gaan tot afgifte van de inboedelgoederen aan de vrouw, welke haar op grond van de echtscheidingsbeschikking door de rechtbank zijn toebedeeld, conform rechtsoverweging 4.55 en haar daarbij tevens in de gelegenheid te stellen de echtelijke woning door te lopen zodat de vrouw kan aangeven welke inboedel zij nog wenst; V. de man te veroordelen om binnen twee weken na het wijzen van het onderhavige vonnis aan de vrouw te verstrekken bescheiden ter zake de Poolse bankrekening op zijn naam bij Bank Handlowy w Warsawie met rekeningnummer [rekeningnummer] waaruit het saldo blijkt en de helft van dit saldo aan de vrouw te voldoen; VI. de man te veroordelen om binnen twee weken na het wijzen van het onderhavige vonnis aan de vrouw te verstrekken een afschrift van de creditcardschuld op de peildatum 24 juli 2024; VII. de man te veroordelen om binnen twee weken na het wijzen van het onderhavige vonnis aan de vrouw informatie te verstrekken omtrent de door de man gedane aanvraag van de BTW teruggave ter zake de energie spaarlening alsook de reactie van de belastingdienst daarop aan de vrouw te verstrekken; VIII. de man te veroordelen om binnen twee weken na het wijzen van het onderhavige vonnis ter verkoop aan te bieden van de in zijn bezit zijnde motorvoertuigen met kentekens: - [kenteken 1] zijnde een Kawasaki voor een bedrag van € 3.450,=; - [kenteken 2] zijnde een Honda voor een bedrag van € 1.650,=; - [kenteken 3] zijnde een Suzuki voor een bedrag van € 1.000,=; - [kenteken 4] zijnde een BMWK voor een bedrag van € 4.490,=; door plaatsing van een advertentie op de [website 1] en [website 2] onder verstrekking van een afschrift van alle communicatie omtrent de verkoop aan de vrouw en verkrijging van de vereiste schriftelijke toestemming van de vrouw alvorens een koopovereenkomst met een derde wordt gesloten; IX. de man te veroordelen om binnen twee weken na het wijzen van het onderhavige vonnis ter verkoop aan te bieden de in zijn bezit zijnde auto van het merk Audi met kenteken [kenteken 5] bij een erkende Audi-dealer dan wel autobedrijf dat Audi- occasions verkoopt, onder verstrekking van een afschrift van alle communicatie omtrent de verkoop aan de vrouw en verkrijging van de vereiste toestemming van de vrouw alvorens een koopovereenkomst met een derde wordt gesloten; X. de man te veroordelen tot betaling van een dwangsom aan de vrouw ter hoogte van € 500,= voor iedere dag dat de man in gebreke is om aan het hierboven sub IV, V, VI, VII, VIII en IX genoemde te voldoen, tot een maximum van € 50.000,=; XI. de man te veroordelen in de proceskosten. 3.2 De man voert verweer en concludeert, samengevat, tot afwijzing van de vorderingen van de vrouw. In reconventie 3.3 De man vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. de vrouw te veroordelen om uiterlijk binnen 24 uur na het te wijzen vonnis haar medewerking te verlenen aan de levering van de woning aan het [adres 1] te [plaats 1] aan de man, waaronder begrepen het ondertekenen van de akte van levering; II. de vrouw te veroordelen haar volledige medewerking te verlenen aan het ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de op de woning rustende hypothecaire geldlening, waaronder in ieder geval begrepen: a. het ondertekenen van alle daartoe benodigde documenten, waaronder in ieder geval de beëindigingsverzoeken van de bankspaarrekeningen met nummers [nummer 1] en [nummer 2] ; III. te bepalen dat, indien de vrouw niet binnen de gestelde termijn haar medewerking verleent aan het onder I. en II. bepaalde, dit vonnis in de plaats treedt van de vereiste wilsverklaring van de vrouw als bedoeld in artikel 3:300 BW, waaronder uitdrukkelijk begrepen de ondertekening van de beëindigdingsverzoeken, de notariële leveringsakte en het verzoek tot ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid; IV. althans een zodanige voorziening te treffen die de voorzieningenrechter redelijk en juist acht; V. de vrouw te veroordelen in de proceskosten. 3.4 De vrouw voert verweer en concludeert, samengevat, tot afwijzing van de vorderingen van de man. 4 De beoordeling De woning 4.1 Vanwege hun samenhang worden de vordering in conventie en de vordering in reconventie gezamenlijk behandeld. Standpunt van de vrouw 4.2 Ter onderbouwing van haar vordering en als verweer tegen de vordering van de man, voert de vrouw, samengevat, het volgende aan. De woning is op 28 augustus 2025 getaxeerd en het taxatierapport is op 4 september 2025 afgegeven. Op grond van de beschikking van 15 juli 2025 had de overdracht van de woning aan de man uiterlijk 4 december 2025 moeten plaatsvinden. Dit is niet gebeurd, dus de woning moet worden verkocht. Daartoe heeft de rechtbank bepaald dat partijen binnen vier weken na het verstrijken van de termijn van drie maanden (waarbinnen de woning zou moeten worden overgedragen aan de man), een verkoopopdracht moeten verstrekken aan de makelaar. Dit heeft de man echter niet gedaan. Ook komt de man andere verplichtingen uit hoofde van de echtscheidingsbeschikking niet na. Zij heeft er dan ook geen vertrouwen in dat de man zijn volledige medewerking zal verlenen aan verkoop van de woning. Haar spoedeisend belang bij de vorderingen blijkt uit de aard van de vorderingen en uit het feit dat de echtscheidingsbeschikking in kracht van gewijsde is gegaan. Verder is zij voor wat betreft haar huisvesting en het contact met [minderjarige] afhankelijk van de uitvoering van de echtscheidingsbeschikking. Zij heeft op dit moment, vanwege haar huidige woonsituatie, zeer beperkt contact met [minderjarige] . Zij heeft haar aandeel in de waarde van de woning nodig om een andere, meer geschikte, woning te kunnen huren of kopen. De vrouw verwijst daarbij naar het rapport in het kader van het Uniform Hulpaanbod (UHA). Standpunt van de man 4.3 Als verweer tegen de vorderingen van de vrouw en ter onderbouwing van zijn vorderingen, voert de man, samengevat, het volgende aan. Direct na ontvangst van het taxatierapport heeft hij contact opgenomen met zijn financieel adviseur. De eerste afspraak vond plaats op 11 september 2025. Vervolgens heeft hij alle documenten aangeleverd, die nodig waren voor de beoordeling van zijn financieringsaanvraag door de bank. Aangezien hij enkel een aanvraag via woningbehoud kon doen en omdat hij een eigen onderneming heeft, duurde het financieringsproces langer dan verwacht. Dit heeft hij ook aan (de advocaat van) de vrouw uitgelegd. Inmiddels heeft hij van de bank de bevestiging gekregen dat hij de woning kan overnemen en dat de vrouw kan worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek. Ook kan hij de vrouw haar aandeel in de overwaarde uitkeren. Hij heeft er belang bij dat de woning alsnog aan hem wordt overgedragen, omdat het kopen van een andere woning nagenoeg niet mogelijk zal zijn, aangezien voor een nieuwe financiering zwaardere financieringsvereisten gelden dan voor het behouden van de reeds bestaande hypotheek. Hij heeft spoedeisend belang bij zijn vorderingen, omdat de hypotheekofferte van de bank een beperkte geldigheidsduur heeft. Overweging van de voorzieningenrechter 4.4 In de echtscheidingsbeschikking van 15 juli 2025 heeft de rechtbank de wijze verdeling van de gemeenschappelijke goederen gelast als vermeld in rechtsoverweging 4.53 tot en met 4.57 en rechtsoverweging 4.60 tot en met 4.70 van die beschikking. Ten aanzien van de woning is, kort gezegd, bepaald dat: - de woning moet worden getaxeerd door [makelaar] , - de woning wordt toegedeeld aan de man tegen de getaxeerde waarde, onder de opschortende voorwaarde dat deze toebedeling binnen drie maanden na het beschikbaar komen van het taxatierapport is afgerond, met ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de op de woning rustende hypothecaire geldlening; - de woning via [makelaar] volgens het door de rechtbank gegeven spoorboekje moet worden verkocht aan een derde, indien de man niet in staat blijkt de woning tegen genoemde voorwaarden over te nemen. 4.5 Vast staat dat het taxatierapport van [makelaar] op 4 september 2025 is afgegeven. Verder staat vast dat de woning nog niet aan de man is overgedragen en dat de termijn waarbinnen die overdracht moest plaatsvinden, te weten uiterlijk 4 december 2025, is verstreken. 4.6 De vraag die moet worden beantwoord is of onverkort uitvoering moet worden gegeven aan de beschikking, en dat de woning dus moet worden verkocht aan een derde, of dat de man alsnog in de gelegenheid moet worden gesteld de woning over te nemen. In die beoordeling moet tevens worden meegenomen of de belangen van ieder van partijen bij de door haar/hem gevorderde voorziening, afgezet tegen het belang van de ander, op dit moment zodanig spoedeisend zijn dat een oordeel in een mogelijke bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Daarbij kan een rol spelen of de betreffende vordering in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd. 4.7 De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze vraag in het voordeel van de man moet worden beantwoord. De voorzieningenrechter zal uitleggen waarom. 4.8 In de beschikking van 15 juli 2025 heeft de rechtbank de wijze van verdeling van de woning gelast, in die zin dat de woning aan de man wordt toegedeeld tegen de taxatiewaarde, een en ander met inachtneming van de in de beschikking genoemde voorwaarden en termijnen. Deze termijnen hebben tot doel om de voortgang in de afwikkeling van de verdeling te bevorderen. Uit de beschikking blijkt niet dat de genoemde termijnen zijn bedoeld als fatale termijnen. De man stelt dat het niet aan hem te wijten is dat de woning niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn aan hem is overgedragen. Volgens de man heeft het financieringsproces langer geduurd dan verwacht, omdat hij enkel een aanvraag via behoud van woning kon doen, aan welke aanvragen door de hypotheekverstrekker geen prioriteit wordt gegeven, en omdat hij een eigen onderneming heeft waardoor de aanvraag complexer was. Dit is door de vrouw niet, althans onvoldoende gemotiveerd, weersproken. Verder blijkt uit de door de man overgelegde brief van ING van 18 maart 2026 dat de man de bestaande hypothecaire geldlening kan overnemen en dat ING bereid is de vrouw te ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. Daarbij is van belang dat de hypotheekofferte slechts beperkt geldig is. Tot slot stelt de man dat hij in staat is om de vrouw haar aandeel in de overwaarde uit te keren. Ook dit is door de vrouw niet weersproken. Dit betekent dat aan alle (overige) voorwaarden om te komen tot overdracht van de woning aan de man wordt voldaan. 4.9 Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw aangegeven dat zij bereid is mee te werken aan de overdracht van de woning aan de man, mits de overdracht uiterlijk 1 mei 2026 plaatsvindt en de voorzieningenrechter alsnog zal beslissen op de vorderingen als de overdracht van de woning niet uiterlijk 1 mei 2026 heeft plaatsgevonden. Bij wijze van uitzondering heeft de voorzieningenrechter de behandeling van de zaak daartoe aangehouden. 4.10 Uit de brieven van partijen van 6 mei 2026 blijkt dat de notariële overdracht van de woning aan de man zou plaatsvinden op 23 april 2026; alles was geregeld. Zowel de man als de vrouw waren aanwezig op het kantoor van de notaris, maar de vrouw ‘heeft besloten niet voor de overdracht te tekenen’. Dat de overdracht niet heeft plaats gevonden heeft de vrouw mitsdien zelf veroorzaakt. Dit kan de man nu niet worden tegengeworpen. 4.11 Voornoemde feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, brengen de voorzieningenrechter dan ook tot het oordeel dat de woning alsnog moet worden overgedragen aan de man en dat – gelet op de beperkte geldigheid van de hypotheekofferte – niet van hem kan worden verlangd dat hij een bodemprocedure afwacht, terwijl voldoende aannemelijk is dat de vordering van de man ook in een bodemprocedure zal worden toegewezen. De voorzieningenrechter neemt daarbij tevens in overweging dat de overdracht van de woning aan de man (nog steeds) op zeer korte termijn kan plaatsvinden, hetgeen ook in het belang van de vrouw is, aangezien zij zo snel mogelijk wil (maar dus ook kan) beschikken over haar aandeel in de waarde van de woning. 4.12 Het voorgaande leidt ertoe dat de vorderingen van de vrouw (onder I., II. en III.) zullen worden afgewezen. De vorderingen van de man onder I. en III. zullen worden toegewezen op de wijze als hierna in het dictum zal worden verwoord. 4.13 Ten aanzien van zijn vordering onder II. heeft de man tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat de bank enkel nog de door partijen ondertekende beëindigingsverzoeken met betrekking tot de bankspaarrekeningen met nummers [nummer 1] en [nummer 2] nodig heeft om het ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid te bewerkstelligen. Vervolgens heeft de vrouw tijdens de mondelinge behandeling de betreffende formulieren ondertekend. Dit betekent dat de man niet langer belang heeft bij zijn vordering. Die vordering zal worden afgewezen. Inboedel / Spaarrekening / Creditcard / Energie spaarlening / Voertuigen 4.14 Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw haar vorderingen ten aanzien van de spaarrekening, de creditcard en de energie spaarlening ingetrokken. In de brief van 6 mei 2026 heeft de vrouw ook haar vorderingen ten aanzien van de inboedel en de voertuigen ingetrokken. 4.15 Aangezien de vorderingen zijn ingetrokken, zullen de gronden van die vorderingen niet meer worden onderzocht, om welke reden die vorderingen zullen worden afgewezen. Dit leidt ertoe dat ook de vordering om aan de veroordelingen met betrekking tot de inboedel, spaarrekening, creditcard, energie spaarlening en voertuigen een dwangsom te verbinden, zal worden afgewezen. Uitvoerbaarheid bij voorraad 4.16 De voorzieningenrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd door de man. Dat betekent dat de beslissing alvast moet worden gevolgd, ook als er hoger beroep wordt ingesteld tegen deze beslissing. Proceskosten 4.17 In zaken tussen ex-echtgenoten is het gebruikelijk dat de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt. De voorzieningenrechter ziet op dit moment geen aanleiding om af te wijken van dit uitgangspunt. De vorderingen van partijen zullen worden afgewezen en de proceskosten zullen tussen hen worden gecompenseerd. 5 De beslissing De voorzieningenrechter in conventie 5.1 wijst de vorderingen af; 5.2 compenseert de kosten van het geding aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt; in reconventie 5.3 veroordeelt de vrouw om na betekening van dit vonnis, op eerste verzoek van de man, dan wel de notaris, haar medewerking te verlenen aan de levering van de woning aan het [adres 1] te [plaats 1] aan de man, waaronder begrepen het ondertekenen van de akte van levering; 5.4 bepaalt – voor het geval de vrouw niet vrijwillig haar medewerking verleent aan de notariële overdracht van de woning aan de man – dat dit vonnis in de plaats treedt van de toestemming en/of handtekening en/of wilsverklaring van de vrouw als bedoeld in artikel 3:300 BW die nodig is om de notariële overdracht van de woning aan de man te bewerkstelligen; 5.5 verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 5.6 compenseert de kosten van het geding aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt; 5.7 wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door Haerkens-Wouters, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting in kort geding van 15 mei 2026 in tegenwoordigheid van mr. Bishop-van Kollenburg, griffier. verzonden op: In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.

Similar Content