Rechtbank Midden-Nederland, 12-08-2026 (C/16/607387 / HA RK 26-29)
Afgifteverzoek betreffende culturele subsidieaanvragen en toekenningen. Verzoekers stellen dat zij benadeeld zijn door een andere subsidieontvangende organisatie vanwege het gebruik van de namen van verzoekers bij de aanvragen. De rechtbank wijst het verzoek gedeeltelijk toe.
How it connects
Related across sources
Full text
RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer / rekestnummer: C/16/607387 / HA RK 26-29 Beschikking van 12 augustus 2026 in de zaak van 1 de stichting STICHTING [verzoeker sub 1] , gevestigd te [vestigingsplaats] , hierna te noemen: [verzoeker sub 1] , 2 [verzoeker sub 2] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: [verzoeker sub 2] , verzoekers in het verzoek, verweerders in de tegenverzoeken, advocaat: mr. T. Teke, tegen 1. de stichting STICHTING DOX , gevestigd te Utrecht, hierna te noemen: DOX, advocaten: mr. L.H.K. Peereboom-Bogers en mr. D.L. Vissers, 2. [verweerster sub 2] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: [verweerster sub 2] , advocaat: mr. S.D. Bakker, verweerders in het verzoek, verzoekers in de tegenverzoeken. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift, ingediend op 25 februari 2026; - de akte houdende aanvulling van de gronden van het verzoek en voorwaardelijke vermeerdering, ontvangen op 11 juni 2026; - het verweerschrift van DOX, met een tegenverzoek, ontvangen op 19 juni 2026; - het verweerschrift van [verweerster sub 2] , met tegenverzoek, ontvangen op 25 juni 2026; - het verweerschrift van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] op het tegenverzoek van [verweerster sub 2] , ontvangen op 22 juni 2026; - het verweerschrift van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] op het tegenverzoek van DOX, ontvangen op 25 juni 2026. 1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. De rechtbank heeft vervolgens de zaak aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen een minnelijke regeling te treffen. Op 13 juli 2026 heeft mr. T. Teke gemeld dat er geen regeling is getroffen en dat [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] de rechtbank verzoeken om een beslissing te nemen in deze procedure. 1.3. De beschikking is bepaald op vandaag. 2 De kern van de zaak 2.1. Volgens [verzoeker sub 1] en haar bestuurder [verzoeker sub 2] heeft DOX ten onrechte culturele subsidies aangevraagd en ontvangen voor projecten van [verzoeker sub 1] en/of [verzoeker sub 2] . [verweerster sub 2] zou haar positie van bestuurder van [verzoeker sub 1] hebben misbruikt om DOX te begunstigen met subsidieaanvragen ten nadele van [verzoeker sub 1] . Verder verwijten verzoekers DOX onrechtmatig handelen door misbruik te maken van hun (handels)namen en hun projectnamen. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] verzoeken de rechtbank DOX en [verweerster sub 2] hoofdelijk te bevelen afschriften te geven van subsidieaanvragen en afschriften van interne en externe correspondentie, onder verbeurte van een dwangsom indien DOX en [verweerster sub 2] hieraan niet meewerken. De rechtbank zal het verzoek tegen DOX deels toewijzen en het verzoek tegen [verweerster sub 2] afwijzen. 3 De beoordeling Wat de rechtbank moet beoordelen 3.1. Uitgangspunt is dat de rechtbank een verzoek om inzage, afgifte of uittreksel van bepaalde gegevens toewijst indien een verzoeker daarmee zekerheid of duidelijkheid wil krijgen over feiten en omstandigheden die voor de beslissing van een geschil van belang kunnen zijn dan wel daarmee (beter) inzicht wil krijgen of het beginnen van (of doorgaan met) een rechtszaak over het geschil wenselijk is. 3.2. De rechtbank moet het verzoek afwijzen als zich een of meer van de volgende redenen voordoen: de informatie die verlangd wordt is niet voldoende bepaald; er is onvoldoende belang bij een voorlopige bewijsverrichting; het verzoek is in strijd met de eisen van een goede procesorde; e bevoegdheid om voorlopige bewijsverrichting te verzoeken, wordt misbruikt; r een belangrijk bezwaar bestaat dat zich verzet tegen voorlopige bewijsverrichting. Het inzageverzoek van [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 1] 3.3. [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 1] hebben de rechtbank verzocht DOX en [verweerster sub 2] hoofdelijk te bevelen om binnen twee weken na betekening van de in deze zaak te geven beschikking een afschrift te verstrekken van de volgende boeken en bescheiden of andere gegevens: a. de volledige subsidieaanvragen (dat wil zeggen de aanvragen zelf en alle aan die aanvragen gehechte stukken) die DOX (of [A] namens DOX) bij het Ministerie van OC&W, de gemeente Utrecht, het fonds voor Cultuurparticipatie, de Culturele Basisinfrastructuur, het Cultuurfonds Utrecht, het Cultuurfonds for individual makers, Amarte, Lira Finbds, Janivo en het Norma Fonds heeft ingediend over de jaren 2023, 2024, 2025 en verder, waarbij de namen van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] en de namen van projecten en uitvoeringen van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] , zoals ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’ en ‘ […] ’, en de namen van relaties van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] , zoals Mindleaps te New York en Rwanda, SboNdaba Dance te Kaapstad, EON Group School of Performing Arts te Kaapstad, Artscape Theatre te Kaapstad, [C] , Policy Officer Culture and Media bij de Nederlandse Ambassade te Pretoria, Sites of Memory Stichting te Amsterdam, Stichting Afro Vibes te Amsterdam en [D] Studios te Kaapstad zijn gebruikt of genoemd; alle correspondentie per brief of email gevoerd in de jaren 2023, 2024, 2025 en 2026 tussen (bestuurders of andere medewerkers van) DOX en/of [verweerster sub 2] (of [A] namens DOX of [verweerster sub 2] ) enerzijds en anderzijds: het Ministerie van OC&W, de gemeente Utrecht, het fonds voor Cultuurparticipatie, de Culturele Basisinfrastructuur, het Cultuurfonds Utrecht, het Cultuurfonds for individual makers, Amarte, Lira Finbds, Janivo en het Norma Fonds en Mindleaps te New York en Rwanda, SboNdaba Dance te Kaapstad, EON group School of Performing Arts te Kaapstad, Artscape Theatre te Kaapstad, [C] , Policy Officer Culture and Media bij de Nederlandse Ambassade te Pretoria, Sites of Memory Stichting te Amsterdam, Stichting Afro Vibes te Amsterdam en [D] Studios te Kaapstad die betrekking hebben op (of waarin de namen staan van) [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] en de (namen van) projecten en uitvoeringen van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] , zoals ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’ en ‘ […] ’, zijn genoemd; alle correspondentie per brief, WhatsApp of email gevoerd in de jaren 2023, 2024, 2025 en 2026 tussen (bestuurders of andere medewerkers van) DOX en [verweerster sub 2] (of [A] namens DOX of [verweerster sub 2] ), die betrekking hebben op (of waarin de namen van) [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] en de (namen van) projecten en uitvoeringen van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] , zoals ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’ en ‘ […] ’, zijn genoemd; alle correspondentie per brief, WhatsApp of email gevoerd in de jaren 2023, 2024, 2025 en 2026 tussen [verweerster sub 2] en (bestuurders of andere medewerkers van) DOX enerzijds en [A] ( [A] ) anderzijds, die betrekking hebben op (of waarin de namen van) [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] en de (namen van) projecten en uitvoeringen van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] , zoals ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’en ‘ […] ’ zijn genoemd; één en ander op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per dag of gedeelte van een dag dat verweerders nalaten aan deze bevelen uitvoering te geven, met een maximum van € 100.000,- aan te verbeuren dwangsommen, kosten rechtens. 3.4. In de aanvullende akte hebben [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] het verzoek onder a) nog uitgebreid met ‘alle subsidiebeschikkingen, verleningsbesluiten, vaststellingsbesluiten, toekenningsbesluiten, begrotingen, financiële verantwoordingen, accountantsverklaringen, voortgangrapportages, evaluaties, eindrapportages en overige documenten die betrekking hebben op de in onderdeel a genoemde subsidieaanvragen’. De verhoudingen tussen partijen 3.5. Op 5 januari 2024 is [verzoeker sub 1] opgericht door danser/choreograaf [verzoeker sub 2] . [verzoeker sub 1] is een stichting die zich bezig houdt met scheppende kunst en het ontwikkelen van dans-choreografieën. DOX is een lokaal en internationaal georiënteerde ontwikkelingsinstelling en heeft als activiteit het produceren van podiumkunst. [verweerster sub 2] is vanaf juli 2010 (tot oktober 2026) werkzaam bij DOX, voornamelijk als artistiek leider en coach. Daarnaast was [verweerster sub 2] vanaf de oprichting van [verzoeker sub 1] tot medio september 2025 één van de statutair bestuurders van [verzoeker sub 1] , nadat zij gevraagd was door [verzoeker sub 1] om die functie te vervullen. 3.6. [verzoeker sub 2] / [verzoeker sub 1] en DOX hebben meerdere malen hun krachten gebundeld om podiumkunst te realiseren, zoals hieronder toegelicht. In 2017 en 2018 heeft [verzoeker sub 2] via DOX als uitvoerend kunstenaar deelgenomen aan verschillende producties. In 2023 heeft [verzoeker sub 2] via een zogenaamde residentie bij DOX ondersteuning op artistiek, financieel en productioneel-technisch gebied gekregen om vooronderzoek te doen voor de dansvoorstelling […] . Op grond van die overeenkomst heeft DOX € 3.400,- exclusief btw als vergoeding aan [verzoeker sub 1] toegekend. De voorstelling […] was in 2024 onderdeel van het door [verzoeker sub 2] opgerichte festival […] . In het […] 2024 report van [verzoeker sub 1] , is in het onderdeel ‘Artistic Director’s Report’ opgenomen dat het creatieve proces voor het stuk […] begon met een twaalfdaags onderzoek in de vorm van een workshop bij DOX. Op 27 maart 2025 hebben DOX en [verzoeker sub 1] een coproductieovereenkomst gesloten voor het maken van de voorstelling […] . DOX heeft toegezegd om een financiële bijdrage van € 15.000,- te betalen aan [verzoeker sub 1] , naast het leveren van een coproductiebijdrage met een waarde van € 15.000,-. DOX moet de subsidiestukken met aangehechte bijlagen afgeven 3.7. De rechtbank wijst het verzoek jegens DOX onder a van het petitum deels toe zoals nader bepaald in overweging 4.1 van deze beschikking. Naar het oordeel van de rechtbank valt op voorhand niet uit te sluiten dat [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] een vordering op DOX kunnen hebben, indien DOX subsidies heeft ontvangen die ten gunste van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] hadden moeten komen. Verder is het toe te wijzen deel van het informatieverzoek voldoende bepaald en is niet gebleken dat gewichtige redenen zich verzetten tegen het verstrekken van informatie. 3.8. In haar verweerschrift heeft DOX gesteld dat zij over de periode 2025 en verder subsidie heeft aangevraagd en heeft ontvangen van het Fonds voor Cultuur Participatie (Meerjarenregeling Talentontwikkeling Instellingen 2025-2028), Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (aanvraag culturele basisinfrastructuur 2025-2028), Gemeente Utrecht (Kunstenplan 2025-2028) en Fonds 21 (subsidie voor Kunst & Cultuur, Kunst & Educatie of Jongeren & Maatschappij). DOX heeft bij haar verweerschrift de subsidieaanvragen en -toekenningen van de hiervoor genoemde subsidieverleners overgelegd. Op de mondelinge behandeling heeft mevrouw [B] , bestuurder van DOX, verklaard dat er geen andere aanvragen bij subsidieverstrekkers zijn gedaan. De rechtbank zal DOX daarom bevelen tot afgifte van de hierna te specificeren subsidiestukken en aanvullende stukken over het jaar 2025, voorzover DOX die al niet bij verweerschrift in het geding heeft gebracht. De rechtbank acht het in het kader van deze procedure voldoende aannemelijk dat DOX naar waarheid heeft verklaard over de instellingen waar subsidie bij is aangevraagd en zal daarom het verzoek ten aanzien van de overige door [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] genoemde onder 3.3 sub a) genoemde subsidieverstrekkers afwijzen. 3.9. Over de subsidieaanvragen van vóór 2025 overweegt de rechtbank als volgt. DOX heeft gesteld dat in die jaren geen projecten of namen van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] in subsidieaanvragen genoemd zijn. DOX heeft verwezen naar haar meerjarenbeleidsplan voor 2021-2024 waarin geen melding is gemaakt van [verzoeker sub 1] en/of [verzoeker sub 2] . De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de stelling van DOX dat zij geen projecten van [verzoeker sub 1] of [verzoeker sub 2] heeft genoemd in subsidieaanvragen van voor 2025 waarbij de rechtbank erop wijst dat [verzoeker sub 1] in 2024 is opgericht. Het verzoek wordt over de periode voor 2025 dan ook afgewezen. Door [verzoeker sub 1] en/of [verzoeker sub 2] is ook niet voldoende concreet gesteld dat er na 2025 nog vormen van samenwerking hebben bestaan. Het informatieverzoek betreffende [D] wordt afgewezen 3.10. Naar het oordeel van de rechtbank hebben [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] geen belang bij een verzoek om afgifte van (samengevat) informatie over projecten in Zuid-Afrika. De rechtbank wijst daarom dit deel van het verzoek af. Indien [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] frauduleuze handelingen vermoeden bij een of meer subsidieaanvragen van [D] , ligt het meer voor de hand om andere partijen dan DOX of [verweerster sub 2] aan te spreken. De verzoeken tot afgifte van correspondentie worden afgewezen 3.11. De rechtbank wijst het verzoek jegens DOX zoals geformuleerd in onderdelen b, c en d van het petitum af. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] hebben gebrek aan belang bij dit verzoek omdat uit de subsidiestukken moet blijken of er subsidies zijn toegekend die feitelijk voor [verzoeker sub 1] / [verzoeker sub 2] bedoeld waren. Dit deel van het verzoek moetook aangemerkt worden als een een fishing expedition gelet op de omvang van de verzochte informatie waarvoor de procedure tot afgifte van stukken niet is bedoeld. De rechtbank licht dit als volgt toe. 3.12. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] hebben dit deel van hun verzoek onderbouwd met de stelling dat DOX zich op papier hun projecten zou hebben toegeëigend. DOX zou ten onrechte zich als ‘co-producer’ hebben gepresenteerd wat afbreuk zou doen aan het door [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] opgebouwde internationale netwerk. De rechtbank is van oordeel dat deze stellingen, samengevat onder de noemer ‘onrechtmatige concurrentie’ niet steekhoudend of overtuigend lijken. [verzoeker sub 1] , [verzoeker sub 2] en DOX hebben regelmatig samengewerkt waarbij de ene partij artistieke visie en talent inbracht en de andere partij logistieke-, financiële- en scholingsmogelijkheden. Uit de dossierstukken blijkt dat al deze partijen veelvuldig de partners noemen met wie zij feitelijk samenwerken of samengewerkt hebben. Het is mogelijk dat [verzoeker sub 2] , de initiatiefnemer voor de artistieke projecten, zich niet (geheel) kan vinden in sommige gebruikte omschrijvingen voor deze samenwerkingsverbanden. De door DOX gebruikte omschrijvingen voor haar bijdragen zijn echter niet van dien aard dat voor de rechtbank aannemelijk is dat daar een procedure op gegrond kan worden. In die zin wordt het verzoek als misbruik van bevoegdheid aangemerkt. Het informatieverzoek ten aanzien van [verweerster sub 2] wordt afgewezen 3.13. De rechtbank wijst het verzoek jegens [verweerster sub 2] zoals geformuleerd in onderdeel a van het petitum af. Dit deel van het verzoek ziet – kort gezegd – op de subsidieaanvragen van DOX. [verweerster sub 2] heeft geen leidinggevende functie bij DOX (meer). Ten tijde van de mondelinge behandeling is [verweerster sub 2] vrijgesteld van werkzaamheden en niet langer feitelijk betrokken bij DOX. De rechtbank kan een partij niet verplichten om afschriften te verstrekken waarover zij niet beschikt. 3.14. Uit dat wat overwogen is onder punt 3.10. en 3.11. van deze beschikking, volgt dat het verzoek jegens [verweerster sub 2] onder b, c en d van het petitum ook moet worden afgewezen. De tegenverzoeken 3.15. Op grond van artikel 204 Rv jo. 195 lid 2 Rv kan een vergoeding voor de kosten van het verstrekken van afschriften worden toegekend. In de Memorie van Toelichting is dat als volgt omschreven: “Voor vergoeding in aanmerking komen alleen de noodzakelijke kosten voor het verstrekken van de verlangde informatie. Tot deze kosten behoren in ieder geval de kosten die moeten worden gemaakt om de gevraagde informatie op te sporen en daarvan inzage, afschrift of uittreksel te verstrekken. Hieronder kunnen ook de kosten van juridische bijstand worden gerekend die een derde in redelijkheid heeft moeten maken.” Omdat DOX in deze procedure niet als derde kan worden gezien, volgt de rechtbank DOX niet in haar stelling dat zij aanspraak zou kunnen maken op een voorschot van € 30.000,-, inclusief € 12.900,- aan gemaakte juridische kosten. De rechtbank bepaalt daarom het te betalen voorschot van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] op € 3.000,-. DOX hoeft niet eerder inzage te verstrekken dan wanneer dit voorschotbedrag is voldaan. DOX moet de te maken kosten bijhouden en opgave daarvan doen aan [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] . 3.16. Omdat het gehele verzoek ten aanzien van [verweerster sub 2] wordt afgewezen, behoeft haar voorwaardelijk tegenverzoek geen verdere behandeling. 3.17. Partijen moeten erop voorbereid zijn dat de rechtbank na afloop van een of meer voorlopige bewijsverrichtingen op verzoek van partijen of een van hen of ambtshalve een (nieuwe) mondelinge behandeling kan bevelen om een schikking te beproeven of tot het geven van inlichtingen aan de rechtbank. Tijdens deze mondelinge behandeling kan de rechtbank ook de verdere behandeling van geschillen over de vordering met partijen bespreken. Geheimhoudingsplicht 3.18. DOX heeft de rechtbank verzocht om [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] een geheimhoudingsverplichting op te leggen met betrekking tot de te verstrekken stukken. Omdat deze documenten vertrouwelijke bedrijfsinformatie bevatten, zal de rechtbank de verzochte geheimhoudingsverplichting opleggen. De rechtbank zal – zoals verzocht door DOX – een dwangsom opleggen die verbeurd wordt als [verzoeker sub 1] en/of [verzoeker sub 2] zich niet aan de geheimhoudingsverplichting houden. De dwangsom wordt hoofdelijk opgelegd. Dat betekent dat zowel [verzoeker sub 1] als [verzoeker sub 2] kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen. Beperking dwangsommen 3.19. De verzochte dwangsommen worden beperkt als na te melden. Proceskosten 3.20. De rechtbank kan op grond van artikel 289 Rv een veroordeling in de proceskosten uitspreken. Omdat slechts een deel van het verzoek wordt toegewezen, ziet de rechtbank aanleiding om de proceskosten te compenseren. 4 De beslissing De rechtbank: 4.1. beveelt DOX om afschrift te verstrekken van de subsidieaanvraag bij de Gemeente Utrecht op grond van het Kunstenplan 2025-2028; de ten behoeve van DOX ingediende subsidieaanvragen (voorzover niet al verstrekt bij het verweerschrift) en (toekennings)besluiten, voor zover die ingediend zijn bij het Ministerie van OC&W, de gemeente Utrecht, het Fonds voor Cultuurparticipatie (2026-2028); alle financiële verantwoordingen die verbonden zijn met de onder a) en b) genoemde subsidieaanvragenwaarbij de namen van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] en de namen van projecten en uitvoeringen van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] , zoals ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’, ‘ […] ’ en ‘ […] ’ zijn genoemd; 4.2. bepaalt dat het verstrekken van afschrift van de gegevens onder r.o. 4.1. moet plaatsvinden uiterlijk vier weken nadat [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] het voorschot zoals bepaald in overweging 3.15 hebben voldaan, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag of gedeelte van een dag dat DOX nalaat aan deze bevelen uitvoering te geven, met een maximum van € 25.000,-; 4.3. legt aan [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] een geheimhoudingsverplichting op, inhoudende dat zij de door DOX op grond van deze beschikking verstrekte gegevens niet aan derden mogen verstrekken of openbaar mogen maken, met uitzondering van het eenmalig inbrengen van die gegevens in een eventuele bodemprocedure jegens DOX en/of [verweerster sub 2] ; 4.4. bepaalt dat [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] hoofdelijk een dwangsom van € 5.000,- per overtreding verbeuren indien zij zich niet aan de geheimhoudingsverplichting onder r.o. 4.3. houden, met een maximum van € 50.000,-; 4.5. bepaalt het te betalen voorschot door [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] voor de afgiftekosten van DOX op € 3.000,- en bepaalt dat geen dwangsommen verbeurd zullen worden voordat vier weken zijn verstreken nadat [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] dit voorschot hebben voldaan; 4.6. bepaalt dat geen dwangsommen (zoals geformuleerd onder r.o. 4.2. en 4.4. worden verbeurd voor zover dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, in aanmerking genomen de mate waarin aan deze beschikking is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid van de overtreding; 4.7. compenseert de proceskosten in die zin dat ieder de eigen kosten betaalt; 4.8. wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. D. Wachter en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026. 4054 Zowel DOX als [verweerster sub 2] hebben in hun verweerschriften een ‘zelfstandig tegenverzoek’ opgenomen dat ziet op de kosten van informatieverstrekking. Gelet op de formulering van beide tegenverzoeken heeft de rechtbank deze aangemerkt als voorwaardelijke tegenverzoeken. Artikel 196 lid 2 Rv. Producties 4 en 5 bij het verweerschrift van DOX. Productie 6 bij het verweerschrift van DOX. Productie 8 bij het verzoekschrift. Als producties 17 tot en met 37 bij verweerschrift van DOX, met hierbij opgemerkt dat de subsidieaanvraag bij Gemeente Utrecht ontbreekt. Overgelegd als productie 16 bij verweerschrift van DOX. Zoals beschreven in r.o. 3.6. Artikel 204 jo. artikel 194 Rv. Kamerstukken II 2019/20, 35498, nr. 3, p. 50.