Skip to content
Case Law · Rechtbank Zeeland-West-Brabant ·ECLI:NL:RBZWB:2026:6036 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 05-06-2026 (C/02/435778 / FA RK 25-2668)

Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Summary

benoeming bijzondere curator 1:212 (erkenning) en 1:250 (belangenstrijd). Persoonsgegevens kind mogen niet bekend worden bij de man. BC moet belang kind onderzoeken.

Full text

beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Middelburg Zaaknummer: C/02/435778 / FA RK 25-2668 datum uitspraak: 5 juni 2026 beschikking betreffende benoeming bijzondere curator in de zaak van [de man] , hierna te noemen: de man, wonende te [woonplaats] , advocaat: mr. W.H.P. de Jongh te Roosendaal, tegen [de vrouw] , hierna te noemen de vrouw, wonende op een geheime locatie, welke bekend is bij de rechtbank, advocaat: mr. C.E.J.E. Kouijzer te Middelburg. Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: - de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren. 1 Het procesverloop 1.1 De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken: - het op 21 mei 2025 ontvangen verzoek met bijlagen; - het F9-formulier van mr. Kouijzer d.d. 10 juni 2025; - het F9-formulier van mr. De Jongh d.d. 20 augustus 2025 met bijlage; - het F9-formulier van mr. Kouijzer d.d. 3 december 2025 met bijlage; - het F9-formulier van mr. De Jongh d.d. 3 december 2025 met bijlage; - het F9-formulier van mr. Kouijzer d.d. 20 mei 2026 met bijlagen. 1.2. Op uitdrukkelijk verzoek van de vrouw heeft de rechtbank besloten om in afwachting van het verdere verloop van de procedure de stukken die door mr. Kouijzer op 10 juni 2025 en 3 december 2025 zijn ingediend (voorlopig) niet te delen met de man, voorzover deze zien op de gegevens van de moeder en de minderjarige. 1.3. Op 27 mei 2026 heeft een regiezitting plaatsgevonden. Bij die gelegenheid is verschenen de man, bijgestaan door zijn advocaat alsmede mr. Kouijzer namens de vrouw. De vrouw was hierbij niet aanwezig. 2 De feiten 2.1 Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Uit deze relatie is omstreeks [maand 1] / [maand 2] 2024 een kind geboren, van wie de geboortegevens op uitdrukkelijk verzoek van de vrouw onbekend zijn voor de man. 2.2 De minderjarige verblijft bij de vrouw. 2.3 De vrouw oefent van rechtswege het eenhoofdig ouderlijk gezag over de minderjarige uit. 3 Het verzoek 3.1 De man verzoekt bij beschikking en voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: - de toestemming van de vrouw te vervangen door de toestemming van de rechtbank voor de erkenning door de man van de voornoemde minderjarige als zijn kind, waarvan de naam, de geboortedatum en -plaats in het verloop van de procedure bekend zullen worden gemaakt. 4 De beoordeling 4.1 Partijen hebben de Nederlandse nationaliteit. 4.2. Nu de vrouw, de man en het minderjarige kind hun gewone verblijfplaats hebben in Nederland, is de Nederlandse rechtbank bevoegd van het verzoek kennis te nemen. 4.3. De rechtbank stelt vast dat de man niet op de hoogte is van de persoonsgegevens van het kind. Tijdens de regiezitting is met (de advocaten van) partijen het verloop van de procedure besproken, indien blijkt dat de vrouw bij haar standpunt blijft dat het niet in het belang van het kind is om deze gegevens te delen met de man. Door het verloop van de relatie, waarin volgens de vrouw sprake is geweest van geweld, controle en bedreiging vanuit de man, vreest de vrouw dat haar veiligheid en die van het kind in het geding komt als de man bekend wordt met deze gegevens en hij daarmee hun verblijfplaats kan achterhalen. De man ontkent stellig de aantijgingen zoals die namens de vrouw zijn gedaan. Tijdens de zitting is door de advocaten geconcludeerd dat het benoemen van een bijzondere curator voor nu het meest passend is, zodat die kan onderzoeken of het in het belang van het kind is dat zijn persoonsgegevens aan de man bekend worden gemaakt. Daarbij wordt van belang geacht dat de bijzondere curator een brede opdracht krijgt, die niet alleen ziet op de afstamming (artikel 1:212 BW) maar ook op de aanwezige belangenstrijd (artikel 1:250 BW). 4.4. In de huidige omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van het kind voorop moet staan zolang er geen zicht is op de mogelijke risico’s dat die veiligheid in het geding kan komen. Met instemming van beide advocaten heeft de rechtbank dan ook besloten om de gegevens van het kind voorlopig niet delen met de man. De rechtbank is het eens met partijen en vindt dat er een bijzondere curator moet worden benoemd op grond van 1:212 BW én 1:250 BW, die niet alleen het verzoek van de man om het kind te mogen erkennen moet onderzoeken, maar ook of het in het belang van het kind is dat zijn persoonsgegevens openbaar worden gemaakt en kunnen worden gedeeld met de man. Gezien de tegenstrijdige standpunten van partijen is naar het oordeel van de rechtbank namelijk ook sprake van een belangenstrijd. Van de bijzondere curator wordt verwacht dat hij daarbij verder kijkt dan alleen het belang van het kind en dient de bijzondere curator in dat kader ook te beoordelen of er aanleiding wordt gezien voor een (beschermings)onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming. 4.5. Mr. J. Nederlof, advocaat, kantoorhoudende te Tilburg, is bereid gevonden om als bijzondere curator op te treden. De rechtbank zal hem dan ook in die hoedanigheid benoemen. 4.6 Omdat mr. Nederlof heeft aangegeven zijn taak pas per 6 juli 2026 te kunnen aanvangen, dient hij binnen acht weken na deze datum de rechtbank schriftelijk verslag te doen van zijn bevindingen en daarbij een standpunt in te nemen over de punten zoals die zijn overwogen onder r.o. 4.4. De processtukken die zijn ingediend namens de vrouw en waarvan de rechtbank heeft besloten om deze (vooralsnog) niet te delen met de man, zullen als bijlage bij de beschikking aan de bijzondere curator worden verzonden. 4.7. De beslissing op het verzoek van de man zal worden aangehouden tot 1 september 2026 PRO FORMA, in afwachting van het verslag van de bijzondere curator. Partijen en hun advocaten zullen vervolgens worden verzocht om opgave van hun verhinderdata zodat een mondelinge behandeling kan worden gepland. 4.8. Dit brengt mee dat nu als volgt wordt beslist. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 5 De beslissing De rechtbank 5.1. benoemt tot bijzondere curator over het minderjarige kind van [de man] en [de vrouw] : - mr. J. Nederlof, advocaat te Tilburg ; 5.2 verzoekt de bijzondere curator uiterlijk 1 september 2026 PRO FORMA schriftelijk verslag te doen van zijn bevindingen en daarbij een standpunt over de punten zoals die zijn overwogen onder r.o. 4.4; 5.3. houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mr. Verschoor-Bergsma, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026 in tegenwoordigheid van Bakker-Maljers, griffier. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Similar Content