Skip to content
Case Law · Rechtbank Noord-Nederland ·ECLI:NL:RBNNE:2026:3261 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Noord-Nederland, 10-04-2026 (LEE 24/3752)

Rechtbank Noord-Nederland
Summary

AVG. Verzoek om inzage in persoonsgegevens. Verweerder heeft met een zoekslag in de relevante systemen voldoende inzage verleend en daarmee voldaan aan artikel 15 AVG. Beroep ongegrond.

How it connects

Full text

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 24/3752 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 april 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser en de minister van Financiën, de minister (gemachtigden: M.A. van de Kerkhof en K. Jarbandhan). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder op de aanvraag van eiser om inzage in zijn persoonsgegevens op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Verweerder heeft het verzoek toegewezen. Eiser is het niet eens met dat besluit. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft op 31 januari 2024 een inzageverzoek gedaan, waarin hij verzoekt om verstrekking van de volgende informatie: Inzage in persoonsgegevens welke door de Belastingdienst in de systemen zijn verwerkt; Gegevens met betrekking tot de opgelegde belastingaanslagen en boetes; Gegevens met betrekking tot de (zogenoemde) zwarte lijst; Informatie met betrekking tot het doel van de gegevensverwerking; Categorieën van persoonsgegevens; Ontvangers aan wie de persoonsgegevens zijn of zullen worden verstrekt; Beoogde duur van de opslag; Andere relevante informatie zoals vereist door de AVG. 2.1. Verweerder heeft op 3 april 2024 beslist op het inzageverzoek. Het verzoek is toegewezen. De verzochte inzage in de verwerkte persoonsgegevens van eiser bij de Belastingdienst is verleend. Daarnaast is een overzicht verwerkingendoeleinden van persoonsgegevens verstrekt en zijn de overige vragen van eiser beantwoord. 2.2. Met het bestreden besluit van 6 september 2024 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. 2.3. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.4. De rechtbank heeft het beroep op 12 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van verweerder. Eiser heeft zich afgemeld voor de zitting. Beoordeling door de rechtbank De omvang van het geschil 3. In deze procedure staat uitsluitend ter beoordeling of verweerder eiser voldoende inzage heeft verleend in zijn persoonsgegevens als bedoeld in de AVG. De omvang van het geding wordt bepaald door het inzageverzoek en de daarop genomen beslissing op bezwaar. Voor zover eiser heeft aangevoerd dat de verwerking van zijn persoonsgegevens onrechtmatig is, dan wel heeft verzocht om rectificatie van bepaalde vastgoedgegevens, vallen deze onderwerpen buiten dit geding. Een inzageverzoek op grond van de AVG strekt uitsluitend tot het verkrijgen van inzicht in de verwerkte persoonsgegevens en is niet bedoeld voor een beoordeling van de rechtmatigheid van die verwerking of voor correctie daarvan. Voor dergelijke verzoeken dient eiser een afzonderlijk verzoek in te dienen bij verweerder. Ook de door eiser gewenste beoordeling van de rechtmatigheid van het Project Atlantis, het onrechtmatig laten verklaren daarvan, het vernietigen van daarop gebaseerde besluiten en het toekennen van een schadevergoeding, vallen buiten de reikwijdte van deze procedure. Gelet op het voorgaande beperkt de rechtbank zich tot de beoordeling van de vraag of verweerder heeft voldaan aan zijn verplichting om eiser inzage te verschaffen in zijn persoonsgegevens. Heeft verweerder een voldoende zoekslag gemaakt? 4. Eiser stelt dat verweerder een zoekslag heeft gemaakt in de meest gebruikelijke systemen van de Belastingdienst, zonder daarbij aan te geven welke systemen zijn geraadpleegd. Verweerder heeft niet gemotiveerd in welke systemen precies is gezocht en heeft ook niet deugdelijk gemotiveerd waarom niet alle systemen van de Belastingdienst zijn doorzocht. 5. Verweerder stelt zich op het standpunt dat ervoor is gekozen om in de meest gebruikelijke systemen van de Belastingdienst te kijken en een zoekslag te maken naar de persoonsgegevens van eiser. Een overzicht daarvan is in het bestreden besluit verstrekt. Gelet op het feit dat eiser zijn verzoek niet heeft gepreciseerd en dat de Belastingdienst na de algemene zoekslag heeft medegedeeld welke persoonsgegevens van eiser er zijn met betrekking tot de uitvoering van de wettelijke taken van de Belastingdienst, ligt het op de weg van eiser om aannemelijk te maken dat er meer persoonsgegevens moeten zijn. Het inzagerecht van de AVG is ervoor bedoeld om inzage te verkrijgen in de persoonsgegevens van natuurlijke personen en te controleren of deze correct zijn. Door middel van het in het bestreden besluit gegeven overzicht kan eiser controleren of zijn persoonsgegevens correct zijn. Daar doet de naam van een systeem niets aan af. Indien eiser correctie wil van bepaalde gegevens, dient hij daartoe een nieuw verzoek in te dienen. 6. De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van artikel 15 van de AVG heeft een betrokkene het recht op het verkrijgen van uitsluitsel over het al dan niet verwerken van hem of haar betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om inzage te verkrijgen van die persoonsgegevens en van de informatie opgenomen onder artikel 15, eerste lid onder a tot en met h, van de AVG. 6.1. De rechtbank stelt vast dat verweerder ervoor heeft gekozen een zoekslag te verrichten naar de meest gangbare persoonsgegevens van eiser in een aantal van de grotere applicaties of systemen. In het verweerschrift heeft verweerder toegelicht dat is gezocht naar de persoonsgegevens van eiser in het systeem van de inkomstenbelasting, een algemeen systeem waarin veel gegevens samenkomen en het systeem van de ontvanger. De persoonsgegevens van eiser die in de betreffende systemen zijn aangetroffen heeft verweerder bij het bestreden besluit verstrekt. Ook heeft verweerder toegelicht waarom ervoor is gekozen om een zoekslag te verrichten in juist deze systemen en niet (ook) in de overige systemen en applicaties. De rechtbank is van oordeel dat verweerder hiermee voldoende heeft gemotiveerd dat hij al het redelijkerwijs mogelijke heeft gedaan om de persoonsgegevens van eiser te achterhalen en voldoende inzichtelijk heeft gemaakt op welke wijze is gezocht naar de persoonsgegeven van eiser. In dit geval heeft verweerder ervoor gekozen om eiser een overzicht te verstrekken van zijn persoonsgegevens die door verweerder worden verwerkt. De rechtbank is van oordeel dat is voldaan aan het algemene inzagerecht. Hierbij weegt de rechtbank ook mee dat eiser zijn verzoek niet nader heeft gepreciseerd. 6.2. De rechtbank is, gelet op de door verweerder gegeven toelichting, van oordeel dat er een degelijk onderzoek heeft plaatsgevonden naar de verwerkte persoonsgegevens van eiser en dat verweerder niet ongeloofwaardig heeft meegedeeld dat er niet meer persoonsgegevens zijn. De rechtbank is van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er meer persoonsgegevens verwerkt moeten zijn. Ook valt niet in te zien dat de persoonsgegevens, zoals die zijn opgenomen in het overzicht, zonder verdere context niet op juistheid te controleren zouden zijn. In de zoekslag is gebleken dat geen persoonsgegevens van eiser met derden zijn gedeeld. Nu geen sprake is van het delen van persoonsgegevens van eiser zijn de artikel 44 t/m 49 van de AVG niet van toepassing. Eiser heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt. Verweerder heeft voldaan aan het doel van artikel 15, derde lid, van de AVG. Het betoog van eiser slaagt niet. Conclusie en gevolgen 7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van mr. K. Lenting, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 10 april 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. ECLI:NL:RBROT:2025:14934.

Similar Content