Skip to content
Case Law · Rechtbank Rotterdam ·ECLI:NL:RBROT:2026:6837 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Rotterdam, 22-05-2026 (11885357 CV EXPL 25-19828)

Incident tot zekerheidstelling afgewezen, omdat eiser heeft aangetoond dat hij (weer) in Nederland woont.

Rechtbank Rotterdam
Summary

In de hoofdzaak is de kantonrechter van plan om een deel van de zaak te verwijzen naar de verzoekschriftprocedure bij de afdeling handel en haven. Omdat een verzoek tot inzake in verwerking persoonsgegevens (artikel 15 AVG) alleen daar kan worden gedaan. Dat staat in artikel 35 UAVG. Partijen mogen (moeten) zich hierover uitlaten.

How it connects

1 of 3 paragraphs apply legislation or carry a topic — see them in the full text ↓
Opinion 07/2025 Opinion 07/2025 regarding the European Commission Draft Implementing Decision pursuant to Regulation (EU) 2016/679 on the adequate protection of personal data by the European Patent Organisation EDPB, Opinion 07/2025 regarding the European Commission Draft Implementing Decision pursuant to Regulation (EU) 2016/679 on the adequate protection of personal data by the… Opinion ·EDPB May 6, 2025 Privacy Shield Supervision Social Media
Guidelines 2/2018 derogations of Article 49 under Regulation 2016/679 Guidelines on derogations of Article 49 Guidelines ·EDPB May 25, 2018 Privacy Shield Lawful Basis Legitimate Interest
PLN 33,700 DKN.5131.27.2023 A municipal social welfare unit (the controller) processed the personal data of the residents of the municipality (the data subjects), including names, addresses, and information… Poland ·UODO ·Art. 5, 24, 25 +3 May 19, 2026 Data Breaches Integrity and Confidentiality Principle Notification Obligation

Full text 3 paragraphs

Paragraphs carrying a topic or an applied provision show those connections inline

De procedure

¶1

1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 4 september 2025, met bijlagen; het antwoord, met een eis in het incident, met bijlagen; de akte van Coolblue, met bijlagen; het antwoord in het incident van [naam] , met bijlagen.

De beoordeling

¶2

Waar gaat de zaak over? 2.1. [naam] heeft aan Coolblue inzage gevraagd in de verwerking van zijn persoonsgegevens. Coolblue heeft hem toen gevraagd om zichzelf te identificeren. [naam] wilde dat niet. Daarom heeft Coolblue hem geen inzage gegeven. 2.2. [naam] eist dat de kantonrechter: I. voor recht verklaart dat Coolblue in strijd met de AVG heeft gehandeld; II. voor recht verklaart dat Coolblue onrechtmatig heeft gehandeld; III. Coolblue veroordeelt om alsnog volledige inzage te geven in zijn persoonsgegevens die Coolblue heeft verwerkt; IV. Coolblue veroordeelt om alsnog volledige inzage te geven in zijn persoonsgegevens die Coolblue aan derden heeft verstrekt; V. Coolblue veroordeelt om een rectificatie te sturen naar derden met wie zijn persoonsgegevens zijn gedeeld; VI. Coolblue veroordeelt om een schadevergoeding van € 3.500,- aan [naam] te betalen voor immateriële en materiele schade; VII. Coolblue veroordeelt om € 925,- aan buitengerechtelijke incassokosten te betalen; VIII. Coolblue veroordeelt in de werkelijke proceskosten; IX. bepaalt dat Coolblue een dwangsom moet betalen als zij een veroordeling op onderdeel III, IV en V niet op tijd nakomt. 2.3. Coolblue vraagt om de eisen in de hoofdzaak van [naam] af te wijzen en om [naam] te veroordelen in de werkelijke proceskosten. 2.4. Coolblue vraagt in het incident zekerheidstelling van [naam] , omdat hij volgens Coolblue niet in Nederland woont. [naam] betwist dat. Geen verplichting tot het stellen van zekerheid 2.5. [naam] heeft aangetoond dat hij in ieder geval vanaf 28 oktober 2025 (weer) in Nederland woont. Daarom is hij niet verplicht om zekerheid te stellen. Het incident wordt dus afgewezen. De kantonrechter bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen. Dat betekent dat zij geen vergoeding hoeven te betalen voor de kosten die de andere partij heeft gemaakt. De kantonrechter is van plan om een deel van de zaak te verwijzen naar de verzoekschriftprocedure bij team Haven en Handel 2.6. De kantonrechter moet in de hoofdzaak eerst beoordelen of zij bevoegd is om deze zaak te behandelen. Zij oordeelt voorlopig dat dit voor een deel van de zaak niet het geval is. De inzageverzoeken moeten worden gedaan aan de kamer voor andere zaken dan kantonzaken 2.7. De eisen van [naam] onder III en IV zijn namelijk verzoeken om inzage te verkrijgen in de verwerking van zijn persoonsgegevens. Die verzoeken zijn gebaseerd op artikel 15 van de AVG. Omdat de beslissingen op die verzoeken in dit geval zijn genomen door Coolblue en Coolblue geen bestuursorgaan is, geldt dat [naam] zich tot de rechtbank kan wenden met het verzoek de verwerkingsverantwoordelijke (Coolblue) te bevelen de verzoeken als bedoeld in artikel 15 AVG alsnog toe of af te wijzen. Dat staat in artikel 35 lid 1 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming. Met de rechtbank wordt bedoeld de kamer voor andere zaken dan kantonzaken. Dat blijkt uit de voorganger van deze wet. Daarin stond in 2001 al dat zulke verzoeken moesten worden gedaan aan de arrondissementsrechtbank en toen bestond binnen elk arrondissement nog een zelfstandig kantongerecht. Dat betekent dat de wetgever dus niet de kantonrechter bedoelde. Uit niets blijkt dat de wetgever dit heeft willen veranderen. De inzageverzoeken moeten worden gedaan in een verzoekschrift en de regels voor de verzoekschriftprocedure gelden 2.8. [naam] heeft de inzageverzoeken gedaan in een dagvaarding, terwijl de verzoeken hadden moeten worden gedaan in een verzoekschrift. De procedure moet voor dit deel worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de verzoekschriftprocedure. De kantonrechter is bevoegd om te beslissen over de overige eisen 2.9. De kantonrechter is wel bevoegd om te beslissen over de gevraagde verklaringen voor recht onder I en II, de onder V gevraagde rectificatie en de eis onder VI om Coolblue te veroordelen om een schadevergoeding van € 3.500,- aan [naam] te betalen. De eisen onder I, II en V zijn van onbepaalde waarde en er zijn duidelijke aanwijzingen dat deze eisen gewaardeerd moeten worden op maximaal € 25.000,-. [naam] koppelt aan de eerste twee verklaringen voor recht bovendien zelf een schadevergoedingseis van € 3.500,-. Hij voert niet aan dat hij meer schade heeft geleden dan dit. De schadevergoedingseis behoort ook tot het takenpakket van de kantonrechter, omdat het geëiste bedrag lager is dan € 25.000,- en de kantonrechter bevoegd is voor alle eisen tot aan dat bedrag. Geen gezamenlijke behandeling van alle eisen mogelijk 2.10. Weliswaar is het uitgangspunt van de wetgever dat samenhangende vorderingen vanuit een oogpunt van doelmatigheid zo veel mogelijk door één en dezelfde rechter moeten worden behandeld en beslist en vindt de kantonrechter de eisen van [naam] zulke samenhangende vorderingen, maar de wet biedt geen mogelijkheid om alle eisen van [naam] samen te behandelen. Het voegen van een dagvaardingsprocedure met een verzoekschriftprocedure is namelijk niet mogelijk. Dat betekent dat als de kantonrechter de gehele procedure verwijst naar team Handel en Haven dat er niet toe zal leiden dat de hele zaak door dezelfde rechter wordt behandeld en beslist. Hoe nu verder? 2.11. De kantonrechter is hierom van plan om alleen de inzageverzoeken ambtshalve te verwijzen naar de verzoekschriftprocedure bij team Handel en Haven van deze rechtbank. Beide partijen krijgen eerst de gelegenheid om zich op de rolzitting van 17 juni 2026 uit te laten over dit voornemen. Als zij schriftelijk reageren, dan moet die reactie uiterlijk 16 juni 2026 in tweevoud zijn ontvangen op de rechtbank. In dat geval is het niet nodig dat de partijen naar de rolzitting komen.

De beslissing

¶3

De kantonrechter: In het incident 3.1. wijst het incident af; 3.2. bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen; In de hoofdzaak 3.3. verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 17 juni 2026 om 11.30 uur, zodat beide partijen zich kunnen uitlaten over het voornemen van de kantonrechter om de inzageverzoeken te verwijzen naar de verzoekschriftprocedure bij team Handel en Haven van deze rechtbank; 3.4. houdt iedere andere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken. 703